December Reflections III

8. Green

Veel groen is er in onze tuin stilaan niet meer te vinden. Met veel gevloek knipte mijn lief de lange takken af van de bomen die nog gesnoeid moesten worden. De tuin is nu kaal en dat vind ik een beetje triest. Ik ging dus op zoek naar groen binnen in ons huis en ik vond die onder de kat. De Poefoe (the artist formerly known as Dorus) heeft zich de zetel van mijn grootouders toegeëigend. Zelfs in die mate dat ze mijn schoonzus een halfuur bleef aanstaren toen die in haar zetel zat te lezen. Pas toen Sofie eindelijk movede – de kat was intussen nogal dwingend naast haar op de leuning komen zitten – kon de poes weer rustig ademen. Het beest begint dus streken te krijgen (onlangs plaste ze ook in huis – echt helemaal top) maar ik heb het haar vergeven. Er is toch niks wat meer ‘thuis’ uitstraalt dan een ronkende poes in de zetel en mijn vent die haar angstvallig in de gaten houdt.

Processed with VSCO with c1 preset

9. Biggest change in 2017

Behoorlijk wat verandering in 2017. Er kwam een kindje bij – om zomaar eens iets te zeggen. Dat bracht veel nieuws met zich mee en het was in die eerste weken weer naarstig zoeken naar evenwicht. Maar intussen heeft iedereen zowat zijn plekje gevonden. Dat we nu plots met zijn vieren zijn, betekent ook op een praktisch vlak weer heel wat verandering. Plots nog meer meeslepen als we ergens heen gaan (al is het maar een uurtje of twee), weer helemaal uitvlooien wat er nu precies is wat het kindje onrustig maakt, de achterbank zit wat voller, de juiste dopjes moeten op de juiste flesjes … Het is bij momenten heavy, zo twee kleine kindjes. Maar we hebben er heel bewust voor gekozen om er niet te veel tijd tussen te laten. Even doorbijten en dan zijn we uit die pampertijd.  Vanaf dan wordt dat opvoeden vast een makkie (haha).
Verdienstelijk tweede in deze categorie: onze nieuwe ramen. Tot voor kort stonden er nog ramen met enkel glas in onze gevel. Aangezien die gevel beschermd is, mogen wij er niet zomaar eender wat insteken. Maar na veel gedoe en gesukkel hebben wij sinds juni nieuwe ramen en het valt nu pas op hoeveel minder last we hebben van het lawaai op straat. Het lawaai binnen, dat is helaas nog steeds even luid.

Processed with VSCO with c1 preset

De poefoe wenst zich overigens nog te verontschuldigen voor haar onzedige houding.

10. Softness

Sinterklaas passeerde hier op 6 december en hij bracht wat speelgoed voor de kindjes. Kind 1 was uiteraard enkel geïnteresseerd in de koeken en de chocolade. Dat speelgoed kon hem royaal aan zijn reet roesten. Maar de Sint bracht ook nog iets voor mama! Blijkbaar was de Sint het stilaan kotsmoe dat mama altijd de sjaal van papa steelt omdat die groot is en naar papa ruikt. En dus kreeg ze een eigen exemplaar dat heel zacht ende warm is. Enig minpunt: ruikt vooralsnog niet naar papa.

IMG_4206

11. I discovered that…

Ik ontdekte dat kleine baby’s – zo heel plat – toch niet echt iets voor mij zijn. Of neen, wat ik écht ontdekte was dat alles wat zo’n hele platte baby met zich meebrengt niet echt iets voor mij is. De baby zelf, daar bleek ik toch beter mee om te kunnen dan gedacht. Maar die uren waar ik plots weer rekening mee moest houden, dat nooit echt in slaap geraken, dat onevenwicht, die luiertas waar plots heel veel terug in moest wat ik er al had uitgesmeten, … Als ik het zo opschrijf, dan is het nog niet helemaal dat wat ik bedoel. Die hormonen die me in die eerste weken regelmatig uit mijn lood slaan – vaak om de stomste dingen – dat is het waar ik niet goed in ben. Dat gebrek aan houvast, aan zekerheid.
Maar wat ik ook leerde is dat ik er steeds beter mee om kan. Ik kan beter aanvaarden dat géén zekerheid ook een soort van zekerheid is. Ik kan het sneller loslaten als de dingen niet gaan zoals gepland. Ik kan sneller het nieuwe, minder avontuurlijke plan ook als goed genoeg beschouwen. Ik kan sneller een sms’je sturen naar de juiste persoon die de juiste dingen weet te zeggen (in mijn geval is dat soms de bibliothecaris – waarvoor dank). Ik kan mezelf ook sneller vergeven.
En ten slotte leerde ik dat sommige baby’tjes rustiger zijn dan anderen. En dat er niks beters is dan je daar helemaal aan over te geven.

Processed with VSCO with c1 preset

12. Reflection

Een jaar geleden maakte ik de linkse foto. Ik was toen net zwanger van Elias – dat was nog ons geheimpje. Net na Nieuwjaar gingen we enkele dagen naar zee. Om wat op onszelf terug te plooien na drukke feestdagen. Dat was werkelijk héérlijk.
In april maakte ik de rechtse foto. Ik was toen bijna halfweg mijn zwangerschap. Het weer was schitterend. Ons kind genoot met volle teugen van exclusieve aandacht van ons alletwee. We hebben er veel gelezen, geslapen, gewandeld, gelachen, gelukkig geweest.
Over enkele weken staan we terug in die lift, maar dan zal het kindje dat op de andere twee foto’s enkel onzichtbaar aanwezig is er eindelijk helemaal bij op staan. Ik kijk er geweldig naar uit om daar weer in ons klein paleis te zitten. Het maakt me ook wel wat bang als ik denk aan alle nest die we weer zullen moeten meeslepen. Ik word soms zenuwachtig van mezelf (Wat als kind 2 er niet slaapt? Wat als kind 1 er kind 2 wakker maakt en omgekeerd? Wat als de auto ontploft omdat ik er te veel heb ingestopt?). Maar ik probeer niet naar mezelf te luisteren. Het is altijd al goed gekomen. Dat zal het nu ook weer doen.

