Mu-ziekjes

Ik zing regelmatig voor mijn kinderen. Dat is doorgaans niet toonvast, maar voorlopig schijnen ze daar niet al te veel om te geven.

Ik zing omdat ik ervan overtuigd ben dat het bijdraagt aan hun taalontwikkeling. (Google maar wat als je mij niet gelooft). Ik zing ook omdat ik gemerkt heb dat ze hun sneb houden of stoppen met jammeren wanneer ik zing. En verder zing ik omdat het mij ook rustig houdt op momenten dat armen weer niet door mouwen willen of peutertjes niet willen snappen dat op broertjes gaan liggen geen tof idee is.

Ondertussen heb ik een uitgebreid repertoire. Sommige liedjes worden hier wat vaker aangevraagd dan anderen (hoofd-schouders-knie en teen en natuurlijk dat van die beren die broodjes smeren). Andere liedjes blijf ik zingen omdat ik ze zelf ook maar niet uit mijn hoofd krijg. En als ik ergens last van heb, ja, dan heb ik graag dat iedereen thuis er toch op z’n minst ook een beetje last van heeft.

En nu moet er mij toch iets van’t hart. Sommige van die liedjes – die klinken nog zo lieflijk, maar die teksten die zijn echt onwaarschijnlijk fout! Duik even met mij mee in de Vlaamsche kindermuziekjes van weleer.

 

  1. Daar was laatst een meisje loos

Mijn mama zong dit lied vroeger voor mij wanneer ik ziek was. ’t Is te zeggen: als ik ’s nachts koortsig wakker werd, dan tilde ze mij uit bed. We verhuisden naar de badkamer en ze nam de thermometer uit het apothekerskastje. Ik kreeg de thermometer onder mijn oksel geduwd en ik moest mijn arm tegen mijn lijf drukken. Terwijl we samen wachtten op het piepje dat aangaf dat de temperatuur was vastgesteld zat ik op haar schoot op de witte badkamerstoel. Ze wiegde me en ik vroeg om een lied. ‘Dat van dat meisje loos’. Ik had klaarblijkelijk geen enkel idee waar dat precies over ging. Als ik het nu zing voor mijn kinderen, vind ik het toch wat lastig dat ik lieflijk loop te hummen over een kind dat een ferm pak slaag krijgt in een kajuit nadat de zeilen door slecht weer zijn losgekomen. U zal nu zeggen: stop met het te zingen. Maar dat gaat niet, want het is een ideaal ritme om een kindje mee in slaap te wiegen. Luister hier zelf maar.

2. Goedenavond speelman

Ah – dit nummer is ideaal bij het aan-en uitkleden van spartelende kinderen. Belangrijk is hoog genoeg te beginnen bij de ‘Goe-den-avond speel-maaan’ om de aandacht meteen te pakken te krijgen. Dan is het vooral zaaks om te doen alsof jij wél begrijpt wat er in godsnaam bedoeld wordt met ‘voor de kleine poppedijne en de grote bimbam’. Kas zit al in een soort van waarom-fase en het angstzweet breekt mij uit wanneer ik denk dat hij hier weldra vragen over zal stellen. Ik denk dat ik ga zeggen dat het over klokken gaat.

3. Vogelke, gij zijt gevangen

Nog een van mijn troosters. Ik vind het heerlijk om over hun bolleke te strelen terwijl ik mijn innerlijke Pavarotti totaal loslaat op de laatste zin: “Lieve vogel, gij blijft hier.” Maar ik krijg toch altijd zo’n beetje een onbehaaglijk gevoel als ik het hele plaatje beschouw (Vogelke gij zijt gevangen – in het kooike zult gij hangen – gij blijft hier – gij blijft hier – Lieve vogel, gij blijft hier). Bij wijze van compensatie zeg ik dan altijd: ‘Maar mama wil natuurlijk heel graag dat jullie later jullie vleugels uitslaan. Maar wel pas later he.’ Dan zit ik opvoedgewijs weer safe, toch?

4. Papegaai is ziek

Dit is één van de nummers waarmee ik instant punten scoor en kindjes aan het lachen krijg. Die IEJA-DEEJA doet het hem werkelijk al-tijd. Maar ik heb zelf jarenlang mijn hoofd gebroken over dit lied. Als kind begreep ik eerst niet wat conserven waren. Toen ik dat eenmaal uitgevogeld had, kon ik totaal niet snappen hoe men in godsnaam van conserven plots appelmoes zou kunnen maken. Toen ik uiteindelijk doorhad dat de papegaai appelmoes uit blik kreeg, besefte ik dat ik al appelmoes in potten had gezien maar eigenlijk nog nooit in blik (en ook dat het echt erg was dat ik 16 jaar was vooraleer ik hier geraakt was in mijn denkproces).

5. Daar was een vrouw

Daar was een vrouw
Die koeken bakken zou.
En het deeg dat wou niet rijzen.

(tot hier ben ik natuurlijk nog helemaal mee – we’ve all been there.)

En de pan viel om.
En de koeken waren krom.

(nog steeds heel erg herkenbaar).

En de man heet Jan Van Gijzen.

(You lost me).

