(Uit)koken

Traag ga ik met de dunschiller over de zwarte rammenas. Met lange halen ontdoe ik hem van zijn schil. In de andere kamer speelt mijn zoon met zijn vader. Ze hebben het over auto’s en hij zegt van ‘kijk’ en de andere antwoordt van ‘waaauw’.
Ik haast me niet. Dat is uitzonderlijk – zeker de laatste weken. Elias slaapt nog. Ik bedenk me dat ik me ook nog zou kunnen douchen en aankleden voor hij wakker wordt als ik nu gewoon nog even snel snel… Ik onderbreek mezelf. Neen, doe maar traag.

Met het groentemes snijd ik de rammenas in rondjes en daarna maak ik er nog kleinere stukjes van. Ik bedenk dat het soms zo voelt. Het leven in kleine stukjes want we moeten rekening houden met flesjes en dutjes. Ik zucht. Was ik maar een avontuurlijkere moeder – zo eentje die langs de kant van de weg flesjes geeft. Eentje die glimlachend de huilbuien op de achterbank pareert als het kind niet op tijd in zijn bed ligt of eten krijgt. Ik onderbreek mezelf. Kom, niet doen. Duw jezelf niet weer in dat hoekje.

Want het is echt anders. Ik laat meer los dan ik ooit deed bij kind 1. Ik durf uit handen geven – niet alles, maar dat hoeft ook niet. Ik kom buiten. Ik stouw de koffer vol met alles wat we nodig hebben, klap hem dicht en ik rijd. In mijn hoofd is het rustiger. Mijn verwachtingen klopten beter dit keer. Er waren er minder en dus waren er minder teleurstellingen. Ik doe dingen die ik bij Kasper nooit deed en ik doe het nu met nog een peuter erbij. Geen grootse dingen, maar ik tackle handig kleine alledaagse obstakels die vorige keer als grote bergen voelden waar ik soms moeizaam overheen geraakte. Dat die bergen zich vooral in mijn hoofd zo groot hadden gemaakt, dat zag ik pas een hele tijd later.

De groenten gaan de pot in en ik giet er water over. Ik sus mezelf. Ik blus mezelf. Ik weet dat ik gegroeid ben in heel dat moederding. Het is nu één van de jassen die in mijn kast hangt – naast die van zus, vriendin, vrouw, partner, lector, kennis, .. En ik trek hem aan – soms met een zwier en soms deed ik liever een andere jas wat vaker aan. Maar hij past mij als gegoten want het is de mijne. Ik heb hem zelf ontworpen. Ik vergelijk hem alsmaar minder met andere jassen  n dat op zich is al heel wat.

Ik wacht. Ik prik en alles is nog hard. Ik leun tegen het aanrecht. Ik knijp mijn ogen wat samen. De dagen gaan voorbij. Er komt weer wat structuur om op terug te vallen. Ik word rustiger als er af en toe wat herhaling in zit. Als er dingen zijn die ik kan doen op automatische piloot.  Zoals dit, groenten snijden, pot in, wachten, klaar. Het geeft me de tijd om ook mijn gedachten even toe te laten. Ik prik nog eens en alles is zachter. Gewoon wat wachten doet het ‘m doorgaans. Dat wist ik al, maar ik vergeet het soms.

Ik giet af en ik zucht. Het zal wel weer te weinig zijn. Ik sakker alvast wat op mezelf.
Maar als ik het kommetje op de weegschaal drie keer vol kan scheppen, dan zie ik dat het meer is dan ik dacht.

Processed with VSCO with c1 preset

 

Advertenties

Wie zijn de mensen die je tegenkomt..

Ik vertelde eerder al dat buiten komen, bewegen en een frisse neus halen de kleine trucjes zijn die mij de eerste weken met een nieuwe baby helpen overleven. Ook de voorbije twee weken paste ik mijn hulpmiddeltje regelmatig toe. Het was minder met de fiets (want het is zeikweer geweest), maar wandelen probeer ik elke dag te doen. Soms met één kind, soms met twee. Ik schreef al vaker dat ik op die manier veel meer oog heb voor de dingen om mij heen (de bomen, de eenden, de natuur in het algemeen) maar dat geldt net zo goed voor de mensen. Een klein overzicht van de mensen die ik zag en de gesprekken die ik opving:

  • De vrouw die wacht op de postbode.
    Deze dame doet altijd geheel toevallig de deur open op het moment dat de postbode de brieven bij haar door de brievenbus duwt. Uiteraard zit ze al van uren op voorhand te kijken tot hij eraan komt. Ze zou zich kunnen aankleden, maar dat doet ze niet. Ik zag haar alleen nog maar in peignoir ongeacht het uur. Het moment dat de deur open zwiert weet de postbode dat hij eraan hangt voor minstens 5 minuten van chitchat die hij vermoedelijk liever niet had gehoord. Volgende onderwerpen komen regelmatig aan bod: het weer, het weer en soms ook het weer.
    Ik moet altijd hieraan denken:
    7140b2c86fd40fbbc48f5b3318dd1a95
  • De twee buurmannen
    Deze twee individuen wonen naast elkaar. Het enige wat hen scheidt is een haag. Die haag is ongeveer 1m70 hoog. De twee mannen zijn volgens mijn schatting allebei 1m75 hoog. Dat betekent dat ze alle twee geweldig oncomfortabele houdingen moeten aannemen om met elkaar te kunnen praten. Veel makkelijker zou zijn om elk vijf stappen naar links/rechts te zetten, om de haag heen te stappen en elkaar toe te spreken zoals normale mensen dat doen. Maar daar zijn ze zelf nog niet opgekomen. Ongeveer elke keer als ik ga wandelen, staan de twee mannen met hun neuzen elk op hun stuk van de haag met elkaar te praten over allerhande belangrijke zaken. Gisteren hoorde ik bijvoorbeeld dat man 1 geen televisie, internet en telefoon meer had. Bij man 2 werkte alles wel nog want hij had ‘pertank net nog computer’.
  • De kleine kefhond
    De kleine kefhond woont niet ver bij ons vandaan. Op de route naar de speeltuin passeren wij altijd het domein van de kleine kefhond. De kefhond woont op een appartement op 1 hoog met een mini-balkon aan. Maar de kleine kefhond is zo klein dat het balkon voor hem zal aanvoelen als 100 voetbalvelden groot die hij allemaal moet afbakenen met zijn irritante gekef. Als wij er passeren, probeer ik geen geluid te maken zodat de sjakoshond het niet nodig vindt om aan te geven dat hij een hele baas is. Toch komt hij het elke keer doen. Kasper zegt dan dat het een muisje is en ik kan me er niet toe brengen om hem te verbeteren.
  • De man die water pikt uit de Velp
    Door ons dorp stromen verschillende rivieren waarvan de Velpe een van de grootste is. Het was ook deze klootzak die Halen onder water zette in het jaar des Heeren 1998. Heden ten dage staat er in de Velpe amper water waardoor de eenden Jezus-gewijs over het water lijken te lopen. Maar ik vermoed dat de waterpikker er toch ook voor iets tussen zit. Al verschillende keren zag ik een man met een zelfgeknutselde installatie een gigantisch vat water vullen met water uit onze belangrijkste stroom. Geen idee of dat eigenlijk toegestaan is of niet maar de parkwachter en ik houden de situatie nauwlettend in de gaten.

Terwijl ik zo door Halen slenter en regelmatig gniffel om wat ik zie of om de gesprekken die ik opvang, hoor ik dit geweldige nummer van Sesamstraat in mijn hoofd. Tussen mijn stappen door huppel ik af en toe. Ik glimlach om de gedachte dat misschien één van die mensen mij vermeldt in zijn blog als ‘het meisje met dat kind dat altijd van IE-JAA-DEE_JAA wil zingen.’ Dorp life, I love it.

Ademen.

Het enige wat ik echt consequent deed in de eerste 6 maanden van Kasper zijn leven was permanent mijn adem inhouden. Als hij sliep, hield ik mijn adem in voor de uren die kwamen waarin hij niet zou slapen. Als hij niet huilde, hield ik mijn adem in voor de uren waarin hij het wel zou doen. Tijdens het weekend hield ik mijn adem in, voor de dagen die kwamen waarin ik alleen voor hem zou moeten zorgen. Als ik eens rustig kon eten omdat hij toevallig sliep, hield ik alvast mijn adem in voor de volgende maaltijd waarin ik dat niet zou kunnen doen.

Ik was bang. En ik geloofde niet in mezelf. Ik heb dat toen nooit zo letterlijk kunnen benoemen, maar als ik er nu op terug kijk dan was het dat. Te weinig zelfvertrouwen. Te vaak mezelf het gevoel aangepraat dat het waarschijnlijk niet goed was want ik deed het niet zoals die of die. Te veel mezelf de put in gepraat in de uren dat ik alleen thuis was met een kleine baby (en dat waren er veel). Het duurde een hele tijd voor ik terug graag alleen was met mezelf. Niet onlogisch als je weet dat ik het was die mijzelf zo vaak géén schouderklopje gaf wanneer ik het wel had moeten doen. Bovendien ben je die eerste maanden met een kleine baby altijd wel een beetje geïsoleerd, hoe vaak je ook buiten gaat. Die nieuwe gedachten en gevoelens in je hoofd, daar moet je op zekere hoogte zelf mee in het reine komen. Ik heb dat toen verkeerd aangepakt. Ik ben te weinig mijn eigen vriend geweest.
Dat wilde ik dit keer anders doen. Ik nam mezelf voor dat ik de tweede keer meer mijn eigen maatje zou zijn. Dat ik tegen mezelf zou praten zoals ik dat doe tegen mijn vrienden. En als ik nu vrienden met een kleine baby zou hebben, dan zou ik zeggen tegen moeder de vrouw: doe elke dag iets wat jij graag wil doen – en douchen telt niet.

Wat mij altijd helpt als er even wat te veel in mijn hoofd zit, is buiten zijn en bewegen. En dus trok ik er de voorbije dagen elke avond op uit met kind 1. Op die manier kon Wout wat exclusieve aandacht geven aan kind 2 én tegelijkertijd naar het nieuws kijken (lees: op zijn Iphone hln.be lezen en met zijn smoel open in slaap vallen). Zo rond de klok van zeven bollen Kas en ik rustig onze straat uit. Hij roept dan wat hij allemaal wil zien: KOE! PAA! PAKKA! (dat zijn kippen, nvdr.) en vooral BOENG (dat is een luchtballon, nvdr.).