 

13. 5 things about me

Als ik bij iemand thuis kom waar ik nog nooit eerder was, dan ga ik altijd op zoek naar de boekenkast. Als die er is, dan zijn we per definitie een goeie match. Daarna ga ik kijken naar hoe de boeken geordend zijn – dat zegt vaak veel over iemand – (Staan ze per thema? Alfabetisch? Door elkaar? Per kleur? De mooiste boeken vooraan?) en vooral: welke boeken zijn er.
Foto’s aan de muur geven ook vaak een heel schoon beeld van de mensen die er wonen. Het toont wie belangrijk is, welke momenten gekoesterd worden. Ik ben slecht in kiezen én ik heb zoveel om te koesteren dat wij thuis weinig foto’s aan de muur hebben hangen – afgezien van een héle schone van onze oudste zoon. Het zijn gewoon te veel foto’s en dan zou het er al gauw gaan uitzien als mijn kot van vroeger in Leuven.
Toen ik iets in de twintig werd, kreeg ik van Wout een draaimolen. Blijkbaar luistert hij soms toch want ik had ooit laten vallen dat dat leuk zou zijn om onze foto’s op te zetten. En wie thuis komt, staat vaak even te draaien aan onze molen. Je kan daarop zien dat ik getrouwd ben, dat ik kinderen heb, dat ik mijn familie graag zie en mijn vrienden, dat ik ooit mijn opleidingshoofd gekidnapt heb met een collega en dat ik mijn papa mis. En dat zijn dan meteen 5 dingen die een goed beeld geven van wie ik ben.

Processed with VSCO with c1 preset

14. 10 years ago…

Studeerde ik Germaanse Filologie
Zat ik op kot in Leuven
Ging ik graag op gang en ging ik doorgaans als laatste naar huis
Had ik de allerschoonste vriendinnen.

Nu 10 jaar later is dat laatste gelukkig nog altijd helemaal waar.

Processed with VSCO with b1 preset

15. Best decision of 2017

Dat is meteen de beste van 2016, 2015 en 2014: getrouwd zijn/blijven met die kleine generaal van mij. Er zijn al momenten geweest dat we meer ruzie maakten dan iets anders. We zijn het noorden al wel eens kwijt geweest. Soms wisten we niet meer van welk hout pijlen maken. Soms waren we elkaar zo kwijt dat ik dacht dat het nooit meer goed kwam. Maar er bleek toch altijd genoeg liefde om uit die dalen te klimmen. Wij worden daar alleen maar sterker van. De liefde is anders dan 7 jaar geleden, maar ze is echter en dieper. Ik heb stilaan aanvaard dat hij voor eeuwig zijn sokken ’s nachts tussen de matrassen steekt en dat hij altijd net voor we vertrekken zijn sleutels kwijt is. Ik denk ook dat hij er bijna vrede mee heeft dat ik de koekenkast veel te vol steek en dat ik mijn tijd nodig heb om veranderingen een plaats te geven.
Mijn beste beslissing was dus om ook dit jaar door de moeilijke momenten heen te blijven geloven dat ik aan de andere kant mijn vent weer zou zien staan. En het was zo.

Processed with VSCO with c1 preset

 

 

Advertenties

Een pleidooi tegen genieten

Toen Kasper net geboren werd, kregen we veel kaartjes met gelukwensen in de bus. De meesten wensten ons oprecht proficiat met onze eerstgeborene. “Geniet ervan!”, schreven ze – met de allerbeste bedoelingen. En ik voelde mij een alien. Terwijl iedereen rond mij zich een ongeluk aan’t genieten was, leek de dag voor mij soms eindeloos.

Want ik genoot niet. Ik vond het bij momenten echt heel lastig allemaal. Dat kleine baby’tje dat enkel kon huilen om iets duidelijk te maken. En ik moest dan raden wat hij aan de hand had. Ik worstelde met het verlies van controle. Ik had plots nergens meer vat op. Ik kon niet vertrekken wanneer ik wou, slapen wanneer ik wou, eten wanneer ik wou. Ik vond het balen dat die roze periode die beloofd was er eentje werd waarin Wout en ik heel veel ambras maakten – en over de stomste dingen het eerst. Ik dacht elke dag zeker 10 keer per uur dat ik het niet kon en dat het niks voor mij was en waar ik toch in vredesnaam met mijn hoofd had gezeten toen ik zei dat ik graag een kindje wou. Ik wist de antwoorden niet en als ik het vroeg aan anderen dan kreeg ik er  zoveel dat ik nog minder wist welk nu het juiste was. En als ik dan dacht dat ik het toch wist, dan bleek dat niet het juiste te zijn volgens dat klein hoopje mens dat thuis in zijn park lag.

