Life according to Kas

Mijn oudste zoon is ondertussen 20 maanden oud en wat mij betreft is het zijn beste leeftijd tot nu toe. Zijn bebber staat geen twee seconden stil, hij is pienter en hij heeft alles gezien. Bij momenten is dat behoorlijk vermoeiend – bijvoorbeeld wanneer hij in de auto in de mot heeft dat ik NIET van plan ben om langs het paard te rijden en hij rel schopt tot ik het wel doe. Maar door de band genomen is het heel fijn om mee te gaan in zijn wereld.
Ik sta er vaak zo van te kijken hoe die kleine protzak ervoor zorgt dat ik zoveel meer rond mij kijk en zoveel kleine dingen opmerk waar ik anders gewoon aan voorbij zou gaan. Ik wil niet zweverig doen, maar het is toch een heel schoon voordeel aan kinderen hebben: je mag alles om je heen opnieuw mee ‘voor het eerst’ zien. Elke dag zijn er zo wel nieuwe dingen die we samen ontdekken. Hier een greep uit het aanbod van de laatste dagen:

Kaarsen aansteken in de kerk

Een week of twee geleden wandelde ik op zondagmorgen met Kasper naar de bakker. Op onze weg naar daar passeren we de kerk en ik zag dat de deuren open stonden want over een kwartier zou de mis beginnen. Dat werd nog eens extra onderstreept door de kerkklokken. Wij wonen kort bij de kerk dus Kasper kent dat geluid heel goed. Zijn vingertje ging de lucht in – MAMA, KLOK (mijn kind roept als hij enthousiast is) en nogal impulsief ging ik met hem de kerk binnen. Het was daar stil, op de klassieke muziek na. Enkele kerkgangers zaten al klaar op de kerkstoelen. Kas kreeg van mij twee centjes die hij in het bakje mocht gooien: één voor een kaars voor hem en eentje voor zijn broer. Al fluisterend vertelde ik hem dat we in de kerk waren, dat je daar best stil bent omdat dat eerbiedig is en dat het fijn is als je een kaarsje voor iemand aansteekt want dat betekent dat je aan hem denkt. Kas stak flink de kaarsjes aan, liet zich gewillig terug in zijn buggy gespen, fluisterde de hele tijd erg flink van ‘ja’ en ‘nee’ als ik hem iets vroeg. Op weg naar buiten nam zijn enthousiasme het over en riep hij nog even DADA KLOK. Héérlijk! Sindsdien glippen we elke week voor de mis even binnen en dan mag Kas twee kaarsjes aansteken. Deze week was het voor Elias (die koos ik) en voor de poes (die koos hij).

IMG_1564

Zelf met de kar rijden in de winkel

Veel uitleg behoeft het niet want met de kar rijden dat is gewoon met de kar rijden. Ik ben overigens een heel slechte karrijder. Er draait altijd wel een wiel de verkeerde kant uit, ik gooi alles gewoon in mijn kar waardoor ze aan de kassa in de Colruyt hun ergernis amper kunnen verbergen en laatst reed ik tegen de hielen van een trage bomma (dat was echt per ongeluk). Maar Kas, die is geboren om met de kar te rijden. Sinds kort mag hij het helemaal alleen en hij glundert zo hard dat ze de winkelverlichting net zo goed kunnen uitdoen. Hij draaft de winkel door met zijn kar (hij stapt tegenwoordig niet meer, hij loopt), hij legt alles wat ik aanwijs in de kar en dan stopt hij 5 stappen verder om het eruit te halen en het er nog eens in te leggen, maar dan beter. Hij zet na het winkelen flink zijn kar terug bij de andere karren, aait de levensgrote plastieken leeuw die aan de inkom staat en roept DADA KAR.

Processed with VSCO with c1 preset

Alles wat te maken heeft met wawa

Kasper vindt wawa (water gelijk wij hier in Limburg zeggen) één van de beste dingen op aarde. Het is tof om wawa te drinken, maar veel toffer is het nog om wawa uit te gieten, rond te gooien en om te kappen. Wawa biedt tal van mogelijkheden. Je kan naar wawa kijken, je kan wawa voelen, je kan wawa proeven, je kan in wawa gaan liggen en je kan in wawa gaan staan. En het allerbeste: wawa is OVERAL. Hoeveel wawa er precies is, dat weet ik pas echt sinds Kasper er is. Wawa op de grond, in de goot, op de auto’s, in emmers, in rivieren, op kleren, op karren, in haren, in bekers, in glazen, in flessen, op struiken en takken, … Zei ik al dat wawa overal is? Alle spectaculaire dingen met water onthoudt hij trouwens heel precies. Eén keer ben ik met hem de auto gaan wassen en sindsdien zegt hij al van een kilometer op voorhand ‘wawa op auto’ als we bijna aan de carwash passeren.
Hij weet de verschillende manieren waarop je naar de rivieren en beken in onze buurt kan stappen en hij heeft het meteen in de gaten als ik met opzet een andere route pak zodat ik niet 40 minuten op een brug in de verte sta te kijken tot mijn kind klaar is met naar wawa te kijken. Uiteindelijk eindigt het meestal zo dat ik hem in de buggy zet en hij mij in onverstaanbare gewauwel uitscheldt voor rotte vis. DADA WAWA roept hij dan wat mistroostig nog net voor we de bocht om gaan.