We doen meestal dezelfde tour: eerst langs het paard, dan langs de kippen, dan langs de boerderij met de tractor, dan langs de appelbomen, dan langs opa en dan nog langs de uil. Net zoals in die eerste maanden bij Kasper vind ik die herhaling niet vervelend. Ze brengt rust. Ik hoef niet na te denken over de route, ik fiets en fiets en trap vervelende gedachten zo mijn hoofd uit.
Het helpt dat er iemand achterop zit die bij elke hobbel in de weg van ‘Mama toch’ zegt. Iemand die me elke vogel aanwijst. Iemand die héél ginds in de verte een luchtballon ziet. Iemand die bijna omvalt van vreugde als ik een stukje kinderchocolade uit mijn handtas tover. Iemand die daarna van het flesje water drinkt alsof hij al jaren niks meer gedronken heeft. Iemand die vol verwondering kijkt naar alles wat voor mij zo gewoon lijkt. Iemand die mij op die manier beter leert kijken en opnieuw leert zien.

We stoppen om naar de ballon te kijken en ik vertel hem wat ik weet over maïs. Dat het geel is. Dat je er popcorn van kan maken. Dat juffrouw Sabine in de kleuterklas het deksel te vroeg van de pan haalde en dat de popcorn in het rond knalde.
We stoppen aan de Helmen en ik pak hem van de fiets. Hij loopt door het hoge gras. Hij roept “DADA KOE”. Hij smikkelt zijn koekje op. Hij wil een handje om de trapjes op te gaan. Hij roept van MAMA MAMA! als er een vliegtuig over vliegt. Hij wil tegen me aan plakken omdat hij bang is. Heerlijk. Processed with VSCO with c1 preset

We fietsen verder naar opa. Hij scharrelt er wat rond. Hij geeft de bloemen water. Eerst bij papa, daarna bij mijn grootouders. En daarna bij alle andere graven waar de bloemetjes uitgedroogd zijn. Ik vertel over opa. Dat hij van muziek hield. En dat hij het zeker en vast fijn vindt dat Kasper alle bloemetjes zo flink water geeft. “Wawa!”, zegt Kas. “Ja lief, wawa”. Ik zit op de bank naar hem te kijken. Ik merk dat mijn hoofd ongeveer leeg is. Ik kan gewoon in de verte staren. Ik ben mezelf geen werkpunten aan het opleggen. Dat zal straks vast wel weer anders zijn, maar nu dus niet. Als ik hem weer in zijn stoeltje vastklik en we naar beneden bollen, roept hij nog “dada wawa!”. Ik zwaai ook.

We zijn bijna thuis nu. Daar wacht de avondrush op mij. Kind 1 wassen en in bed flikkeren. Zelf gauw douchen. Flesjes wassen en steriliseren. Speelgoed opruimen. Kleren klaar leggen. Kind 2 troosten als krampjes het hem lastig maken. Flesjes geven. Kindje rechtop houden. Anders dan bij Kasper ben ik minder bang. Ik kan het. Niet altijd even goed en niet altijd even gemakkelijk, maar ik voel me wel zekerder.

En op momenten dat ik denk dat ik het niét kan (en die zijn er werkelijk dagelijks), dan probeer ik mijn eigen beste vriend te zijn. En die fluistert dan: ademen.

Processed with VSCO with c1 preset

Bedankt.

“Ja kind, wat is pijn voor u en wat is dat voor mij he”, zei ze terwijl ze een Dafalgan voor me neerlegde. Ze ging aan het voeteneind van mijn bed staan. Ze feliciteerde me, zei dat ze vond dat onze jongens zo’n mooie namen hadden. Ze had zelf ook jongens, drie stuks. Een heel gemak, enkel jongens, zei ze. Terwijl ze taterde hield ze af en toe mijn voeten vast – alsof wij elkaar al jaren kenden en het volstrekt normaal was om elkaar aan te raken. Het voelde zo warm, zo menselijk, zo verzorgend, zo normaal, zo bemoederend op een heel lieve manier. Daarna moest ze weer verder hollen – want het is zomer he mevrouw, veel kinnekes en veel verlof. Aan die verpleegster die zorgzaamheid in en uitademde, bedankt.

IMG_0135

“Saartje, het lukt je, laat het even allemaal gebeuren. Jaag je niet op, je doet dat heel goed. En soms moet er ene eventjes wachten en effe wenen”, sms’te ze me. Ik dacht dat ik mijn onrust goed had verborgen in mijn sms, maar uiteindelijk kent ze me al bijna 16 jaar (ik val er zelf van achterover). Ze heeft me gezien bij kind 1 en nu bij kind 2. Ze heeft mijn onzekerheid gezien, twee keer. Ze heeft gezien hoe ik alles overdacht en bij Kasper erg gefocust was op ‘controle krijgen’ omdat ik nog niet wist dat dat zowat het laatste is wat je ‘krijgt’ op een mini-baby. Maar nooit heeft ze geoordeeld, of me het gevoel gegeven dat ik flauw deed, of overdreef of me aanstelde. Aan de liefste vroedvrouw ter wereld die een huisje heeft waarin het altijd warm is, bedankt.

