Elf dingen die ik zag vandaag.

  1. Een wielrenner van 60 plus met een roze rugzak waar Bumba opstaat.
  2. Een beertje op de vensterbank. Daarboven op een wit blad het woord ‘HOOP’.
  3. 5 mini-vogeltjes in een nestje. Nog maar pas geboren. Hun bekjes zijn te zwaar in verhouding. Het kost hen veel moeite om ze op te tillen en te openen zodat moeder-vogel er iets in kan leggen. Hun oogjes zijn nog gesloten.
  4. De cover van het boek dat ik nu lees (“Hier is alles veilig” van Anneleen van Offel). Wat een prachtig boek. Het gaat over Lydia die na de dood van haar stiefzoon de laatste jaren van zijn leven bij elkaar probeert te puzzelen in Israël. Het conflict dat zich daar al jaren afspeelt, speelt ook een rol maar het is zo verfrissend dat ze het in beeld brengt zonder een mening te willen opdringen over dit complexe probleem.
  5. De gezichten van mijn kinderen wanneer ik voorlees. Ik leg intonatie in mijn stem en ik zet mijn mimiek in. Ze spiegelen mij. Wanneer Anna huilt om haar gebroken chocolade paashaas – kijken ze mee beteuterd. Wanneer ze op het einde weer blij is omdat mama er chocolademelk van gemaakt heeft, zie ik de opluchting op hun gezichtjes.
  6. Drie studenten via het scherm van mijn computer.
  7. Mijn twee zonen in een zandboot. Ze graven kanalen en gieten er water door. In de beslotenheid van onze ommuurde tuin lijkt het soms alsof er niets aan de hand is.
  8. De oudste die tekeningen maakt voor zijn vriendjes van de klas en voor de juf die hier een straat verder woont. Hij kiest ze heel precies uit, denkt na over de kleuren en zorgt dat de lievelingskleur van het vriendje in kwestie er zeker voldoende inzit. Op de tekening komt zijn naam en die van het vriendje. Op de enveloppe nog eens. Tijdens de postbedeling stoppen we overal om bloemen te plukken om bij in de omslag te steken.
  9. Zijn blije gezicht wanneer één van zijn vriendjes een filmpje stuurt om hem te bedanken.
  10. Mijn jongste die rondloopt met een aapje dat geluid maakt. “Aap paapje” zegt hij, en hij knelt het beest voortdurend onder zijn arm.
  11. Mijn lief die met zijn linkerhand onze oudste vooruit duwt op zijn step. Die hand – denk ik – die houd ik al bijna negen jaar vast. Op straat, in bed, op vakantie, in de zetel, op een feest, tijdens het wandelen, … Het ontroert me. Hoe vaak ik deze weken al dacht: met jou lukt het wel.Processed with VSCO with c1 preset

Lichtpuntjes VIII

Ik begin me stilaan af te vragen of mijn kennis van de Latijnse cijfers nog ver genoeg reikt om deze periode door te komen. Maar zoals met alles tegenwoordig probeer ik maar niet te ver vooruit te kijken.

Het weekend hier bracht wat verlichting. Met twee voor kinderen zorgen is toch een pak lichter. Ik denk regelmatig aan de single moms/dads die ik ken en voor wie deze periode extra zwaar moet zijn omdat ze het allemaal alleen moeten doen.
Ik noteerde weer enkele lichtpuntjes…

