Een groet.

Ik leg mijn twee handpalmen vlak op de steen en ik sluit mijn ogen. Zoals altijd druk ik tien kussen op de foto. Ik tel ze in mijn hoofd. ‘Dag papa’, fluister ik en ik wandel weg.

Als ik in de auto stap, begint er onmiddellijk een nummer van Jan de Wilde op de radio. Het voelt als een zwaai terug; want mijn vader luisterde graag naar Jan de Wilde. Ik herinner me nog haarscherp hoe papa mij het concept van een vertaald nummer uitlegde aan de hand van zijn lied ‘De naakte man’.
‘Luister eens!’, zei hij ‘dit is een liedje van Randy Newman’. Ik was een jaar of 12 en we reden op een zaterdagochtend naar Kortessem. Hij moest daar zijn voor iets van de toneelkring. Ik was al lang fan van Randy Newman ook al begreep ik de verschillende lagen in de muziek nog niet.
‘Maar het is in het Nederlands, dan kan het niet van hem zijn!’ antwoordde ik. Hij legde me uit dat iemand een lied kon herschrijven in zijn eigen taal maar de melodie bewaren en dat het dan een vertaling werd. Hij had dan altijd een halve glimlach op zijn gezicht. Als hij goed gezind was, vond het hij het leuk om dingen uitgebreid uit te leggen.
Op zich een volstrekt onbelangrijke gebeurtenis in mijn leven, maar voor mijn brein blijkbaar belangrijk genoeg om te registreren en op te slaan. Sindsdien hangt Jan de Wilde  voor altijd samen met papa.

download (bron Google)

‘Ruik eens!’, zei hij ‘dat is de lindeboom’. We wandelen samen over de markt van Halen. Ik adem diep in door mijn neus. Het ruikt zoet en warm.
‘Waar staat die dan?’, vraag ik.
Hij lacht luidop. ‘Weet jij dat niet? Het is die grote boom daar die hier al heel je leven staat en waarschijnlijk ook al veel langer.’
Het klopt. De boom staat er al zo lang ik mij kan herinneren, maar ik heb er nooit op gelet. Ik heb er nooit écht naar gekeken. Hij vertelt dat ik zo voor altijd kan weten wanneer de zomer begonnen is, aan de geur van de lindeboom op de markt. Op zich een volstrekt onbelangrijke gebeurtenis in mijn leven, maar voor mijn brein blijkbaar belangrijk genoeg om te registreren en op te slaan. Sindsdien hangt de lindeboom voor altijd samen met papa.

IMG_0413

Afgelopen weekend gingen we naar Ieper. WO I en WO II interesseren mij mateloos. Daar zit mijn vader voor niks tussen, dat is de invloed van mijn grootvader. Maar dat is een ander verhaal. We huurden een leuk huisje via AirBnB. De zon scheen, het kind was vrolijk en wij dus ook. Na twee uur rijden parkeren we onze wagen en ik stap uit. Ik adem diep in door mijn neus en ik ruik de lindeboom.
‘Dag papa’, fluister ik. Ik voel me meteen thuis.

IMG_0130
Kas en ik onder de lindebomen. 

En zo zwaaien wij naar elkaar, mijn vader en ik. Voor altijd.

 

 

Be Nice

‘Hoeveel empathie en inlevingsvermogen rest er ons nog, na zoveel gruwel op z korte tijd?’. De vraag spookt nu al de hele dag door mijn hoofd.

Eergisteren reed één of andere zot tientallen mensen dood. Mensen die vakantie hadden. Mensen die naar het vuurwerk kwamen kijken. Mensen met kindjes die voor ‘t eerst lang mochten opblijven.
Gisteren stierven er in Turkije opnieuw tientallen mensen. Het leger pleegde een staatsgreep en veel burgers lieten het leven. Burgers die luisterden naar de oproep van hun premier. Burgers die begaan zijn met hun stad. Burgers die misschien op de verkeerde plaats waren op het verkeerde moment.

Ik hoor het op het nieuws. Mijn gsm stuurt me voortdurend UPDATES die ik soms aanklik en soms weg schuif. Ik lees het in de krant. Ik hoor mensen erover spreken. Ik denk erover na. Het sluimert voortdurend in mijn achterhoofd.

Ik ben niet de juiste persoon om analyses te maken. Ik kan je niet precies vertellen waarom de wereld is zoals hij is. Ik ken daarvoor niet alle feiten om dat op een eerlijke manier te doen. Bovendien leer ik steeds meer dat er geen ene waarheid is en dat een verhaal altijd twee en vaak heel veel versies heeft. Maar vooral leer ik – met het ouder worden – dat het soms beter is om niets te zeggen.
Meteen na zulke gebeurtenissen weten velen plots wat er gebeuren moet. Die of die moet buiten. Die of die moet het oplossen. Die of die heeft altijd gezegd dat het zo ging gaan. En die of die weet het altijd zeker.