Ik genoot dus niet en elke keer als iemand me liet weten dat ik zeker en vast moest genieten dan kreeg ik een stomp in mijn maag. Dan voelde ik me alweer een slechte moeder want waarom genoot ik nu niet ‘ten volle!’ van ‘dat nieuwe leven’? Er waren momenten dat het ging. Dat ik het gevoel had dat de dag vlot voorbij ging. Dat hij kon slapen en ik in die momenten iets kon doen wat mij op dat moment het meeste voldoening schonk. Dat hij zijn flesjes dronk. Dat hij rustig werd als ik hem wiegde en dat hij geen keel opzette wanneer ik na een uur probeerde te gaan zitten. Dat ik het kon om dingen ‘op het gemak’ te doen en hem even aan anderen over te laten. Dat ik niet bijna over mijn eigen voeten viel terwijl ik de trap weer afstormde na mijn douche van 47 seconden. Dat waren dan goeie dagen. Maar genieten deed ik ook op die dagen niet echt.

Maar na enkele weken klaarde het wat op. Ik had niet meer het gevoel alsof ik zomaar wat deed. De dagen gingen niet altijd voorbij als in een waas. Ik leerde hem beter lezen en ik kon dus sneller juist reageren. Hij lachte meer en ik dus ook. Het begon leuk te worden. Ook buiten klaarde de wereld op want de lente was begonnen. Ik gaf mezelf een high five voor elk moment dat ik me capabel voelde. Ik was klaar om te beginnen genieten. Maar de 15 weken waren om en dus ging ik terug aan het werk.

Toen ging het genieten plots vanzelf. Ik was niet meer helemaal groen achter mijn moederoren. Iedereen had zijn plaatsje gevonden. De dingen vielen weer wat in hun plooi. De tijd vloog voorbij en toen ik er genoeg afstand van had genomen om erop terug te kijken, zag ik mezelf rondvliegen als een kieken zonder kop toen in die eerste weken. Ik wou dat ik mezelf retrospectief een schouderklopke kon geven. Een aaike over mijn hoofd.

Ik begreep dat mensen dat ‘genot’ toewensen met de beste intenties. Omdat ze zelf een roze wolk hadden. Omdat ze vergeten zijn dat die van hun niet altijd roze was – de tijd legt soms een dikke laag sneeuw over onze herinneringen. Omdat ze misschien geen roze wolk hadden maar mij die wel toewensten. Zoveel goede redenen om mij aan te raden ervan te genieten. Maar ik nam mezelf toen voor om mijn wensen in de toekomst anders te formuleren.

En dus testte ik de laatste weken wat opties uit. “Haal alles eruit wat erin zit!” bijvoorbeeld. Of “Ik wens jullie een roze wolk die lang blijft hangen. Maar als die er niet (altijd) is, dan is dat helemaal normaal.” Ik wens ook altijd veel liefde en geduld voor elkaar en voor zichzelf op de moeilijke dagen (want ik ben er echt zeker van die dat er overal zijn).

Binnenkort wordt mijn nichtje geboren. Dat zal een schoon kind zijn, een wolk van een baby. De echoscoop knalde bijna in stukken uit elkaar, zo schoon is ze. Maar ik beloof om vooral te zeggen dat mijn schoonzus minstens zo schoon is. En dat mijn broer een heerlijke papa is. En dat ze’t keigoed doen. En dat ik er ben. En dat ze alles eruit moeten halen wat erin zit.

297dfeef8298aaffab6b7f5db7c093ae

Kijk, er bestaan wel degelijk eerlijke wenskaarten ! Hoera! 

Laat gerust jullie eerlijke gelukswensen achter in de comments!

December Reflections II

Tot hiertoe heeft die December Reflections Challenge er in ieder geval voor gezorgd dat ik door al mijn foto’s ga en tegen Wout zeg: hier! kijk! weet je nog?! en vooral veel ‘zijn die ooit zo klein geweest?! Wanneer was dat? En waar ging al die tijd naartoe?’

4. Circles

Deze vond ik een moeilijke. Ik let duidelijk meer op kleur dan op vormen. Maar plots – na het afruimen van de tafel – viel mijn oog op onze nieuwe onderleggers. Die zijn heel duurzaam en mooi en gemakkelijk proper te houden en het zijn de duurste onderleggers die ik ooit in mijn leven zal kopen.

FullSizeRender (7)

5. Best book of 2017

Dat is ongetwijfeld ‘Lampje’. Lampje is een boek over een heel dapper meisje dat licht brengt in het leven van heel veel mensen. Het is een boek voor kinderen vanaf 9 jaar maar ik testte het in onze leesclub en iedereen vond het goed en ik zweer u dat er daar niemand 9 jaar is. We waren het er allemaal over eens dat het boek boordevol mooie zinnen stond, dat de schrijfster heel beeldend kan schrijven en dat het boek ons met een warm gevoel achterliet. Het is een verhaal over de zee. Over het Zwarte Huis van de Admiraal waar een monster zou wonen. Over Lampje die elke avond het licht in de vuurtoren aansteekt behalve die éne keer. Maar bovenal is het een verhaal over dapper zijn en over meer kunnen dan je ooit gedacht had.

Ik las het boek opnieuw voor de leesclub en dat was hoegenaamd geen opgave. De eerste keer dat ik het las was in de eerste dagen van augustus toen ik alweer wat langer zwanger was dan gepland. Ik las de eerste helft terwijl ik over mijn dikke buik wreef en allemaal liefdevolle dingen dacht (en ook wel eens: alle man, waar zit ge jong?). Ik was halfweg het boek toen Elias geboren werd en de tweede helft las ik met een mini-Eli op mijn armen en een buik die leeg was maar er nog een beetje vol uitzag.
Lampje zal voor mij altijd samenhangen met die periode en dat maakt het boek voor mij nog magischer.