Wisselende beertjes

Wij gaan elke dag op berenjacht. ’t Is te zeggen: we gaan elke dag wandelen. De oudste weet intussen al vanbuiten waar alle beren zitten en roept soms al een kilometer op voorhand ‘dat hij een wit beertje gezien heeft’. Hij beweert dat hij het écht kan zien, maar er zit soms nog een hele straat tussen dus ik twijfel enigszins aan de betrouwbaarheid van zijn uitspraken. Soms let ik ook niet zo goed op tijdens het tellen en heb ik geen idee meer waar we ook weer zaten. Toch is er één huis waar we allemaal naar uitkijken en dat is het huis van juf I. Heel regelmatig verandert er iets: er zit een ander beertje of er is een klein detail toegevoegd. Zo had Winnie the Pooh dit weekend een zonnebril aan. De jongens lachen zich een breuk met die fopjes van de juf en ik grinnikte vanavond ook tijdens mijn solo-wandeling toen ik zag dat er een nieuw wit beertje voor het raam zat. De liefde voor de juf was al groot – ze heeft onze oudste ooit zover gekregen zijn knie te laten verzorgen, er gingen er nog niet veel haar voor – maar ze is zo mogelijk nog gegroeid. Ik moet hem tegenhouden of hij zou een hele tekeningenfabriek opzetten om haar elke dag te overstelpen met nieuwe kunstwerken.

(K)raambezoek

Vandaag is mijn lieve vriendin D. bevallen van haar derde kindje! Ik deed van ‘ken je vriendje’ heel goed en ik raadde op voorhand de naam juist die ze aan hun tweede dochter zouden geven. Dat klinkt stom, maar ik vond dat fijn voor mezelf dat ik haar intussen toch goed kan inschatten. Dat meisje werd dus nog maar net geboren en vanmiddag was ze al thuis. We wilden natuurlijk snel op bezoek gaan. De jongens maakten een tekening, ik verzamelde mijn cadeautjes en we wandelen naar het huis van onze vrienden. Wij op de oprit en zij in hun woonkamer. Aan het raam riepen we onze felicitaties en Viktor stak een monoloog af van 45 minuten over de Duplotrein die hij had gekregen. Dat kleine meisje gaat hier later ook komen spelen en ik kijk er al naar uit om ook haar broer en zus hier weer over de vloer te hebben. Maar voor vandaag ben ik vooral blij voor het geluk van onze vrienden.

Bloemen

Onze buren hebben een bloemenwinkel. Verse bloemen komen hier dus heel regelmatig in huis. Ik houd van grote bloemen zoals lelies of van bloemen waar ons hele huis naar geurt zoals hyacinten en fresias. Door de corona-crisis is hun winkel dicht en ik mis het om naar hen te zwaaien of om even binnen te springen voor wat bloemen of een plantje. Maar afgelopen zaterdag gingen we – weer – wandelen en kwamen we een veld tegen vol bloemetjes. Mijn lief plukte er een aantal en thuis stak ik ze in een gerecycleerd yoghurtvaasje.

Het is echt zo’n cliché, maar het helpt me – die aandacht voor kleine lichtpuntjes. Want daarnaast is het vaak ook gewoon echt niet leuk allemaal. Dat niet buiten kunnen, mensen moeten missen, thuis moeten werken in drukte en in de vroege en late uren, overprikkeld zijn, nooit eens even ‘uit’ staan, altijd moeten anticiperen. Maar voor mezelf geloof ik echt dat ik niet wil verzakken in zuchten en piekeren. Het gaat het niet sneller doen gaan en het geeft me ook geen grip op deze situatie.

Dus doe ik wat ik steeds beter kan: meeveren.

IMG_0786

 

Lichtpuntjes VII

Ik wandel de laatste tijd heel vaak dezelfde wandelingen als vier jaar geleden. Ik was toen enkele maanden moeder van mijn eerste kind en dat was een transitie die ik niet zo heel erg gemakkelijk vond. De liefde voor dat kind was er gauw, maar dat vertrouwen in mezelf – in of ik het wel kon – dat durven loslaten en vertrouwen, dat groeide eerder langzaam. Ik schreef daar één van mijn allereerste blogs over, over hoe ik de seizoenen allemaal doormaakte in die 15 (veel te korte) weken zwangerschapsverlof. Ik eindigde in een lente die stilaan om de hoek piepte en ik voelde toen gelukkig dat ook de zomer wel weer zou komen.

Nu ik die wandelingen de laatste dagen weer op repeat wandel – dit keer met desbetreffend kind op een grote fiets voor me uit – ervaar ik een zelfde soort gewaarwording. Ik heb de voorbije weken de bomen weer heel snel zien veranderen. Ik passeer dezelfde struik iedere dag en ik stel vast dat er elke dag nieuwe bloemetjes uitgekomen zijn. De grote boom heeft steeds meer knopjes die groen worden. Het gras wordt langer. Er staan meer hyacinten – of ze vallen me meer op.