 

 

Dieren en voertuigen

Overal waar we komen, heeft Kas – naast natuurlijk al het wawa – meteen gezien waar er dieren staan. Hetzelfde geldt voor tractors, vrachtwagen, auto’s, brommers, fietsen, … you name it. Hij wijst aan wat hij ziet en roept het nog even, gewoon voor de zekerheid: VAAP! (schaap) – PAAD! (paard) – TITUI (vliegtuig) – AUTO! – SLAK!
Plaatsen zijn voor hem verbonden aan de dieren en de voertuigen die ze daar in de aanbieding hebben. Als we gaan wandelen in het bos, dan roept ie VAAP omdat hij er daar ooit een zag. Al weken moet ik naar een lege wei wandelen met hem omdat daar de koe stond, maar het beest is intussen spoorloos verdwenen. De poort van de wei staat open – geen idee waar de koe naartoe is. Elke keer als we in de buurt zijn moeten we naar daar gaan zodat hij kan kijken of ze al terug is. “Koe’s weg” zegt hij en hij toont mij zijn lege handen. “Ja, schat, ik zie het.”
Net voor ik de buggy terug richting huis draai roept ie van “PAK” (kip gelijk ze hier in Limburg zeggen). Hij had blijkbaar onthouden dat in de tuin van een huis wat verderop kippen zitten. En dus worden de kippen toegevoegd als een nieuwe stop van onze wandeling. Daar sta ik dan, tegen de draad van mensen hun achtertuin naar de kippen te wijzen. Het duurt vast nog maar enkele dagen vooraleer de politie mij komt vragen naar mijn intenties. DADA PAK! DADA NIJN!, roept hij wanneer ik hem toch eindelijk kan overhalen om huiswaarts te keren.

IMG_1782

Door te gaan wandelen, kon ik sowieso mijn hoofd al leegmaken. Maar met Kas gaan wandelen is bevrijdend en verrijkend tegelijk. Ik zie meer en ik ben zoveel minder met mezelf bezig, met wat er speelt in mijn leven en met wat er omgaat in mijn hoofd. Hij wil voortdurend dat ik meekijk en even verbaasd ben over alles wat er nu weer ons pad kruist. Ik kan me wel eens opnaaien in het extreem trage tempo van onze wandelingen (soms ben ik meer dan een uur weg en dan heb ik nog geen halve kilometer gedaan), maar als het me lukt om dat los te laten dan is het héérlijk om samen met hem het leven te ontdekken.

Gisteren gingen we met ons vieren wandelen in het bos. Elias in de draagzak tegen mij aan, Kas met zijn groene botten. We wilden hem oppakken op de moeilijke stukken want het was soms wel klimmen en de ondergrond was niet altijd even ideaal. Maar hij wou niet. “Nee, zellef”, zei ie.
En zo stapte hij 3 km met ons het bos door op zijn groene botten. Hij zwaaide naar het titui (vliegtuig), het vaap (schaap), de boo (boom), het paad (paard), de maais (maïs) en de popoen (pompoem). En zo begrijp ik eindelijk helemaal waar Paul Van Ostaijen het over had.

Marc groet ’s morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag

Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn

Advertenties

Pieter Jan is jarig!

Ik sprak over hem als mijn grote broer en ik vertelde er altijd bij dat hij ook echt héél groot was. Meer dan één meter negentig – en dan wees ik de lucht in.

Ik zei dat hij goed op zijn gitaar kon spelen en dat hij zelfs een eigen band had. Hij stampte de maat mee op de vloer van zijn kamer en gezien dat mijn plafond was kon ik niet slapen. Maar ik stelde het uit om mama te roepen want ik wilde niks doen wat hij niet leuk vond.

Ik toonde in mijn poëzie dat hij goed kon tekenen en wees daarbij naar de tekening van de pili’s. Ik ken het versje dat hij erbij schreef nog steeds uit mijn hoofd (Kinderen uit Pili-land, vind je zelden in de krant. Maar wel in poëziekes, van kleine Saremiekes).

Ik demonstreerde hem dat mijn rokjes konden draaien en dat mijn haar lang was en hij keek altijd vooraleer hij ‘Ja, mooi!’ zei – in tegenstelling tot sommige andere broers die ik heb.