 

En zo komt het dus dat ik soms probeer om wat nieuwere kinderliedjes te zingen. Liedjes die een iets hedendaagser wereldbeeld weergeven, om zomaar iets te zeggen. Kapitein Winokio maakt er hele leuke en Samson en Gert zijn nog steeds helemaal top. Maar om de een of andere reden, werken die niet zo goed. Kasper vraagt ook altijd naar die maffe nummers uit de jaren stillekes – zoals zijn moeder 3 decennia geleden ook al deed (het lijkt wel alsof hij enkel de rare dingen van mij geërfd heeft – hij kruist bijvoorbeeld ook zijn middenvinger over zijn wijsvinger als hij zenuwachtig wordt net zoals ik).

Die oude liedjes die werken hier dus het beste. Hoe raar ik het ook vind wat ik soms allemaal aan het zingen ben voor hem (“ze kreeg een pak ransel en toen was het uuuuiiit”). Maar voorwaar ik zeg u – het zijn die nummer waardoor hij zijn bebber eens vijf seconden houdt. Het zijn die liedjes waar hij stil(ler) van gaat liggen. Het zijn die melodietjes die hij nu zelf stilaan begint te zingen en te neuriën (“hi hi hi! ha ha ha! stondebij en keekena” – helemaal de max als ie dat doet).

Maar net toen ik nogal pocherig tegen Wout zei dat hij eens een foto moest maken want dat kind 1 altijd zo goed zijn jas laat aandoen wanneer ik zing, gebeurde er dit.

Processed with VSCO with c1 preset

Ik kon zweren dat hij zong van: “ze kreeg een pak ransel en toen was het uuuuiiit” bij het weglopen.

Advertenties

Het vaderland

Van zodra ik West-Vlaanderen binnen rijd, overvalt er mij een soort van tristesse.
Het is de plek waar mijn vader vandaan komt en waar een stuk van mijn roots liggen. Dit is mijn vaderland. Van zodra ik in de buurt van de Westhoek kom, loert de melancholie onverbiddellijk om de hoek.

Ik voel het in een gulp omhoog komen als ik in de apotheek oogzalf voor mijn zoon koop. “Ik ben ook een beetje van hier!”, wil ik zeggen. Ik stap de auto weer in en Wout vraagt of de apothecaris vriendelijk was. “Hij was als een West-Vlaming”, zeg ik. En ik wou dat ik het tegen papa kon zeggen.  Die zou er smakelijk om lachen. Of mij misschien diepzinnige vragen stellen waar ik me aan zou storen maar toch nog lang over zou nadenken.

Als we vroeger naar het Westen reden, dan reden we naar de plek waar mijn vader was opgegroeid. We bezochten de vrienden die hij moest missen. We speelden gezelschapsspelletjes tot middernacht met hun kinderen – tot onze ouders klaar waren met heel hard te lachen en te veel trappist te drinken. We logeerden bij onze grootouders. Ik sliep er tussen mijn ouders in. Ik lag er in het pikkedonker naar het plafond te staren. Ik luisterde naar de stemmen van mijn familieleden die elkaar vertelden over wat er gaande was in hun leven. Ik moest als eerste gaan slapen en ik luisterde dus het langst. Ik bleef altijd wakker tot ik op zijn minst mijn broers naar boven hoorde komen.

Ik heb geen herinneringen met mijn ouders aan zee. Hier zou de melancholie me vast niet weten te vinden, dacht ik nog. Maar ik had het mis. Ook hier kreeg ze me moeiteloos te stekken. Ze vond me – temidden van mijn drie jongens – en ze tikte op mijn schouders.

“Ik mis papa vandaag,”, zeg ik in de auto. “Ik wou dat ik hem kon vertellen dat we hier op vakantie komen nu. Ik wou dat ik hem kon zeggen hoe West-Vlaams klinkt voor mij. Hoe mensen opkijken in de winkel als ze me horen praten tegen mijn kinderen – hoe ik onmiddellijk als ‘van verre’ word herkend. Ik wil hem vertellen dat sommige mensen nors lijken en gesloten. Ik praat vriendelijk tegen hen en vanbinnen glimlach ik, omdat ik weet dat ik daar met papa een grappige conversatie over zou kunnen hebben. “Ha,” denk ik “die gaat straks nogal lachen met mijn observaties”. Maar daar is miss Melancholie weer: “dat zal niet gaan”, zegt ze, “want hij is er niet meer.” Juist ja.

“Ik mis papa vandaag”, zeg ik in de auto. “Gaat het?”, vraagt hij.
“Het gaat”, zeg ik, “maar het is droevig.”

Processed with VSCO with c1 preset

 

Gelezen en geluisterd

In de laatste weken van het jaar las ik nog enkele boeken uit. Ik had mezelf als doel gesteld om 25 boeken te lezen in 2017. Dat werden er 42. Ik wil dus wel hoger mikken voor volgend jaar, maar dan heb ik een kleuter en een peuter dus misschien toch maar geleven realistisch zijn.

Enfin, wat ik nog las:

Het groeit! Het leeft! – Marjolijn van Heemstra

Een boekje met korte columns van Marjolijn van Heemstra. Niet erg van onder de indruk. Wel vaak erg herkenbaar (we zitten in dezelfde levensfase) en ik hou van de schrijfstijl van (de meeste) Nederlanders. Maar het was ‘gewoon’ (en dat is zeker niet slecht). Ik gaf het drie sterren op Goodreads.

