Nuts.

“Uw papa, at die eigenlijk graag noten?”, vraagt Wout wanneer hij de keuken terug binnenkomt. “Noten?”, zeg ik enigszins verbaasd. Ik graaf in mijn herinneringen.
At papa graag noten? Ik denk aan de noten die rond deze tijd vanuit bompa’s tuin mee naar Halen kwamen. Ze stonden in een mandje op de rand van het aanrecht. In het mandje lag de notenkraker. Het was een heel zwaar exemplaar. De handvaten waren rood en het ‘kraakstuk’ was wit. Ik stak er als kind mijn vingers tussen. Die waren zo klein en smal dat er dan niks gekraakt werd. Ik moest er twee vingers in steken om de ribbels aan de binnenkant te voelen.
Ik herinner me hoe hij de noten voor me kraakte omdat mijn hand nog te klein was om de handvaten toe te krijgen als er een noot tussen zat. Ik had de ‘fors’ nog niet. Hij kraakte en de noot spleet open – netjes in het midden. Hij toonde me hoe je de vliesjes ertussenuit kon pulken en zo enkel het gladde, lekkere stuk noot moest opeten. In elke helft één stukje. Hij at de noten op die we samen kraakten.
“Ik weet eigenlijk niet of hij dat graag at, maar ik denk het wel”, zeg ik eindelijk. “Maar waarom vraag je dat?” Mijn lief vertelt dat hij regelmatig halve okkernoten vindt in onze tuin. Hij raapt ze altijd op, maar ze blijven telkens terugkomen. Alsof ze zich per se willen manifesteren in onze tuin.
Er is geen logische verklaring voor, zegt ie, want wij hebben helemaal geen okkernotenboom. En dus had hij zelf al bedacht dat het misschien wel een zwaaike van papa kon zijn, een groet in de vorm van een halve okkernoot die maar blijft terugkomen. Ik vind het onmiddellijk een schoon gedacht dat papa tegenwoordig zijn groeten zou overbrengen via noten. Of is dat nuts?

Processed with VSCO with c1 preset

Intussen weten we natuurlijk hoe het zit. We zagen de logische verklaring met onze eigen ogen: vogels gebruiken die noten om nesten mee te maken. En regelmatig zijn die sjarels niet in staat om die zware okkernoot daar te krijgen waar ze hem hebben willen. De okkernoot valt en splijt in twee – netjes in het midden. Dus de rede heeft ons een uitleg gegeven die al die halve okkernoten verklaart. Maar toch, maar toch. Telkens als ik er eentje zie liggen, kan ik niets anders denken dan: dag papa.

Advertenties

Ontmoeting.

“Alle, moet ge nu kaka doen of niet?”, vroeg ze.
Ik kijk op om me ervan te vergissen dat het toch zéker niet tegen mij is. Ik maan Kasper aan om wat sneller te stappen. “Amai, dat is ook al ne grote!”, zegt ze – “hoe oud is hem?”
Ik antwoord dat hij twee wordt in december maar dat ik wel vaker hoor dat hij groot is voor zijn leeftijd. “En die van u?”, vraag ik een beetje aarzelend. Ik ben dit soort small talk niet gewend. “Oh, maar die van mij is al wat ouder. Die wordt binnenkort acht maar ze is heel snel voor hare leeftijd.” Ik zeg dat ik daar weinig ervaring mee heb, maar dat ik haar geloof op haar woord.
“Ja, ik zie ze doodgraag. Maar hoe gaat dat he, ge blijft daar voor thuis en voor ge’t weet doet ge niks anders meer.” gaat ze verder. Ik knik van uhu en dat het herkenbaar is. Mijn uitgaan beperkt zich nu ook vooral tot dingen die mijn kinderen leuk vinden. “Maar alle, madam, ge krijgt er wel veel liefde van”, besluit ze nog. Ik zeg haar dat dat bij momenten klopt maar dat het die eerste jaren toch vooral geven lijkt te zijn met soms eens krijgen en dan alles pakken wat er te pakken valt. Ze lacht luidop. “Ja, ge zegt het goe! Alle, wij zijn eens zien.”
“Kom Kas”, zeg ik terwijl ik mijn hand uitnodigend uitsteek. “Alle, kom pruts”, zegt zij en ze klikt haar hond weer vast aan de leiband.
Moeders – allemaal dezelfde.