Dat was toen ook zo: in mijn hoofd stormde het soms, maar het was ook de eerste keer dat ik zoveel oog had voor de natuur. Ik merk het vandaag weer: nu het opnieuw waait in mijn gedachten, keer ik me opnieuw naar de natuur die zich nergens iets van aan trekt en gewoon ontluikt – zoals het hoort.

Dat op zich is al een lichtpunt. Maar ik noteerde er nog:

Kroon

Mijn oudste zoon knutselde een kroon voor mij toen ik boven zat te werken. Hij koos voor roze omdat dat het dichtste bij paars aanleunt en dát is mama’s lievelingskleur zei ie. Hij wist precies wat er op moest komen, maar in welke volgorde de letters dan moesten dat wist hij niet voor elk woord. Met zijn tong tussen zijn tanden schreef hij dus de letters die zijn papa hem dicteerde. Op mijn kroon staat: Wij zijn verliefd op jou mama – Wij zien jou graag. Ach, mijn hart.

Knikje

Tijdens die wandelingen kom ik vaak dezelfde mensen op hetzelfde uur tegen. Lopers, moeders met hun kroost – mijn dorpsgenoten die er ook het beste van maken. Bijna altijd is er dat klein knikje. ‘Houd vol’, zegt het. ‘Goed bezig!’, betekent het. ‘Ik ben ook moe – die van mij zijn ook druk’, laat het me begripvol weten. Het doet deugd.

Studenten

Onze hogeschool gaat gewoon door met de lessen – al sinds 12 maart geven we uitsluitend online les. Dat was een behoorlijke aanpassing in het begin, maar intussen zijn we het min of meer gewend. Ik bedoel daarmee: ik krijg het praktisch wel enigszins rond, ik ben bekwaam om de ICT-tools te bedienen, ik krijg mijn leerstof overgebracht.
Maar mannekes, wat mis ik mijn collega’s en mijn studenten. Ik mis hun gekakel en hun gemiep. Ik mis hun vragen en hun monkellachjes om de droge mopjes die ik maak. Ik mis zelfs bijna hun zombiegezichten wanneer ze op Facebook zitten te neuzen terwijl ik les geef. Dus als we elkaar zien via Live Sessies dan doe ik een glitterpak aan, dan zwaai ik mijn armen van mijn schouders af als mijn les gedaan is en dan durf ik zelfs eens met emoticons te gooien.

Ze zwaaien terug – ze typen ‘daaag’ en eentje schreef het zelfs op mijn virtueel bord en ze zette daarbij het hartje op de i.

IMG_0704

 

Lichtpuntjes VI

Als ik de media mag geloven, dan gaat mijn reeks van lichtpuntjes nog wel even duren. Ik moet mezelf soms verplichten om het zo te blijven zien. Als ik te ver vooruit denk, dan word ik zenuwachtig en onrustig. Ik ben niet goed in loslaten, ik heb graag de controle. Ik besef wel dat controle altijd een illusie is en als ik het even vergeten was, dan drukt het leven me nu weer even met de neus op de feiten.

Ik probeerde het goed te doen vandaag. Maar soms is de emmer gewoon even vol. Dan ben ik het beu – dat vastzitten samen. Dan wil ik geen geschreeuw meer horen, geen geruzie over dat ene autootje terwijl we er zeker tien miljard hebben liggen. Dan wil ik niet meer uitleggen hoe de aarde om de zon draait en waarom sommige mensen een middelste naam hebben en anderen niet. Dan wil ik gewoon even terug naar een maand of twee geleden toen we elk ons ding konden doen, toen er meer ademruimte was – letterlijk en figuurlijk – toen we niet voortdurend op elkaars lip zaten.

Maar kijk. Het is niet anders. En hoewel ik nog steeds eerder van het proberen te controleren ben, ben ik toch ook al meer geworden van het beste er van maken. Dus hier komen ze.