Soms komt hij op televisie en dan zet ik het beeld op pauze. Ik bekijk hem als toeschouwer. Hij ziet er ernstig uit, geconcentreerd ook. Daarna kijk ik opnieuw als zus met ogen die al bijna 30 jaar naar hem kijken. Dan weet ik dat ik niemand anders ken die beter past waar hij daar zit. Want hij is de rede. Hij is rechtvaardigheid en integriteit.

 

Regelmatig staat hij op een podium. Ik bekijk hem als toeschouwer. Ik zie een goede muzikant, zo eentje met hart en ziel – de focus op zijn gitaar. Daarna kijk ik opnieuw als zus met ogen die al bijna 30 jaar naar hem kijken. Ik weet dat hij – ondanks zijn concentratie – vermoedelijk alles gezien heeft wat er rond hem gebeurde. Ik weet dat hij content is want gitaar spelen, dat doet ie graag. Ik weet dat hij straks – na de show – wat opmerkingen zal maken waar ik verschrikkelijk om zal moeten lachen. Ik weet dat ik zal zeggen van “goed gespeeld!” en hij zal antwoorden van “ja?” en ik zal blij zijn omdat hij mijn mening belangrijk vindt. Ik zie de mensen klappen als zijn naam passeert bij de bandvoorstelling en ik wil roepen ‘DA’S MIJN BROER DAN HE!’ want ik ben knettertrots.

Vandaag is hij jarig. Ik besef dat er jaren bijkomen, maar het voelt niet meer zo. Na al die tijd hebben we ons leeftijdsverschil overbrugd en zijn we eindelijk even oud. Gelukkige 29e verjaardag dus, Pieter Jan!

(Uit)koken

Traag ga ik met de dunschiller over de zwarte rammenas. Met lange halen ontdoe ik hem van zijn schil. In de andere kamer speelt mijn zoon met zijn vader. Ze hebben het over auto’s en hij zegt van ‘kijk’ en de andere antwoordt van ‘waaauw’.
Ik haast me niet. Dat is uitzonderlijk – zeker de laatste weken. Elias slaapt nog. Ik bedenk me dat ik me ook nog zou kunnen douchen en aankleden voor hij wakker wordt als ik nu gewoon nog even snel snel… Ik onderbreek mezelf. Neen, doe maar traag.

Met het groentemes snijd ik de rammenas in rondjes en daarna maak ik er nog kleinere stukjes van. Ik bedenk dat het soms zo voelt. Het leven in kleine stukjes want we moeten rekening houden met flesjes en dutjes. Ik zucht. Was ik maar een avontuurlijkere moeder – zo eentje die langs de kant van de weg flesjes geeft. Eentje die glimlachend de huilbuien op de achterbank pareert als het kind niet op tijd in zijn bed ligt of eten krijgt. Ik onderbreek mezelf. Kom, niet doen. Duw jezelf niet weer in dat hoekje.

Want het is echt anders. Ik laat meer los dan ik ooit deed bij kind 1. Ik durf uit handen geven – niet alles, maar dat hoeft ook niet. Ik kom buiten. Ik stouw de koffer vol met alles wat we nodig hebben, klap hem dicht en ik rijd. In mijn hoofd is het rustiger. Mijn verwachtingen klopten beter dit keer. Er waren er minder en dus waren er minder teleurstellingen. Ik doe dingen die ik bij Kasper nooit deed en ik doe het nu met nog een peuter erbij. Geen grootse dingen, maar ik tackle handig kleine alledaagse obstakels die vorige keer als grote bergen voelden waar ik soms moeizaam overheen geraakte. Dat die bergen zich vooral in mijn hoofd zo groot hadden gemaakt, dat zag ik pas een hele tijd later.

De groenten gaan de pot in en ik giet er water over. Ik sus mezelf. Ik blus mezelf. Ik weet dat ik gegroeid ben in heel dat moederding. Het is nu één van de jassen die in mijn kast hangt – naast die van zus, vriendin, vrouw, partner, lector, kennis, .. En ik trek hem aan – soms met een zwier en soms deed ik liever een andere jas wat vaker aan. Maar hij past mij als gegoten want het is de mijne. Ik heb hem zelf ontworpen. Ik vergelijk hem alsmaar minder met andere jassen  n dat op zich is al heel wat.

Ik wacht. Ik prik en alles is nog hard. Ik leun tegen het aanrecht. Ik knijp mijn ogen wat samen. De dagen gaan voorbij. Er komt weer wat structuur om op terug te vallen. Ik word rustiger als er af en toe wat herhaling in zit. Als er dingen zijn die ik kan doen op automatische piloot.  Zoals dit, groenten snijden, pot in, wachten, klaar. Het geeft me de tijd om ook mijn gedachten even toe te laten. Ik prik nog eens en alles is zachter. Gewoon wat wachten doet het ‘m doorgaans. Dat wist ik al, maar ik vergeet het soms.