Pieter Jan is jarig!

Ik sprak over hem als mijn grote broer en ik vertelde er altijd bij dat hij ook echt héél groot was. Meer dan één meter negentig – en dan wees ik de lucht in.

Ik zei dat hij goed op zijn gitaar kon spelen en dat hij zelfs een eigen band had. Hij stampte de maat mee op de vloer van zijn kamer en gezien dat mijn plafond was kon ik niet slapen. Maar ik stelde het uit om mama te roepen want ik wilde niks doen wat hij niet leuk vond.

Ik toonde in mijn poëzie dat hij goed kon tekenen en wees daarbij naar de tekening van de pili’s. Ik ken het versje dat hij erbij schreef nog steeds uit mijn hoofd (Kinderen uit Pili-land, vind je zelden in de krant. Maar wel in poëziekes, van kleine Saremiekes).

Ik demonstreerde hem dat mijn rokjes konden draaien en dat mijn haar lang was en hij keek altijd vooraleer hij ‘Ja, mooi!’ zei – in tegenstelling tot sommige andere broers die ik heb.

Soms komt hij op televisie en dan zet ik het beeld op pauze. Ik bekijk hem als toeschouwer. Hij ziet er ernstig uit, geconcentreerd ook. Daarna kijk ik opnieuw als zus met ogen die al bijna 30 jaar naar hem kijken. Dan weet ik dat ik niemand anders ken die beter past waar hij daar zit. Want hij is de rede. Hij is rechtvaardigheid en integriteit.

 

Regelmatig staat hij op een podium. Ik bekijk hem als toeschouwer. Ik zie een goede muzikant, zo eentje met hart en ziel – de focus op zijn gitaar. Daarna kijk ik opnieuw als zus met ogen die al bijna 30 jaar naar hem kijken. Ik weet dat hij – ondanks zijn concentratie – vermoedelijk alles gezien heeft wat er rond hem gebeurde. Ik weet dat hij content is want gitaar spelen, dat doet ie graag. Ik weet dat hij straks – na de show – wat opmerkingen zal maken waar ik verschrikkelijk om zal moeten lachen. Ik weet dat ik zal zeggen van “goed gespeeld!” en hij zal antwoorden van “ja?” en ik zal blij zijn omdat hij mijn mening belangrijk vindt. Ik zie de mensen klappen als zijn naam passeert bij de bandvoorstelling en ik wil roepen ‘DA’S MIJN BROER DAN HE!’ want ik ben knettertrots.

Vandaag is hij jarig. Ik besef dat er jaren bijkomen, maar het voelt niet meer zo. Na al die tijd hebben we ons leeftijdsverschil overbrugd en zijn we eindelijk even oud. Gelukkige 29e verjaardag dus, Pieter Jan!

Wie zijn de mensen die je tegenkomt..

Ik vertelde eerder al dat buiten komen, bewegen en een frisse neus halen de kleine trucjes zijn die mij de eerste weken met een nieuwe baby helpen overleven. Ook de voorbije twee weken paste ik mijn hulpmiddeltje regelmatig toe. Het was minder met de fiets (want het is zeikweer geweest), maar wandelen probeer ik elke dag te doen. Soms met één kind, soms met twee. Ik schreef al vaker dat ik op die manier veel meer oog heb voor de dingen om mij heen (de bomen, de eenden, de natuur in het algemeen) maar dat geldt net zo goed voor de mensen. Een klein overzicht van de mensen die ik zag en de gesprekken die ik opving:

  • De vrouw die wacht op de postbode.
    Deze dame doet altijd geheel toevallig de deur open op het moment dat de postbode de brieven bij haar door de brievenbus duwt. Uiteraard zit ze al van uren op voorhand te kijken tot hij eraan komt. Ze zou zich kunnen aankleden, maar dat doet ze niet. Ik zag haar alleen nog maar in peignoir ongeacht het uur. Het moment dat de deur open zwiert weet de postbode dat hij eraan hangt voor minstens 5 minuten van chitchat die hij vermoedelijk liever niet had gehoord. Volgende onderwerpen komen regelmatig aan bod: het weer, het weer en soms ook het weer.
    Ik moet altijd hieraan denken:
    7140b2c86fd40fbbc48f5b3318dd1a95
  • De twee buurmannen
    Deze twee individuen wonen naast elkaar. Het enige wat hen scheidt is een haag. Die haag is ongeveer 1m70 hoog. De twee mannen zijn volgens mijn schatting allebei 1m75 hoog. Dat betekent dat ze alle twee geweldig oncomfortabele houdingen moeten aannemen om met elkaar te kunnen praten. Veel makkelijker zou zijn om elk vijf stappen naar links/rechts te zetten, om de haag heen te stappen en elkaar toe te spreken zoals normale mensen dat doen. Maar daar zijn ze zelf nog niet opgekomen. Ongeveer elke keer als ik ga wandelen, staan de twee mannen met hun neuzen elk op hun stuk van de haag met elkaar te praten over allerhande belangrijke zaken. Gisteren hoorde ik bijvoorbeeld dat man 1 geen televisie, internet en telefoon meer had. Bij man 2 werkte alles wel nog want hij had ‘pertank net nog computer’.
  • De kleine kefhond
    De kleine kefhond woont niet ver bij ons vandaan. Op de route naar de speeltuin passeren wij altijd het domein van de kleine kefhond. De kefhond woont op een appartement op 1 hoog met een mini-balkon aan. Maar de kleine kefhond is zo klein dat het balkon voor hem zal aanvoelen als 100 voetbalvelden groot die hij allemaal moet afbakenen met zijn irritante gekef. Als wij er passeren, probeer ik geen geluid te maken zodat de sjakoshond het niet nodig vindt om aan te geven dat hij een hele baas is. Toch komt hij het elke keer doen. Kasper zegt dan dat het een muisje is en ik kan me er niet toe brengen om hem te verbeteren.
  • De man die water pikt uit de Velp
    Door ons dorp stromen verschillende rivieren waarvan de Velpe een van de grootste is. Het was ook deze klootzak die Halen onder water zette in het jaar des Heeren 1998. Heden ten dage staat er in de Velpe amper water waardoor de eenden Jezus-gewijs over het water lijken te lopen. Maar ik vermoed dat de waterpikker er toch ook voor iets tussen zit. Al verschillende keren zag ik een man met een zelfgeknutselde installatie een gigantisch vat water vullen met water uit onze belangrijkste stroom. Geen idee of dat eigenlijk toegestaan is of niet maar de parkwachter en ik houden de situatie nauwlettend in de gaten.

Terwijl ik zo door Halen slenter en regelmatig gniffel om wat ik zie of om de gesprekken die ik opvang, hoor ik dit geweldige nummer van Sesamstraat in mijn hoofd. Tussen mijn stappen door huppel ik af en toe. Ik glimlach om de gedachte dat misschien één van die mensen mij vermeldt in zijn blog als ‘het meisje met dat kind dat altijd van IE-JAA-DEE_JAA wil zingen.’ Dorp life, I love it.

Bedankt.