 

Bullet Journal – De Handleiding – Kelly Deriemaeker

Uiteraard geen roman, maar wel heel leerrijk. Ik gaf het 4 sterren omdat het me heel helder duidelijk maakte hoe ik dat Bullet Journallen best zou aanpakken. Eigenlijk deed ik het al wat, op mijn eigen manier en verspreid over veel te veel boekjes. Nu heb ik het allemaal mooi overzichtelijk samen in mijn oranje boekje en ik ben er heel blij. Ik denk dat het nog meer van pas zal komen wanneer ik half maart terug aan de slag ga. Al heb ik nu ook het gevoel dat ik alle dagen meer dan mijn werk doe.

IMG_4277

 

Gelukkig hebben we de foto’s nog – Marcel Langedijk

Een waargebeurd verhaal over de broer van Marcel Langedijk. Mark Langedijk kampt al heel zijn leven met een alcoholverslaving. Nochtans is Mark voor de buitenwereld altijd een hele normale man geweest: zelfstandige, getrouwd, twee zonen, verdiende goed zijn brood. Als hij na het werk thuis kwam, ging hij even dutten. Achteraf bekende hij dat hij altijd een fles wijn onder de matras had steken. Na al die jaren van alcoholmisbruik en verschillende opnames in verschillende afdelingen van verschillende instellingen ziet Mark het niet meer zitten en dient hij een aanvraag voor euthanasie in.
Dit boek beschrijft de laatste maand van het leven van Mark door de ogen van zijn broer Marcel. Het boekje was dun, maar het verhaal was heftig. Een verhaal over een mens die zo afgetakeld is, die zichzelf zo heeft opgegeven omdat hij voelt dat hij het gewoon niet meer recht getrokken krijgt. En onrechtstreeks ook een verhaal over alle mensen die hem graag zien en die ook geleden hebben. Het boek opende opnieuw de discussie voor euthanasie bij psychisch lijden.

Origin – Dan Brown

Ik zakte een beetje weg in een leesdipje zowat half december. Ik had veel boeken liggen die ik wou lezen, maar ik geraakte maar niet vertrokken. Ik heb veel tijdschriften gelezen, maar dat is toch niet hetzelfde. Uiteindelijk haalde dit boek me weer uit de leesdip. Dat komt natuurlijk omdat Dan Brown altijd wel vlot leest en omdat het een vertrouwd recept is: er gebeurt iets onverwacht, er ontstaan heel wat misverstanden over wie nu verantwoordelijk is, Robert Langdon vlucht en de zoektocht om te code te kraken kan beginnen. In elk boek – en ook hier – heeft hij een vrouwelijke rechterhand. Het leuke aan de boeken van Brown vind ik de dunne grens tussen feit en fictie. Ik googelde heel wat af zodat ik me de plaatsen van het boek beter kon voorstellen. Sommige dingen vond ik bevestigd op het internet, andere niet. Maar het was een onderhoudend verhaal. Niet zoals Het Bernini Mysterie maar dat was misschien omdat ik dat lang geleden als eerste las en de formule van Browns boeken toen nog niet zo ‘same old’ voelden.
Het was dus meer van hetzelfde, maar het was ook exact wat ik nodig had om terug vertrokken te geraken.

 

Geluisterd: Jasper Steverlinck

In november ging ik samen met een van mijn beste vriendinnen naar Jasper luisteren in Het Depot. Hij tourt nu rond samen met Valentijn om zijn album ‘Uncut’ voor te stellen. In maart komt het full album uit (iets waar ik overigens geweldig naar uitkijk).

Het optreden was zittend en dat paste perfect bij de sfeer. Enkel Jasper, Vally en hun muziekinstrumenten en het licht dat perfect wist waar het moest vallen. Ze speelden een dik uur en het was de hele tijd quasi muisstil. Het leek bij momenten alsof de hele zaal voortdurend zijn adem inhield. Ik vond het fantastisch en alle nummers waren wonderschoon. Zeker het laatste waar Vally op een oud instrument speelt dat hij van een non gekregen heeft (en als het niet waar is, dan heeft hij het keigoed verzonnen). Ik zag heel regelmatig mensen met tranen in de ogen kijken en luisteren.
Ik ben onwaarschijnlijk trots op mijn neef en ik ben het helemaal eens met wat zijn producer Jean Blaute liet optekenen in de Humo. Mocht je nog geen ticket hebben: er zijn er nog voor enkele van de extra shows (o.a. in Gent, Antwerpen, Brussel en Leuven).

Tom Gorré maakt mooie foto’s tijdens het optreden – zie foto links.
Ik maak mooie foto’s terwijl ik de Humo lees – zie foto rechts.

