Playin’ with my friend

We stappen in de auto. Het is zaterdag en er zijn wat boodschappen te doen. Ik weet niet meer in welke volgorde maar vermoedelijk gaan we iets wegbrengen, iets halen en iets wassen (in casu: de auto). We zijn onder ons twee en daar hoort muziek bij.
Ik rommel wat met de cd’s. Die zitten overal: in de twee deuren, in het handschoenkastje en in het opbergvakje in het midden. Ik tik tegen zijn elleboog want die verhindert mij van het opbergvakje te openen. Ah, hier zit ie.
Ik vis de cd op uit het bakje en toon hem aan papa. Hij kan zich helemaal vinden in mijn keuze. Terwijl de radio de cd leest, zet hij het volume alvast op maximum. (Je kan via deze link meeluisteren).

I’m gonna call up all of my buddies
And a few of the ladies I know
I’m gonna rent a hall and get them all and
Put on a heck of a show

Make sure we got a kitchen
With an oven and a stove
We’ll all get in there cookin’
Then we’ll throw open all the doors

Playin’ with my friends
Playin’ with my friends
We’ll have a good time
Playin’ with my friends

De radio staat zo luid dat ik de boxen voel trillen in de deur. Papa zingt de strofes want hij is BB King. Het refrein zingen we allebei heel hard mee, zonder schroom. Ik geneer mij eigenlijk nooit bij papa, besef ik. Ik ben 17 jaar dus dat betekent wel iets. Maar ik vind mijn vader cool. Hij speelt bluesharp in een bandje bij mijn broers. Hij kan mensen aan het lachen brengen. Hij draagt een pak om te gaan lesgeven want dat hoort zo vindt hij. Als hij thuiskomt doet hij gemakkelijke kleren aan – een zwarte jeans met een trui erop. “Mijnen boy” zegt ie, want hij is een West-Vlaming. “Mijn speelkleren”, zegt ie, want hij is een grappenmaker.

I’m gonna buy a hundred pounds of catfish
Cook it all up on the grill
Make some beans and corn bread
Everybody’s gonna get their fill

Then we’ll grab all the guitars
Greasy hands and all
Someone’ll count off a shuffle
And man, we’ll have a ball

Playin’ with my friends
Playin’ with my friends
We’ll have a good time
Playin’ with my friends

Dit stuk zing ik want Robert Cray heeft een hogere stem dan BB King dus het was een uitgemaakte zaak dat ik Robert was en hij BB. Hij zet op pauze na de eerste strofe. “Wat is catfish?”, vraagt hij mij. Hij vertelde mij intussen al honderdvijftig keer wat catfish is en ik zeg hem dat ook. “Ja maar, ik moet toch zeker zijn dat je luistert”. Ik rol met mijn ogen. “En wat is dan corn bread?”, vraagt hij nog. “Papaaaaaa”, zeg ik en ik duw weer op play. “Maar weet je wel wat ‘to have a ball’ betekent?”, roept hij boven de muziek uit. Hij moet hard lachen omdat ik blijf verder zingen en zijn vraag negeer. Ik zwaai naar buiten en hij vraagt me wie ik zag. “Niemand”, zeg ik, “maar die meneer dacht dat het naar hem was en die zwaaide terug. Die zal zich nu de ganse voormiddag afvragen wie hij toch gepasseerd is.” Daar moet hij zo hard om lachen dat het sindsdien iets wordt wat we vaker doen: we zwaaien zomaar naar iemand die geconcentreerd aan het rijden is en lachen wanneer die verschrikt – en vaak verward – terug zwaait.

Er komt een lang instrumentaal stuk nu. De rollen zijn ook hier weer duidelijk: als hij BB is ben ik de drum. Als ik Robert ben, is hij één van de blazers of de pianist. Hij kan fantastisch luchtorgel spelen en hij gebruikt daarbij het hele dashboard – zelfs mijn stuk.

Yes, we’re gonna buy some of that red, red wine
The best that money can buy
You gotta drink it all from a paper cup
That this here Saturday life is right

Everybody’s gonna stand up
Play their favorite tune
You can pick any tune you want to
As long as it’s the blues

Playin’ with my friends
Playin’ with my friends
We’ll have a good time
Playin’ with my friends

BB roept van “Yeah!” en het is papa zijn favoriete stukje. Het nummer gaat in crescendo nu. De gitaristen strijden om de mooiste solo. Wanneer het niet aan mij is, doe ik de blazers na. De laatste 40 seconden zijn de allerbeste. Robert Cray speelt met het ritme en lijkt te hakkelen in zijn solo. Schitterend vindt hij het en soms spoelt hij het wel drie keer terug. Altijd nog eens die tien seconden. Het nummer heeft geen einde, het stopt niet – fade out en het nummer is voorbij.

