In mijn hoofd/ In mijn hart

Dat sommige dingen voor altijd in je hoofd zitten, dan merk ik de laatste tijd meer dan ooit. Sinds kort is mijn oudste zoon namelijk opeens me-ga-fan van de muziek van Samson & Gert.

Een tijdje geleden stak ik op een vrolijke zaterdagochtend de eerste cd in onze cd-speler (overigens de enige waar ‘Samson’ opstaat en niet ‘Samson & Gert’). Hij was echt meteen verkocht. De volle 48 min en 36 seconden heeft hij rondjes gedanst voor de boxen van de radio. Sindsdien moet er overal en altijd Samson opstaan: in de auto, tijdens het eten, twee seconden nadat we wakker zijn, al-tijd.

En zo komt het dus dat ik besefte dat het blijkbaar perfect mogelijk is om tegelijk géén geheugen te hebben (lees: één ding moeten hebben van de winkel en daar aangekomen totaal niet meer weten wat je kwam kopen) en een olifantengeheugen (lees: alle nummers nog kunnen meezingen). Ik herinner mij per-fect de mopjes in de liedjes (“Ja! We gaan swingelen!” in de Samsonrock), de liedjes die ik oversloeg want eng (nummer 3 Slaapliedje en nummer 11 neefje Kwik) en de stukken die we naspeelden op de speelplaats (het aftellen bij ‘In de disco). Ik kan bijna zien hoe mama de cd voor mij in de cd-speler stopt en hoe ik daarna rondjes rond onze ronde salontafel dans. Ik zie mezelf op zondagmorgen de trap afkomen en meteen de zetel induiken om Samson te kijken. Ik voel weer de grote, zware, glazen kom op mijn schoot die ik onder mijn pistolets (een keizerpistolet want die kon ik zelf in maantjes trekken) moest houden tegen het kruimelen. Ik kan mijn broer zien komen binnenschuifelen – voor de vorm zegt ie dat hij Samson stom vindt en voor kinderen. Daarna kijkt ie gewoon mee.
Nu ik het zo na ga bij mezelf, zijn er stukken van Samsonliedjes die nog steeds spontaan naar boven komen bij bepaalde momenten in mijn leven. Het is sterker dan mezelf. Toen we de voorbije jaren niet op vakantie gingen maar gezellig van Staycation deden, neuriede ik “Niet ver weg” terwijl ik het zwembad van de jongens vulde. Als ik een stevig staptempo probeer aan te houden, dan zing ik in mijn hoofd van “Wij zijn piraten van de zee en al wie zin heeft vaart maar mee” (ik kan er ongeveer 6,4 km per uur mee halen als ik wat door zing). En als ik zonder duidelijke reden erg vrolijk ben, dan zing ik van ‘krakzodemattebomladeropka fluitappekruttekui grotse knoot’ (vindt Kas werkelijk hi-la-risch). Mijn platencollectie als kind bestond uit 6 cd’s van Samson & Gert en die heb ik allemaal grijs gedraaid. En al die oorwurmen hebben zich onlosmakelijk in mijn hersenpan vastgezogen. Voor eeuwig Samson neuriën, het zal mijn deel zijn.

Als we dan toch bezig zijn met dingen voor altijd in te kapselen in mijn hersenpan, dan zijn er nog wel een aantal zaken die ik graag nooit wil vergeten.
Hoe Kasper zegt dat hij graag naar “Sukse en Wikse” kijkt en dat hij samali op zijn boterhammen wil. Of hoe hij me bij elk nummer van Samson vraagt: “Ken jij dit liedje, mama? Dat is van Samsom!”. Of hoe hij elke dag wel honderd keer zegt dat hij nog iets aan juf Annelies moet vertellen, of aan oma, of aan nonkel Pieter Jan of aan papa. Of hoe hij me zijn eigen wensen als “goede afspraken” verkoopt (“We zullen samen één koekje eten en dan is het genoeg. Is dat een goede afspraak, mama?”). Of hoe hij gisteren voor het eerst met “ik zie jou ook zo graag” antwoordde toen ik bij het slapengaan vertelde hoe graag ik hem zie. Of hoe hij naar zijn broer toeloopt en hem een handje wil geven, of Elias dat nu zelf wil of niet. Of hoe hij naar schaapjes wijst en “ooh! hoe lief!” zegt.