 

Geluisterd: Podcast ‘Iemand’

De podcastreeks ‘Iemand’ van Radio 1 is weer terug met nieuwe afleveringen. Ik vind het nieuwe seizoen nog boeiender dan het eerste. De verschillende mensen die aan het woord komen hebben allemaal een heel bijzonder verhaal te vertellen. Uit dit seizoen onthoud ik tot nu toe vooral Corinne de transgender (geboren in 1936), Rita dochter van een vrouw in het verzet en een man die collaboreerde en Karl Eriksson, muzikant bij The Broken Circle Breakdown Band en zoon van een vader die het nogal had voor de Duitsers en het zuivere bloed terwijl Karl het eerder had voor hippie’s en patchouli.
Als mijn kinderen tegelijk aan het dutten zijn, dan verzacht ik de pijn van wasmanden leeg strijken met een aflevering van Iemand en dan ga ik het zelfs bijna plezant vinden. Dat is dan tot ik aan de hoop hemden kom en ik al die knoopjes erna weer moet dichtdoen.

 

Ik ben tevreden over mijn leesjaar en ik plan minstens zoveel te lezen in 2018.
Wat muziek betreft, zag ik dit jaar niet veel optredens maar wel vier steengoede: Guns ‘N Roses op Werchter Boutique, Jasper in Het Depot, Fleetwood Mac Tribute Band in Den Egger en last but not least mijn broer met zijn band M&L.
Voor 2018 staan er al enkele toneelstukken op de agenda – zowel voor volwassenen als voor Kas, Janne en Kaat – en een show van Jan Jaap Van der Wal en ook mijn ‘to read’ lijst wordt alsmaar langer. Gelukkig is er nog steeds doorgaans weinig op tv wat mij kan boeien, dus dat komt helemaal goed.

IMG_4852

 

 

 

 

 

De bijhouder

Ik ben de bijhouder.

Ik ben de bijhouder van schema’s. Van doktersafspraken. Van consults bij Kind en Gezin. Ik weet de uren van de dutjes. Ik weet wanneer het te vroeg is. En ook wanneer het te laat is.

Ik ben de bijhouder van alle soorten informatie. Ik weet wie wanneer wat graag wil eten. Ik zie wanneer tantrums nog nét vermeden kunnen worden met de juiste aanpak. Ik weet hoe die juiste aanpak eruit ziet.  Ik merk rode blosjes op die wijzen op vermoeidheid. Ik weet welke kleren gewassen moeten worden en op hoeveel graden. Ik weet wat er in de droogkast kan en wat niet. Ik weet welke rekeningen wanneer in de bus vallen en hoe hoog ze zullen zijn. Ik weet wanneer ze betaald moeten worden. Ik weet wat er op het boodschappenlijstje moet en welke dingen er stilaan vervallen zijn in de koelkast. Ik weet wie wanneer jarig is. Ik weet welke pakjes wanneer gekocht moeten worden. Ik schrijf de kaartjes en stuur ze op.

Ik ben de bijhouder van oplossingen. Ik weet de juiste pleisters liggen. Ik weet de tutjes te vinden die troosten kunnen. Mijn kusjes toveren pijntjes weg. In mijn handtas zitten noodkoekjes en noodtutjes en noodzakdoeken. Ik weet welke liedjes ik moet zingen om kindjes rustig te krijgen, of in slaap. Ik ben de vinder van zoekgeraakt speelgoed. Ik ben de opzetter van muziek. Ik ben het metaforische deken dat bange kindjes warm kan houden.

Ik ben de bijhouder van voorkeuren. Ik weet wie wat op zijn boterhammen wil en hoe die gesneden mogen worden. Ik weet in welk kommetje de peer moet en welke lepel bij de yoghurt hoort. Ik weet hoe het handje vastgehouden moet worden terwijl de fles gedronken wordt. Ik weet de volgorde van het aantrekken van de kledingstukken. Ik weet welke sjaal prikt en welke niet. Ik weet hoe de avondrituelen eruit zien en welke groenten er niet op het bord mogen blijven liggen.

Ik ben de bijhouder van rituelen en herinneringen. Ik neem de foto’s, ik druk ze af, ik plak ze in. Ik houd de tekeningen bij en schrijf er de datum op. Ik verzamel ‘eerste keren’ in boekjes en ‘grappige uitspraken’ in andere. Ik houd de dagboeken bij voor elk kind. Ik ben de verzamelaar van kleine spulletjes waar werelden mee staan of vallen. Ik ben de brievenschrijver. Ik ben de verslaggever en de historicus.

Ik ben de bijhouder van emotionele veiligheid. Ik ben de belichaming van de veilige haven. Ik ben het kompas dat ons door de woeste zee net naast de uitbarstingen kan leiden. Ik ben degene die ’s avonds de monsters onder de bedden uit jaagt. Ik steek tutjes terug die uit wenende mondjes vallen. Ik houd kleine handjes vast tot ze de grip lossen en zich overgeven aan de slaap.

Ik ben de bijhouder van vrede. Ik ben de scheidsrechter die tussenkomt. Ik ben de tolk die van taal voorziet. Ik ben de uitlegger van nieuwe en vreemde dingen. Ik ben degene die de verschillende persoonlijkheden met elkaar leert omgaan.

Ik ben de bijhouder van zorgen. De hunne en de mijne.
Ik ben de bijhouder van het goede. Van het kwade. Van het kleine en het grote. Van het schone en het pijnlijke.

Ik ben de bijhouder. Alles wat ik bijhoud, zoemt soms zo hard in mijn hoofd dat ik er niet van kan slapen. De gedachten suizen in mijn oren. “Niet vergeten! Niet vergeten! Zeker doen! Zeker doen!” roepen ze.