Een wilde weldoener 

Onze patissier maakt zo’n lekkere prinsenkoeken dat ik ze soms intraveneus toegediend zou willen krijgen. Zijn zaak zit nu ook even in zwaar weer, maar hij probeert er het beste van te maken. Je kan er bijvoorbeeld lekkers bestellen – koeken, chocolade voor Pasen – en dan contactloos komen ophalen. Vanavond postte hij een filmpje van een anonieme weldoener die het personeel van het ziekenhuis wilde trakteren op lekkere chocolade. Daar moet ik van bleiten – in a good way.

Op berenjacht

Vandaag vertelde ik de jongens over hoe mensen nu beertjes voor hun raam zetten en dat we die allemaal moeten proberen te zoeken als we gaan wandelen. We zijn immers allemaal vervloekt tot dezelfde wandeling elke dag te doen. En ik moet zeggen dat dit de boel toch enigszins opvrolijkt. De jongens waren heel enthousiast en we hebben al heel wat beren gespot. Morgen coveren we een ander stuk van onze gemeente. Toen ik ze daarnet in bed stak, zag ik dat hun gordijn wat raar stond. Hadden ze allebei ook een beer op de vensterbank van hun kamer gezet.

De bouwvakkersreet van mijn jongste

Ik moet daar niet veel uitleg bij geven. Hij had een jogging aan die nog wat los zat en ik heb hard gelachen terwijl hij jolig prut voor me kookte in de buitenkoken.
Wandelen – alleen – met een podcast in mijn oren

Ik wandel wat af de laatste dagen. Voormiddag en namiddag trek ik er altijd even op uit met de jongens. Wat adem happen, wat beren spotten. Het redt me vaak wanneer ik voel dat mijn grenzen in zicht komen. Als we thuis zijn, is er wat energie gekanaliseerd voor iedereen. Maar het allerbeste wandelen, dat is voor mij nu alleen wandelen. Zo vlak na het eten trek ik mijn jas aan en zet ik een podcast op en ik stap en stap en stap. Lang duurt dat niet want het is dan toch opeens donker, maar het helpt. Mijn spieren ontspannen, mijn borstkas lijkt wat open te gaan en er komt weer zuurstof in mijn hoofd. Dat wandelingetje alleen met mezelf geeft me vaak weer wat ik nodig heb om voort te gaan en het positief proberen in te vullen.

Maar god, ik mis mijn school (en die van de kinderen!), ik mis mijn collega’s, ik mis mijn vrienden, ik mis mijn studenten, ik mis mijn familie, ik mis mijn mama, ik mis alleen thuis zijn, ik mis mijn leesclub, ik mis mijn yogales, ik mis onze zaterdagochtenden in het bos en de koffie die daarbij hoort, ik mis mijn wandelingen naar de bib, ik mis de huid die vroeger op mijn handen te vinden was maar die ik er de voorbije dagen heb afgeschrobd.

Ik mis zoveel dingen die zo vanzelfsprekend waren en ik beloof bij deze plechtig dat ik niets nog gewoon zal vinden als dit allemaal ooit achter de rug is.

 

IMG_0641

Lichtpuntjes V

We zitten nu al meer dan tien dagen ‘in ons kot’, afgezien van de dagelijkse wandeling in de nabijheid van datzelfde kot. Die wandeling is broodnodig voor de geestelijke gezondheid van de kinderen en daarmee bedoel ik natuurlijk dat ik gek word als ik constant met hen binnen moet zitten.

Nu het me wat beter lukt om ‘in het nu’ te blijven, komt er wel weer een ander van mijn mankementen bovendrijven. ’t Was te peinzen. Nu heb ik het weer lastiger met niet te vergroeien met mijn smartphone. Heel vervelend vind ik dat, want ik was echt op de goede weg. Dat binnen zitten maakt echter dat ik dat ding meer vastpak om in contact te blijven met mijn geliefden (juij!) en om mindless te scrollen (aaargh).

