Bommen in Brussel

Ik herinner mij nog elke aanslag van de voorbije jaren..
Ik herinner me 9/11. Ik ging die dag naar een musical en ik weet nog dat men voor de start van de show even de tijd nam om aan te geven dat het belangrijk was dat mensen niet zouden vergeten om leuke dingen te blijven doen. Ik herinner me hoe mijn vader die dag en alle dagen daarna naar CNN zat te staren. Hij sprak niet veel en dronk koffie.
Ik herinner mij de voorpagina van de krant met een foto van het vliegtuig dat zich in de torens boorde en een andere foto van een vrouw helemaal bedolven onder stof. Ik herinner mij dat mijn broer opmerkte dat die krant heel speciaal was. Ik was nog te jong om echt te begrijpen waarom, maar ik hield de krant bij in een la van mijn bureau. Meer dan 10 jaar later liep ik met mijn broer door diezelfde stad en keken we samen naar het gat dat de terroristen hadden achter gelaten. Nog niet zo heel lang geleden liep ik opnieuw in die stad rond en zag ik hoe de Amerikanen dat gat zo mooi weer hadden opgevuld. Heel symbolisch en heel sereen en heel on-Amerikaans.

SubstandardFullSizeRender (10)
Ground Zero – juli 2014

Ik herinner mij de aanslagen in Madrid – ook in maart, maar dan in 2004. Ik herinner het mij vager, omdat mijn vriendin toen jarig was en ik nog jong genoeg was om daar vooral mee bezig te zijn. Elke leraar nam bij de start van de les wel even de tijd om te kijken of er vragen waren. Maar die waren er amper. De informatie kwam toen nog veel trager door omdat sociale media nog niet zo prominent in ieders leven aanwezig waren. Jaren later wandelde ik door de metro in Madrid en keek ik ook daar naar hoe de Spanjaarden dat gat op een betekenisvolle manier hadden opgevuld.

IMG_5117

Onder de indruk – Madrid 2012

Ik herinner mij de aanslagen in Londen in juli 2005. Ik was net met mijn ouders en met mijn vriendin aangekomen in Frankrijk. Michelle & ik hadden onze eigen kamer, de zon scheen, er waren boeken om te lezen, de vakantie was net begonnen en het leven lachte ons toe. Onze gastheer vertelde ons bij aankomst dat er ‘iets’ gebeurd was in Londen en dat we altijd in het salon de televisie mochten opzetten. Opnieuw keek mijn vader de hele dag en de dag erna naar CNN. Ik weet nog dat de televisie in dat salon nog groter en logger was dan die van mijn grootouders. En dat alles wat op het beeld verscheen grijs en stoffig was: de bussen, de straten van Londen, de mensen die uit de metro gekropen kwamen. Ik herinner me ook dat ik na een tijdje toch gewoon aan het zwembad ben gaan liggen en dat de vakantie voor mij doorging. Ik was nog jong genoeg om de impact van dat alles niet helemaal te begrijpen. Ik herinner mij die vakantie voornamelijk als een heel erg leuke vakantie. Het was de laatste vakantie met papa en dus voor mij zo zo dierbaar.

france20054

7 juli 2005 – ik begreep amper de impact van de aanslagen in Londen. Ik wist nog veel minder welke grote ramp er mij enkele maanden later zou overkomen, anders had ik de man op de foto wat dichter tegen mijn gilet getrokken.

Vandaag ben ik niet meer jong genoeg om niet te begrijpen wat er gebeurd is. En toch begrijp ik het niet. Ik begrijp niet waarom mensen zoiets doen. Ik begrijp niet hoe het verder moet. Ik begrijp het zelfs zo hard niet, dat ik het niet goed uitgelegd krijg.
Wat ik wel weet is dit. Mijn broer woont al jaren in Brussel. Hij heeft al overal in Brussel gewoond: aan het Sint-Katharinaplein, in de Dansaertstraat, Anneessens, in Koekelberg en nu in Molenbeek. Ik heb nooit nagedacht over Brussel – noch goed, noch slecht. Het was de stad waar mijn broer woonde en ik ben er altijd graag geweest. Ik ben hem in mijn studentenjaren vaak gaan opzoeken. Als arme student schoof ik graag mijn poten onder tafel. We aten tajine en kochten Turks brood in het winkeltje om de hoek. Daarna kroop ik achterop zijn Vespa en reden wij samen naar het centrum van Brussel waar wij wat pintjes gingen drinken. Soms nam ik de laatste metro en de laatste trein terug naar Leuven, soms bleef ik slapen. Nooit voelde ik mij onveilig – niet op straat, niet op de metro en niet in de trein. Ik weet niet of dat aan mijn broer lag, aan mezelf of aan de stad, maar Brussel is voor mij nooit iets ‘eng’ geweest.
Ik hoop dat dat zo mag blijven. Ik hoop dat dat zo mag blijven voor mijn broer en mijn schoonzus die zo van hun stad houden. Ik hoop dat dat zo mag blijven voor mijzelf en om mijn hart gerust te stellen. Ik hoop dat ik er gauw weer op vertrouw dat ze daar net zo veilig zijn als eender waar anders. Ik hoop dat dat zo mag blijven voor mijn zoon. Opdat ook hij Brussel enkel zal zien als de stad waar zijn nonkel en zijn tante wonen. De stad waar hij samen met hen naar de grote kermis kan gaan. En later wanneer hij groot is naar concerten, of misschien zelfs gaan studeren.