“Nog eens?”, zegt hij. Hij heeft het al opnieuw opgezet zonder mijn antwoord af te wachten.

Tuurlijk nog eens. Ik zou nu alles geven voor nog eens. Nog één keertje.
“Playin’ with my friends” is van ons. We hebben het samen zoveel gespeeld en gezongen in de auto. Loeihard. Superuitgelaten. “Playin’ with my friends” is het nummer waarmee ik papa vier. Ik heb er andere om bij te wenen, om bij te missen. Maar deze schijf is er eentje om hem te vieren. Na twaalf jaar vier ik hem nog elke dag – maar vandaag heel speciaal.

You can pick any tune you want to
As long as it’s the blues

IMG_0752

 

 

Advertenties

Ondertussen in Halen…

Terwijl u dit leest, vliegt bij ons thuis de tijd met rasse schreden vooruit. Het lijkt alsof het gisteren was dat wij met die kleine puk in zijn berenpak naar huis reden. We hadden allebei overigens volstrekt geen idee wat er ons te wachten stond maar we waren vol goede bedoelingen, overtuigingen en principes; Het spreekt dat die intussen allemaal achterhaald of opzij gezet zijn.

img_5876

Intussen kan die kleine baby van hierboven dus sinds een week of twee kruipen. Een hele nieuwe wereld gaat voor hem open. In het begin ging het nog wat moeizaam en stak er al eens een been in de weg, maar sinds kort gaat ie vlot van zitmodus naar kei-hard-door-de-kamer-racen-modus. En als ik zeg ‘kei-hard’, dan bedoel ik ook echt keihard. Als ik de kamer durf uitgaan, komt hij als de weerlicht achter mij aan gekropen. Waarschijnlijk wil ie gewoon even checken dat ik niet plots ophoud te bestaan buiten de kamer waar hij zich in bevindt. Dat leid ik af aan de ultieme blijdschap die op zijn smoeleke te lezen staat als hij mij kan spotten in de andere kamer. “Oef – daar heb je ons moeder weer”, hoor ik hem al denken.

Sinds hij kan kruipen, hebben wij meteen ook een gratis risicoanalyse van onze woonkamer gekregen. Alsof hij ervoor geboren is, weet hij met zijn ogen dicht de weg te vinden naar alles waar hij niet aan mag komen (aarde van planten, kabels van radio’s, fotohoekjes om foto’s mee in albums te kleven) of naar alles wat ons veel tijd zal kosten om het terug op zijn plaats te zetten (dvd’s, cd’s, kookboeken, dekens, foto’s, slabbekes, pennen, agenda’s, …). Het zal wel samenhangen met mijn werk, maar ik kan me er precies niet druk in maken en ik laat hem dan maar veel ontdekken en experimenteren gelijk wij dat op de PXL zeggen.

img_2152
Hier heeft hij net de ontbijtgranen gevonden. Daarvoor heeft hij de doos opengebroken, gedeukt en het deksel eraf getrokken. Het was wel de moeite waard want de doosjes rammelden zo vrolijk als hij ermee schudde. 

Ik kan het me amper voorstellen, maar enkele weken geleden was het nog 30 graden. Die tijd is nu wel echt voorbij. ’t Is koud buiten en ik ben nog niet in de fase waarin ik dat gezellig vind. Onlangs lag ik op de grond mijn functie als hindernis voor kruipende Kas te vervullen en ik voelde toch dat het daar merkelijk kouder was dan 30 centimeter hoger. Omdat ons kind zich daar vaak bevindt, vond ik het mijn plicht actie te ondernemen.
Missie ‘zoektocht naar een rol om voor de deur te leggen’ ging ogenblikkelijk van start.
In de categorie ‘dingen waar geen schone versies van bestaan’ staat zo’n rol toch verdienstelijk derde – net na Crocs en gemakkelijke Fleece truien. Ziehier het resultaat:

img_2151
Echt heel lelijk.