Ik giet af en ik zucht. Het zal wel weer te weinig zijn. Ik sakker alvast wat op mezelf.
Maar als ik het kommetje op de weegschaal drie keer vol kan scheppen, dan zie ik dat het meer is dan ik dacht.

Processed with VSCO with c1 preset

 

Wie zijn de mensen die je tegenkomt..

Ik vertelde eerder al dat buiten komen, bewegen en een frisse neus halen de kleine trucjes zijn die mij de eerste weken met een nieuwe baby helpen overleven. Ook de voorbije twee weken paste ik mijn hulpmiddeltje regelmatig toe. Het was minder met de fiets (want het is zeikweer geweest), maar wandelen probeer ik elke dag te doen. Soms met één kind, soms met twee. Ik schreef al vaker dat ik op die manier veel meer oog heb voor de dingen om mij heen (de bomen, de eenden, de natuur in het algemeen) maar dat geldt net zo goed voor de mensen. Een klein overzicht van de mensen die ik zag en de gesprekken die ik opving:

  • De vrouw die wacht op de postbode.
    Deze dame doet altijd geheel toevallig de deur open op het moment dat de postbode de brieven bij haar door de brievenbus duwt. Uiteraard zit ze al van uren op voorhand te kijken tot hij eraan komt. Ze zou zich kunnen aankleden, maar dat doet ze niet. Ik zag haar alleen nog maar in peignoir ongeacht het uur. Het moment dat de deur open zwiert weet de postbode dat hij eraan hangt voor minstens 5 minuten van chitchat die hij vermoedelijk liever niet had gehoord. Volgende onderwerpen komen regelmatig aan bod: het weer, het weer en soms ook het weer.
    Ik moet altijd hieraan denken:
    7140b2c86fd40fbbc48f5b3318dd1a95
  • De twee buurmannen
    Deze twee individuen wonen naast elkaar. Het enige wat hen scheidt is een haag. Die haag is ongeveer 1m70 hoog. De twee mannen zijn volgens mijn schatting allebei 1m75 hoog. Dat betekent dat ze alle twee geweldig oncomfortabele houdingen moeten aannemen om met elkaar te kunnen praten. Veel makkelijker zou zijn om elk vijf stappen naar links/rechts te zetten, om de haag heen te stappen en elkaar toe te spreken zoals normale mensen dat doen. Maar daar zijn ze zelf nog niet opgekomen. Ongeveer elke keer als ik ga wandelen, staan de twee mannen met hun neuzen elk op hun stuk van de haag met elkaar te praten over allerhande belangrijke zaken. Gisteren hoorde ik bijvoorbeeld dat man 1 geen televisie, internet en telefoon meer had. Bij man 2 werkte alles wel nog want hij had ‘pertank net nog computer’.
  • De kleine kefhond
    De kleine kefhond woont niet ver bij ons vandaan. Op de route naar de speeltuin passeren wij altijd het domein van de kleine kefhond. De kefhond woont op een appartement op 1 hoog met een mini-balkon aan. Maar de kleine kefhond is zo klein dat het balkon voor hem zal aanvoelen als 100 voetbalvelden groot die hij allemaal moet afbakenen met zijn irritante gekef. Als wij er passeren, probeer ik geen geluid te maken zodat de sjakoshond het niet nodig vindt om aan te geven dat hij een hele baas is. Toch komt hij het elke keer doen. Kasper zegt dan dat het een muisje is en ik kan me er niet toe brengen om hem te verbeteren.
  • De man die water pikt uit de Velp
    Door ons dorp stromen verschillende rivieren waarvan de Velpe een van de grootste is. Het was ook deze klootzak die Halen onder water zette in het jaar des Heeren 1998. Heden ten dage staat er in de Velpe amper water waardoor de eenden Jezus-gewijs over het water lijken te lopen. Maar ik vermoed dat de waterpikker er toch ook voor iets tussen zit. Al verschillende keren zag ik een man met een zelfgeknutselde installatie een gigantisch vat water vullen met water uit onze belangrijkste stroom. Geen idee of dat eigenlijk toegestaan is of niet maar de parkwachter en ik houden de situatie nauwlettend in de gaten.

Terwijl ik zo door Halen slenter en regelmatig gniffel om wat ik zie of om de gesprekken die ik opvang, hoor ik dit geweldige nummer van Sesamstraat in mijn hoofd. Tussen mijn stappen door huppel ik af en toe. Ik glimlach om de gedachte dat misschien één van die mensen mij vermeldt in zijn blog als ‘het meisje met dat kind dat altijd van IE-JAA-DEE_JAA wil zingen.’ Dorp life, I love it.