“Oh, kijk, hij is er al!” zei ze toen ik de deur open zwierde en haar Elias toonde die in de draagzak lag te soezen. Net zoals bij Kasper kon ik haar niet overhalen om binnen te komen. Ze stond erop om ons onze rust te gunnen. Ik riep nog dat ze snel maar op bezoek moesten komen. Ze zei dat ze zeker kwam, maar pas als wij elkaar wat kenden. Ik vertelde nog dat ik tot maart thuis ben om voor de kindjes te zorgen. “Da’s goed”, zei ze, “in’t leven moet je één ding per keer doen.” En zo gaat het met haar. Geheel moeiteloos strooit ze wijze levenslessen in het rond die achteraf nog vaak rondspoken in mijn hoofd. “Ze heeft alweer gelijk”, denk ik dan. Het allermooiste aan haar is dat ze die levenslessen nooit meegeeft vanuit arrogantie of betweterigheid. Ik ben er haast zeker van dat ze zelf niet doorheeft hoe wijs ze is. Ze zou het ontkennen of minimaliseren want ze is zo bescheiden als ze groot is (en ze is toevallig heel groot(s)). Aan de mama van mijn babysitkindjes die intussen zelf al babysitten, de mama die zo bijzonder is in al haar gewoonheid, bedankt.

IMG_0578
Dit stak enkele dagen later in onze brievenbus. Ook voor Kasper maakte ze een gepersonaliseerde rugzak.

“Het zal ook nooit meer hetzelfde zijn. Maar het wordt op een andere manier minstens even goed.” Ik lag in bad terwijl haar antwoord binnen rolde op mijn gsm. Kasper was net geboren en ik was even het noorden kwijt. Ik was heel blij met wat ik allemaal gekregen had (een kerngezond kind, nieuw familiegeluk, je kent het wel), maar ik vond toch dat ik ook heel wat had moeten afgeven (tijd om met mijn lief te praten zonder dat iemand moest wenen, vrijheid in mijn hoofd, tijd voor mezelf om mijn eigen dingen te doen, enkel verantwoordelijk zijn voor mezelf of gewoon al tijd om zittend te eten). Daar wordt zo weinig over gesproken dat ik me raar voelde, alsof ik ondankbaar was. Want ik had toch – tesamen met al dat geluk – ook een soort van rouwperiode waarin ik stilaan afscheid nam van mijn leven van ‘ervoor’. Gelukkig kent ze me al mijn halve leven en wist ik dat ik mijn gevoel met haar kon delen en dat ze zeker een zinnige respons voor mij in petto had. Aan mijn schoonzus die zelf twee kleine meisjes heel schoon groot aan’t maken is, bedankt.

“Als ik nog iets moet meebrengen of moet doen, of als ge nog iets nodig hebt dan moet ge’t zeggen he mieke”, zei ze voor ze de deur van mijn ziekenhuiskamer dicht trok. Er is niks zo zalvend als wanneer ze me ‘mieke’ noemt. Ik verzekerde haar dat ik alles had want ze had alles wat ik nog nodig had al meegebracht. Ze was terug naar huis gereden voor een dekentje, keukenhanddoeken, yoghurt en fruit. Ze had afwasmiddel voor me gefixt zodat ik onze champagneglazen kon afwassen. Ze had Elias vast gehouden zodat ik gauw mijn pyjama kon aandoen en samen met hem aan onze allereerste nacht kon beginnen. Ik had alles wat ik nodig had, maar als ik iets had gevraagd wat toevallig nog thuis lag dan had ze misschien wat gegrommeld en gezegd dat dat dan maar moest wachten. En daarna had ze het waarschijnlijk toch gebracht. Aan mijn moederke, die zoveel talen der liefde spreekt maar de praktische het allerluidst, bedankt.

20770364_1612041815493634_8851458791817206427_n

“Laat het er maar eens allemaal uit. Dat kan echt goed doen!” liet ze me weten. Ik had haar net verteld dat ik een lastige dag had. De hormonenrollercoaster had na een steile beklimming net de afdaling ingezet en ik voelde me moe en uitgewrongen. Ze vraagt me ongeveer elke dag hoe het gaat met ons. En ze maakt daarbij een onderscheid tussen ‘met de kindjes’ en ‘met jou’. Dat klinkt banaal, maar dat is zo belangrijk. Zo vaak wordt er vooral gekeken naar dat nieuwe kindje en ziet men dan de moeder wat te weinig. Maar zij niet. Al anderhalf jaar ziet ze me elke dag ’s morgens en ’s avonds en elke keer ziet ze aan mijn gezicht of het een goeie of een slechte dag is. Ze geeft me een dikke knuffel als dat nodig is, of gewoon omdat we dat willen. We horen elkaar bijna elke dag ook wanneer we elkaar niet zien. We sms’en over en weer over kleine en grote dingen. Aan de liefste onthaalmoeder die mij altijd in de gaten houdt, bedankt.