De voorbije dagen voelden heel regelmatig wel eens als een test van mijn geduld. Bijvoorbeeld elke keer wanneer mijn kinderen dingen ‘als eerste’ klaar willen hebben zoals daar zijnde: eerst klaar zijn met eten, eerst klaar zijn met lijmen, eerst fietsen, eerst hun handen wassen, eerst klaar zijn met tekeningen kleuren en eerst klaar zijn met stickers plakken. Dat dat niet geldt voor eerst klaar willen zijn met opruimen, fruit eten of tanden poetsen is voor hen volstrekt logisch en voor mij behoorlijk enerverend. Hoog tijd dus voor wat lichtpuntjes.

Mijn mama

Dit weekend was mijn mama jarig. Dat vieren we normaal gezien door in haar living te zitten en ons vol te proppen met al het lekkers dat ze maakt. Gelukkig beseften we vorig jaar eindelijk dat het beter is als zij eens niét kookt op haar verjaardag. We hadden dus een leuk restaurant gereserveerd maar toen kwam corona en we weten allemaal hoe het verder ging. We mogen dus niet bij haar in de buurt komen maar dat kon ons niet tegenhouden om haar toch te vieren. We zongen via Whatsapp (dat geluid liep niet tegelijk dus we klonken erger dan ooit), ze blies een kaarsje uit van bij haar thuis tot in Brussel waar mijn broer woont en we maakten een spandoek dat we gingen uitrollen op haar oprit. Dat ze nog heel lang mag leven – in de gloria en vooral hier bij ons.

De ex van mijn ex

Mijn ex is een plezante mens met veel smaak. Het hoeft dus niet te verbazen dat hij toen onze relatie afliep, daarna een relatie begon met een lieve, schone en intelligente vrouw. Iets in haar persoonlijkheid – ik denk dat het haar zelfvertrouwen en positiviteit is – zorgde ervoor dat ze bij de start van hun relatie heel erg open en vriendelijk tegen me was. Niks geen wantrouwen of territorium afpissen. Zo verfrissend dat dat was!
Dat leidde tot een vriendschap op afstand: we volgen elkaar, we babbelen soms, we moedigen elkaar aan. Ik vind dat echt heel bijzonder en het maakt me blij. You rock, E.!

Het springkasteel

We huurden de afgelopen week een springkasteel voor de jongens. Nu onze vakantie over enkele weken niet door zal kunnen gaan, vonden we het fijn om hun verdriet op deze manier wat op te vangen. Dat het ons elke dag enkele uren rust zou geven, dat hadden we gehoopt maar bleek niet helemaal uit te komen. Dat we het zelf ook zo fijn zouden vinden om wat lucht en licht in ons lijf te springen, dat hadden we dan weer niet voorzien. Allemaal goed dus, maar gisteren moest dat ding in de auto geraken.
We kozen voor de giraf met dak en dat spel weegt zonder lucht zo’n 120 kilo.
“Gewoon oprollen gelijk een slaapzak”, zei de verhuurder nog. Dat ik mijn slaapzak al jaren gewoon in dat zakje prop, dat wist hij natuurlijk niet. Ik vreesde dus het ergste.
Gisteren rond een uur of zes begonnen we eraan. Het “oprollen” stokte ergens halverwege en we besloten om vanaf daar het springkasteel “gewoon zo” in de auto te leggen. De zetels gingen plat – Wout zag het goed in en ik was in mijn hoofd al aan het bedenken hoe ik hulp zou inroepen zonder mijn man zijn ego al te veel te kraken.

Wat volgde was ons eigen pivot-scenario (Friends fan, I’m looking at you). Ik heb echt heel hard gelachen, heel weinig bijgedragen en heel vaak gezegd dat IK ECHT AAN HET DUWEN WAS MAAR DAT HET GEWOON NIET OPSCHOOF. Maar kijk, mijn lief met zijn positivisme won en het ding is in de koffer geraakt.

En wat het allerbeste is – en wat ik al helemaal nooit had durven dromen: het is er ook weer uitgeraakt zonder de binnenbekleding van de auto mee te trekken.

Als dat geen lichtpunt is, dan weet ik het ook niet meer.

