Achteruit

“We gaan achteruit”, zei de radiostem zo rond een uur of negen ‘s morgens. Ik draaide de radio wat luider. Blijkbaar is er sinds enkele weken een klein rubriekje op StuBru waarin er muziekgewijs achteruit wordt gegaan. Er wordt een jaar gekozen en twee nummers die in dat jaar grote hits waren van betrekkelijke kwaliteit worden naar voren geschoven. Het is aan de luisteraars om dan via een stemming uit te maken welk nummer ze zeker nog eens opnieuw willen beluisteren.

“Dit keer gaan we terug naar het jaar 2000!”, liet Vincent Byloo me weten. Op luchtige toon vertelde hij er nog bij dat dat intussen zo’n 17 jaar geleden was. De nummers waartussen de luisteraars mochten kiezen waren “Walk on Water” en “Oops, I did it again”. Het voelde alsof ik een klap voor mijn kop kreeg – ZEVENTIEN JAAR.  IS DAT AL ZEVENTIEN JAAR GELEDEN.
Doorgaans heb ik nul komma nul herinneringen aan de nummers waartussen gekozen mag worden. Dat komt omdat het op de radio meestal gaat over klassiekers genre The Beatles of The Rolling Stones. Ik was er nog niet toen die nummers voor het eerst on air gingen en ik moet zeggen dat ik dat al vaak jammer heb gevonden, maar kijk, vooraleer ik kon bestaan moesten eerst mijn ouders geboren worden – zo gaat dat in het leven.

Tijdens het reclameblok mochten de luisteraars via social media laten weten welke hit uit 2000 ze graag nog eens wilden luisteren. Intussen werd ik in mijn eigen hoofd terug gekatapulteerd naar dat iconische jaar 2000. Ik zag me op oudjaar 1999 mijn sokken aantrekken waar vuurwerk opstond en “HAPPY NEW MILLENNIUM!”. Mama had voor de zekerheid de computer (en zowat alle andere elektrische apparatuur) uitgetrokken want er werd gezegd dat alles zou ontploffen. Ik zag me in juni ‘afstuderen’ van de lagere school. We hadden voor de plechtigheid “Aux Champs-Elysées” leren zingen. God knows why, want we waren nooit in Parijs geweest met de klas maar dat deed duidelijk niet ter zake. Ik zag me in de zomer voor de eerste keer meegaan op CM-kamp. We gingen naar Bredene, het goot tien dagen lang oude wijven maar ik won een gezelschapsspel tijdens de kustshow van ‘Schuif af!’ omdat ik “Hit me baby, one more time” kon verder zingen dus alles kwam goed. Ik zag me voor het eerst naar de middelbare school fietsen in Diest – mijn vader in mijn kielzog om te checken of ik de verkeersregels kon respecteren. En ja, ik kon me levendig de clipjes van de twee bovenvermelde nummers voor de geest halen.
Ik zag Britney van ‘uh yeah yeah yeah yeah yeah’ zeggen met veuls te veul lipgloss op en ik zag Anneke Vervoort zo’n 10.000 keer dezelfde handbeweging maken terwijl ze zong dat ze over Waaaadeeer zou wandelen.

Ik moet zeggen dat ik toch even serieus van mijn melk was. Ik voelde me niet oud, maar het werd me pijnlijk duidelijk dat ik toch ook niet meer piepjong ben. Als je concrete herinneringen hebt aan iets wat meer dan 17 jaar geleden is, dan ben je immers toch al minstens 17 jaar + 10. Wat zeg ik, weldra ben ik er zelfs 17 jaar + 12.
Het publiek koos voor Milk Inc en zo kwam het dat ik drie minuten lang meezong en luchtpiano speelde – of één noot toch althans want meer heeft Regi er niet in dat nummer gestoken. Op de achterbank trok Kasper grote ogen en na enkele seconden begon hij te roepen van MAMA! NEE! MAMAAAA! NEEEEE!. Ik draaide de radio wat stiller en ik vertelde hem dat het hier ging om een noodgeval. Dat mama normaal nooit naar Walk on Waaaadeer zou luisteren, maar dat ze nu haast niet anders kon. Dat het een nummer was uit 2000 – dat is al zeventien jaar geleden jongen, toen was er van jou nog lang geen sprake! – en dat het nog ingezongen werd door Anneke Vervoort maar dat het clipje al werd opgenomen met Linda en dat papa dat voorzekers niet zou weten (inschatting bleek juist). Anneke Vervoort, dat was een meisje die kon nogal eens doen alsof ze aan het zingen was en in ze had gekleurde strepen in haar haren. Ik vertelde hem ook nog dat het nummer uiteraard slecht was, maar dat het toch bijna goed werd omdat er een laagje nostalgie over lag. Ik legde hem uit dat mama dat nummer later nog veel hoorde in een etablissementje in Leuven waar ze met haar vrienden na de les de geziene leerstof nog eens opnieuw ging bespreken. En dat dat goed was omdat wij zo héél veel leerden van elkaar.