“Doeme, je bent te snel wakker”, zei hij toen ik om half 8 beneden kwam. Hij was om 4 uur met Elias naar beneden gegaan omdat hij merkte dat ik stilaan de wanhoop nabij was. Ik was als een blok in slaap gevallen, wakker geschrokken om kwart over 7 en me op tien minuten gewassen en aangekleed. Ik voelde me schuldig omdat ik hem het lastige kindje had door gegeven. (Stom natuurlijk want het is ook zijn lastig kindje). Kasper zat – helemaal aangekleed – in zijn zetel Bumba te kijken, de flesjes waren gesteriliseerd en hij was Elias aan het aankleden. Ik wou overnemen maar ik mocht niet want hij deed de ochtendshift zei ie, want hij kan overdag al niet helpen. Ik ontspande en mijn schuldgevoel ebde weg. Meer nog dan bij Kas is hij nu van bij de start echt ‘vader’. Hij vergeet nog wel eens wat (het onderstel van de buggy bijvoorbeeld – nochtans cruciaal als je met de buggy wil gaan wandelen) en sommige kleren mag ik niet klaar leggen als hij de kinderen aankleedt (hij krijgt de kleine knoopjes zelden dicht) maar hij doet – net zoals ik – zijn stinkende best voor onze kinderen. Aan mijn lief, mijn beste vriend, die mij kent als geen ander en toch bij mij wilt zijn, bedankt.

Dank jullie allemaal zo wel voor het verschil dat jullie – samen met mijn andere geliefden – maakten voor mij in de eerste weken met Kasper en Elias. Het zijn de mensen die niet doorhebben wat ze doen die vaak het allergrootste verschil maken.

 

 

Elias.

Nog niet zo heel lang geleden – zo’n 6 dagen ongeveer – had ik voor de tweede keer het gevoel dat ‘zwanger zijn’ bij mij iets oneindigs is. Alle andere vrouwen kappen ermee na een negental maanden, maar ik niet. Ik doe gewoon voort. Anders dan de eerste keer, kon het me dit keer niet zoveel raken. Kasper was er uiteindelijk ook gekomen dus kind twee zou dat ook wel doen. De ‘extra dagen’ die ik kreeg, heb ik dit keer niet gevuld met wachten. Toen ik eenmaal de 40 weken bereikt had, ging Wout z’n verlof in en was er tijd om met ons drietjes nog wat quality-time te hebben.
We wandelden door Leuven, we gingen elke dag ergens naartoe waar Kas op zijn driewieler kon rond hossen, we zijn gaan foren op de kermis, het kind mocht zich uitleven op zandheuvels met tractoren allerhande en we aten koekjes in hutten die iemand anders zelf gemaakt had.

Het waren schone dagen en ik vond alles heel bijzonder. Want alles was waarschijnlijk de laatste keer met ons drietjes. Ik ben verschillende keren een laatste glacéeke bij Stuckens gaan eten. Ik heb Kasper drie laatste rondes laten draaien op de vliegerkes. Als hij zijn bord ’s avonds op de grond keilde omdat hij genoeg had, dan raapte ik liefdevol alles op en prevelde ik ‘dat dat de laatste keer was dat hij dat deed met ons driekes’. (Flash forward: hij doet het ook met ons vierkes).

Ik voelde heel wat tegelijk. Er was onrust (zou ik het wel kunnen, zo twee kinderen? – die bevalling, hoeveel pijn gaat die doen? Gaat alles goed gaan? – Hoe zal het Kasper afgaan om een broer te hebben? Gaat hij me niet te hard missen als ik er niet ben?). Er was geluk (want ik hoef maar te kijken naar zijn smoeleke en ik word gelukkig). Er was trots (op hem, want elke dag doet hij nieuwe dingen en hij is lief voor de wereld en flink en schoon en puur en en en – maar ook op mezelf, want ik had de laatste weken alleen voor hem gezorgd en hem (hopelijk) veel leuke dagen gegeven). Er was veel onzekerheid (Gaan we elkaar niet kwijtspelen in de drukte? Ga ik mijn hoofd niet te vol steken met vragen waar ik het antwoord niet op weet?). Die ‘extra dagen’ waren extra dagen vol leuks en tegelijk extra dagen om extra vragen te bedenken. Iets waar deze piekeraar toevallig uitzonderlijk goed in is.

En toen plots besloot kind 2 om in een rotvaart op de wereld te komen en zette hij daarmee even alles stil. Op minder dan 2,5 uur maakte Elias zich een weg naar de echte wereld. Ik had geen tijd meer om vragen te stellen of mogelijke antwoorden en andere scenario’s te bedenken. Het was tijd, zei ie, en gelijk had hij.

10 augustus is bijna 29 jaar lang voor mij een dag geweest zoals elke andere, maar Elias maakte er een mijlpaal van.

Ik maakte me op voorhand zoveel zorgen. Zou ik hem even graag kunnen zien als Kasper? Ik kon me niet inbeelden dat ik NOG iemand zo zo graag zou kunnen zien. Zou er nog wel plaats genoeg zijn in mijn moederhart? Dat grote moederhart van mij werd immers al helemaal ingepalmd door mijn eerstgeborene.
Ik had me helemaal geen zorgen moeten maken. Op het moment dat Elias geboren werd, groeide er in mijn lijf een heel nieuw, groot moederhart. En dat is helemaal voor hem.

En zo leerde elk van mijn jongens mij al iets op de eerste dag dat ze geboren werden. Kasper leerde me om te wachten. Om geduld te hebben en de dingen los te laten, om ze te laten zijn. Elias leerde me om niet stil te staan, om voort te blijven gaan, om er vaart achter te zetten in plaats van te piekeren. Verstandige koters, die van mij.

Gisteren scheen de zon. En wij hadden nu al bijna iedereen gezien – of iedereen ons – , maar opa nog niet. En dus gingen we langs en goten we te veel water over de bloemetjes. En terwijl mijn oudste kindje vol bewondering keek naar de tractor op het veld, slikte ik eens. Zo papa, nog een kleinzoon. Ik weet dat ie fier zou geweest zijn.

