Doodnormaal

Mijn kinderen gaan bijna wekelijks naar het kerkhof. Aangezien mijn papa en hun grootvader daar rust, is dat niet abnormaal.

Het is iets wat voor hen bij het leven hoort. Zoals we naar oma gaan, zo gaan we naar opa. Hoewel zo verschillend, is het voor hen eigenlijk hetzelfde.
We laden onze kindjes achterop onze fiets, we gespen hun helmpjes vast en we zijn weg. Onderweg wijzen we naar de dieren die we zien. Richting oma zien we struisvogels en paarden, we zien schapen, we fietsen over een bruggetje en tussen de perenbomen. Elke keer verzekeren we Kas dat de peren inderdaad nog wat moeten groeien. En ja, daarna komt de boer ze plukken en hij brengt ze naar de winkel. Daar kunnen wij ze kopen. “Mama en Kas?”, vraagt ie. “Ja lief, mama en kas en alle andere mensen die graag peren eten.”
Richting opa zien we twee uilen. Ze wonen in een veel te laag afgespannen stuk grond. Het is eigenlijk zielig. Ik vraag hem of hij denkt dat de uiltjes niet liever willen vliegen. Hij antwoordt dat ze misschien willen slapen. Dat ze niet veel anders kunnen doen daar op die 10 vierkante meter, dat zeg ik hem niet. Daarna passeren we meer perenbomen (ja, die moeten ook nog wat groeien), koeien met kalfjes (hij legt veel klemtoon op de F – kal-fjes zegt ie), een groot paard en een klein paard en veel velden met maïs. Hij wijst alles aan, benoemt en wij bevestigen.

Hij gaat vragen of er ijsjes zijn, zegt hij al nog voor we de oprit opdraaien. We bevrijden hem uit zijn fietsstoeltje en hij spurt naar de deur. Oma tovert mini-ijsjes tevoorschijn en voor ongeveer 3 minuten en 23 seconden horen we hem niet. Daarna wil hij nog water, een koekje, het kleine balletje, of nee toch de grote. Elias kruipt in zijn kielzog – volgt zijn grote broer als een schaduw. Hij zet zich op zijn zachte pamperpoep en probeert met zijn kleine, korte vingertjes de kruimels van Kasper zijn koekje op te rapen.

Bij opa is het meer van hetzelfde – al moet ik hier zelf voor de snackjes zorgen. Voor we vertrekken, moffel ik nog gauw twee reepjes kinderchocolade in mijn handtas en een flesje water. Ik bevrijd hem uit zijn fietsstoel en hij spurt naar het graf van opa. Ik zet hem neer op het stukje gras, zijn kleine broer naast hem. Wanneer ze het papiertje van de kinderchocolade horen ritselen, kunnen ze allebei niet snel genoeg op mijn schoot zitten. Langzaam eten we samen – blokje voor blokje – de chocolade op. We breken de reep in stukjes en laten allemaal een stukje smelten op onze tong. Het is even stil en rustig. De wind waait door onze haren. “Het windt!”, zegt Kas en ik wil hem niet verbeteren want ik vind het juist.

De dingen die ze doen zijn hetzelfde bij oma en bij opa: koekjes ontfutselen, hard lopen en knieën openvallen, bloemetjes water geven, helpen met poetsen, kijken naar vogels en zwaaien naar dieren. Elias zoekt op beide plaatsen dingen om in zijn mond te steken: kruimels bij de ene, stenen bij de andere.
Ook de dingen die ze voelen zijn – tot hiertoe – gelijkaardig. Ze kijken ernaar uit om hun grootouders te zien. Het ritje naar daar is altijd heerlijk. “Wij zijn met ons viertjes!”, zegt Kas – en hij somt ons allemaal op zodat er geen twijfel over bestaat wie hij bedoelt. We komen aan met veel lawaai – op beide plaatsen. We vertellen wat we meemaakten, dat de juf langs kwam, dat we nieuwe schoenen kochten, dat de zon schijnt en dat alle bloemetjes veel dorst hebben. Het afscheid is ook hetzelfde: een kus voor oma en ook een kus voor opa. Hij zag mij ooit papa’s foto kussen en sindsdien hoort het ook bij Kas z’n afscheidsritueel.

Hun grootouders opzoeken, dat is voor mijn kinderen bijna dagelijkse kost. Dat hoort erbij. Dat is – gelijk ze zeggen – doodnormaal.