Ik weet het steeds minder zeker. Nog steeds ben ik elke keer geschokt en diep geraakt bij zoveel waanzin, bij zoveel geweld. De laatste jaren is die sluimerende dreiging een deel geworden van ons leven. Na zo’n aanslag valt alles even stil. Ik pak mijn kind vast en laat me meeslepen in zijn zorgeloosheid. Ik kijk hoe hij met veel concentratie nagaat of het speelgoed dat ik hem zonet gaf rammelt als hij ermee schudt. Hij lacht wanneer hij ontdekt dat het inderdaad lawaai maakt. Ik voel me even geen deel van die wereld waarin gevaar en geweld niet meer iets zijn van ver weg, maar iets van ‘daar zijn we eens op vakantie geweest’. Ik laat de rolluiken in mijn hoofd naar beneden en sus mijn angst in slaap.
Maar dan lees ik de krant. Ik lees over een vader die zijn kinderen over een hek gooide om hen in veiligheid te brengen vooraleer hij er zelf achteraan klom. Ik lees over een jong koppel dat eergisteren in Nice urenlang op zoek was naar hun baby van 8 maanden die met buggy en al verdwenen was. De journaliste schrijft dat het koppel urenlang “vertwijfeld” op zoek ging naar hun baby. Ik denk onmiddellijk dat die mensen heel wat zullen geweest zijn, maar dat “vertwijfeld” nog wel het lichtste woord was om hun gevoel te omschrijven. Ik denk eerder aan radeloos, buiten zinnen, in blinde paniek, razend, ontroostbaar. De rolluiken in mijn hoofd gaan alweer omhoog.
Ik heb het gevoel dat ik iets moet doen. Dat ik ergens een deel van wil uitmaken. Dat ik mee vorm wil geven aan een antwoord op al die haat en al dat geweld. Ik weet alleen niet hoe. Ik denk aan Hendrik Geeraert die in WO I de sluizen open draaide in de Westhoek en zo ‘den Duits’ tegenhield. Ik hoop dat ook nu gauw wat Hendrik Geeraertsen zullen opstaan met eenvoudige, maar geniale oplossingen om het kwaad een halt toe te roepen. Voorlopig kom ik niet verder dan:

13680720_10153546469517172_8808829206508439675_n

Hinkelen

Ik tekende een vierkant met krijt op de grond en schreef er een grote ‘1’ in.
Ze stond langs me met haar handen in de zij. Bovenop mijn eerste vierkant tekende ik er nog een – even groot – en schreef er ‘2’ in.
“Oh my gaawd”, zei ze. Ze kon amper haar lach inhouden.
“Wat? Is het fout?” vroeg ik haar. Het antwoord kon onmogelijk ‘ja’ zijn. Ik heb in mijn levens immers dui-zen-den hinkelpaden getekend.
“Neen, gewoon véél te groot. Zo is er niks aan. Mijn vriendinnen en ik, wij doen dat anders.” Mijn mond viel open. “Kijk, tante Saar, ik zal het tonen,” zei ze, terwijl ze mij het stoepkrijt afhandig maakte. Bovenop mijn eerste twee vierkanten tekende ze nog meer vierkanten die telkens kleiner werden. In de bovenste zou ik nooit nog mijn voeten krijgen zonder de lijnen te raken. Maar ik zei niets. Ik was nog te verbouwereerd over wat er zonet gebeurd was.

Het zevenjarig meisje met haar paardenstaart had me nog nét niet uitgelachen met mijn hinkelbaan. Uit liefde voor haar tante Saar hield ze haar lach in, maar het kwaad was geschied. Gelukkig kon ik haar wel nog naar huis hinkelen met mijn verder ontwikkelde evenwicht en mijn betere steentjes-werp-skills.

IMG_9733

Gisteren werd ze nog maar net geboren, als ik mij dat goed herinner. Ik geloof dat ik intussen nét twee keer met mijn ogen knipperde en plots is die mouche bijna 7 jaar en lacht ze me zowat uit om mijn slecht getekende hinkelbanen.

Ze speelt graag spelletjes. ‘Monopowly’ en ‘Lach je rijk’. Het concept achter de twee spelletjes ontgaat haar nog totaal, maar ze wint altijd. Gruwelijk vervelend. Ze speelt het zo graag dat ze wil dat het eindeloos duurt. Wanneer ze me voor de zoveelste keer compleet geruïneerd heeft, steekt ze me soms geld toe zodat we nog een ronde langer kunnen spelen. “Hier”, zegt ze “pak maar, want ik heb toch genoeg.” De totale vernedering, maar ik lijd ze met de glimlach want haar snoet straalt.

IMG_9695

Ik ben niet de enige die zo gelukkig wordt van haar in de buurt te hebben. Als Kasper haar hoort, draait hij zijn hoofdje tot hij haar kan zien. En als ze kortbij genoeg is, dan grijpt hij haar wangen vast en knijpt hij er zo hard in dat ze geschrokken terug trekt. Hij zwiert zijn kleine michelinarmen armen op en neer van puur contentement als zijn grote nicht liefdevol over zijn voetjes streelt.
“Daaaaag Kaspeeeerrrrrr”, zegt ze, en ze imiteert onze intonatie feilloos. Ze pakt hem op en loopt met hem rond. Ze schudt hem omhoog zodat hij beter op haar arm zit.
Als ik nog twee keer met mijn ogen knipper, dan heeft ze er vast zelf één.

Dus ik sper mijn ogen open en probeer zo weinig mogelijk te knipperen. Ik kijk hoe ze de tafels leert. Ik kijk hoe ze een echte scoutsmie wordt. Ik kijk hoe ze graag de oudste van alle kindjes is. Ik kijk hoe ze zich probeert te onderscheiden door anderen te helpen en ik slik om zoveel herkenning. Ik zie Janne door haar eigen leven hinkelen en ik voel me bevoorrecht om de plaats die ik er in inneem.