Processed with VSCO with c1 preset

Vanaf nu zijn wij een gezin met twee kinderen. Onze achterbank zit meer dan halfvol. We hebben nu aan tafel elk een kindje naast ons zitten. Ik ben totally outnumbered, maar ik voel me heel rijk met mijn drie jongens om me heen. Voorlopig ziet iedereen elkaar heel graag en worden er te pas en te onpas kusjes en (iets te) enthousiaste aaikes uitgedeeld aan onze ‘baba’.
Ik maak me nog steeds zorgen en ik bedenk nog elke dag extra vragen waar ik het antwoord niet op weet. Ik weet niet hoe het zal zijn en of hij zal slapen en of hij zal eten en hoe ik mij ga voelen en en en…
Maar er is heel veel liefde. En dat is genoeg.

IMG_0183

Dingen die ik onlangs googelde IV

Het lijkt misschien alsof ik de laatste tijd alles wat ik weten moest zomaar eens van mezelf bleek te weten. Maar, lieve lezertjes, niets is minder waar. Ik google mij nog steeds regelmatig een ongeluk om mijn leven een zinvolle en waarachtige invulling te kunnen geven. Ik maak voor u graag een kort overzicht van de dingen die ik op die manier onlangs nog ging opzoeken in mijn digitale Encarta.

1. Eenden ruiven – ruiven eenden?

Als moeder van de parkopzichter van Halen, begeef ik mij regelmatig al wandelend doorheen het publieke domein dat onze stad rijk is. Die taak van parkopzichter is niet te onderschatten. Het is dan ook niet meer dan logisch dat mijn zoon wel eens om mijn assistentie vraagt. Twee paar ogen zien immers meer dan één en aldus wandelen wij zowat één maal daags doorheen recreatiepark De Koekoek om eventuele problemen tijdig te detecteren en door te briefen naar de technische dienst.
Het was dan ook in die hoedanigheid dat het ons opviel dat alle eenden opeens dezelfde kleur bleken te hebben waar zij de week ervoor nog duidelijk te onderscheiden waren in bruine en niet-bruine eenden. Plots waren al die eenden bruin en kon ik niet meer luidop mijn eendenkennis etaleren door zinnen als “Dat is een woerd jongen, dat ziet het kleinste kind” doorheen recreatiepark De Koekoek te roepen. (Ik weet dat omdat dat onder een prentje in Kasper zijn prentenboek staat. nvdr.)

IMG_8914
Alle eenden op deze foto zijn duidelijk bruin met uitzondering van de witte die wit gebleven zijn.

Ik heb uiteraard onmiddellijk Encarta 2.0 geopend en daar las ik algauw dat eenden niet ruiven maar ruien, dat dat die arme stakkers veel energie kost waardoor die zich in die periode nogal gedeisd houden en dat dat vooral in juli en augustus gebeurt. Onze dag kon dus weer verder. We werkten toegewijd ons takenlijstje nog af vooraleer wij weer huiswaarts keerden en aldaar een schriftelijke neerslag maakten van onze bevindingen.

Hier ziet u hoe de parkwachter checkt of er nog voldoende water in de Velp staat. Ook het waterpeil van de visvijvers wordt dagelijks gecontroleerd. Het is hard werken en het betaalt echt weinig maar iemand moet het doen. 

2. Peuterangsten

Mijn peuter is zo’n peuter die geen rekker heeft. Hij gaat nogal gemakkelijk zelf op onderzoek uit en zijn onderzoeksgebied is nogal groot. Af en toe draait hij zijn wit kopke wel eens om te kijken of moeder nog mee is, maar als hij mij ergens in de verte kan spotten dan is het al lang goed voor hem. Dat is niet altijd zo want er zijn natuurlijk ook die dagen dat hij als een tube Pattex aan mij plakt, maar de regels is doorgaans: hoe wijder de omgeving – hoe verder het kindeke van zijn moeder durft.

Concreet betekent dat het volgende. Als wij op uitstap gaan (bv. naar de kinderboerderij of naar een of ander park), dan mag Kasper – als het er veilig is – zelf fietsen en zelf stappen. Hij vindt dat de max om met zijn vierwieler rond te karren. Hij zoekt kleine heuveltjes waar hij eindeloos op en af kan rijden of hele smalle doorgangen waar hij maar net tussen past. Pret verzekerd. En ik pits constant mijn ogen toe omdat ik er zeker van ben dat hij er deze keer gewoon op gaat knallen.
Aangezien hij steeds behendiger wordt op zijn fiets, haalt hij intussen al behoorlijke snelheden. Tel daarbij op dat ik er niet minder zwanger op word en u begrijpt dat hij al gauw een zekere voorsprong heeft op zijn trage moederke.

Kas  op onderzoek uit op de kinderboerderij. Meestal met fietske, soms ook zonder. 