Processed with VSCO with c1 preset

Advertenties

Rijk

Als ik denk aan alle boeken die ik nog ga mogen lezen en hoe plezant het is dat ik dat zo onwaarschijnlijk graag doe
Als ik de koelkast opentrek en uit zoveel dingen kan kiezen en toch altijd voor de aardbeien ga
Als ik wat rondscharrel in mijn bureau en enkele toetsen induw op mijn piano
Als ik mijn kinderen hoor schaterlachen terwijl ik aan het koken ben – net voordat er eentje begint te mekkeren
Als ik in de Colruyt niet moet kiezen, maar drie verschillende soorten koeken in de kar kan leggen
Als ik mijn vingers over de zijkanten van mijn cd-rek laat glijden en Rumours er nog eens uitpik
Als ik groenteschillen naar het VAM-vat breng en stilsta om de achterkant van ons huis te bekijken
Als ik op zondag met Kas naar de bakker wandel en op de terugweg een kaarsje aansteek voor onze buurman
Als ik in mijn oranje tuinstoel zit en de wind mij de lavendelgeur tegemoet blaast
Als ik met een collega die intussen ook mijn vriend is aan de waterkant over de zelfbewustzijns-ui praat en nog een halve dag nadenk over haar input
Als ik aan de slaapkamerdeur ga luisteren naar de diepe slaapadem van mijn jongste zoon
Als ik kijk naar hoe mijn lief ’s morgens gel in zijn haar doet en dan met gespreide vingers naar de pompbak loopt om zijn handen te wassen
Als ik denk aan mijn familie, aan mijn nichtjes en onze naderende vakantie – allemaal samen
Als ik met een oude vriend die nog altijd gloednieuw aanvoelt onnozel doe op een fuif en me nog eens écht jong voel
Als ik mijn oudste in bed stop en hij – zoals elke avond – “I love you! Doe-hoeg!” roept
Als ik op het trapje aan onze achterdeur ga zitten met een tas thee en de kat langs mijn benen komt kopjes geven
Als ik denk aan de weg die ik heb afgelegd – als vrouw, als partner, als moeder – en hoe ik steeds beter en makkelijker en liever mezelf ben
Als ik besef hoeveel schoner mijn leven aanvoelt sinds ik eraan denk om elke dag mijn zegeningen te tellen
Als ik de lichtjes aansteek boven onze tuintafel zodat de zomeravond nog wat langer kan duren

Dan weet ik
dat ik
de koning
te rijk
ben.

Processed with VSCO with c1 preset

Tears in Heaven

Het is u vermoedelijk allen bekend, dat nummer van Eric Clapton. Waarschijnlijk hebt u het – net zoals ik – al honderdmiljoenmiljard keer gehoord en raakt het u zelfs niet eens meer zo heel erg. Dat kan. Dat had ik ook.

Maar gisteren keek ik naar ‘Eric Clapton – life in 12 bars’ – een documentaire over het leven van Eric Clapton. En sjonge jonge, dat kwam binnen. Het eerste deel zag ik in “Het uur van de wolf” op NPO 3. Ik was matig geboeid. Het ging over Claptons jeugd en over hoe zijn moeder zich lang uitgaf als zijn zus. Over hoe ze later doodleuk kwam vertellen dat ze hem niet moest hebben hoewel nu ze toch voor hem kon zorgen. Ze had haar handen immers al vol met zijn halfbroer en halfzus. Die wilde ze klaarblijkelijk wél graag bijhouden. Het ging over hoe hij troost vond in muziek en hoe hij zich toen al anders kleedde dan zijn leeftijdsgenoten. Het typische eerste stuk van het levensverhaal van een muzikant: de tijd voor hij muzikant werd.

Deel 2 keek ik gisteren op mijn computer. Dat was andere koek. Ik zag hoe Eric Clapton verslaafd geraakte aan heroïne. Hoe hij daarvan afkickte om onmiddellijk een nieuwe verslaving te kiezen: alcohol. Dat was zowaar nog destructiever voor hem. Ik zag hem waggelen op het podium. Ik zag hem jarenlang achter Patty Boyd – de vrouw van George Harrison – aanlopen. En haar dan slecht behandelen toen hij haar eindelijk had. Ik zag hem racistische dingen zeggen en zich schamen. Ik hoorde hem zelf commentaar geven bij die beelden. Hij vertelde hoe hij al die albums zo lang niet graag gehoord heeft – ‘because I could always hear how drunk I was’.