Ik had gehoopt er tenminste ene te vinden met hondenpoten, maar zelfs dat werd me niet gegund.
Net naast de kast met lelijke deurrollen, werd trouwens het Halloweenmateriaal aangeboden. Ik heb erg mijn best moeten doen om me niet te buiten te gaan aan skeletten en eng lachende doodshoofden met rode ogen, maar ik zet dit jaar vooral in op versieren met spinnenwebben. Mijn huis doet dat namelijk volledig zelfstandig en dat is dus ferm gemakkelijk.

img_2127

Wij zijn sinds een paar weken ook de adoptieouders van een kat die hier af en toe om melk komt schooien. Het duurde mij toch drie dagen om de kattenhater Wout te overtuigen om de kat melk te mogen geven. Ik doopte onze leenkat Dorus en schonk hem vrolijk een klats melk in. “Ik geef die kat nooit eten”, sprak de kattenhater nog, “want ik haat katten.” Met haten bedoelt hij dat hij er bang van is en na twee dagen gaf hij de kat zelf ook melk. Niet per se omdat hij dat zelf zo graag wil, maar onze baby blijkt nogal fan te zijn van Dorus. Als hij de kat voor het raam ziet zitten, stijgt hij zowaar op van contentement. En hoewel Wout dus had gezworen dat ik altijd voor de kat moest zorgen, zet hij voor zijn zoon zijn principes nogal snel (lees: binnen de drie seconden) opzij. Hij praat wel extra luid als hij eraan komt, zodat de kat toch ver genoeg achteruit gaat wanneer hij de deur open doet. Ik durf niet garanderen dat hij Kasper niet als levend schild zou gebruiken als de kat binnenkort ook bij hem om aaikes komt bedelen. Kasper vindt het helemaal niet eng om Dorus te aaien, maar Dorus vindt het dan weer wel kei-eng als Kasper zijn kleine handjes naar hem uitstrekt. Hij weet immers dat het mollige mensenkind vooral aan zijn vacht zal gaan trekken en van dat aaien dus duidelijk nog geen kaas gegeten heeft.

img_1646
Dorus probeert kalm te blijven terwijl opdringerige fan hem probeert aan te raken.

Verder stofzuig ik sinds kort ongeveer twee maal per dag. Dat heeft alles te maken met Kasper die nu ook zelf boterhammen wil eten. Dat houdt voornamelijk in dat hij met een stuk van zijn boterham in het rond zwaait terwijl ik hem kleine stukjes in zijn mond steek. Ondertussen heeft hij altijd een hele uitleg. En als hij toevallig nog een attribuut vindt waar hij keihard mee op zijn eigen tafeltje kan knallen, dan zal hij dat niet laten – dat kan ik u wel verzekeren.

img_2147
Hier ziet u live stukken van de boterham in het rond vliegen.

Het resultaat is dus dat de grond vol ligt met stukken brood. Meneer wil dan na een kwartier liever rondkruipen dan stilzitten en dan liefst ook rondkruipen DOOR de stukken brood zodat alles goed in zijn knieën en sokken kan trekken. En passant trekt hij onder tafel nog even mijn veters los, verzamelt hij nog wat korsten in het opvangvakje van zijn slab, veegt hij snel nog wat snot met zijn pollen door zijn haar en stoot hij zijn kop ergens tegen waarop hij moord en brand schreeuwt en ALS DE BLIKSEM gepakt wil worden. Eens hij op mijn arm zit is alles weer peis en vree en kan de totale vernietiging van onze woonkamer weer gewoon verder gezet worden.

img_2148
The crime scene. Doorgaans is het nog veel erger dan dit (nvdr).

U leest het, lieve lezertjes, ik heb het dus plezantig druk in mijn leven. Maar dat heeft me er niet van weerhouden om samen met mijn lievelingsRuthster nog gauw een selfie-wedstrijd bij ons op school te winnen. We hebben er wel ons opleidingshoofd voor moeten ontvoeren, maar geen zorgen – we hebben haar achteraf ook weer vrij gelaten. Tof scholeke, de PXL!

img_1780
No Alida’s were harmed in the making of this photograph. 

En u? Waar bent u zoal mee bezig?