 

6. I was challenged by…

Motherhood – for sure. Moeder zijn, dat voelt voor mij zo’n beetje als topsport. Je kan nooit echt gaan zitten. Wanneer ze even allebei slapen of bezig zijn met het wc-papier in hele kleine stukjes te scheuren, dan ben ik in die tijd zo snel mogelijk was aan het plooien, aan het afwassen of rekeningen aan het betalen. Het is elke dag een uitdaging en de ene dag ga ik ze al beter aan dan de andere. Ik probeer lief te zijn voor mezelf. Wat maanden geleden nog als onmogelijk aanvoelde, doe ik nu elke dag alsof het routine is. Dat zeg ik mezelf dus ook maar op momenten dat ik weer nieuwe bergen te beklimmen heb en dat me zo verlamt dat ik het gevoel heb alsof ik eigenlijk helemaal niks echt goed kan – en dat helpt.

Verder probeer ik ook op mentaal vlak wat uitgedaagd te blijven. Dus volg ik enkele mensen online die mij inspireren en mij aan het denken zetten. Ik luister naar Podcasts over relaties en situaties die ik niet (her)ken (bv. Where should we begin met Esther Perel) maar die me oefenen om mij te verplaatsen in anderen. In dit geval: Esther Perel is een relatietherapeute en in elke aflevering heeft ze een ander koppel met een andere problematiek bij haar in de spreekkamer. Boeiend en heftig. Ik blijf verder ook nog lezen zoveel ik kan. Op die manier probeer ik ervoor te zorgen dat mijn hersenen geen platte pudding worden van de hele dag met een peuter te converseren over waarom hij zijn pantoffels niet door de lucht mag gooien.

IMG_3579

Geen enkele van deze boterhammen was de boterham die hij wilde. Er mocht ook niks op, naast of tegen liggen.

7. Favourite photo of 2017

Er komen er veel in aanmerking. Ik zei het al: 2017 was een goed jaar. Ik heb me ook wel slecht gevoeld (heel die zwangerschapshormonenwinkel, dat is het toch niet altijd voor mij) maar over het algemeen was het zeker en vast een goed jaar. Ik kon dus kiezen uit heel veel foto’s van toffe momenten: Kasper die leerde stappen/lopen/fietsen/praten, onze vakantie aan zee in de paasvakantie, het huwelijk van mijn broer en mijn schoonzus, het optreden van Guns ‘N Roses, foto’s met ons gezin dat nu twéé lawaaimakers telt, … De challenge deed zijn werk terwijl ik door de foto’s bladerde: ik reflecteerde en besefte dat het goed geweest was. Maar ik koos uiteindelijk voor de foto die mijn schoonzus maakte toen Elias één dagje oud was. Die foto straalt zoveel liefde uit van iedereen naar iedereen en als ik hem zie dan voel ik mij de rijkste mens ter wereld terwijl mijn bankrekening toch duidelijk maakt dat ik dat hoegenaamd niet ben.

IMG_0183

Gezinspiratie

Ik wil ze geen eten geven, al die nog kinderloze mensen die hun kinderen later zeker nooit … gaan laten doen. Die van ons, die gaan altijd braaf/gemakkelijk/flink/rustig/beleefd zijn. Ik weet dat ze met velen zijn en dat weet ik omdat ik er vroeger ook eentje was. Die van mij, die zou slapen waar ik hem zou neerleggen! Ik glimlach meewarig als ik er aan terugdenk. Oh die mooie dagen vol tijd en onwetendheid.

Hoewel ik dus heel veel dingen niét wist voor ik kinderen kreeg, was er ook heel veel wat ik wél al wist. Ik had al stukjes bij elkaar gepuzzeld van hoe een gezin er voor mij moest uitzien. En die stukjes, die verzamelde ik onderweg.

Het grote hart van mijn puzzel vond ik in mijn eigen gezin. Daar leerde ik hoe fijn en verrijkend het is om broers te hebben, om niet alleen te zijn. Hoe dat niet alleen zijn ook uitdagend is en me al vaak gedwongen heeft om ook eens een andere visie te overwegen wanneer ik die van mij hardnekkig als de enige juiste wilde zien. Ik leerde er hoe waardevol het is om kinderen van vanalles te laten proeven (muziek, hobby’s, kunst, musea, literatuur) en hoe dat soms doorbijten is wanneer die pubers liever voor de televisie hangen. Ik leerde er dat het belangrijk is om als ouders altijd aan hetzelfde zeel te trekken – ook wanneer je het niet noodzakelijk helemaal eens bent. Het maakte dat ik mijn ouders zag als een duo dat niet uit elkaar te spelen was. Dat maakte hen bij momenten bijzonder vervelend, maar meestal vooral erg betrouwbaar.

Ik raapte een stukje op in het huis van mijn beste vriendin waar ik in mijn puberjaren veel uren doorbracht. Ik was op dat moment door de week enig kind aangezien mijn broers allebei op kot zaten. Het was thuis stiller dan ik gewend was. Als ik bij haar ging logeren dan moest ik weer luid praten om gehoord te worden aan tafel. Er hing daar altijd zo’n uitgelaten sfeer. Het was het huis met de hoop schoenen aan de achterdeur. Het huis waar wij licht beschonken samen in één bed vielen. Er werd vertrouwen gegeven in dat huis en vrijheid. We mochten er jong zijn. En dat stukje nam ik mee.