En dan komt het kantelpunt. Na een korte affaire wordt ie vader van Connor. De geboorte van zijn zoon zorgt ervoor dat hij eindelijk fatsoenlijk korte metten maakt met zijn alcoholverslaving. Het kind groeit op en het lijkt goed te gaan met Clapton. Tot het noodlot toeslaat. Kleine Connor stort zijn dood tegemoet wanneer hij uit het raam klimt op de 35e verdieping van een flatgebouw in New York. De beelden tonen het totaal verbouwereerde gezicht van Clapton. Een man die niet beseft wat er zonet gebeurd is. We zien nog wat beelden van de begrafenis van het jongetje.
En dan. En dan. En dan zoomt de camera in op de handen van Clapton. Hij heeft een gitaar vast. De eerste noten maken meteen duidelijk welk nummer hij zal inzetten. Ik wist wat hij zou gaan zingen, maar het kwam toch nogal binnen. Hij vertelt dat hij troostbrieven kreeg, tienduizenden. En eentje was van Connor. Een week ervoor gepost in Milaan. “I love you. I want to see you again” had het kind aan zijn vader geschreven. Clapton schreef ‘Tears in Heaven’ en besloot de rest van zijn leven te leven op een manier die zijn zoon recht aandeed. Een jaar lang speelde hij elke dagen urenlang op zijn Spaanse gitaar. Het resultaat is het album “Unplugged” waarmee hij veel prijzen won.

IMG_9836
De documentaire eindigt positief. Clapton vond de ware liefde en kreeg nog drie dochters. Hij is niet meer terug verslaafd geraakt, hij maakte fantastische albums (“Me & Mr. Johnson” is één van mijn favoriete platen aller tijden).  BB King sluit de reportage met een speech waarin hij zijn vriend Eric eert: “May I live forever. But may you live forever and a day.”
Man, wat greep me dat aan. Dat kleine kindje, die mens die totaal verbijsterd is, die ronde bril zoals mijn papa er ook één had en zoals mijn broer er nu een op zijn neus heeft staan. Dat lied dat ik intussen regelmatig heb overgeslagen omdat ik het al te vaak gehoord heb. Dat lied heb ik vandaag veel gespeeld en het klonk weer helemaal nieuw en rauw en schoon, zo schoon. En ik dacht: als één van mijn jongens ooit…. en ik dacht: nee, nee, nee!

 

Fiere gieters

“Ik ben fier”, zei mijn lieve collega N. tegen mij na afloop van een presentatie van een van onze laatstejaarsstudenten. De tranen prikten in haar ogen. “Als ik niet hier was, dan zou ik wenen, denk ik”, fluisterde ze. “Je weent al”, antwoordde ik. Ze lachte en zei nog eens dat ze echt ontroerd was.

Onze derdejaarsstudenten stelden op 20 juni hun Bachelorproef voor. Dat betekent dat ze na een jaar zwoegen en zweten ongeveer 15 minuten krijgen om heel hun verhaal te komen doen. Ze vertellen over hoe ze bronnen moesten zoeken en teksten moesten lezen waar ze al van zuchtten nog voor ze begonnen. Ze vertellen over hoe ze mails en mails stuurden en soms geen reactie kregen. Ze vertellen over hoe ze dingen gingen uittesten in de praktijk. Stralend zeggen ze ons dat de kleuters het zo leuk vonden – en wij ook mevrouw!

Zakken vol materiaal slepen ze mee naar hun presentaties. Mama’s en liefjes worden gemobiliseerd om te helpen dragen. Onze externe juryleden moeten er wat om lachen. Wij zijn het al gewend. In andere studentensteden haal ik ze er zo uit – de studenten kleuteronderwijs. Het zijn de studenten die gepakt als muilezels de school buiten stappen. Het zijn de studenten die verkleed over de straten lopen wanneer ze terugkomen van één of andere speciale dag op school. Het zijn de studenten die prachtig materiaal uit hun tassen toveren en me achteloos zeggen dat ‘dat echt niet zo heel moeilijk was om zelf te maken hoor’. Het zijn de studenten met blinkende ogen – vol idealen en vol geloof in de talenten van de kinderen die ze dag in dag uit met veel liefde laten groeien tot de beste versie van zichzelf. Het zijn de studenten die glimmen wanneer ze spreken over ‘hun kleuters’ en extra hard glimmen wanneer ze toelichten hoe ze ook die éne kleuters zagen openbloeien, die ene waarover ze zich zorgen maakten. “Ik heb hem veel geknuffeld mevrouw”, zeggen ze, “en stilaan ging het beter. Nu is hij bijna de luidste van de klas.”