Doorgaans krijg ik dat probleem wel opgelost. Als ik lang genoeg blijf zeggen dat hij moet terug komen, dan komt hij uiteindelijk terug. En als dat niet werkt, pas ik sinds kort ook de ‘ok-dan-gaat-mama-wel-alleen-deze-kant-uit-bluf’ toe. Ik draai me dan om en wandel gedecideerd de richting uit waarin ik hem wil krijgen. Dat is altijd met een bang hart want bij deze bluftechniek is het van uiterst belang dat je niet omkijkt omdat de peuter dan voelt dat je zwak bent en het toch niet echt meent. Ik draai me dus om, focus me op een punt in de verte, begin te wandelen en wacht tot ik hem zijn fiets hoor omdraaien en achter me aan hoor bollen. Zo geraken wij uiteindelijk weer ongeveer waar wij moeten zijn. Het laatste stukje moet ik hem altijd nog vangen om hem in de auto te krijgen maar als ik hem juist in de val lok dan lukt ook dat meestal vrij goed.

De situatie is echter helemaal anders als hij thuis in de tuin speelt. De oppervlakte is daar een pak kleiner en blijkbaar betekent dat dat het belangrijker is dat ik kort bij hem ben om alles wat hij doet te komen aanschouwen. Hij speelt al flink alleen, hij kan zich vrij goed bezig houden met pruts die hij overal vindt maar hij heeft het graag dat er publiek is dat hem kan toejuichen als hij rondjes fietst of nieuw gras op zijn zadel legt. Zijn grootste fan zijnde is het niet meer dan logisch dat deze taak voor mij is weg gelegd.
Ik mag niet zomaar eender waar zitten overigens. En al helemaal niet waar het comfortabel zitten is zoals bijvoorbeeld op onze tuinstoelen, tuinbanken of hangmat. Neen neen, ik moet op de dorpel zitten op de mat met gaten in waar mijn gat onwaarschijnlijk veel pijn van gaat doen.

Het is ook vooral in de beslotenheid van onze hof dat dat mensenkindje van mij af en toe wel eens bevangen wordt door een onverklaarbare angst voor heel gewone dingen. Sinds kort houdt hij niet meer van respectievelijk: de wasmachine, vliegtuigen die laag overvliegen en plotse geluiden die hij niet meteen kan thuis brengen. Op dagen dat hij dat tubeke Pattex is, vindt hij het bovendien ook maar niks als hij niet meteen kan zien waar ik uithang. Hij holt dan als de weerlicht achter mij aan en kan pas gerust  verder spelen als ik weer op mijn plaats op de mat in Guantanamo Bay zit. Ik googelde dit natuurlijk even en via de website van Kind en Gezin kon ik al meteen heel wat lezen over de soorten angsten en hoe ermee om te gaan. Er stonden weinig verrassingen en het meeste had ik zelf ook al wel aangevoeld, maar ik moest iets doen terwijl ik daar weer op de strafmat zat dus heb ik me meteen maar ingelezen over het onderwerp.

De goede observator ziet dat moeder hier handig misbruik maakt van de peuterangsten om lang te knuffelen – iets wat het mensenkind anders maar een halve nanoseconde aan één stuk doet. 

3. Seaside – Florida

Het laatste wat ik googelde was ‘Seaside – Florida’. Mijn Timehop-app liet me immers weten dat ik mij daar drie jaar geleden nog bevond. Wij waren toen op huwelijksreis en we hebben allebei heel fijne herinneringen aan die lange reis. Elk stuk was anders want we deden zowel van geschiedenis als van natuur, bluesmuziek, Elvis-kitsch als van zon en strand en het was allemaal op zijn eigen manier plezant.

Via mijn Google-vriend kwam ik te weten dat het ontwerp van Seaside wordt aanzien als het eerste voorbeeld van New Urbanism. Het dorp is immers zo ontworpen om mensen zoveel mogelijk met elkaar in contact te brengen. De balkonnen en terrassen staan dicht bij de stoep waardoor je makkelijk met mensen aan de praat kan geraken. Wist ik niet – alweer bedankt, vriend Google!

IMG_9656

Kijk mij maar eens in de zee staan. Zie ik er niet erg pasgetrouwd uit?

Uiteraard heb ik de laatste weken nog veel meer gegoogeld dan wat u hierboven kon lezen ( ik denk bijvoorbeeld aan ‘rottigheid achter plinten’, ‘openingsuren containerpark’, ‘openingsuren Delhaize Diest’, ‘Leonidas Kuringen’ en ‘kind wil in de auto enkel luisteren naar kapitein Winokio’) maar ik beloofde in de inleiding al dat het een kort overzicht zou zijn en daar heb ik me ook al niet aan gehouden.
Sorry dus, voor al mijn leugens. Gelukkig is alles wat Google zegt wel waar want anders had u zonet een kwartier van uw leven verloren aan verder volstrekt nutteloze informatie. Ik moet zeggen dat dat mij ook al wel eens overkomen is wanneer ik weer aan het Googlen ben, maar zolang Google mij vooral correcte informatie verschaft blijven wij de beste vrienden en wend ik mij tot niemand anders om uitsluitsel te bieden over het al dan niet open zijn van den Delhaize.

 

 

Achteruit

“We gaan achteruit”, zei de radiostem zo rond een uur of negen ’s morgens. Ik draaide de radio wat luider. Blijkbaar is er sinds enkele weken een klein rubriekje op StuBru waarin er muziekgewijs achteruit wordt gegaan. Er wordt een jaar gekozen en twee nummers die in dat jaar grote hits waren van betrekkelijke kwaliteit worden naar voren geschoven. Het is aan de luisteraars om dan via een stemming uit te maken welk nummer ze zeker nog eens opnieuw willen beluisteren.