Processed with VSCO with c1 preset

 

 

 

Lichtpuntjes IV

De televisie blijft uit vanavond. Ik sluit me heel bewust even af van de nieuwsstroom. Hoeveel keer ik me ook uitschrijf, er blijkt toch altijd één nieuwsbrief over die toch mijn inbox bereikt met cijfers waar ik onwaarschijnlijk verdrietig en bang van kan worden.
Ik wil het even niet vandaag – geen interesse in de coronanieuwsbrief. Ik probeer me – zo goed en zo kwaad als het kan – te focussen op… de lichtpuntjes

De zus van

Ik leerde de voorbije maanden iemand heel inspirerend kennen. Ons online onnozel gebabbel groeide supersnel uit tot (h)echte vriendschap met veel betrokkenheid. We checken elke dag even in bij elkaar (‘hoewist maateke?). Ik voelde me echt gezegend: een nieuwe vriend erbij. Een gelijkgestemde! Blijkt haar zus even plezant te zijn.

Kinderen die keihard zichzelf blijven

Je las het hier al eerder – ons oudste kind praat constant en stelt voort-du-rend vragen. Dat is een wonderlijke eigenschap – die nieuwsgierigheid en die goesting om bij te leren. Maar god, wat is het bij momenten vermoeiend en irritant! Niks kan gewoon zomaar ‘zijn’ voor hem. Zoals vanmorgen: hij zingt “‘k Zag twee beren” – kinderen zingen dat gewoon zomaar doorgaans, staan niet echt stil bij de boodschap. Bij hem wordt er na de eerste twee zinnen een vraagpauze ingelast: beren kunnen toch geen broodjes smeren? Waarom smeren ze broodjes en geen pistolets? Hadden ze dat misschien niet meer bij de bakker? Hoe maak je pistolets? Hoe komen die gaatjes zo in boterhammen? Wat is ‘een wonder’.
Of zonet: mijn man las een boek voor. Dat is bij ons thuis een bijzondere ervaring. Er zijn twee kleuters die zagen tot je voorleest en als je dan voorleest heb je langs links iemand die voortdurend dubbel ligt met zijn eigen protten en langs rechts iemand die een spervuur van vragen stelt TERWIJL je aan het voorlezen bent. Opeens was Wout het beu en hij stopte met lezen. “Jongen, ik wil dat je nu even stopt en gewoon luistert. Als je zoveel vragen stelt dan kan ik amper een verhaal voorlezen.” Waarop de oudste nog voor zijn zin af was: “Wat betekent ‘amper’?”

Bloemen van de buren

“Trek je even de voordeur open?”, stuurt ze.
Voor onze deur staan een hele hoop viooltjes. “Om je een beetje op te fleuren,” laat ze weten. Ze woont drie deuren verder en haar kindjes zijn telkens net een jaartje ouder dan die van mij. We hebben aan een half woord soms genoeg. We weten hoe het is om regelmatig alleen thuis te zijn met de kindjes. We weten hoe het is wanneer je jezelf even verliest in het zorgen voor anderen. We weten hoe het voelt om jezelf voor de kop te slaan omdat je vindt dat je iets niet hebt aangepakt zoals je dat wil. We weten hoe het is om elke dag met nieuwe moed en een schone lei te beginnen. Het doet me vaak deugd om even aan haar te denken als het hier thuis even botst: ik ben niet alleen.

 

Het is donker buiten en ik draai de voordeur op slot. Ik vind het iets bezwerends hebben en ik spreek in mijn hoofd de bijhorende toverspreuk uit.
Dat iedereen gezond mag zijn en dat de deur heel gauw weer open kan.

IMG_0394

 

 

Lichtpuntjes III

Het zijn hele hele rare tijden. Het voelt bij momenten alsof ik in een slechte science fiction film beland ben. De situatie dwingt me om stil te staan en intussen stort de nieuwsstroom zich voortdurend in grote golven over mij heen. Ik word daar bij momenten echt angstig van. Ik voel me gejaagd omdat ik tegelijk voor mijn kinderen zorg, het huishouden probeer onder controle te houden en intussen ook blijf werken. Voor mij is het des te belangrijker om elke dag te blijven letten op die kleine lichtpuntjes. Dit is wat ik noteerde voor de voorbije dagen.