1935245_165727270939_7559356_n
Als ik me niet vergis dan hebben we hier net besproken in welke zin ‘Schuld en Boete’ de Westerse Literatuur beïnvloed heeft.

Kasper bleef intussen koppig van NEE MAMA zeggen en de rust keerde weder in onze bruine auto toen ik voor de tien miljardste keer de cd van kapitein Winokio opzette.

De dag ging daarna weer gewoon verder, alsof ik niet net naar Walk on Water op de radio geluisterd had. Kasper en ik gingen naar de Carrefour. Hij mocht in de kar zitten en likte de hele tijd aan dat ding waarmee je een kar aan een andere kar vastmaakt ondanks het feit dat ik hem dat telkens opnieuw verbood. Het is intussen bijna twee weken geleden, maar ik ben er nog altijd een beetje ondersteboven van. ZEVENTIEN JAAR GELEDEN. KOM OP ZEG.

Advertisements

Bij opa

Processed with VSCO with c1 preset

Voor Kas is het kerkhof geen vreemde of droevige plaats.
Hij mag er altijd water geven aan de bloemetjes bij mijn papa en mijn grootouders. Met veel toewijding geeft hij water aan elk potje en daarna ook nog aan alle potjes die droog staan op alle andere graven kortbij papa.

Hij ziet er vogels (VO!) en tractors (tracto!) passeren. Hij zit er in het gras en hij kan er vrij rond stappen want er zijn geen auto’s.

Als we weer weg gaan, wuift hij ‘dada’ naar opa. En als hij er al eens weent, dan is het omdat ik sneller wil vertrekken dan hij in zijn planning voorzien had. Zo associeert hij zijn opa hopelijk niet alleen met verdriet, maar vooral met positieve dingen.

Ik vraag hem in de auto of we nog naar opa zullen gaan. Hij begrijpt wat ik zeg, want hij steekt zijn vingertje in de lucht en hij zegt: ‘Vo!’ (Ja, schat, daar zijn vogels he) en ‘Wawa!’ (Ja, en jij mag dan de bloemetjes water geven). Daar zijn is voor hem zo gewoon als in de tuin rondlopen. Hij ziet er dingen die hij herkent, hij mag er vrij zijn en dingen zelf doen.

Ik ga er niet van uit dat papa ons horen kan. Ik denk niet dat ik dat echt geloof. Maar toch vind ik het een fijne gedachte dat Kas en ik regelmatig gewoon daar zijn, in zijn buurt. Niet om te treuren, niet om stil te staan, maar om te doen wat we thuis ook doen: om te leven.

Traag.

35 km/uur geeft de snelheidsmeter aan. Ik rijd achter een tractor en ik kan er niet voorbij. In tegenstelling tot de voorbije weken, stoort het me allerminst. Ik geniet van de traagte. De chauffeur achter me duidelijk iets minder, maar het deert me niet. Geduldig blijf ik achter de tractor rijden. Ik tik mee met de muziek en ik zet mijn raam op een kiertje om wat frisse lucht binnen te laten. Samen met de drukte is ook de drukkende warmte verdwenen. Ik adem – op alle vlakken – weer vrijer.

Nu er weer tijd is en niet alles snel en functioneel en efficiënt moet zijn, kan ik er weer voor kiezen om ons eten zo veel mogelijk lokaal te kopen. Fruit en groenten op de markt op woensdag – behalve de aardbeien, die koop ik rechtstreeks bij de teler. Al jaren gaan we daarvoor naar dezelfde man.
Ik herinner me nog dat ‘aardbeikes kopen’ telde als mijn ontspanning tijdens de juni-examens in het vijfde middelbaar. Het kan niet later dan dat geweest zijn, want ik ging samen met papa en die was er in het zesde al niet meer.
We stappen in de blauwe Mercedes en het dak ging open want het was warm. De muziek staat luid. We draaien ‘Me & Mr. Johnson’ van Eric Clapton grijs. We zetten “They’re red hot” telkens opnieuw op. Twee keer op de heenrit, twee keer op de terugrit. Het album is nog niet lang uit wat betekent dat papa de tekst nog niet helemaal kent. Hij zingt sommige stukken juist en andere wauwelt hij mee. “Nog es?” vraag hij en het stoort niet dus ik duw op repeat. Hij speelt luchtpiano op het dashboard en ik glimlach een beetje (maar niet voluit want ik ben 16 en cool weetjewel). Hij knijpt in mijn knie en dan moet ik wel lachen want het is ons dingetje als hij mij wil laten lachen. Ik speel mee luchtpiano en luchtbluesharp en papa zingt over het meisje dat in de keuken slaapt met haar voeten in de hal. De rest is nog gewauwel.