Ik hoop dat ik nooit zal vergeten hoe we samen naar de bakker gaan, hoe we blaadjes van de brug in de rivier gooien en dan naar de andere kant lopen om ze nog eens te zien passeren, hoe hij ‘sneller, mama!’ roept als ik alweer moet hollen om op tijd op school te zijn, hoe we naar de kinderboerderij gaan en hij ons telkens een rondleiding geeft alsof we er nooit eerder waren en hij er dagelijks komt. Ik hoop dat ik nooit vergeten zal hoe het voor hem evident is wie er overal mee naartoe gaat met hem en hoe hij er toch op staat om telkens iedereen op te sommen – om zeker te zijn dat we allemaal weten om wie het gaat: mama, papa, Kas en Eli. Ik hoop dat ik nooit vergeten zal, dat ik ook weet om wie het allemaal gaat: om papa, mama, Kas en Eli.

Processed with VSCO with c1 preset

 

Advertenties

Over een tijger die naar school gaat

Gisteren rond een uur of 7 werd ik op Kasper zijn nieuwe school verwacht voor een eerste infomoment. In de polyvalente zaal stonden de eettafels met de stoeltjes al klaar voor de kleuters die er maandag hun drinkbus weer over zullen uitkappen. Andere ouders keken ietwat ongerust over hoe ze in godsnaam op die stoelen zouden passen, maar dankzij mijn werkervaring ben ik het intussen gewend. Ik zit immers de helft van het schooljaar op mini-stoeltjes notities te nemen terwijl ik kijk naar hoe studenten en kleuters samen aan het leren zijn. Ik kan mijn knieën dus in vier vouwen waardoor ik net tussen de stoel en de tafel pas. Op hele goeie dagen kan ik dan nog mijn laptop laten balanceren op mijn bovenbenen. Ik ben werkelijk een acrobaat.

We kregen een korte inleiding waar de bevoegde instanties werden voorgesteld. Ik had mijn oranje schriftje op de tafel liggen en hoopte dat het niet te hard duidelijk was dat ik veel vragen had genoteerd.

Na de korte inleiding werden we door de juf van Kasper meegenomen naar de klas. Mijn hart sprong op toen ik er binnenwandelde. De kring was groot, Jules zat klaar, in de poppenhoek was de tafel gedekt, de auto’s lagen in de bakken, klaar om rondgereden te worden. Ik plofte neer op de bank en ik voelde vanalles tegelijk toen ik me inbeeldde dat hij hier over enkele dagen ook zal gaan zitten. Ik liet mijn ogen gaan over de nog lege plekken aan de muur waar binnenkort tekeningen zullen ophangen – steenhard omdat de kleuters weer drie keer zoveel verf als nodig gebruikt hebben.

De juf vertelde ons hoe het eraan toe gaat op school, wat er in de boekentas mag en wat niet, ze legde uit wie Jules is, hoe verjaardagen worden gevierd. Ze toonde ons foto’s van uitstapjes (naar de fruitboer! naar het bos!) en ik vond het allemaal zo plezierig dat ik wou dat ik er zelf bij kon zijn. Laat dat nu net zijn wat school niet is: een plek waar mama er altijd bij is.

De voorbije dagen heb ik er al vaak bij stilgestaan, wat het precies met mij doet dat mijn eerste zoon binnenkort naar school gaat. Ik voel er heel wat bij. Ik voel me eerst en vooral erg fier. Kasper leert graag, hij luistert graag naar verhalen, hij knutselt graag, hij zou liefst alle dagen papier stijf maken door er vijftien lagen verf op te smeren. Hij is nieuwsgierig naar andere kindjes en hij babbelt mij de oren van het hoofd. De laatste maanden is hij geweldig gegroeid – niet enkel in lengte. Hij kijkt nog amper naar me om wanneer Joris of Eloïse (onze babysits)  de kamer binnenstappen. Met veel moeite zwaait hij nog even, maar dat doet ie vooral omdat hij weet dat ik opflikker daarna. Ik ben ervan overtuigd dat ie op zijn plaats zal zijn op school en ik verwoord dat ook zo wanneer ik met andere mensen erover spreek en hij erbij staat. Zijn oren werken namelijk bijzonder goed (behalve wanneer ik zeg dat hij moet stoppen met speelgoed door de kamer te gooien). Ik hoop dat ie voelt en weet dat wij alletwee heel erg in hem geloven.