“Ja kind, wat is pijn voor u en wat is dat voor mij he”, zei ze terwijl ze een Dafalgan voor me neerlegde. Ze ging aan het voeteneind van mijn bed staan. Ze feliciteerde me, zei dat ze vond dat onze jongens zo’n mooie namen hadden. Ze had zelf ook jongens, drie stuks. Een heel gemak, enkel jongens, zei ze. Terwijl ze taterde hield ze af en toe mijn voeten vast – alsof wij elkaar al jaren kenden en het volstrekt normaal was om elkaar aan te raken. Het voelde zo warm, zo menselijk, zo verzorgend, zo normaal, zo bemoederend op een heel lieve manier. Daarna moest ze weer verder hollen – want het is zomer he mevrouw, veel kinnekes en veel verlof. Aan die verpleegster die zorgzaamheid in en uitademde, bedankt.

IMG_0135

“Saartje, het lukt je, laat het even allemaal gebeuren. Jaag je niet op, je doet dat heel goed. En soms moet er ene eventjes wachten en effe wenen”, sms’te ze me. Ik dacht dat ik mijn onrust goed had verborgen in mijn sms, maar uiteindelijk kent ze me al bijna 16 jaar (ik val er zelf van achterover). Ze heeft me gezien bij kind 1 en nu bij kind 2. Ze heeft mijn onzekerheid gezien, twee keer. Ze heeft gezien hoe ik alles overdacht en bij Kasper erg gefocust was op ‘controle krijgen’ omdat ik nog niet wist dat dat zowat het laatste is wat je ‘krijgt’ op een mini-baby. Maar nooit heeft ze geoordeeld, of me het gevoel gegeven dat ik flauw deed, of overdreef of me aanstelde. Aan de liefste vroedvrouw ter wereld die een huisje heeft waarin het altijd warm is, bedankt.

“Oh, kijk, hij is er al!” zei ze toen ik de deur open zwierde en haar Elias toonde die in de draagzak lag te soezen. Net zoals bij Kasper kon ik haar niet overhalen om binnen te komen. Ze stond erop om ons onze rust te gunnen. Ik riep nog dat ze snel maar op bezoek moesten komen. Ze zei dat ze zeker kwam, maar pas als wij elkaar wat kenden. Ik vertelde nog dat ik tot maart thuis ben om voor de kindjes te zorgen. “Da’s goed”, zei ze, “in’t leven moet je één ding per keer doen.” En zo gaat het met haar. Geheel moeiteloos strooit ze wijze levenslessen in het rond die achteraf nog vaak rondspoken in mijn hoofd. “Ze heeft alweer gelijk”, denk ik dan. Het allermooiste aan haar is dat ze die levenslessen nooit meegeeft vanuit arrogantie of betweterigheid. Ik ben er haast zeker van dat ze zelf niet doorheeft hoe wijs ze is. Ze zou het ontkennen of minimaliseren want ze is zo bescheiden als ze groot is (en ze is toevallig heel groot(s)). Aan de mama van mijn babysitkindjes die intussen zelf al babysitten, de mama die zo bijzonder is in al haar gewoonheid, bedankt.

IMG_0578
Dit stak enkele dagen later in onze brievenbus. Ook voor Kasper maakte ze een gepersonaliseerde rugzak.

“Het zal ook nooit meer hetzelfde zijn. Maar het wordt op een andere manier minstens even goed.” Ik lag in bad terwijl haar antwoord binnen rolde op mijn gsm. Kasper was net geboren en ik was even het noorden kwijt. Ik was heel blij met wat ik allemaal gekregen had (een kerngezond kind, nieuw familiegeluk, je kent het wel), maar ik vond toch dat ik ook heel wat had moeten afgeven (tijd om met mijn lief te praten zonder dat iemand moest wenen, vrijheid in mijn hoofd, tijd voor mezelf om mijn eigen dingen te doen, enkel verantwoordelijk zijn voor mezelf of gewoon al tijd om zittend te eten). Daar wordt zo weinig over gesproken dat ik me raar voelde, alsof ik ondankbaar was. Want ik had toch – tesamen met al dat geluk – ook een soort van rouwperiode waarin ik stilaan afscheid nam van mijn leven van ‘ervoor’. Gelukkig kent ze me al mijn halve leven en wist ik dat ik mijn gevoel met haar kon delen en dat ze zeker een zinnige respons voor mij in petto had. Aan mijn schoonzus die zelf twee kleine meisjes heel schoon groot aan’t maken is, bedankt.