“Dit keer gaan we terug naar het jaar 2000!”, liet Vincent Byloo me weten. Op luchtige toon vertelde hij er nog bij dat dat intussen zo’n 17 jaar geleden was. De nummers waartussen de luisteraars mochten kiezen waren “Walk on Water” en “Oops, I did it again”. Het voelde alsof ik een klap voor mijn kop kreeg – ZEVENTIEN JAAR.  IS DAT AL ZEVENTIEN JAAR GELEDEN.
Doorgaans heb ik nul komma nul herinneringen aan de nummers waartussen gekozen mag worden. Dat komt omdat het op de radio meestal gaat over klassiekers genre The Beatles of The Rolling Stones. Ik was er nog niet toen die nummers voor het eerst on air gingen en ik moet zeggen dat ik dat al vaak jammer heb gevonden, maar kijk, vooraleer ik kon bestaan moesten eerst mijn ouders geboren worden – zo gaat dat in het leven.

Tijdens het reclameblok mochten de luisteraars via social media laten weten welke hit uit 2000 ze graag nog eens wilden luisteren. Intussen werd ik in mijn eigen hoofd terug gekatapulteerd naar dat iconische jaar 2000. Ik zag me op oudjaar 1999 mijn sokken aantrekken waar vuurwerk opstond en “HAPPY NEW MILLENNIUM!”. Mama had voor de zekerheid de computer (en zowat alle andere elektrische apparatuur) uitgetrokken want er werd gezegd dat alles zou ontploffen. Ik zag me in juni ‘afstuderen’ van de lagere school. We hadden voor de plechtigheid “Aux Champs-Elysées” leren zingen. God knows why, want we waren nooit in Parijs geweest met de klas maar dat deed duidelijk niet ter zake. Ik zag me in de zomer voor de eerste keer meegaan op CM-kamp. We gingen naar Bredene, het goot tien dagen lang oude wijven maar ik won een gezelschapsspel tijdens de kustshow van ‘Schuif af!’ omdat ik “Hit me baby, one more time” kon verder zingen dus alles kwam goed. Ik zag me voor het eerst naar de middelbare school fietsen in Diest – mijn vader in mijn kielzog om te checken of ik de verkeersregels kon respecteren. En ja, ik kon me levendig de clipjes van de twee bovenvermelde nummers voor de geest halen.
Ik zag Britney van ‘uh yeah yeah yeah yeah yeah’ zeggen met veuls te veul lipgloss op en ik zag Anneke Vervoort zo’n 10.000 keer dezelfde handbeweging maken terwijl ze zong dat ze over Waaaadeeer zou wandelen.

Ik moet zeggen dat ik toch even serieus van mijn melk was. Ik voelde me niet oud, maar het werd me pijnlijk duidelijk dat ik toch ook niet meer piepjong ben. Als je concrete herinneringen hebt aan iets wat meer dan 17 jaar geleden is, dan ben je immers toch al minstens 17 jaar + 10. Wat zeg ik, weldra ben ik er zelfs 17 jaar + 12.
Het publiek koos voor Milk Inc en zo kwam het dat ik drie minuten lang meezong en luchtpiano speelde – of één noot toch althans want meer heeft Regi er niet in dat nummer gestoken. Op de achterbank trok Kasper grote ogen en na enkele seconden begon hij te roepen van MAMA! NEE! MAMAAAA! NEEEEE!. Ik draaide de radio wat stiller en ik vertelde hem dat het hier ging om een noodgeval. Dat mama normaal nooit naar Walk on Waaaadeer zou luisteren, maar dat ze nu haast niet anders kon. Dat het een nummer was uit 2000 – dat is al zeventien jaar geleden jongen, toen was er van jou nog lang geen sprake! – en dat het nog ingezongen werd door Anneke Vervoort maar dat het clipje al werd opgenomen met Linda en dat papa dat voorzekers niet zou weten (inschatting bleek juist). Anneke Vervoort, dat was een meisje die kon nogal eens doen alsof ze aan het zingen was en in ze had gekleurde strepen in haar haren. Ik vertelde hem ook nog dat het nummer uiteraard slecht was, maar dat het toch bijna goed werd omdat er een laagje nostalgie over lag. Ik legde hem uit dat mama dat nummer later nog veel hoorde in een etablissementje in Leuven waar ze met haar vrienden na de les de geziene leerstof nog eens opnieuw ging bespreken. En dat dat goed was omdat wij zo héél veel leerden van elkaar.

1935245_165727270939_7559356_n
Als ik me niet vergis dan hebben we hier net besproken in welke zin ‘Schuld en Boete’ de Westerse Literatuur beïnvloed heeft.

Kasper bleef intussen koppig van NEE MAMA zeggen en de rust keerde weder in onze bruine auto toen ik voor de tien miljardste keer de cd van kapitein Winokio opzette.

De dag ging daarna weer gewoon verder, alsof ik niet net naar Walk on Water op de radio geluisterd had. Kasper en ik gingen naar de Carrefour. Hij mocht in de kar zitten en likte de hele tijd aan dat ding waarmee je een kar aan een andere kar vastmaakt ondanks het feit dat ik hem dat telkens opnieuw verbood. Het is intussen bijna twee weken geleden, maar ik ben er nog altijd een beetje ondersteboven van. ZEVENTIEN JAAR GELEDEN. KOM OP ZEG.