Het werk van de bijhouder is onzichtbaar. Het is moeilijker er de vinger op te leggen. Het werk passeert onopgemerkt totdat ik er niet ben om het te doen. Ik krijg er geen punten op. Niemand doet van peer assessment. Ik krijg geen onderscheidingen of felicitaties. Heel vaak wordt het werk van de bijhouder als vanzelfsprekend gezien.

Aan alle andere bijhouders: ik zie jullie.

Ik ken het gewicht van de dingen die jullie bijhouden en dragen in jullie hoofd.

Ik weet van al het onzichtbare werk dat jullie doen – werk dat niet gepaard gaat met een vette cheque aan het einde van de maand. Geen bonussen of ziekteverlof. Geen applaus of felicitaties. Maar het is dat werk – dat stil en ongedwongen alle dagen gedaan wordt – dat de wereld laat draaien.

Ik zie jullie, mede bijhouders.
And I salute you.

SubstandardFullSizeRender

Fran-tastisch!

4 januari zou ze geboren worden – aldus de gynaecoloog.
Het zou voorzekers zo’n kind worden dat 10 dagen bleef zitten. Het zou 14 januari zijn – aldus mijn broer.
Het wordt nét in’t nieuwe jaar, zei hij. Het zou 2 januari zijn – aldus mijn lief.

Maar ze deed lekker haar eigen zin en ze kwam op 29 december, precies één dag voor haar mama jarig is. Ze verraste ons allemaal door er opeens toch al te zijn. Zaterdag in de vooravond was het opeens zover. ‘Ze is er!’ appte mijn broer. Ik belde en ik hoorde zijn stem vol liefde en geluk en rauwe rauwe emotie. Ik nam mijn groene stift en schreef FRANCES in mijn agenda. Ik bladerde een jaar verder en schreef FRANCES 1 JAAR! Ik tekende er een piepklein kroontje bij.
Ik zei haar naam verschillende keren die avond. Ik proefde hem. Ik oefende. “Ja, als we op vakantie gaan, dan zal Frances een half jaar oud zijn.” en ook “Fran en Elias schelen niet veel, ik hoop dat ze elkaar graag zullen hebben”. Ik zei luidop “Simon, Sofie en Fran”. Ik zei het achteloos – alsof ik al jaren over haar sprak. “Misschien kan Fran wel meekomen naar het feestje.” Ik deed van “Frangipanne-Franneman-Francine-Francesca-Francentje-Fransoosje”. Ik maakte haar me eigen. Maar ik voelde al gauw, dat ze dat eigenlijk al heel lang is.

Welkom, lieve Fran. Bij tante Saar liggen de koeken links in de lange kast.

26229497_10154916442057172_4917990449251002562_n

December Reflections V

23. A secret

Ik moest hier lang over nadenken. Ik heb geen geheimen, denk ik. Ook hier in deze virtuele wereld probeer ik eerlijk te zijn. Ik heb daar geen moeite mee. Wat ik hier schrijf, zou ik je ook zeggen als ik je ergens tegen kwam. Ik schaam me niet voor mijn kwetsbaarheid. Het is wat me mens maakt.
Wat zou ik dus als geheim kunnen opbiechten? Dat ik wat weigerachtig sta tegenover het nieuwe boek van Griet Op de Beeck, misschien? Ik vond ‘Kom hier dat ik u kus’ goed, maar ik stoor me wat aan ‘gij’ enzoverder in haar boeken. En ik ben nogal allergisch aan hypes. Of dat ik soms zo hard moet lachen als ik Kasper hoor tateren door de babyfoon terwijl hij zou moeten slapen. Hij heeft nog niet helemaal door hoe het komt dat ik hem kan horen en hij mij niet. Dus dan roep ik hem tot de orde: “Kasper!” zeg ik. Waarop hij heel vrolijk: “Jaaaaaa, mama?!”. Dan moet ik echt heel hard mijn best doen om niet te lachen.

IMG_4832

24. Stilness

U raadt het al, ik heb dat niet veel in deze tijd in mijn leven. Ik vind dat in het geheel niet zo erg, maar in kleine momenten soms wel. Ik geraak gemakkelijk overprikkeld en dus heb ik het nodig om geregeld wat rust in te bouwen tijdens de dag. Korte momenten waarop ik eventjes niet ‘aan’ hoef te staan. Ik trek me tien minuten terug in de badkamer met het gezoem van het vuurke. Ik doe heel traag mijn pyjama aan – in stilte. Ik luister een podcast terwijl ik aan het strijken ben. Of als het lukt, dan lees ik als de kindjes tegelijk aan het dutten zijn. Ik moet alle stilte pakken die er te pakken valt, want waar het overdag mijn kinderkes zijn die lawaai maken, is het ’s nachts mijn vent die heelder  bossen omzaagt. Heel vervelend, maar ik ga hem toch maar houden. Aan wie scheelt niks, he.

IMG_4445

25. Today is…

Kasper die dolblij is als hij ziet dat zijn twee nichtjes ook zijn blijven slapen. Samen spelen en de boel nog eens overhoop zetten. En daarna bij Janne op schoot kruipen om een boekje te lezen. Of zijn eigen lievelingsboek van het moment in iedereen zijn handen duwen en eisen om voorgelezen te worden.
Vandaag is ook een baby’tje dat niet wil dutten tot op het moment dat we natuurlijk moeten vertrekken.