Langs de andere kant raakt het me ook op een manier die ik nog al gevoeld heb – bij elke grote stap in zijn tot nu toe korte leven. Elke stap naar voren is er eentje een beetje weg van mama. Hij zal nu alweer een eigen stukje van de wereld veroveren waar ik slechts vanop afstand een deeltje van uitmaak. Ik ben me er ook van bewust dat hij niet alle dagen graag zal gaan, misschien wil hij in het begin zelfs helemaal niet gaan, vindt hij het moeilijk om niét bij mij te kunnen zijn. Op zulke momenten zeg ik hem altijd dat ik zeker weet dat ie een fijne dag zal hebben, dat ik hem snel weer komen halen en dat ik er dan alles over wil horen. En ik wéét dat het waar is, en toch is het soms zo lastig.
Los-la-ten heet dat geloof ik. Ik schrijf het op mijn blad met werkpunten.

En dus zat ik daar op dat bankje, te luisteren naar de juf. Ik keek rond en zag al meteen heel wat spullen staan waar hij geweldig enthousiast over zou zijn. Mijn oranje schriftje lag open op mijn schoot, maar de juf had eigenlijk al mijn vragen al beantwoord. De vragen die ik niet stelde (gaat ie wenen? ga je goed voor hem zorgen? denk je eraan dat hij soms wat meer tijd nodig heeft bij het klimmen?) die beantwoordde ze ook. Daar hoefde ze zelfs niets voor te zeggen.

Net voor het vertrekken, deelde de juf nog de kentekens uit. Kleine figuurtjes waardoor de kleuters weten waar ze hun boekentas kunnen vinden, welke tekening van hun is en waar ze moeten zitten in de kring. Het duurde me jaren om te verwerken dat ik een heel jaar lang een fantasieloze theepot moest zijn dus ik hield mijn hart vast. Maar de juf gaf me een prentje met zijn naam op en daaronder stond een tijger. En het paste perfect.

Go get them, tiger.
Jij gaat dat zo goed doen.

Processed with VSCO with c1 preset

Het evangelie volgens Kas III

Van bloggen komt de laatste tijd niet erg veel meer in huis. Fulltime werken, twee kleine kindjes, een huishouden en de vermoeidheid houden me wat tegen. Ik ben er ook maar mee gestopt mezelf dat kwalijk te nemen. Het is wat het is en ik leef het leven zo goed als ik kan. Wat me wél lukt, is Kas zijn straffe uitspraken opschrijven. Ook niet allemaal want zijn bebber staat niet stil en hij flapt er elke dag wel wat geniale dingen uit.

Alhier een kort overzichtje:

  • Nee niet praten mama papa. Kas moet praten! (Kas vindt dat hij zelf te weinig aan het woord komt in de auto en laat ons dat luid weten vanop de achterbank).
  • Niet slapen mama! Niet moe zijn! (Ik was ziek en hij merkte op dat ik niet echt actief meekeek naar Samson).
  • Ik heb veel veel koud! Wantjes aan! (Heel de winter mijn stinkende best gedaan om hem zijn wanten langer dan 10 seconden te laten aandoen. En nu het eindelijk lente wordt, wil hij wel).
  • Jij moet de kaka in stukken snijden. (Kas wijst naar zijn potje en had een bijzonder voorstel).
  • Wat eet een schildpad eig’lijk? En een vlinder? (Ik heb het allebei moeten googlen).
  • Zachtjes mama! Op de stoep rijden! Kijk voor je! (Kas zit achterop bij mij op de fiets en hij vindt het nogal hard gaan).
  • We moeten snoepjes kopen voor Kas! Tot straks paard! (Kas neemt afscheid van het paard in de wei).
  • Ik vind Kaatje wel slecht! (Wout & ik zegden elkaar in de auto dat we die kindermuziek van Kaatje “niet slecht” vinden. Ons kind toont nog eens dat hij een peuter is).
  • Ik kom niet terug tractor! (Kas neemt afscheid van de tractor).
  • Dag auto! Ik ga naar pipitheek! Ben zo terug! (Kas zwaait naar de auto die ons laat oversteken op weg naar de bibliotheek).
  • Dag mensen! Ik ga sjommemmen! Ik kom niet terug! (We vertrekken uit de bibliotheek en gaan naar de speeltuin)
  • Het is jente! boekje vanne jente lezen mama! (We fietsen door het park en ik wijs hem op de bloesems. Hij herinnerde zich nog dat we enkele weken geleden “Saar in de lente” lazen waar ook bloesems inkwamen).
  • Nu zijn we weer bij jou, eendje! (Kas fietst naar een eend en lijkt de eend best persoonlijk te kennen als ik dat zo hoorde).