13 jaar later is ‘aardbeikes kopen’ nog steeds ontspannend. Niet altijd – soms is het gewoon haasten en een taakje op mijn to do-lijst. Maar vandaag is er tijd. De tractor rijdt voorbij de straat waar ik rechts moet. Ik draai de verbindingsweg in, klaar om nog eens naar tweede te schakelen maar het volgende trage voertuig houdt me al tegen. Dit keer is het een oude vrouw in een elektrische rolstoel. Ze rijdt in het midden van de weg aan een snelheid van zo’n 15 km/uur. De weg is smal en ik kan er niet voorbij. Ik wil niet toeteren omdat ik vermoed dat ze zich ofwel dood schrikt ofwel potdoof is en het niet horen zal.

Processed with VSCO with c1 preset

Traag was ok voor 3 km maar zo traag hoefde nu ook weer niet. Vooral het stuk waar ik extreem traag langs de goorste beesten ter wereld moet passeren, had ik liever anders gezien. Ze staren me aan, allemaal tegelijk. Ik bereken of hun nek lang genoeg is om hun kop binnen te kunnen steken. Ik ben niet goed in wiskunde, maar als mijn inschatting enigszins klopt dan weet ik quasi zeker dat het onmogelijk is. Ik doe mijn raam toch maar dicht. Je weet maar nooit met die vuile beesten.

Processed with VSCO with c1 preset

Ik draai eindelijk de oprit op bij de fruitboer. De laatste jaren krijgt hij tijdens de drukke aardbeimaanden hulp van Poolse arbeiders. Hij is zelf ver in de tachtig en niet meer in staat om het zelf te doen. De vorige keren dat ik aardbeien kwam halen, werd ik telkens geholpen door een Pools meisje dat me de bakjes liet kiezen en daarna zei dat het me “zeks oiro” kostte. Dit keer is het de boer zelf. Ik zie hem al zitten op een stoel wat verder op het erf. Traag staat hij op en begint hij zijn rolwagen vooruit te duwen. Ik wil naar hem toekomen om hem de afstand te besparen, maar hij wuift me achteruit. “Ich koom zellef maske”, zegt ie en ik blijf staan onder de poort. Zoals altijd bungelt er een gerolde sigaret aan zijn lippen. Zijn roltabak ligt op het plankje van zijn rolwagen.

“Das verzekers os Hildeke”, zegt hij als hij voor me staat. Hij komt kortbij want hij ziet niet meer goed. Ik zeg hem dat ik niet Hilde ben, maar wel de dochter van Renilde en of hij dat misschien bedoelt. Hij kijkt me aan maar reageert niet. Misschien heeft hij me niet verstaan. “De kleindochter van Roger D’Exelle”, roep ik. Er zijn weinig andere plaatsen waar ik me in die hoedanigheid kenbaar moet maken, maar bij mensen van 80 plus wil er dan al wel eens een licht gaan branden. Dit keer niet. Ik zie dat hij het verstaan heeft, maar niet meteen weet wie ik bedoel. Het geeft niet.
“Vier bakskes alstublieft, meneer”, vraag ik. Hij wijst naar de koelkast: “Dan moeder ze pakken kind”. Ik neem vier bakjes aardbeien en zet ze op het deksel van de koelkast. Ik wijs en tel luidop. “Een, twee, drie, vier”, roep ik. “Hoeveel ist?”, vraagt hij me. Ik wijs en tel luidop: “vier keer twee en half da’s 10”. Ik roep nog steeds. Hij houdt zijn hand als een schelp achter zijn oor omdat hij me niet begrepen heeft. “TIEN” schreeuw ik nu terwijl ik hem 10 euro aanreik. “Merci, maske.”

Als ik in de auto zit en terug de baan opdraai, zie ik dat hij nog steeds onderweg is naar zijn stoel vanachter op het erf. Hij is nog niet eens halfweg. Ik besluit te wachten tot hij terug zit. Het gaat nu toch al traag vandaag.