Processed with VSCO with c1 preset

26. Evening

Door de band genomen verlopen onze avonden nogal volgens hetzelfde stramien: eten, afwassen, alles oprapen en stofzuigen wat Kasper op de grond heeft gegooid, Kas wassen en zijn mond genoeg open wringen om de tandenborstel erin te krijgen. Daarna Elias wassen, bed in en de zetel inploffen.
Maar Kasper werd twee jaar op 26.12 en dus werd het een speciale avond met afhaalchinees, keiwarme loempia’s, een kroon en spelen met zijn nichtjes. Daarna stak ik hem in bad en ik keek naar zijn lijfje en ik kon me amper nog voorstellen dat ie ooit helemaal in mijn buik gepast heeft. Ik vroeg hem of hij mij zo graag zag als ik hem en hij antwoordde dat hij nog met de blauwe boot wou spelen en dat was dat.

Processed with VSCO with c1 preset

27. 2017 taught me…

Ik leerde veel in 2017. Dat sommige vriendschappen niet weg te denken zijn uit mijn leven en dat het wonderschoon is als ze weer heropleven. Dat ik mijn job heel graag doe. Dat het vermoeiend is om heelder dagen voor kinderen te zorgen, maar tegelijk ook zo speciaal. Dat ik nooit kwetsbaarder was dan ik nu ben. Dat ik sporten leuker vind als ik iemand bij mij heb die mij al jaren gelukkig kan maken. Dat ik hou van mijn plekje op de aarde in dat huis met mijn drie jongens. Dat geluk mij steeds vaker kan overvallen in kleine alledaagse verschijningen. Dat ik het best kan, dat moederen, of toch op mijn manier. Dat ik steeds beter word in mezelf aanvaarden – al zijn er nog genoeg dagen dat ik me afvraag of ik wel ok ben en het goed doe allemaal. Dat ik nog steeds een structuurbeestje ben. En dat het heel bevredigend is om mijn leven gestructureerd op papier te zien in mijn bullet journal.

IMG_4833

28. My wish for 2018

Ik heb niet veel nodig. ’t Is te zeggen: ik wil heel veel (nog eens iets kopen voor mezelf en niet voor de kindjes, rolgordijnen overal, verbouwingen, iemand die mijn hele huis komt behangen en tapis-plain wil verwijderen en er nieuwe schone vloer wil leggen terwijl ik weg ben en pas moet terug komen als het klaar is) maar ik heb niet veel nodig.
Dat onze relatie mag blijven zoals ze is. Wij worden beter met de jaren. En dat onze kinderen gezond en gelukkig mogen zijn. En dat ik nooit zal vergeten hoe klein hun handjes waren.

IMG_4460

29. My eyes

Mijn ogen zijn heel donkerbruin. Het is zowat het enige wat Kasper echt van mij geërfd heeft. Dat valt meteen op als je hem ziet. Veel baby’tjes hebben hele lichte ogen. Mijn oudste zoon heeft witte haren en bruine kijkers.
Mijn ogen zijn nog steeds hetzelfde. Maar ik heb ze anders leren gebruiken. Ik schreef het hier al vaker: ik kan steeds beter het positieve en het goede zien. Misschien is het wel omdat ik beter kan aanvaarden dat het leven vooral bestaat uit hele gewone dagen. En omdat ik beter kan meeveren op de dagen die ik rood of zwart kleur in mijn stemmingentracker. Mijn ogen zien er dus nog steeds hetzelfde uit. Maar ze kijken anders. (En ik leerde ook onlangs ein-de-lijk eens tegoei hoe ik ze moet maquilleren).

Processed with VSCO with c1 preset

30. Thank you for..

Merci, lieve lezers, om hier te komen lezen. Ik heb al heel vaak gedacht: waarom doe ik het eigenlijk? Boeit het iemand? Maar ik krijg regelmatig leuke reacties en ik heb lieve collega’s en vrienden die mij aanmoedigen en zeggen dat ze’t graag lezen. Dus ik doe nog even voort. Merci, voor iedereen die hier af en toe een kijkje komt nemen. En merci ook aan iedereen die een reactie achterlaat. Ik vind dat superleuk!

IMG_4834

31. My word for 2018

Mijn woord is duidelijk FAMILIE, of GEZIN of KINDEREN of in short: LIEFDE.
Bijna al mijn verhalen gaan over over een of andere vorm van liefde. Ik prijs mezelf heel gelukkig. Ik mag leven in een warm gezin, ik heb een fantastische familie, mijn kinderen zijn gezond en gelukkig en dus ben ik het ook. Ik zie graag en ik voel mij graag gezien – steeds vaker ook door mezelf en dat scheelt een heleboel.

Ik wens het jullie allemaal toe: mensen om je heen die je graag zien. En de tijd en de ruimte om de dingen te doen die je gelukkig maken.

Processed with VSCO with c1 preset

Tot in 2018!

 

 

 

 

 

Time flies when you’re havin’ fun – Kas is twee!