“Als ik nog iets moet meebrengen of moet doen, of als ge nog iets nodig hebt dan moet ge’t zeggen he mieke”, zei ze voor ze de deur van mijn ziekenhuiskamer dicht trok. Er is niks zo zalvend als wanneer ze me ‘mieke’ noemt. Ik verzekerde haar dat ik alles had want ze had alles wat ik nog nodig had al meegebracht. Ze was terug naar huis gereden voor een dekentje, keukenhanddoeken, yoghurt en fruit. Ze had afwasmiddel voor me gefixt zodat ik onze champagneglazen kon afwassen. Ze had Elias vast gehouden zodat ik gauw mijn pyjama kon aandoen en samen met hem aan onze allereerste nacht kon beginnen. Ik had alles wat ik nodig had, maar als ik iets had gevraagd wat toevallig nog thuis lag dan had ze misschien wat gegrommeld en gezegd dat dat dan maar moest wachten. En daarna had ze het waarschijnlijk toch gebracht. Aan mijn moederke, die zoveel talen der liefde spreekt maar de praktische het allerluidst, bedankt.

20770364_1612041815493634_8851458791817206427_n

“Laat het er maar eens allemaal uit. Dat kan echt goed doen!” liet ze me weten. Ik had haar net verteld dat ik een lastige dag had. De hormonenrollercoaster had na een steile beklimming net de afdaling ingezet en ik voelde me moe en uitgewrongen. Ze vraagt me ongeveer elke dag hoe het gaat met ons. En ze maakt daarbij een onderscheid tussen ‘met de kindjes’ en ‘met jou’. Dat klinkt banaal, maar dat is zo belangrijk. Zo vaak wordt er vooral gekeken naar dat nieuwe kindje en ziet men dan de moeder wat te weinig. Maar zij niet. Al anderhalf jaar ziet ze me elke dag ’s morgens en ’s avonds en elke keer ziet ze aan mijn gezicht of het een goeie of een slechte dag is. Ze geeft me een dikke knuffel als dat nodig is, of gewoon omdat we dat willen. We horen elkaar bijna elke dag ook wanneer we elkaar niet zien. We sms’en over en weer over kleine en grote dingen. Aan de liefste onthaalmoeder die mij altijd in de gaten houdt, bedankt.

“Doeme, je bent te snel wakker”, zei hij toen ik om half 8 beneden kwam. Hij was om 4 uur met Elias naar beneden gegaan omdat hij merkte dat ik stilaan de wanhoop nabij was. Ik was als een blok in slaap gevallen, wakker geschrokken om kwart over 7 en me op tien minuten gewassen en aangekleed. Ik voelde me schuldig omdat ik hem het lastige kindje had door gegeven. (Stom natuurlijk want het is ook zijn lastig kindje). Kasper zat – helemaal aangekleed – in zijn zetel Bumba te kijken, de flesjes waren gesteriliseerd en hij was Elias aan het aankleden. Ik wou overnemen maar ik mocht niet want hij deed de ochtendshift zei ie, want hij kan overdag al niet helpen. Ik ontspande en mijn schuldgevoel ebde weg. Meer nog dan bij Kas is hij nu van bij de start echt ‘vader’. Hij vergeet nog wel eens wat (het onderstel van de buggy bijvoorbeeld – nochtans cruciaal als je met de buggy wil gaan wandelen) en sommige kleren mag ik niet klaar leggen als hij de kinderen aankleedt (hij krijgt de kleine knoopjes zelden dicht) maar hij doet – net zoals ik – zijn stinkende best voor onze kinderen. Aan mijn lief, mijn beste vriend, die mij kent als geen ander en toch bij mij wilt zijn, bedankt.