Solidariteit & vriendelijkheid

Als er één goed ding is aan heel deze crisis, dan is het dat het ook het beste in mensen naar boven haalt. Plots zeggen mensen weer gedag tegen elkaar – ook volslagen vreemden. We gebaren van ver naar het koppel aan de andere kant van de straat: hallo – zwaaien we. Alles goed – zeggen onze duimen. We wuiven vanuit ons raam naar moemoe & vava. Ze wuiven terug en roepen dat het gaat. Dat het moet he. Ik wens dat het blijft duren – dat mensen ook later weer tijd hebben om even dag te zeggen.

Olive, again

Dat ik een veellezer ben, wisten jullie al. Toch heb ik de voorbije maanden nog nooit zo weinig gelezen als nu. Ik zie overal op social media hoe mensen ‘nu eindelijk tijd hebben om die stapel boeken te lezen’ en ik ben echt jaloers. Het lukt me niet. Overdag ben ik tien dingen tegelijk aan het doen (boterhammen in stukken snijden – fruit aanreiken – mails sturen – opdrachten maken – lessen inspreken – live sessies geven – eten maken – verf uit haren wassen – …). ’s Avonds wanneer de kinderen in bed liggen begint deel 2 van mijn werkdag en die duurt vaak tot in de erg late uurtjes. Ik zou daarna dan moeten lezen om te ontprikkelen maar de laatste dagen verdwaal ik dan weer op die gsm langs waar meer slecht nieuws zich een weg baant naar mijn hoofd. Bweik, stom van mezelf. Gisteren lukte het wel: ik las ‘Olive, again’ uit – het vervolg op het mooi ‘Olive Kitteridge’. Ik vond dit tweede deel nog beter. Olive maakte me onder andere weer attent op het licht. In deze dagen vind ik het heel heel fijn dat ik daar weer oog voor heb.

Because in February the days were really getting longer and you could see it, if you really looked. You could see how at the end of each day the world seemed cracked open and the extra light made its way across the stark trees, and promised. It promised, that light, and what a thing that was. As Cindy lay on her bed she could see this even now, the gold of the last light opening the world.

 

De lente

Zoals Pablo Neruda al zei: ze kunnen alle bloemen plukken, maar ze kunnen de lente niet tegenhouden. Samen met de jongens kijk ik naar hoe de lente zich ontvouwt. Onze struik krijgt elke dag meer witte bloemetjes, de hyacinten bloeien en als de wind juist waait ruik ik ze tot binnen. We zien tijdens onze wandelingen hoe knopjes openbarsten. De zon schijnt hard aan de blauwe hemel en dat maakt het bij momenten allemaal nog surrealistischer als je’t mij vraagt. Maar ik geniet ervan en ik hoop en wens dat de zon nog lang van de partij is zodat wij niet gedoemd zijn tot twee kleuters die binnen ons meubilair afbreken terwijl wij proberen te conference callen.

Fietsen

Ik schreef het hier al: onze oudste kan fietsen. Ik zou het sowieso nooit willen vergeten, maar doordat hij het net nu uit zijn hoed tovert, staat het voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Hij vindt het héérlijk. We fietsen op de dijk naast het meer kort bij ons huis. “Ben je fier op mij?!”, schreeuwt hij. Ik zeg hem dat ik natuurlijk fier op hem ben en dat hij dat zeker ook wel erg blij zal zijn met zichzelf. Hij stopt en draait zich om. Hij legt uit dat hij het eerst niet durfde en toen een beetje wel. Hij vertelt dat hij nu veel sneller kan dan ik maar dat hij zal proberen niet té snel te gaan en dat ik hem altijd mag roepen als ik dat wil. ‘Zo’, zegt hij en hij zet zijn handen als een toeter aan zijn mond.
Hij belooft dat hij zal wachten.

Processed with VSCO with c1 preset