En ons – hun lectoren – haal je er ook zo uit. Wij zijn diegenen die met tranen in de ogen tegen elkaar zeggen dat we weer zo fier zijn. Zo fier.

 

 

Een zacht afscheid

“Het is je alweer niet gegund, dat zachte afscheid”, zei L. me onlangs toen ik tegenover haar zat. Ze doelde op mijn nonkel Johan die in maart op een week tijd van diagnose naar overlijden ging. Ik heb sindsdien nog vaak aan haar woorden terug gedacht, aan dat zachte afscheid dat er weer niet kwam.

Veel zag ik hem niet, die nonkel van mij. Hij wou dat graag zo, hij was op zichzelf. Dat hij wat anders was, dat heb ik altijd zo ervaren. Zo spraken mensen over hem. Niet altijd met slechte bedoelingen, zeker niet. Maar het viel op. Hij kon lange lange mails sturen over het sterrenstelsel. De hele tekst stond in een fluogeel dat met het menselijk oog amper waar te nemen was. Ik markeerde alles – kopieerde en plakte in Word. Na drie alinea’s kon ik al niet meer volgen.

Hij gaf niet veel om hoe hij erbij liep. Toen papa stierf, koos hij wat kleren uit. Die moeten hem allemaal verschrikkelijk veel te groot geweest zijn. Hij was kleiner en magerder dan papa. Maar hij droeg ze. Dat weet ik, want ik heb ze enkele weken geleden uit zijn kleerkast gehaald en ze in zakken gestopt om weg te geven.

Hij was niet helemaal mee met bepaalde conventies. Als we op bezoek gingen, gaf hij op voorhand aan dat hij niets van koeken in huis had. We mochten zelf meebrengen wat we wilden en hij zou het ons betalen. We zagen hem niet veel, maar als we gingen dan trakteerde hij. Hij at zelf het meest: twee pannenkoeken met boter. Hij schepte het bakje zorgvuldig leeg, liet de boter traag smelten en trok er nog een open. De koekjes van de koffie schoof hij door naar Kasper.

De laatste jaren lette ik goed op wanneer ik hem zag. Ik speurde zijn gelaat af, op zoek naar gelijkenissen met papa. Vroeger waren die er amper. De laatste jaren begonnen de broers meer op elkaar te lijken. Zijn haarlijn week terug op dezelfde manier. Hij zette zijn bril weer op de juiste plek op zijn neus met hetzelfde gebaar. Hij zei “niewaar”, aan het einde van de zin en ik herinnerde me weer hoe papa dan antwoordde van “welwaar”.

Ik vroeg hem vorig jaar of hij voor mij misschien wat herinneringen aan papa wilde opschrijven. Ik kan geen nieuwe verhalen meer maken met mijn vader, maar ik kan wel proberen er oude te verzamelen. Hij vond het een hele eer, zei ie en hij ging aan het schrijven. Zes weken lang kreeg ik elke zondagvoormiddag een lange e-mail. Hij had mijn vaders leven opgedeeld in stadia en hij had voor elk stadium één van papa’s bijnamen gebruikt. Hij beschreef momenten uit papa’s leven, kleine dingen die ik niet wist en sommige die ik al heel vaak heb gehoord. Ik las de mails altijd eerst heel snel – mijn ogen spurtten over de zinnen – en daarna nog twee of drie keer heel traag. Ik las stukken hardop voor, voor mezelf. Alsof ik zo weer wat leven in hem kon praten.
Ik las – zonder dat hij dat telkens letterlijk zei, hoewel hij het ook letterlijk zei – dat hij mijn papa miste en ik voelde plots heel erg dat het natuurlijk zijn broer was. Ik wist dat al, maar toen voelde ik het echt. Broers. Het waren broers.

Enkele weken geleden maakten we zijn appartement leeg: ik en de jongens waar ik mee groot geworden ben. De zon scheen loeihard en het was warm. We lachten om gekke dingen die we vonden, we hoestten omdat er stof in ons gezicht vloog. We namen een aanloop om zware kasten op een plank met wielen het bergje naar de container op te duwen. We aten in de speeltuin waar we vroeger sigaretten gingen roken, of neen, spelen bedoel ik. Op het einde van de dag sloegen we de container – die stampvol zat – dicht. Daarna moest ie nog eens open omdat J. een kast ontdekte die nog een schat aan oude cassettes bevatte. “Ik heb niet eens een cassettespeler”, zei ie, en hij nam tien cassettes mee naar huis. Toen sloegen we hem nog eens dicht – de container. Met veel lawaai viel de zware deur in het slot. 60 jaar opgeruimd in één dag.