Dank jullie allemaal zo wel voor het verschil dat jullie – samen met mijn andere geliefden – maakten voor mij in de eerste weken met Kasper en Elias. Het zijn de mensen die niet doorhebben wat ze doen die vaak het allergrootste verschil maken.

 

 

Achteruit

“We gaan achteruit”, zei de radiostem zo rond een uur of negen ’s morgens. Ik draaide de radio wat luider. Blijkbaar is er sinds enkele weken een klein rubriekje op StuBru waarin er muziekgewijs achteruit wordt gegaan. Er wordt een jaar gekozen en twee nummers die in dat jaar grote hits waren van betrekkelijke kwaliteit worden naar voren geschoven. Het is aan de luisteraars om dan via een stemming uit te maken welk nummer ze zeker nog eens opnieuw willen beluisteren.

“Dit keer gaan we terug naar het jaar 2000!”, liet Vincent Byloo me weten. Op luchtige toon vertelde hij er nog bij dat dat intussen zo’n 17 jaar geleden was. De nummers waartussen de luisteraars mochten kiezen waren “Walk on Water” en “Oops, I did it again”. Het voelde alsof ik een klap voor mijn kop kreeg – ZEVENTIEN JAAR.  IS DAT AL ZEVENTIEN JAAR GELEDEN.
Doorgaans heb ik nul komma nul herinneringen aan de nummers waartussen gekozen mag worden. Dat komt omdat het op de radio meestal gaat over klassiekers genre The Beatles of The Rolling Stones. Ik was er nog niet toen die nummers voor het eerst on air gingen en ik moet zeggen dat ik dat al vaak jammer heb gevonden, maar kijk, vooraleer ik kon bestaan moesten eerst mijn ouders geboren worden – zo gaat dat in het leven.

Tijdens het reclameblok mochten de luisteraars via social media laten weten welke hit uit 2000 ze graag nog eens wilden luisteren. Intussen werd ik in mijn eigen hoofd terug gekatapulteerd naar dat iconische jaar 2000. Ik zag me op oudjaar 1999 mijn sokken aantrekken waar vuurwerk opstond en “HAPPY NEW MILLENNIUM!”. Mama had voor de zekerheid de computer (en zowat alle andere elektrische apparatuur) uitgetrokken want er werd gezegd dat alles zou ontploffen. Ik zag me in juni ‘afstuderen’ van de lagere school. We hadden voor de plechtigheid “Aux Champs-Elysées” leren zingen. God knows why, want we waren nooit in Parijs geweest met de klas maar dat deed duidelijk niet ter zake. Ik zag me in de zomer voor de eerste keer meegaan op CM-kamp. We gingen naar Bredene, het goot tien dagen lang oude wijven maar ik won een gezelschapsspel tijdens de kustshow van ‘Schuif af!’ omdat ik “Hit me baby, one more time” kon verder zingen dus alles kwam goed. Ik zag me voor het eerst naar de middelbare school fietsen in Diest – mijn vader in mijn kielzog om te checken of ik de verkeersregels kon respecteren. En ja, ik kon me levendig de clipjes van de twee bovenvermelde nummers voor de geest halen.
Ik zag Britney van ‘uh yeah yeah yeah yeah yeah’ zeggen met veuls te veul lipgloss op en ik zag Anneke Vervoort zo’n 10.000 keer dezelfde handbeweging maken terwijl ze zong dat ze over Waaaadeeer zou wandelen.