Lieve Kasper

Vandaag is het twee jaar geleden dat jij onze wereld helemaal ondersteboven keerde en van ons voor altijd ‘mama’ en ‘papa’ maakte. Het eerste jaar was er eentje van zoeken en tasten,  van twijfelen en proberen. Het tweede jaar was er eentje van groeien aan een waanzinnig tempo.

Toen ik één jaar geleden net zo’n brief naar je aan het schrijven was, stond je op het punt van je eerste echte stapjes te zetten. Je had al eens achter de stofzuiger aangewaggeld, maar ergens begin januari had je’t helemaal door en plots was je weg. Je was geen baby meer. En ik keek ernaar en slikte eens.

Processed with VSCO with g3 preset

En het bleef niet bij dat lopen alleen. Het hele jaar was er eentje van ‘voor de eerste keer…’ en ik prijs me zo gelukkig, want samen met jou mag ik zoveel dingen opnieuw voor het eerst zien. Heel vaak sta ik naar je te kijken wanneer je iets onbekend voor het eerst tegenkomt. Je bent eerst altijd even terug getrokken. Je kijkt het wat aan, cirkelt er wat rond. Je zegt niets en je neemt het in je op. “Hij vindt er niks aan”, zeg ik tegen je papa. Maar ik heb het mis. Wat je er allemaal precies van vond dat vertel je ons achteraf honderduit. En ik luister en ik kijk, en ik slik eens.

 

Je ging voor het eerst de tuin in. Een beetje schuchter nog. Je tastte met je voetjes de verschillende ondergronden af en koos voor de meest veilige. Het gras, daar was je niet meteen fan van. Intussen ben je niet meer weg te slaan uit onze tuin. Als het van jou afhangt, dan zijn we altijd buiten. Dan gaan we stappen en fietsen en liefst allemaal zelf en zonder handjes van mama. In het voorjaar karde je nog rond op je vierwieler. Tegenwoordig rijd je naast me op je loopfiets en hef je je voetjes van de grond bij de minste helling. “WIEEEEEE”, roep je en ik kijk naar je en ik slik eens.

Processed with VSCO with c1 preset
Je spel veranderde ook heel erg dit jaar. Dat je leefwereld uitgebreid is, zien we heel mooi weerspiegeld in hoe je speelt. Je maakt eten – net zoals ik. Je schenkt me luchtthee in en serveert me houten taartjes. Met mijn houten vork eet ik ervan terwijl ik voorzichtig slurp aan de lucht in mijn kopje. “Oh ow, mama”, zeg je “wam”. Ik bedank je voor de waarschuwing en ik blaas. Je praat zo veel en je pikt taal zo snel op. Maar je spreekt woorden nog vaak verkeerd uit en ik vind het fantastisch. Liefst liep ik de hele dag achter je aan om te filmen wat je doet en zegt, bang dat ik het ga vergeten.

Processed with VSCO with f2 preset

Hoe hard ik ook probeerde, ik kreeg de tijd niet stil gezet. De zomer kwam en er kwamen weer heel wat nieuwe eerste keren onze richting uit. De eerste keer dat je in onze tuin het zwembad in plonsde. De eerste keer achterop de fiets. De eerste keer planten verzuipen met je eigen gietertje. De eerste keer in de zandbak spelen. Het gaat hetzelfde als ervoor: eerst even de kat uit de boom kijken, daarna niet meer weg te slaan zijn.

 

Je bent graag buiten, maar je bent niet graag vuil. Als er een steentje aan je hand hangt, dan kom je het tonen en dan moet het weg. Als er iets op je schoenen hangt dan kom je me vertellen dat ze vuil zijn en dat het weg moet. Je hebt oog voor detail, je ziet alles wat er rond je gebeurt. Je onthoudt supergoed. Je kent de weg naar tant, de weg naar nonkel Pieter Jan, de weg naar oma en je weet goed waar we naartoe gaan zonder dat ik het zeg. Je weet hoe ik moet rijden als je het paard wil zien en je wordt boos als je merkt dat ik niet op je vraag ben ingegaan. “Het paard slaapt”, zeg ik. Je denkt erover na en bent het met me eens. “Mama, paard vaap”, zeg je en je knikt ter bevestiging.
Je ging voor het eerst naar de kapper, deze zomer, en van alle mijlpalen vond ik dat de lastigste. Het leek wel of ze een stukje van mijn baby’tje eraf hadden geknipt. Toen je weer buiten stapte was je plots echt een peuter. Elke keer wanneer je naar de kapper geweest bent, lijkt het alsof ze de afgeknipte centimeters in de lengte terug aan je hebben geplakt. “Was die daarnet ook al zo groot?”, vraag ik aan je papa. “Volgens mij niet, nee”, zegt ie. En we kijken naar je en we slikken eens.
Processed with VSCO with c1 preset
Toen je broer geboren werd, ontdekte ik plots weer een heel nieuw aspect van je persoonlijkheid. Je bleek zorgzaam te zijn. De eerste weken had je weinig oog voor je broer, maar na een week of 6 veranderde dat helemaal. Als je ’s morgens wakker bent, vraag je meteen waar Elias is en of die nog slaapt. Als ik eten sta te maken, loer ik om het hoekje en zie ik hoe je naar je broer toe kruipt en hem zachtjes over zijn hoofd aait. Mijn hart breekt in miljoenen stukjes als ik jullie samen bezig zie. Ik wens dat jullie elkaar altijd graag zullen zien en dat jullie als échte broers door het leven zullen gaan. “Hallo Elias”, zeg je en je kust hem op zijn kruin. En ik kijk ernaar en ik slik eens.