Hij wordt zo groot, die oudste van mij. Ik vind het fantastisch en vreselijk tegelijk om hem zo snel te zien groeien. Het is een topkind, echt waar. En als de dag lang was en ik pas na zessen klaar ben met lesgeven, dan hoef ik maar één minuutje met hem te praten en de vermoeidheid glijdt van me af. (Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat hij net zo goed het omgekeerde effect op me kan hebben – maar hij ligt in bed terwijl ik dit schrijf en dan herinner ik me altijd iets makkelijker zijn goeie kanten).

Onlangs boog hij naar me toe en fluisterde hij: “Mama, ik ben fier op jou”. En dat was één van de eerste keren dat ik écht het gevoel had dat we dat nog niet zo slecht doen met onze kinderen.

Processed with VSCO with c1 preset

Het evangelie volgens Kas II

Intussen ben ik weer aan het werk en dat bevalt me zeer. Het is druk en veel rushen en mijn lontje is wat korter ’s avonds maar ik ben echt heel blij om terug te zijn, om mijn collega’s en mijn studenten te zien. Ik ga dat niet onder stoelen of banken steken – ik ben graag op school (pun intended).

Kasper en Elias groeien intussen vrolijk verder. De laatste weken beginnen ze echt lol te hebben met elkaar. Ze vullen hun tijd samen voorlopig in met niet altijd erg begrijpbare spelletjes zoals daar zijnde dingen op de grond laten vallen, dingen omduwen en dingen weg gooien. Maar ze vinden het alletwee hilarisch en liggen regelmatig in een breuk met elkaar. Kasper moet maar een gek geluid maken of Elias ligt al dubbel van het lachen. Ik vind dat fantastisch. En op dagen dat het allemaal even veel wordt – zo twee nog kleine kindjes – moet ik daar maar aan denken om het allemaal iets lichter te vinden.

Kas zijn wereld groeit trouwens heel erg met hem mee en aangezien hij veel taal heeft om alles te benoemen, weet ik vrij goed wat er zich allemaal in zijn wit koppeke afspeelt. Hij is nu erg bezig met de kleuren. Hij kent ze bijna allemaal passief en héél actief kent ie blauw. Ik durf stellen dat dat voorlopig zijn lievelingskleur is. Verder is hij helemaal gek van het boek “Ik wil een leeuw” en erg bang van het boek “Dino’s bestaan niet“. Elke keer hij het boek in zijn ooghoeken ziet zegt ie mij: Niet boekje dino’s lezen mama, Kas beetje ziek worden dan.

Hij kan het nogal uitleggen, die charel. Leest u zelf maar:

  • Dit is geen koek. Hij vraagt om een koek en ik gaf hem een Granny met bosvruchten.
  • Wout is nog de auto wegzetten. Ik stak Kas in bad, meende Wout te horen en riep ‘Wou-hout’.
  • Nee, want Elias slaapt/Nee, want papa is nog werken. Dat zegt ie bij alles waar hij geen zin in heeft of als ik moet stoppen met zingen.
  • Mama, weet je wat? Elke dag honderd keer en dan volgt er helemaal NIKS. Intussen wil ik het toch echt wel graag weten.
  • Stempel oppe poes zetten! Tijdens zijn zindelijkheidstraining mocht hij altijd een stempel op een tekening zetten. Die dag wou hij eens wat anders.
  • Eentje is ‘noeg!’ terwijl hij drie paaseitjes neemt.
  • Ik vind ’t superlekkek! wanneer hij vlees, rozijnen, bonen, sandwichen, spek, eitjes, koekjes, appels, peren en paarse druiven krijgt.
  • Elias vindt het niet superlekkek. Elias gaf een beetje van zijn fles terug.
  • Ik wil oppe paadje zitte. Paardje gate leuk vinden. Ik vraag hem altijd om te kijken naar mensen hun gezicht om af te leiden of ze het ok vinden wat hij doet. Dat kwam die keer terug als een boomerang.
  • Mama, ik ben nog een kleine baby. Yeah, you are.
  • Nu is oma jajig! Elke keer nadat hij In de Gloria uit volle borst gezongen heeft.
  • Oma is superjajig! Kas stapt de bloemenwinkel van de buren binnen en deelt mee waarom wij een boeket komen kopen.