Ik voel me niet geroepen om uitspraken te doen over wat er moet gebeuren wat de politieke gevolgen van dit alles betreft. Ik heb te weinig kennis van zaken om daar ook maar iets zinnigs over te kunnen zeggen. Ik kan ook niet verwachten dat alle mensen op zulke situaties hetzelfde reageren, want iedereen heeft zijn achtergrond en zijn overtuigingen. Ik kan alleen maar hopen dat wij ons allemaal groots tonen in de komende dagen en weken en maanden en jaren.
Niet groter, maar groots.

10399923_10153440313198314_7371375230249538411_n

Advertenties

Rumour(s) has it

Vandaag las ik ‘Storms – my life with Lindsey Buckingham’ van Carol Ann Harris uit. Het boek gaat verrassend genoeg over de jaren waarin de schrijfster samen was met Lindsey Buckingham en dus deel uitmaakte van the inner circle van Fleetwood Mac. De vlag dekte in dit geval de lading dus behoorlijk goed.

In se is het boek uiteraard niet de roman van het jaar. Het is vooral een geromantiseerde versie van de 8 jaren waarin ze samen zijn geweest. Dat ‘geromantiseerd’ mag je letterlijk nemen. Verschillende gebeurtenissen worden nogal overdreven uitgerokken om het boek toch maar genoeg body te geven en eigenlijk is het vaak nogal veel van hetzelfde: drugs, rock ’n roll en de tol die zo’n leven eist. Toch heb ik het boek met veel plezier gelezen en wel om de volgende redenen:

1. Het was het eerste boek dat ik op mijn nieuwe Kindle las en boy dat was nogal eens plezant! Ik ben al heel mijn leven een boekenmie en ik hou ervan om boeken te kiezen, te kopen en te hebben. Ik kan soms wel een kwartier lang mijn ogen over de ruggen van de boeken in mijn boekenkast laten gaan. Ik word daar blij van. Raar – zegt u? Kijk, het is niet anders. Ik was dus enigszins sceptisch over hoe die Kindle mij zou bevallen, maar ik kan u allen verzekeren dat boeken en Kindles perfect naast elkaar kunnen bestaan. Het is niet omdat ik nu een e-reader heb dat ik geen papieren boeken meer zal lezen en omgekeerd. De Kindle is alles wat ik ervan verwacht had; namelijk een compact ding waar veel boeken op staan en ik zelfs geen bladzijde moet omslaan maar louter op het scherm moet tikken. Fijne leeservaring! Geslaagde aankoop! Hoera!

2. Ik ben heel erg fan van Fleetwood Mac. In elk Classics lijstje dat ik invul, zet ik ‘Rumours’ op één. Het is mijn favoriete album aller tijde. Niet dat ik geen andere muziek weet te pruimen, zeker niet. Maar Rumours is werkelijk de énige plaat waarvan ik élk lied goed vind. Bovendien is het verhaal erachter ook fascinerend. Fleetwood Mac bestond ten tijde van het schrijven van Rumours uit twee koppels (Lindsey Buckingham en Stevie Nicks & John en Christine McVie) die op dat moment uit elkaar gingen. De muzikanten schreven over die vervelende break-ups elk hun versie van de feiten neer in de nummers die uiteindelijk op ‘Rumours’ terecht kwamen. (De plaat heet overigens zo omdat er dus veel geruchten rondgingen over dat Fleetwood Mac zou splitten.) Zo schreef Christine McVie ‘Songbird’ voor haar minnaar Curry Grant maar maakte ze haar ex-man John wijs dat ze het schreef voor haar hond. (Serieus, hoeveel drugs moet je nemen om te denken dat ie dat zou geloven, denk ik dan). Stevie Nicks schreef haar verdriet van zich af in ‘Dreams’ en Lindsey Buckingham liet haar op zijn beurt weten dat ze zijn zak mocht opblazen via ‘Go Your Own Way’. Stevie Nicks heeft de volgende 30 jaar van haar leven zichzelf moeten toezingen dat ze het mocht aftrappen. Pijnlijk.