Prince – dat is voor mij …

  • om 5 uur ’s nachts ergens begin augustus 2011. De zon begon al op te komen en wij waren onderweg naar de auto. Ik had de benen vanonder mijn lijf gedanst op het trouwfeest van Jasper en Anja. Het was een heel fijne dag geweest, maar mijn plastieken matras en mijn slaapzak wachtten op mij in Jeugdherberg de Fiertel dus het was zo stilaan tijd om naar huis te gaan. Mijn schoonzus was bob van dienst en zoiets moet je tegen mijn broers en mezelf maar één keer zeggen. Ja, het was een fantastische dag geweest. Onderweg naar de auto zegden we dat al zo’n tien keer tegen elkaar en plots hoorde ik – nog net voor ik de deur van de auto dicht trok – ‘I could never take the place of your man’ door de boxen knallen. Dat nummer hangt sindsdien voor altijd samen met wensballonnen de lucht inlaten, barbecue, omhelzingen met mijn broers en mijn neven, met liefde, met zomer, met plezier.
  • juli 2011: met de Polle naar Gent rijden. Een beetje zenuwachtig want ik rijd en de Polle, nu ja, die wil al wel eens meer met de achterkant van de cd-hoezen bezig zijn dan met de baan. Wij alle twee content want wij hadden tickets voor Prince op het Sint-Pietersplein én de zon scheen. Terrasjes doen in Gent, wachten tot de Polle zijn Eurodeals van de McDonalds binnen had, mijn neef zien met zijn toen nieuw lief en blij zijn dat ik de eerste was om Angelique te zien. Ik voelde mij jong en vrij. Het optreden was fantastisch. Voor mij persoonlijk was het het beste optreden dat ik ooit meegemaakt heb want alles zat goed: het weer, de locatie, het gezelschap, de muziek, de sfeer. Prince bewaarde Purple Rain voor het einde en boy, het was magisch.

13043771_10153383279782172_2793593229497460349_n

  • Na weken wachten naar mijn lief vliegen in Amerika die daar de kloten vanonder zijn lijf aan het werken was. Ik heb uren op een stoel gezeten op een industrieterrein in Baton Rouge (elke dag van 05.00 tot 20.00 om precies te zijn), wachtend tot mijn lief klaar was met werken. Ja, de liefde was groot, maar ik verveelde mij daar regelmatig te pletter. Ik had 10 boeken meegebracht en die waren gauw uit. Ik kocht er op dag 1 een dubbel-cd van Prince nadat ik tot mijn afgrijzen merkte dat Wout NIKS VAN PRINCE in de auto had liggen. Nu goed, het feit dat hij in een appartement woonde waar enkel een motor in de living stond en zijn voedselvoorraad bestond uit een bus ketchup was misschien een teken aan de wand geweest, maar ik kon me toch niet inbeelden dat iemand GEEN CD VAN PRINCE HAD. Al gauw liet ik mijn lief binche-luisteren naar Prince. We zongen samen van ‘I wanna be your lover’, ‘she’s always in my hair’, ‘Alphabet street’, ‘Controversy’ en ik speelde mijn beste luchtviool op Raspberry Beret. Het album ‘Ultimate Prince’ hoort voor altijd bij die eerste weken samen met mijn lief, knalverliefd en gelukkig.

 

Prince is voor mij een graadmeter. Als ik van iemand die ik enkel oppervlakkig ken, hoor dat ie graag naar Prince luistert dan gaan mijn voelsprieten omhoog staan. Dan ben ik geïnteresseerd want iemand die van Prince houdt die is waarschijnlijk tof. Ik kan zeggen dat de theorie in de meeste gevallen ook lijkt te kloppen. Er zijn uitzonderingen, maar die bevestigen de regel, nietwaar. Prince is voor mij vrolijk zijn. Meekloppen op het stuur, zingen, ritme voelen, dansen, jong en vrij zijn, willen meezingen maar no way in hell zo hoog geraken maar toch proberen want het is Prince dus niét meezingen is nog moeilijker.

Vorig jaar stierf B.B. King en dat vond ik heel erg. Het zat er aan te komen want de man was bijna 90 jaar. Ik heb hem verschillende keren live gezien en tijdens het laatste optreden viel me echt op dat hij zijn scherpte verloor. Het was nog steeds B.B. King en dus bleef het altijd van een erg hoog niveau, maar dat was vooral omdat hij zich liet omringen met goede muzikanten. Maar B.B. King heeft een lang leven gehad. Hij is van heel ver gekomen en hij heeft een onvoorstelbare weg afgelegd. Maar ik denk dat hij er zelf vrede mee had dat het voorbij was – blijven touren tot net voor je 90ste verjaardag, het is niet voor iedereen weg gelegd. Mijn grootvader bijvoorbeeld vond vanaf zijn 53ste alles verder dan Sint-Truiden het einde van de wereld.
Nu is Prince er niet meer en daarmee verdwijnt opnieuw één van mijn grote helden voor eeuwig van het toneel. Dit keer is het anders, want Prince was niet oud en live gaf hij nog steeds nieuwe dimensies aan ‘scherp staan’ – op alle vlakken. Ik luister vandaag naar zijn muziek en ik ben niet verbaasd over hoe geniaal het allemaal is. Dat wist ik immers al lang. Wat een muzikant. Wat een visionair. Wat een zonde.