Overal waar ik ging babysitten, nam ik nog een puzzelstukje mee. Ik was amper 15 jaar toen ik voor het eerst op iemands kindje mocht gaan passen. Ik was onzeker en fier tegelijk. Want ik deed het toch maar, dat kleine baby’tje een flesje geven en dan in slaap wiegen. Heel de avond hield ik de babyfoon vast, klaar om bij de minste kik naar boven te sprinten en het kindje te sussen. Ik kreeg er een eigen bedje om in te blijven slapen. ’s Morgens waren er koffiekoeken en pistolets. Ik zat aan tafel en vertelde over mijn liefdesperikelen en de twee C’tjes luisterden naar mij. Heel bijzonder vond ik dat. Er lagen briefjes op tafel – van mij naar hen en omgekeerd. Op de schouw stond een foto van mijn vader. Ik hoorde er gewoon bij, alsof ik een stukje van de familie was. Ik hoefde geen toestemming te vragen om koekjes uit de kast te nemen. Ik kreeg vertrouwen alsof ik al ja-ren op baby’s paste. Het gaf mij het vertrouwen om er nooit bij stil te staan dat het best bijzonder was wat ik daar mocht leren. En dat stukje nam ik mee.

Toen ik – een jaar later – in een ander huis mocht gaan babysitten op drie jongens, vond ik nog een stukje van mijn puzzel. Ik zag er hoe structuur en regelmaat veiligheid kunnen bieden. Maar hoe die regelmaat loslaten voor veel leuke momenten kan zorgen. En voor kindjes zit dat in kleine dingen: frisdrank mogen drinken als ik er ben. Of onbeperkt sandwiches met choco eten. Of hun gebouwde legohuis niet hoeven af te breken voor het slapengaan. Ik zag er hoe de kinderen er mochten aangeven of ze een kus wilden voor het slapen of liever niet. Ik zag er hoe schone visies – respect voor elkaar, voor grenzen, voor de natuur – haast woordeloos werden aangereikt. Ik zag er hoe eenvoud vaak echt gewoon het allerschoonste is wat er bestaat. En dat stukje nam ik mee.

Stuk voor stuk puzzelde ik zo mijn ideale gezin bij elkaar. En als ik zo kijk naar wat ik tot nu toe heb verkregen met de stukjes die ik vond, dan vind ik dat best een plaatje.

 

December Reflections I

Vorig jaar deed ik al eens mee aan de foto challenge van Susannah Conway. Dit jaar lanceerde ze er opnieuw eentje op Instagram en ik doe graag mee. Het thema is ‘reflecteren’ en zoals ons Miranda altijd zegt: zoals gij kunt reflecteren, zo kan niemand dat!

  1. Early

De ervaring leert mij dat mijn kinderen eerder late zijn dan early en dat was ook bij kind twee het geval. Hij werd verondersteld begin augustus geboren te worden, maar uiteindelijk kwam hij pas 10 augustus piepen. Bij Kasper vond ik dat DE HEL en ergerde ik me vijftig tinten grijs aan al die goedbedoelde doch ontzettend irritante opmerkingen en vragen van de buitenwereld. Dit keer kon het me niet deren. Ik kan beter loslaten denk ik en dus aanvaardde ik alvast op voorhand dat ik wat langer zwanger zou zijn.

Op 10 augustus was hij er dan eindelijk. Dit keer bleef mijn man (ik vind dat nog altijd maf om te schrijven) niet slapen in het ziekenhuis dus stond ik er meteen alleen voor. Nachtenlang van wakker gelegen op voorhand: ik ging dat voorzekers niet kunnen. (Als het echt niet gaat dan blijf je toch he? En als ik nu heel bang zou zijn opeens, kom je dan? – hij zei op allebei ja en mijn hart ging wat rustiger slaan)

Uiteraard sliep ik die eerste nacht amper. Te veel adrenaline in mijn lijf. Te veel moeite om dat kindje niet de hele tijd te besnuffelen en vast te pakken. En het was wederzijds want Elias lag ook veel liever bij mij dan in die plastieken bak van het ziekenhuis. Very Early (zo rond een uur of 6) nam ik deze foto van ons en stuurde ik die naar Wout. Ik was moe en ongeschminkt maar ook heel rustig, voldaan, dankbaar. Die momenten zo met ons twee – alsof er niemand anders op de wereld was. Processed with VSCO with c1 preset

Intussen zijn de ochtenden waarop het heel vroeg is alweer gepasseerd. Kasper is altijd het klokje rond blijven slapen (hallelujah) en Elias kan slapen tot 08.00 (al wordt hij tijdens de nacht nog regelmatig wakker). Ik ben daar niet rouwig om want ik ben echt geen ochtendmens.

2. Red

Er is heel weinig in mijn huis dat helemaal rood is, maar in mijn kleerkast daar hangt een jumpsuit die Marco Borsato voorzekers in gedachten had toen hij dat kutnummer schreef. Die jumpsuit staat voor mij gelijk aan goed in mijn vel zitten. Ik doe hem enkel aan wanneer mijn zelfvertrouwenpeil zo ergens rond de 8 a 9 schommelt. Toevallig was dat afgelopen maand twee keer het geval. Eén keertje toen ik met mijn beste vriendin (Eli zijn tante-meter) naar het optreden van mijn neef ging. En dan nog één keer toen ik met mijn lief op restaurant ging alwaar wij gingen toasten op ons, op een nieuwe job, op een oude job die fantastisch blijft, op onze kinderen, op het leven, op elkaar en op ons. Het was heel gezellig ook al was er verder bijna niemand en was het een chique restaurant waar ik toch maar in kleermakerszit op mijn stoel ging zitten. Rood dus – voor zelfvertrouwen en gezellige avonden uit (waarop ik toch minstens twee sms’en stuur om te vragen hoe het met de kindjes gaat).