FMacRumours

Zo van die verhalen, dat boeit mij en daarom heeft de plaat ‘Rumours’ mij altijd zo geraakt. Ik heb intussen al heel wat gelezen over Fleetwood Mac. Ik las bijvoorbeeld ook dit boek over de technische kant van de zaak. En afgelopen zomer las ik Mick Fleetwood z’n versie van de feiten in dit boek . Daarbij kon ik alleen maar denken dat zijn vrouw Jenny Boyd (zus van Pattie en dus schoonzus van Eric Clapton) het ook niet echt getroffen had met z’n exemplaar als de andere helft van uw trouwboek.

Als muziek mij op dergelijke manieren weet te raken zoals ‘Rumours’ dat kan, dan wil ik altijd meer weten over de artiesten achter die muziek. Daarom las ik ook al de biografieën van o.a. Eric Clapton, alle leden van Guns ’n Roses die er eentje hebben (zijnde Duff McKagan, Slash en Steven Adler), BB King en Jeff Buckley.

Ik gaf het boek van Carol Ann Harris 3 sterren. Niet omdat het zo wonderlijk goed geschreven is en ook niet omdat ze erin geslaagd is om bijna 150 keer het woord ‘blow’ en ‘cocaïne’ in één boek te krijgen (het is een ruwe gok, het zou 250 keer kunnen zijn ook), maar gewoon omdat ik nieuwsgierig ben naar het leven van die band. Stevie Nicks haar  versie  ligt klaar om gelezen te worden. Carol Ann bleef heel beschaafd wanneer ze het had over haar voormalige liefdesrivale. Benieuwd of Stevie dat ook zal zijn!

Herinnering

Ik zit achter mijn computer en ik heb wat klassieke muziek opgezet. Plots komt er een gevoel in mij naar boven, een herinnering die ontwaakt in mijn lijf. Ik laat het over me heen spoelen omdat het vertrouwd voelt, en warm – zoals de zon die op mijn rug schijnt.

Papa zit boven achter zijn bureau. Ik weet dat, niet omdat ik hem daar zie zitten, maar omdat ik zijn radio klassieke muziek hoor spelen. Ik stap uit mijn bed en trek mijn gordijnen open. Ik slof naar de badkamer en poets mijn tanden met de deur open om de muziek te kunnen blijven horen. Het lijkt wel of het hele huis ervan opzwelt, er vol van raakt. Overal muziek, verder hoor ik niets in huis. Omdat het klassieke muziek is, gaat het soms stil en dan plots weer luider. Tijdens de stille stukjes hoor ik enkel de ‘pling’ van de hoge noten als ik even stop met poetsen. Ik doe mijn kamerjas aan en ga op mijn blote voeten richting de trap. Geruisloos klim ik tot boven, tot aan papa’s bureau. Ik neem twee treden per keer, omdat ik dat altijd doe. En ik tel ze terwijl ik de trap opga, omdat ik dat ook altijd doe, 2 – 4 – 6.
Ik steek eerst mijn hoofd om de deur en stap op de tippen van mijn tenen de kamer binnen. Er ligt geen tapijt en het parket is koud aan mijn voeten.
‘Ah dag Saartje, ben je wakker?’
Ik zet mij in papa’s regisseursstoel die een beetje kraakt als ik er in ga zitten. Ik krul mijn benen onder mij in kleermakerszit, wrijf met mijn handen in mijn ogen en kijk recht boven mij door het dakraam naar de staalblauwe lucht.
‘Goed weer precies!’
‘Ja, dat betekent…’, waarop wij dan in koor : ‘ …gras afrijden’. ’t Ging eerder zo: gras af-rij-duuuun, waarbij de intonatie in de ‘duuun’ naar beneden ging. Dat paste bij the sad smiley die wij dan ondertussen op onze smoel hadden staan. Niet dat hij het zo erg vond, maar hij hield ervan om te dollen met mama en extra hard te zuchten als hij huishoudelijke taken kreeg. We herhaalden – tot mama’s grote ergernis – het laatste stuk van haar instructies al zingend zoals Jos Bosmans.
Ik geeuw en kijk wat om mij heen. Ik schud met mijn hoofd mee met de muziek en ik dirigeer met mijn twee wijsvingers terwijl papa verder tokkelt op zijn klavier.
‘Voor ’t school aan ’t werken?’
‘Ja’, zei ie dan. Maar achteraf bekeken geloof ik daar geen flikker van.
‘Straks naar de bib? Of moet je lezen in de mis?’
‘Het een sluit het ander niet uit.’  Mijn vader was nogal van de vage antwoorden.
Meestal besloten we dan dat papa zou gaan lezen in de mis en dat ik hem dan zou komen ophalen na de mis in de sacristie. Hij stelde dan altijd als voorwaarde dat ik dan wat Bach zou spelen op het orgel. Geen probleem pap, als dat je blij maakt.
Ik sta op uit de regisseursstoel, wandel rond zijn bureau heen, ga achter hem staan, sla mijn armen rond zijn nek, schuur met mijn wang tegen zijn baard, druk een kus op zijn slaap, wrijf over de dikke houten balken van het dak, draai mij om en loop al mee-neuriënd de trap af.
Zondag.