 

In het najaar kwam er nog een stukje van wie jij bent piepen. Je blijkt heel veel te houden van muziek. Urenlang kan je trommelen, met je triangel in de weer zijn of bij gebrek aan trommel op de potten van je keuken slaan. Als we binnenkomen, ren je naar de radio en vraag je me om ‘nog ziek’ op te zetten. Je danst en draait rondjes en je roept me om te kijken. En ik kijk mijn ogen uit. Je stampt met je schoenen tegen mijn zetel in de auto en ik vraag je om ermee te stoppen. “Mama, Kas ziek maak”, zeg je en ik begrijp dat jij het helemaal anders ervaart. Muziek is het enige wat ervoor zorgt dat je soms eens twee minuten zwijgt. Je luistert naar de instrumenten en je benoemt ze: “Mama, trom! Mama, trompet! Mama, ‘taar!”. En ik kijk in de achteruitkijkspiegel en ik slik eens.

Processed with VSCO with c1 preset

Je houdt van auto’s, van tractoren, van vrachtwagens, van vliegtuigen en van alles wat beweegt en rijdt. Je houdt van muziek. Je houdt van Bumbaloo en van Grover. Je houdt van wortel en pompoen, van peer, mandarijn en banaan. Je houdt van koekjes en van chocola. Je houdt van je tutje. Je houdt van alles zelf doen en van geen handjes geven. Je houdt van fietsen en van puzzelen. Je houdt van de kasten leeghalen en ze dan hard toegooien. Je houdt van kampen bouwen en verstoppen. Je houdt van omvallen en van springen in de zetel. Je houdt van zingen en van dansen. Je houdt van verven en van kleien. Je houdt van je broer en van Janne en Kaat. Je houdt van ons allemaal en je toont het ons iedere dag.

Processed with VSCO with c1 preset

En ik, lieve schat, ik hou van jou. Ik hou van je enthousiasme als we buiten gaan. Ik hou van de overgave waarmee je danst. Ik hou van je bruine ogen waar ik de mijne in herken. Ik hou van je blonde lokken waarvan er altijd minstens een paar de verkeerde kant uitstaan. Ik hou van je lach wanneer ik je kietel. Ik hou van het geklungel wanneer je zelf je muts probeert aan te doen. Ik hou van hoe je praat en van de woorden die je nog fout zegt. Ik hou van hoe je me probeert duidelijk te maken welk lied ik moet zingen. Ik hou van hoe je me fier komt tonen dat je pipi op het potje deed. Ik hou van hoe je boekjes lezen wil. Ik hou van hoe je zelf je eten opschept en hoe blij je bent als ik applaudiseer. Ik hou van hoe ik bijna altijd begrijp wat je zeggen wil. Ik hou van hoe je ‘dadaaaa’ roept naar iedereen en naar alles, zelfs naar de blauwe klei. Ik hou van hoe opgelucht je kan zijn als je hoort dat je je tutje krijgt. Ik hou van hoe je ’s nachts tegen de rand van je bed aankruipt om te slapen. Ik hou van hoe je me ’s avonds altijd nog één keer terug roept voor een kusje. Ik hou van hoe je voorzichtig op stoelen klimt omdat je een beetje een bangerik bent. Ik hou van hoe je van je broer houdt en van ons. Ik hou van je nachte plakkussen en van hoe je me opzij duwt als ik om kusjes kom smeken terwijl je speelt.

Processed with VSCO with c1 preset

Ik hou ontiegelijk veel van jou, kleine man. Met elke vezel in mijn lijf en zo onvoorwaardelijk dat ik het onmogelijk in woorden kan uitdrukken. Je bent een stuk van mij en ik zal je voor altijd overal in mijn hart dragen.
Ik ben zo onwaarschijnlijk trots op jou, grote jongen. Omdat je zo open staat voor mensen. Omdat je zo zorgzaam bent. Omdat je vrolijk bent. Omdat je om hulp durft vragen. Omdat je verdriet durft hebben. Omdat je getroost kan worden. Omdat je opmerkzaam bent. Omdat je vinnig bent, en bij de pinken. Omdat je lief bent en zoet. Omdat je een babbelaar bent, net zoals ik. Omdat je dingen ziet waar ik al lang niet meer bij had stil gestaan.

Groei nog waar wat, schoon kindje van mij. Want wat is het leuk om telkens meer te kunnen. Om te voelen dat je dingen plots makkelijker alleen kan. Wat is het heerlijk om je te zien glunderen als nieuwigheden opeens lukken waar ze ervoor nog lastig gingen. Groei dus nog maar wat, mijn alles. Verander maar, word maar wie je bent.
Ik zal erbij staan. En kijken, en tranen wegslikken, en in mijn handen klappen en BRAVO zeggen en JA!! en WAT DOE JIJ DAT GOED ALLEMAAL! – en dat zal ik blijven doen, mijn hele leven lang.

Happy birthday, sweet sweet heart.