Ik moet zeggen dat ik toch even serieus van mijn melk was. Ik voelde me niet oud, maar het werd me pijnlijk duidelijk dat ik toch ook niet meer piepjong ben. Als je concrete herinneringen hebt aan iets wat meer dan 17 jaar geleden is, dan ben je immers toch al minstens 17 jaar + 10. Wat zeg ik, weldra ben ik er zelfs 17 jaar + 12.
Het publiek koos voor Milk Inc en zo kwam het dat ik drie minuten lang meezong en luchtpiano speelde – of één noot toch althans want meer heeft Regi er niet in dat nummer gestoken. Op de achterbank trok Kasper grote ogen en na enkele seconden begon hij te roepen van MAMA! NEE! MAMAAAA! NEEEEE!. Ik draaide de radio wat stiller en ik vertelde hem dat het hier ging om een noodgeval. Dat mama normaal nooit naar Walk on Waaaadeer zou luisteren, maar dat ze nu haast niet anders kon. Dat het een nummer was uit 2000 – dat is al zeventien jaar geleden jongen, toen was er van jou nog lang geen sprake! – en dat het nog ingezongen werd door Anneke Vervoort maar dat het clipje al werd opgenomen met Linda en dat papa dat voorzekers niet zou weten (inschatting bleek juist). Anneke Vervoort, dat was een meisje die kon nogal eens doen alsof ze aan het zingen was en in ze had gekleurde strepen in haar haren. Ik vertelde hem ook nog dat het nummer uiteraard slecht was, maar dat het toch bijna goed werd omdat er een laagje nostalgie over lag. Ik legde hem uit dat mama dat nummer later nog veel hoorde in een etablissementje in Leuven waar ze met haar vrienden na de les de geziene leerstof nog eens opnieuw ging bespreken. En dat dat goed was omdat wij zo héél veel leerden van elkaar.

1935245_165727270939_7559356_n
Als ik me niet vergis dan hebben we hier net besproken in welke zin ‘Schuld en Boete’ de Westerse Literatuur beïnvloed heeft.

Kasper bleef intussen koppig van NEE MAMA zeggen en de rust keerde weder in onze bruine auto toen ik voor de tien miljardste keer de cd van kapitein Winokio opzette.

De dag ging daarna weer gewoon verder, alsof ik niet net naar Walk on Water op de radio geluisterd had. Kasper en ik gingen naar de Carrefour. Hij mocht in de kar zitten en likte de hele tijd aan dat ding waarmee je een kar aan een andere kar vastmaakt ondanks het feit dat ik hem dat telkens opnieuw verbood. Het is intussen bijna twee weken geleden, maar ik ben er nog altijd een beetje ondersteboven van. ZEVENTIEN JAAR GELEDEN. KOM OP ZEG.

Bij opa

Processed with VSCO with c1 preset

Voor Kas is het kerkhof geen vreemde of droevige plaats.
Hij mag er altijd water geven aan de bloemetjes bij mijn papa en mijn grootouders. Met veel toewijding geeft hij water aan elk potje en daarna ook nog aan alle potjes die droog staan op alle andere graven kortbij papa.

Hij ziet er vogels (VO!) en tractors (tracto!) passeren. Hij zit er in het gras en hij kan er vrij rond stappen want er zijn geen auto’s.

Als we weer weg gaan, wuift hij ‘dada’ naar opa. En als hij er al eens weent, dan is het omdat ik sneller wil vertrekken dan hij in zijn planning voorzien had. Zo associeert hij zijn opa hopelijk niet alleen met verdriet, maar vooral met positieve dingen.

Ik vraag hem in de auto of we nog naar opa zullen gaan. Hij begrijpt wat ik zeg, want hij steekt zijn vingertje in de lucht en hij zegt: ‘Vo!’ (Ja, schat, daar zijn vogels he) en ‘Wawa!’ (Ja, en jij mag dan de bloemetjes water geven). Daar zijn is voor hem zo gewoon als in de tuin rondlopen. Hij ziet er dingen die hij herkent, hij mag er vrij zijn en dingen zelf doen.

Ik ga er niet van uit dat papa ons horen kan. Ik denk niet dat ik dat echt geloof. Maar toch vind ik het een fijne gedachte dat Kas en ik regelmatig gewoon daar zijn, in zijn buurt. Niet om te treuren, niet om stil te staan, maar om te doen wat we thuis ook doen: om te leven.