Gelezen: ‘Het smelt’ – Lize Spit

Wie mijn vriendje is op Goodreads had het al gezien: ik las vandaag ‘Het smelt’ uit. Dit debuut van Lize Spit is in de pers al uitgebreid beschreven en bejubeld. Vaak ging het dan niet enkel over haar boek, maar ook over haar ‘jeugdige’ leeftijd. Spit is ‘nog maar ‘ 27 jaar en dat maakt dat de wereld blijkbaar nog meer steil achterover slaat van het feit dat ze een boek kan schrijven. Ik vraag me af of er eigenlijk ergens nog verwezen werd naar het feit dat ze dan ook nog eens een vrouw is (een vrouw, godbetert! Kunnen die tegenwoordig ook al schrijven?!).
Ik probeerde op voorhand zo veel mogelijk van de artikels over het boek en over de schrijfster te mijden omdat ik onbevooroordeeld aan de start wou staan. Het gevaar met hypes is dat je op voorhand al moet zeggen dat het goed is (want iederéén en zijn moeder vindt het) en dan slaat het mij doorgaans nogal tegen. Het enige wat ik dus op voorhand wist over Lize Spit was dat ze 27 jaar oud is en dat haar kapsel lijkt op dat van Selah Sue (u weet wel, dat meisje uit Leuven dat zo melodieus kan mekkeren als een geitje).

 

468523-jdw-02

(bron foto: gva.be)

Het boek gaat over de drie musketiers Pim, Laurens en Eva die quasi verplicht zijn om elkaars beste vriend te worden aangezien er in hun geboortejaar geen andere kinderen geboren werden in het dorp waar ze groot worden. Wanneer de drie de puberteit ingaan, veranderen de verhoudingen. “De jongens bedenken wrede plannen en Eva kan hieraan meedoen of haar enige vrienden verraden. Die keuze is geen keuze”.
Zo staat het letterlijk op de achterflap. Laat dat nu net zijn wat me wat tegenstak aan het boek: de idee dat je niet anders kan dan bevriend zijn met twee andere kinderen die toevallig in hetzelfde jaar geboren zijn en dat je dan blijkbaar ook nog eens verplicht bent om mee te gaan in alle snode plannen die die leeftijdsgenoten bedenken. Ik wil niet te veel over de plot vertellen om spoilers te vermijden, maar ik kon doorheen het boek toch nergens de gedachte van me afschudden dat die Eva haar zogenaamde vrienden evengoed een welgemeende f*ck you had kunnen aanbieden. Ongetwijfeld was het Spits bedoeling om zo’n hulpeloos hoofdpersonage te creëren, maar ik naai me in ‘het echt’ nogal op in mensen die eigenlijk schapen zijn en dat doe ik dus ook in dergelijke figuren in boeken. Ook de moeder van Laurens’ reageerde nogal gek (“Ben je voor het eerst ongesteld, misschien?”) toen Eva heftig bloedend en overgevend op de vloer van haar slagerij zat. Dat zijn dan situaties waarvan ik me niet kan voorstellen dat die in de realiteit zo zouden gaan. Zelfs niet in het geval van de typische slagersvrouw die niet om een roddel of twee verlegen zit.
Verder vond ik het gebruik van ‘deze’ nogal raar in het boek.

“Misschien deden ze het vooral voor de huisvaders. Zo konden deze thuis eindelijk concreet benoemen waar ze heen gingen.”
of ook:
“Van hieruit heb ik een perfect zicht op de deur van de slagerij en op het uithangbord met de drie varkenskoppen. Behalve het uur geeft deze ook de buitentemperatuur aan.”