Processed with VSCO with c1 preset

3. Best day of 2017

Daar hoef ik niet lang over na te denken. Dat was ongetwijfeld 10 augustus. Een dag die vroeger vooral één week voor mijn verjaardag was, is nu een mijlpaal geworden.
Ik betrap mezelf erop dat ik het nog altijd soms gek vind om de geboortedata van mijn kinderen ergens in te vullen. Alsof ik vanop een afstand naar mijn leven kijk, noteer ik 26/12/15 en 10/08/17. Ik kan het moeilijk verwoorden wat er precies zo vreemd aan voelt. Ik heb altijd geweten dat ik kinderen wou en daar had ik dus al wel over nagedacht, maar hun geboortedatum daar had ik nooit bij stil gestaan. En nu is het dus dit geworden en ik schrijf het op en soms vraag ik het even na om zeker te zijn. Niet omdat ik het vergeten ben, maar omdat die twee data zoveel jaren ‘gewone’ dagen waren in het jaar en nu plots bijna de twee allerbelangrijkste.
10 augustus werd het dus voor ons tweede kind. Zo ergens rond de klok van 11.00 baande hij zich een weg de echte wereld in en plantte hij een vlaggetje op 10 augustus – zoals Armstrong dat ooit deed op de maan.

Processed with VSCO with c1 preset

Ik heb geen fotochallenge nodig om te weten dat 2017 een heel heel goed jaar was voor mij. Kasper werd groter, ons tweede kind kwam gezond op de wereld en onze relatie overleefde weer die eerste stormachtige weken met een klein mensje erbij.

Ik hoorde onlangs dat ik het soms nogal rooskleurig voorstel. Kritisch las ik enkele dingen opnieuw en probeerde ik met een andere bril naar mijn leven te kijken. En ik kan enkel concluderen ik niets rooskleurig voorstel, maar dat ik het rooskleurig aanvoel: dat ik zo iemand ben geworden die gelukkig is op sommige dagen en heel dankbaar en tevreden op andere dagen. Er zitten ook uitschieters tussen – naar boven en naar beneden. Maar over het algemeen kan ik steeds beter hier in het nu zijn en dat spaart me verdriet over het vroegere waar ik niets aan kan veranderen en over de toekomst die ik toch niet kan voorspellen. Pas op, er zijn mindere dagen en die zullen er altijd zijn. Ik probeer wat beter mee te veren met het leven. Ik verlegde mijn lat naar ‘gewoon is goed genoeg’ en sindsdien is het zoveel beter.
Onlangs schreef ik in mijn dankbaarheidsboekje: sinds jullie (K, E en W) er zijn, zijn er eigenlijk niet meer echt héél slechte dagen. En zo is het maar net.

Cadeautje aan mezelf

Eén van mijn lievelingsrollen is die van Tante Saar. Ik werd voor het eerst tante op 11/09/09 toen Janne geboren werd. Ik was er toen zelf net 21 geworden en ik had er met hart en ziel naar uitgekeken om iemands tante te mogen zijn. Dat ik dat dan nog mocht zijn van zo’n leuk kindje – dat had ik al helemaal nooit durven dromen. Later toen haar zus erbij kwam mocht ik zelfs meter zijn en toen heb ik een tijd zo lopen stralen dat de straatverlichting voor een tijdje uit gegaan is in Halen.

Die twee miekes zijn afgelopen maanden allebei jarig geweest. De ene werd 8 en de andere werd 5. Ze hadden er allebei heel erg naar uitgekeken om het feestvarken te mogen zijn.

 

Sinds ik zelf kindjes heb, voel ik me wel eens tekort schieten als tante. Als de meisjes hier zijn, dan wil ik ze graag mijn onverdeelde aandacht geven maar dat is een pak lastiger geworden nu hier een peuter en een baby zijn die ook om mijn aandacht vragen. Vroeger kwamen Janne en Kaat regelmatig mee logeren in Antwerpen. Dat mocht al van toen ze best klein waren. Pas nu ik zelf kinderen heb, begrijp ik hoe bijzonder dat is dat ik van mijn broer en schoonzus het vertrouwen kreeg om voor hun kinderen te zorgen. Die logeerpartijtjes in Antwerpen waren altijd heel gezellig – zowel voor hen als voor ons. We gingen altijd iets doen (zwemmen of winkelen of naar de vissen kijken in Aquatopia), we maakten samen iets lekkers en er was tijd om keihard van Janne te verliezen met monopoly of ‘Wie is het?’ of om te luisteren naar alle maffe dingen die Kaat die dag weer verzonnen had.

Omdat ik het vaak ‘mis’ om hen die aandacht helemaal te kunnen geven, wilde ik – naast een cadeautje – vooral iets leuks met hen gaan doen. Als we samen naar een theatervoorstelling gaan dan merk ik altijd dat zij daar van genieten, maar ik zeker even hard. Voor hun verjaardag ging ik dus op zoek naar iets wat past bij hen – zowel qua leeftijd als qua interesses.