Alweer geen zacht afscheid dus. Geen handen vasthouden, geen afscheidsgroet, geen laatste woorden. Maar gelukkig kom ik de twee broers nog wel eens tegen. Ik zie ze in de man bij de apotheker die met hoog opgetrokken sokken in moccasins zijn Dafalgan bestelde. Ik hoor ze in West-Vlaamse klanken – “mo ba nink!”. Ik ruik ze in lindebomen, in echte scheerzeep en ook in sigarettenrook. Ik kan ze ook voelen. Als ik mijn ogen sluit, dan kan ik precies wijzen waar ze zitten. Vanbinnen.

Processed with VSCO with c1 preset

Het evangelie volgens Kas III

Van bloggen komt de laatste tijd niet erg veel meer in huis. Fulltime werken, twee kleine kindjes, een huishouden en de vermoeidheid houden me wat tegen. Ik ben er ook maar mee gestopt mezelf dat kwalijk te nemen. Het is wat het is en ik leef het leven zo goed als ik kan. Wat me wél lukt, is Kas zijn straffe uitspraken opschrijven. Ook niet allemaal want zijn bebber staat niet stil en hij flapt er elke dag wel wat geniale dingen uit.

Alhier een kort overzichtje:

  • Nee niet praten mama papa. Kas moet praten! (Kas vindt dat hij zelf te weinig aan het woord komt in de auto en laat ons dat luid weten vanop de achterbank).
  • Niet slapen mama! Niet moe zijn! (Ik was ziek en hij merkte op dat ik niet echt actief meekeek naar Samson).
  • Ik heb veel veel koud! Wantjes aan! (Heel de winter mijn stinkende best gedaan om hem zijn wanten langer dan 10 seconden te laten aandoen. En nu het eindelijk lente wordt, wil hij wel).
  • Jij moet de kaka in stukken snijden. (Kas wijst naar zijn potje en had een bijzonder voorstel).
  • Wat eet een schildpad eig’lijk? En een vlinder? (Ik heb het allebei moeten googlen).
  • Zachtjes mama! Op de stoep rijden! Kijk voor je! (Kas zit achterop bij mij op de fiets en hij vindt het nogal hard gaan).
  • We moeten snoepjes kopen voor Kas! Tot straks paard! (Kas neemt afscheid van het paard in de wei).
  • Ik vind Kaatje wel slecht! (Wout & ik zegden elkaar in de auto dat we die kindermuziek van Kaatje “niet slecht” vinden. Ons kind toont nog eens dat hij een peuter is).
  • Ik kom niet terug tractor! (Kas neemt afscheid van de tractor).
  • Dag auto! Ik ga naar pipitheek! Ben zo terug! (Kas zwaait naar de auto die ons laat oversteken op weg naar de bibliotheek).
  • Dag mensen! Ik ga sjommemmen! Ik kom niet terug! (We vertrekken uit de bibliotheek en gaan naar de speeltuin)
  • Het is jente! boekje vanne jente lezen mama! (We fietsen door het park en ik wijs hem op de bloesems. Hij herinnerde zich nog dat we enkele weken geleden “Saar in de lente” lazen waar ook bloesems inkwamen).
  • Nu zijn we weer bij jou, eendje! (Kas fietst naar een eend en lijkt de eend best persoonlijk te kennen als ik dat zo hoorde).

Hij wordt zo groot, die oudste van mij. Ik vind het fantastisch en vreselijk tegelijk om hem zo snel te zien groeien. Het is een topkind, echt waar. En als de dag lang was en ik pas na zessen klaar ben met lesgeven, dan hoef ik maar één minuutje met hem te praten en de vermoeidheid glijdt van me af. (Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat hij net zo goed het omgekeerde effect op me kan hebben – maar hij ligt in bed terwijl ik dit schrijf en dan herinner ik me altijd iets makkelijker zijn goeie kanten).

Onlangs boog hij naar me toe en fluisterde hij: “Mama, ik ben fier op jou”. En dat was één van de eerste keren dat ik écht het gevoel had dat we dat nog niet zo slecht doen met onze kinderen.