Hoe ze in deze zinnen respectievelijk naar ‘de huisvaders’ en naar ‘het uithangbord’ verwijst, lijkt me niet helemaal te kloppen. Het voelde voor mij in ieder geval stroef. Ik was in de veronderstelling dat zin 1 niet echt ‘liep’ maar grammaticaal gezien wel klopte, maar zin 2 niet. Je verwijst naar een het-woord met dit/dat en niet met die/deze. Lees hier maar na als je mij niet gelooft. Dat gekke gebruik van ‘deze’ stoorde mij omdat het zo formeel klonk en daarom in elke zin van haar anders zo vlotte taalgebruik heel erg opviel.

Enfin, los daarvan is het zeker een sterk debuut. Spit kan heel erg beeldend schrijven en ze slaagt erin om aan de hand van enkele kleine dingen de jaren ’90 te laten herleven (denk aan ‘Polly Pocket’, luchtfoto’s van huizen die deur aan deur verkocht worden en van die kleine tutters die iedereen toen rond z’n nek had bengelen). Spit is dus niet enkel een vlotte schrijfster maar ook een goede observator en dat sprak me dan wel weer erg aan. Sommige dingen zegt ze zonder ze te zeggen. Verder ontvouwt de goed doordachte plot zich traag maar nooit te traag om de spanningsboog te doorbreken. Ik zag het einde zo’n 100 pagina’s voor de ontknoping aankomen, maar toch heeft dat er nooit voor gezorgd dat ik het boek niet meer boeiend vond. Bovendien slaagt de schrijfster erin om de moeilijke thuissituatie van het hoofdpersonage Eva op een rauwe manier te beschrijven. Het leek wat op ‘De Helaasheid der Dingen’ maar dan zonder de kolder. Het getuigt toch van enige levenswijsheid of ervaring (al hoop ik voor haar dat het vooral veel van het eerste en weinig van het tweede is) dat ze zoiets zo raak kan beschrijven.

Ik gaf het boek 3 van de 5 sterren op Goodreads. Gemiddeld krijgt het daar 4,5 ster dus ik blijk minder laaiend te zijn dan de andere 310 mensen die het boek een score gaven op Goodreads. Maar laat dat u vooral niet tegenhouden om het zelf te lezen. Of ze nu een frisse druif van 27 is of een rozijn van 75, Lize Spit heeft met ‘Het Smelt’ een debuut geschreven dat beklijft. Ik ben benieuwd naar wat ze nog meer in haar pen heeft zitten.

Las iemand van jullie het al? Laat gerust weten wat jullie ervan vonden!

Outside of a dog, a book is a man’s best friend. Inside of a dog, it’s too dark to read.

Gisteren – zo omstreeks de klok van 23.00 – opende ik voor het eerst de Goodreads website op mijn computer. Oh boy, wat was dat tegelijk een fantastisch en vreselijk idee. Vreselijk omdat ik sinds december een kleine baby heb die des morgens vroeg wel eens wakker wil zijn en ik dus beter op tijd mijn bed inkruip. Maar oh zo fantastisch omdat het ZO’N BEETJE FACEBOOK VOOR BOEKENLEZERS BLIJKT TE ZIJN. Het eerste uur hield ik me bezig met als een gek boeken te beoordelen om mijn profiel te bepalen, vriendjes te zoeken (nu ja, dat deed de website voor mij aan de hand van mijn Facebookprofiel), te kijken naar boeken die me aangeraden werden en mijn eindeloze ‘to read lijst’ nog wat aan te vullen. Sjonge jonge wat een openbaring! Ik stelde mezelf als doel om dit jaar 20 boeken te lezen. Dat zijn er heel wat minder dan andere jaren aangezien ik er doorgaans toch zo’n 45 tot 50 boeken per jaar doorjaag, maar ik wil realistisch blijven want hoewel dat bloedje van mij zich voorlopig gedeisd houdt weet je nooit wat ie nog uit zijn mouw gaat schudden in de komende maanden. Voorlopig zit ik met de 4 boeken die ik tot nu toe al las nog op schema.

Ik ben niet zo’n griet die graag gaat winkelen. Ik koop wel regelmatig graag iets schoons, maar ik ga daarbij nogal recht op doel af. Ik haat namelijk de drukte, ik haat het dat mensen die al met een gigantische hoop een pashok binnengaan nog meer kledingstukken laten aanrukken terwijl ik sta te wachten met mijn twee t-shirts, ik haat de groepjes vrouwen die luid praten, ik haat slenteren, …you get the idea. Maar in een boekenwinkel kan niets mij deren. Daar kan ik zo verzonken zijn in het lezen van achterflappen dat mijn significant other naast mij alle Blake Lively’s van de wereld kan staan binnendoen, ik zou het niet gezien hebben. Op de tas die gebruik om te gaan werken staat niet voor niets ‘first I buy books, then I buy everything else’. Allemaal goed en wel, maar het resultaat is dat ik intussen nogal een uitgebreide boekenkast heb en mijn lief dus bij elke verhuis een lumbago cadeau doe. Daar moet iets aan gedaan worden, denk ik dan. Ik overweeg dan ook sterk om mij eindelijk een goede e-reader aan te schaffen en mijn voorkeur neigt naar de Kindle Paperwhite.