Voor Kaat werd het de kinderboerderij! Kaatje houdt veel van diertjes. Als ze hier thuis aankomt dan gaat ze op zoek naar de poes om dan voor 5 lichtjaren eten in haar bak te kappen. Ik wou een kinderboerderij waar ze de diertjes kon aanraken en dus niet gewoon kon zien en die vond ik in De Quina Hoeve. We gingen in de varkensstallen kijken en Kaat mocht er de varkens eten geven. Ik bleef wat aan de deur staan want het meurde er gelijk zot en ik ben ook niet zo’n held in zo van die dingen. Ik weet dat die beestjes daar niet uit kunnen, maar ik krijg zo’n onbehaaglijk gevoel in stallen die donkerder worden als je er verder in stapt. Kaat vond het helemaal de max. Zeker de stal met de varkentjes die apart zaten omdat ze wat ziekjes waren. Die waren lekker rustig, alzo sprak mijn metekind.
Ze mocht ook nog de cavia’s en de konijntjes eten geven, het paard naar de weide brengen om te grazen (het was zo’n klein ding dus het leek alsof ze een extreem grote hond bij zich had) en de eitjes halen bij de kip. Speciaal voor Kaat was er een kip die live een ei aan het leggen was. Toen ze met haar gekakel aangaf dat ze er klaar mee was, gritste Kaat het ei onder de kip uit en zei luid: RECHT UIT HAAR GAT TANTE SAAR RUIK EENS DIE KIP KAKT EIEREN.

 

Daarna mocht ze nog spelen in het hooi, meerijden met de tractor en zelf sturen, vers appelsap drinken en cake schransen. En toen ik achteraf vroeg wat ze nu het allerleukste vond, begon ze honderduit te vertellen over de katjes die ons over de boerderij gevolgd waren. De zon scheen de hele tijd en 1 november was nog nooit eerder zo zwierig en plezant.

 

Een dagje later was het de beurt aan Janne. Aangezien dat niet zo’n dierenfan is als haar zus, wilde ik voor haar iets anders bedenken. Janne is al wat groter en een echte scoutsmie dus er mocht wat spanning aan te pas komen. Ik kwam via het gazetteke van De Gezinsbond uit op Bilzen Mysteries. Met de Ipad in de hand kom je daar alles te weten over de geschiedenis van Alden Biesen. De licht-,klank- en beeldeffecten prikkelen je zintuigen op zo’n manier dat het verhaal echt helemaal tot leven komt. Dat de attractie doorgaat wanneer het donker is, versterkt dat alleen maar. Het verhaal stak goed in elkaar, maar af en toe moest ik haar de dingen wat makkelijker uitleggen. Het was immers een hele hoop geschiedenis die ze voorgeschoteld kreeg en regelmatig ging het over zaken waar ze nog nooit van gehoord had. Maar Janne heeft verstand voor vier dus ze trok haar plan en toetste bij mij af of ze het goed verstaan had. “KRUISTOCHTEN IS DAT DAN NAAR VER WEG”, riep ze met haar hoofdtelefoon op haar oren. “JA ZENNE”, schreeuwde ik terug. En ze keek weer verder op haar Ipad.

 

Het was een heerlijke avond vol spanning (die Jan Decleir kan nogal vertellen), gieberbuien (van de ‘nee ik ben niet bang hoor!’), klappertanden (het was frisjes) en armen om elkaar heen slaan (van de liefde). Het allertofste was het om bij Janne te zijn. “Nu is het echt meisjesavond”, zei ze toen ze de autodeur dicht trok, “Zo eens met ons twee onder elkaar, dat doet deugd” – ik zei al dat ze verstand voor vier heeft zeker? In de auto zong ze mee met hippe nummers op de radio die ik nog nooit van mijn leven gehoord had. Ze zei dat ze een geheim wist over Sinterklaas maar dat ze het niet zou verklappen omdat ik het geheim misschien nog niet wist (bless her) en ze vroeg hoe laat het was en straalde helemaal toen het al bijna 22.00 bleek te zijn. Ze mocht een zakje snoepjes nemen uit de automaat en uonderweg naar huis reikte ze me zuurtjes aan terwijl ik reed. Ons gat werd warm van de zetelverwarming en mijn hart van naar haar te luisteren. “Dat was echt cool, tante Saar”, besloot ze.

En zo gaf ik dit jaar eigenlijk een cadeautje aan mezelf voor hun verjaardag. Ik had ze allebei nog eens even echt voor mij en zij hadden mij nog eens even helemaal voor hen. Ik voel me bevoorrecht om hun tante te zijn en ik kijk ernaar uit om binnenkort nog wat leuks met hen te gaan doen. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, wordt er binnen enkele weken nog zo’n meisje geboren waar ik met heel mijn hart van mag gaan houden. Ik ben zo benieuwd hoe ze gaat zijn en wat ze leuk gaat vinden. Dat kunnen jullie over enkele jaren hier lezen op mijn blog, wanneer ik ook met haar wat ben gaan quality-timen.

Ik heb aan de twee meisjes gevraagd of ze nu dan wilden stoppen met groeien. Janne zei dat dat niet kon en Kaat zei dat er adertjes in haar voorhoofd in de knoop lagen en dat ze er water over zou doen zodat het weer in orde was. Dat komt dus helemaal goed.

Eerlijk duurt het langst II.

Het is alweer even geleden dat ik nog eens te biecht ging. In het kader van een zuivere ziel deel ik graag weer enkele van mijn parents shames van de laatste weken!