Processed with VSCO with c1 preset

Het evangelie volgens Kas II

Intussen ben ik weer aan het werk en dat bevalt me zeer. Het is druk en veel rushen en mijn lontje is wat korter ’s avonds maar ik ben echt heel blij om terug te zijn, om mijn collega’s en mijn studenten te zien. Ik ga dat niet onder stoelen of banken steken – ik ben graag op school (pun intended).

Kasper en Elias groeien intussen vrolijk verder. De laatste weken beginnen ze echt lol te hebben met elkaar. Ze vullen hun tijd samen voorlopig in met niet altijd erg begrijpbare spelletjes zoals daar zijnde dingen op de grond laten vallen, dingen omduwen en dingen weg gooien. Maar ze vinden het alletwee hilarisch en liggen regelmatig in een breuk met elkaar. Kasper moet maar een gek geluid maken of Elias ligt al dubbel van het lachen. Ik vind dat fantastisch. En op dagen dat het allemaal even veel wordt – zo twee nog kleine kindjes – moet ik daar maar aan denken om het allemaal iets lichter te vinden.

Kas zijn wereld groeit trouwens heel erg met hem mee en aangezien hij veel taal heeft om alles te benoemen, weet ik vrij goed wat er zich allemaal in zijn wit koppeke afspeelt. Hij is nu erg bezig met de kleuren. Hij kent ze bijna allemaal passief en héél actief kent ie blauw. Ik durf stellen dat dat voorlopig zijn lievelingskleur is. Verder is hij helemaal gek van het boek “Ik wil een leeuw” en erg bang van het boek “Dino’s bestaan niet“. Elke keer hij het boek in zijn ooghoeken ziet zegt ie mij: Niet boekje dino’s lezen mama, Kas beetje ziek worden dan.

Hij kan het nogal uitleggen, die charel. Leest u zelf maar:

  • Dit is geen koek. Hij vraagt om een koek en ik gaf hem een Granny met bosvruchten.
  • Wout is nog de auto wegzetten. Ik stak Kas in bad, meende Wout te horen en riep ‘Wou-hout’.
  • Nee, want Elias slaapt/Nee, want papa is nog werken. Dat zegt ie bij alles waar hij geen zin in heeft of als ik moet stoppen met zingen.
  • Mama, weet je wat? Elke dag honderd keer en dan volgt er helemaal NIKS. Intussen wil ik het toch echt wel graag weten.
  • Stempel oppe poes zetten! Tijdens zijn zindelijkheidstraining mocht hij altijd een stempel op een tekening zetten. Die dag wou hij eens wat anders.
  • Eentje is ‘noeg!’ terwijl hij drie paaseitjes neemt.
  • Ik vind ’t superlekkek! wanneer hij vlees, rozijnen, bonen, sandwichen, spek, eitjes, koekjes, appels, peren en paarse druiven krijgt.
  • Elias vindt het niet superlekkek. Elias gaf een beetje van zijn fles terug.
  • Ik wil oppe paadje zitte. Paardje gate leuk vinden. Ik vraag hem altijd om te kijken naar mensen hun gezicht om af te leiden of ze het ok vinden wat hij doet. Dat kwam die keer terug als een boomerang.
  • Mama, ik ben nog een kleine baby. Yeah, you are.
  • Nu is oma jajig! Elke keer nadat hij In de Gloria uit volle borst gezongen heeft.
  • Oma is superjajig! Kas stapt de bloemenwinkel van de buren binnen en deelt mee waarom wij een boeket komen kopen.

Ik moet regelmatig zo hard lachen om wat er allemaal uit zijn mondje komt. Kasper is zo’n vrolijk kindje en ik heb het gevoel dat hij echt goed in zijn velleke zit. Het is zo grappig om hem naar de keuken te sturen om aan oma de ‘vjod’ te gaan vragen en hem dan zien terug te komen met de gevraagde ‘vjod’. Ik vind het zo fijn als ie na de opvang vertelt dat hij fijn met Febe heeft gespeeld. Kas is echt één van mijn favoriete gesprekspartners – al kan ik ook wel eens zot worden van de duizendste “Mama, wat is dat eig’lijk?”. ’t Is een babbelkous, mijn oudste zoon. Iets van de appel en de boom zeker?

IMG_6482

Het andere evangelie van Kas kan je hier lezen.