IMG_7118

Mijn liefdevolle ontmoeting met Goodreads bracht met zich mee dat ik nog eens ging nadenken over de boeken die mijn leven veranderden en die dus bepalen wie ik tot hiertoe ben als lezer. Ik maakte het volgende lijstje zonder er al te hard over na te denken.

  1. Harry Potter – J.K. Rowling
    Ik heb het sinds ik deze blog heb (als in: vorige week) al veel gezegd dus het moet wel waar zijn: de Harry Potter reeks heeft mij echt gevormd als lezer. Ik las ze als kind allemaal in het Nederlands en later las ik ze allemaal verschillende keren opnieuw in het Engels en toen vond ik ze NOG beter. Ik vind dat er zoveel in die boeken zit dat ik er tijdens mijn literatuurstudies regelmatig papers over schreef. Die proffen hun sokken zakten er zowaar van af, maar dat kon deze muggle-born wizard allerminst deren!
  2. Een aangename postumiteit – Herman de Coninck
    Ik kreeg dit boek cadeau van mijn schoonzus zo’n 10 jaar geleden omdat ze eindelijk iemand had die net zo graag las als zij. Ah wat een liefde. En wat bleek, hoewel we elkaar toen nog niet zo goed kenden, gaf ze mij mijn toekomstig lievelingsboek cadeau. Ik ben altijd fan geweest van de gedichten van Herman de Coninck en ik werd het alleen maar meer door die mooie brieven te lezen die hij bij elkaar schreef tijdens zijn te korte leven. Als ik aan mijn studenten de brief voorlees die hij schreef naar zijn ex-vrouw Lieve een jaar nadat ze uit elkaar gingen, dan zuchten de meisjes en zélfs de jongens om verdriet dat zo herkenbaar verwoord wordt.
  3. Oorlogsjaren – Paul Kustermans
    Ik heb dit boek van het derde tot het vijfde leerjaar élke week mee naar huis gebracht van de bibliotheek. Dat zeg ik niet om te overdrijven, want het is echt zo. Het gaat over het leven van de tweeling Barbara en Alexander tijdens de Eerste Wereldoorlog en hoe het hen vergaat in het leger en als verpleegster aan de Ijzer. Klinkt simpel en er zijn vermoedelijk nog wel wat boeken die daarover gaan, maar dit was het eerste in die soort dat mijn pad kruiste en het veroverde een speciale plek in mijn hart. Bovendien wekte het de interesse voor dat stuk van onze geschiedenis in mij op en zo ontwikkelde ik een bovenmatige fascinatie voor alles omtrent WO I maar vooral rond WO II en dan speciaal rond Easy Compagnie (die van Band of Brothers). Ik heb zelfs een boek dat gesigneerd is door Babe Heffron en Bill Guarnere. Is dat niks.
  4. 23-11-63 – Stephen King
    Dit verhaal is zowat de volwassen variant van wat ik hierboven beschreef. Ik pakte voor dit boek nooit eerder een boek van King uit het rek maar boy wat ben ik blij dat ik het die ene warme dag in augustus 2012 wel deed. Hoewel dit boek een ongelooflijke klepper is, genoot ik vanaf de allereerste pagina. Ik ga geen korte inhoud geven, die kan je hier vinden maar ik zeg u: léés het!
  5. De interessanten – Meg Wolitzer
    Ik las dit verhaal afgelopen zomer en hoewel ik er traag in kwam, bleek het achteraf zo’n boek te zijn dat voor altijd ergens in mijn hoofd zit en af en toe eens in mijn gedachten opkomt wanneer er iets in mijn leven gebeurt dat aansluit bij wat er in de levens van de personages gebeurde. Het boek raakte me zo omdat het zo schoon dat gevoel verwoordde dat ik meer en meer voel naarmate ik ouder word. Dat het leven niet zwart wit is, maar veel grijs. En dat dingen zelden ineens fout gaan, maar in kleine beetjes. En dat je dat pas ziet als je al een eind weg bent. Meer over de plot kan je hier lezen.
  6. Slash – Anthony Bozza & Slash
    Als je niet weet wie Slash is, dan gaat onze relatie misschien wat stroever verlopen vanaf nu. Dit boek beschrijft logischerwijs het leven van de gitarist van het oorspronkelijk Guns ‘N Roses. En neen, dat is geen hoogstaande literatuur. En ja, daar staan weinig inspirerende levenswijsheden in maar wel KEI VEEL ROCK ‘N ROLL

Welke boeken zou jij meenemen als je er maar 6 mocht kiezen en je wist dat je drie jaar in de wachtzaal bij de dokter moest zitten? Laat het me weten zodat ik mijn to read lijst nog langer kan maken.