1. Badwater drinken

Veel uitleg moet daar niet bij zeker? Mijn kind drinkt van zijn badwater. Ik heb hem echt al honderd miljoenmiljard keer gezegd dat het niet mag, dat het vies is, dat er schuim in zit en waarschijnlijk ook wat pipi, maar wat helpen kaars en bril als den uil niet zienen wil. En dus zeg ik het nog steeds een keer of drie per wasbeurt en dan bekijkt ie het maar. “Mama”, zegt ie terwijl hij me met grote fonkelogen aankijkt, “kijk ies!”. Hij zet de walvis waar ik zijn haar mee afspoel aan zijn mond en drinkt alsof hij de hele dag geen water gekregen heeft. Hij verslikt zich – élke keer – en schatert het uit van het lachen. Oh well, hij zal het wel overleven.

2. Bumbaloo

Kas heeft van zijn grote nichtjes enkele knuffeldieren geërfd. Ieniemienie zat ertussen en Elmo. Ik was al helemaal gelukkig dat Kasper dus een coole knuffel zou gaan kiezen. Maar dat was buiten de waard gerekend. Want er zat ook een Bumbaloo in de zak. En hij ging uiteraard recht voor die gekke clown. Het ding is: hij kijkt daar niet eens graag naar. Als het aanstaat, moet het meteen af en wil hij iets anders kijken. Het is dus ook niet gek dat wij niet goed weten hoe al die figuurtjes heten. Het is allemaal wat moet ‘oe’ maar er is dan Nanadoe en Bumbaloo en Bumba zelf en ik wist het even niet meer. En dus hebben wij ons kind verkeerdelijk aangeleerd dat die rooie Bumba is terwijl dat blijkbaar Bumbaloo blijkt te zijn. Wij hopen vooralsnog dat hij er geen al te grote vertrouwensissues aan over gaat houden.

FullSizeRender (6)

Het goede nieuws is dat ook Grover de strenge selectie van Kasper heeft doorstaan. Deze twee leutzakken gaan dus elke dag met ons kind mee slapen.

3. Oh fuck!

Kas wordt twee in december en hij tettert mij werkelijk de oren van mijn kop af. Het is niet voor iedereen altijd verstaanbaar, maar omdat ik zoveel tijd met hem doorbreng begrijp ik feilloos wat ie zeggen wil. Het leuke is dat hij altijd effectief iets wil zeggen en niet zomaar wat brabbelt én dat hij intussen ongeveer alles begrijpt wat ik hem zeg – behalve ‘mag niet!’ daar sukkelt hij nogal eens mee. Sinds een tijdje zit hij ook in de fase dat hij ons begint na te doen. Niet met opzet, maar hij merkt kleine gedragingen bij ons op en kopieert die. Zo zucht hij soms (ik ben schuldig) en dat is echt waanzinnig grappig. Enkele dagen geleden was hij vrolijk in de zetel aan het omvallen (topspel vindt hij) terwijl ik de tafel aan het opruimen was. Ik had alles in de pan gestapeld en dat was laat ons zeggen niet zo heel goed gelukt. De helft kletterde er dan ook uit toen ik me omdraaide om naar de keuken te stappen. “Oh fuck!” zei ik, en ik begon meteen alles weer bij elkaar te rapen. Tot ik plots opmerkte dat er iemand in de zetel OFFOK OFFOK OFFOK riep elke keer dat hij zich in de zetel liet ploffen. Ik denk dat de tijd is aangebroken waarin ik moet vloeken met woorden als ‘chips!’ enzo. Ik zou ook kunnen stoppen met vloeken, maar dat vind ik dan weer té pedagogisch verantwoord.

4. De zeikwagen

Toen we onlangs naar huis stapten van de speeltuin stond de straat geblokkeerd omdat ze ergens de beerput aan het legen waren. Dat meurde zowat honderd in’t uur en ik kon er niet langs. Kas keek me onbegrijpend aan dus ik legde hem uit dat hier ging om een vrachtwagen die kaka en pipi kwam halen. “Dat herinnert ie zich morgen toch niet meer”, dacht ik nog. Hij is nog geen twee dus veel van geheugen zal hij nog niet echt hebben zeker? Boy, was I wrong. Werkelijk we-ken-lang heeft hij tegen iédereen die we passeerden geroepen: “DAAA VRAVRA KAKA PIPI”. En omdat nog niet iedereen hem perfect verstaat maar het wel erg duidelijk is dat hij iets wil vertellen (zie boven), kijken mensen dan naar mij zodat ik spreekbuis kan spelen. Ik heb dus zeker 50 keer moeten vertellen – soms zelfs aan wildvreemden – dat er een zeikwagen in de straat stond en dat ik Kas had verteld dat die de kaka en pipi kwam ophalen. Ik kan u zeggen: mensen weten dan vaak niet wat ze daar op moeten antwoorden.

 

Dit zijn uiteraard slechts enkele van mijn bekentenissen van de afgelopen weken. Ik zou nog kunnen vertellen over hoe ik als een gek in mijn handen sta te klappen als hij in een pot pist – alsof hij net hét geneesmiddel tegen AIDS heeft ontdekt – , over hoe wij vaak met vier door de woonkamer dansen als ware wij op een rave party – terwijl het doorgaans toch gewoon “Alles is op” van Samson is dat hier opstaat – of over hoe ik de moeder ben die met het immer luide kind door de Delhaize loop – “MAMA BROOD MAMA BROOD MAMA BROOD MAMAAAAA BROOOOOD”.
Anyway, dat moederen, dat blijft toch iets met vallen en opstaan. En heel regelmatig bedenk ik me dat ik zomaar iets doe, dat ik vaak mijn gevoel volg en dat ik niet altijd zeker weet of het goed is. Maar op momenten dat ik heel erg aan mezelf twijfel, dan vind ik wel eens moed in het volgende:

IMG_2205

Moge het u ook van dienst zijn.