Doodgewone dingen

De oermoeder van de blogosfeer bedacht voor de Standaard een heel leuk rubriekje dat elke week verschijnt. Het is het eerste wat ik lees als ik op zaterdag de krant uit de bus haal. Enkel deze zaterdag zal dat misschien anders zijn aangezien mijn neef er in staat. Hij doet dat wel vaker, maar dit keer is het voor iets heel speciaals. Maar goed, Kelly haar rubriekje heet ‘Doodgewone dingen’ en ze laat er elke week een ander bekend gezicht een overzichtje geven van de alledaagse dingen waar hij of zij blij van wordt. Sinds die rubriek dus wekelijks verschijnt, heb ik zelf meer oog voor de doodgewone dingen die mij gelukkig maken. Ik veronderstel dat het dat was waar Kelly op mikte. Goed idee, denk ik dan, moet ik ook eens doen. Komt ie dan:

  • Een boek lezen en helemaal meegesleept worden door het verhaal. In de helft van het boek lichtjes panikeren omdat je het zwarte gat dat zal volgen wanneer het boek uit is al bijna ziet aankomen. Er dan achter komen dat er een rééks bestaat en dat je nog maar in boek één bezig bent. (Ik heb het nog steeds met Harry Potter. Ook al weet ik intussen wel dat er een reeks bestaat, telkens wanneer ik opnieuw in boek 1 begin kan ik me verkneukelen wanneer ik besef dat er nog 6 volgen).
  • Mensen die hun hand opsteken als je ze laat oversteken. Ik hou van die kleine hoffelijkheid tussen chauffeur en voetganger. In dezelfde categorie: mensen die toeteren als ze je zien wandelen. Of nog beter: mensen die terug zwaaien als ik toeter en waaraan ik duidelijk merk dat ze pas na het zwaaien doorhadden dat ik het was.
  • Technische problemen die zichzelf oplossen door op het toestel te kloppen. Ik besef wel dat dat kloppen er vermoedelijk niks mee te maken heeft, maar ik moet dan altijd zo hard aan Onslow denken dat ik meteen nadat ik raastig wat tikken heb uitgedeeld, kei-hard moet lachen.
    hqdefault
  • Mensen het gezellig zien hebben . Niet dat ik het zelf niet graag gezellig heb, maar ik kan echt goed gezind worden wanneer ik onbekende mensen heel hard zie lachen. Hier in de buurt is een klein strookje gras langs een vrij drukke baan en altijd als het mooi weer is en lang warm blijft ’s avonds dan zit daar een groepje 60’ers wat streekbierkes te drinken terwijl ze Kubbs spelen en van vuurke stook doen. Ik weet nog niet hoe, maar ik moet mij proberen binnen te werken in die kliek want dat ziet er een leutige bende uit. Ik denk dat ik wel zo lang mogelijk moet verzwijgen dat ik echt niet gericht met stokken kan gooien.
  • Een AHA-erlebnis die zo groot is dat ze mijn hele bestaan even op zijn grondvesten doet daveren. Ik denk aan het moment waarop ik besefte dat het logo van Carrefour een grote C was. Of toen ik begreep dat het eerste stuk in het gezegde (‘Lekarotsonbon zei de boer en hij at al het vlees op’) dat mijn grootmoeder wel eens naar mijn grootvaders hoofd durfde slingeren ook effectief iets betekende en niet gewoon een geluid dat je maakt als je verontwaardigd bent. In my defence, mijn grootmoeder haar Frans was eerder matig dus als je niet wist wat ze bedoelde kon je er onmogelijk ‘Les carottes sont bonnes’ in horen.
  • Mijn broers ‘broer’ noemen wanneer ik over of met hen spreek. Ik besef dat het maar een woord is, een begrip, een opeenvolging van letters, maar als ik het woord uitspreek dan word ik altijd blij van het besef dat ik twéé broers heb en dat ik ze allebei zo onwaarschijnlijk plezant vind en dat ik als énige op de wereld hun zus ben.

Workshop baby’s laten bleiten

Vandaag volgde ik een workshop baby’s laten bleiten bij CM. Zij verkiezen om het ‘babymassage’ te noemen, maar de vlag dekte in dit geval de lading amper.

Het begon al met het lokaal waar we verwacht werden. De TL-lampen stonden op maximum, het rook er wat naar natte sporthal en de akoestiek was – laat ons zeggen – niet ideaal voor het doelpubliek. Ok, ok, ik sta erom bekend dat ik nogal kritisch kan zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat tenminste aan de verlichting iets gedaan had kunnen worden. Eventueel had er zelfs nog wat extra op sfeer ingezet kunnen worden, aan de hand van een zacht muziekske – ik zeg zomaar wat.
Enfin, ik besloot om zo goed als zo kwaad als het kan bovengenoemde elementen te negeren en mij volop toe te leggen op mijn kind een rustgevende massage te geven. Ik deed netjes de technieken na, ik probeerde me niet té hard te storen aan het erg openhartige gesprek over de kak van de baby die tegenover ons warm gewreven werd en ik liet het zelfs niet aan mijn hart komen dat de lesgeefster in kwestie nogal veroordelend sprak tegen de ouders van wie de baby’s intussen hun keel hadden open gezet. Alsof die arme bloedjes met opzet haar goed voorbereide les op stelten wilden zetten. Want hoe rustgevend voor de darmen of hoe stimulerend voor de bloedsomloop al die massagetechnieken ook zouden moeten zijn, ongeveer 6 van de 8 aanwezige baby’s waren voortdurend keihard aan’t kwelen. Dat mensenkind van mij bleef vrij rustig onder alle heisa. Ik heb daar zelf geen verdienste aan, vermoedelijk was hij eerder wat lam geslagen door het lawaai om hem heen maar hij loste van contentement een wind of twee en liet het verder niet aan zijn hart komen.

 

IMG_7041

U zou intussen denken dat de workshop niet helemaal was wat ik ervan verwacht had en dan kan ik u enkel becomplimenteren met uw inzichtelijk vermogen. Maar het was niet allemaal kommer en kwel! Want het was niet alleen mijn eerste keer babymassage, maar ook de eerste keer dat ik de massageolie kon gebruiken die ik voor Kasper z’n geboorte kocht bij Blabloom (https://www.blabloom.com/nl/onze-merken/naif/92/). Blabloom is een winkel met een missie. Ze willen zoveel mogelijk jonge ouders bewust maken van het feit dat er gezonde en gebruiksvriendelijke producten op de markt zijn voor kindjes. Intussen is Blabloom de winkel geworden waar ik online bijna elke week wel een bestelling plaats. Want Blabloom (https://blabloom.com) heeft naast een échte winkel (in Houthalen- Oost) ook een virtuele winkel. Ik kocht voor Kaspers geboorte zowat alle producten van Naïf. Zij maken natuurlijke producten die onder andere parabenen en allergene geurstoffen weren uit hun producten. De olie was vettig genoeg om Kasper een fijne massage te geven zonder dat zijn tere velleke er rood van werd en hij werd toch niet zo glibberig als een paling in een emmer snot. Helemaal zoals het moet dus.
En voor die 2 minuten dat Kasper toch zijn keel open zette (oké, het waren er misschien 5) duwden we zijn Soothie tutje in zijn mond dat we ook al bij Blabloom kochten. Dit tutje ziet er misschien wat raar uit, maar het is vervaardigd zonder BPA of natuurrubber en er kan geen vuil in omdat het uit één stuk bestaat (.https://www.blabloom.com/nl/blog/algemeen/een-soothie-wat-is-dat/132/).

Na een klein uur in een duf lokaal vol krijsende baby’s had ik het wel gehad. Kasper was al bij al nogal ontspannen, maar vooral doodmoe van al die indrukken. Gelukkig zit er in het pakket ‘moederschap’ ook de vaardigheid om ten alle tijden geweldig enthousiast te doen zodat het kind niet doorheeft dat het bij momenten behoorlijk shitty is in het leven. Die vaardigheid kwam mij vanavond opnieuw van pas. Kasper heeft het dus hopelijk niet gemerkt dat zijn moeder intussen zelf wel toe was aan een rustgevende massage of twee. Ik heb nog snel mijn glas water ad fundum achterover geslagen (livin’ on the edge) en probeerde zo snel mogelijk op te krassen ondanks de brain freeze (dat water was zo te proeven nog maar net uit de vriezer gehaald). Mij zien ze niet meer zo snel terug op die workshop, maar die massageolie gaat hier nog wel regelmatig gebruikt worden. Kasper z’n pokerface hieronder verraadt het niet, maar hij vond het allemaal eigenlijk nogal lollig. En daar is het in dat ouderschap toch allemaal om te doen, niewaar?

*www.blabloom.com