Ik moet regelmatig zo hard lachen om wat er allemaal uit zijn mondje komt. Kasper is zo’n vrolijk kindje en ik heb het gevoel dat hij echt goed in zijn velleke zit. Het is zo grappig om hem naar de keuken te sturen om aan oma de ‘vjod’ te gaan vragen en hem dan zien terug te komen met de gevraagde ‘vjod’. Ik vind het zo fijn als ie na de opvang vertelt dat hij fijn met Febe heeft gespeeld. Kas is echt één van mijn favoriete gesprekspartners – al kan ik ook wel eens zot worden van de duizendste “Mama, wat is dat eig’lijk?”. ’t Is een babbelkous, mijn oudste zoon. Iets van de appel en de boom zeker?

IMG_6482

Het andere evangelie van Kas kan je hier lezen.

Het evangelie volgens Kasper

Intussen is onze Kas 2 jaar en 2 maanden oud. Mensen vallen vaak steil achterover als ik dat zeg – zeker wanneer ze hem zelf aan het woord horen. Hij legt het nogal graag uit en hij kan dat ook behoorlijk goed. Dat hoeft niet te verbazen met twee spraakwatervallen als ouders waarvan er dan nog eentje verondersteld wordt iets te weten over taalverwerving. Ik ben heel trots op Kasper en op het feit dat hij zo goed kan spreken. Ik denk dat het hem in deze fase van zijn leven – de alom gevreesde peuterpuberteit – geen windeieren legt dat hij goed kan zeggen wat hij voelt en denkt en nodig heeft. Niet dat het hij het dan altijd krijgt, maar het helpt wel dat ik tenminste weet wat ik hem moet weigeren. Maar wat ik het allerleukste vind aan Kasper zijn taaltje: het is verstaanbaar – zeker voor mij – en toch ook nog vol van die kleine schattige versprekingen. En daarbij komt nog dat hij heel wat sociale grenzen niet kent en dat wij hem sommige ook bewust niet aanleren (bv. die typische Vlaamse kneuterigheid). Hij haalt mensen regelmatig uit hun comfortzone door zijn spontane taaluitingen en ik vind dat echt werkelijk geweldig.

Een greep uit zijn evangelie van de voorbije maanden:

  • Kijk, dat is eiglijk een jaartje. (Kasper brengt mij een voor het menselijk oog niet te waarnemen mini-stukje haar dat hij ergens gevonden heeft en dat ik nu in de vuilbak moet gooien).
  • Een tractor mama! Neen, het is eiglijk een wuwofer! (Kasper ziet een tractor maar bedenkt zich nog net op tijd dat het een bulldozer is. Merk ook op dat ‘eigenlijk’ een heel populair woord is).
  • Kom maar binnen! Hier is het lekker warm! (Tegen iedereen die ons huis binnenkomt. Ik veronderstel dat ik het één keer moet gezegd hebben en dat hij dat onthouden heeft ofwel is hij de meest gastvrije peuter ooit).
  • Maar mama, de chakka weent! (Kas probeert mij te overhalen om hem nog een chocolade eitje te geven. Hij stelt daarbij vooral het belang van het eitje voorop, dat spreekt.)
  • Dag bakker! (Kas gaat mee brood halen en begroet iedereen liefst met de correcte terminologie).
  • Nonkel Kieter Pan naar dokkok gaan. (Kas geeft zijn peter goede raad wanneer die hem vertelt dat hij geen kus kan geven omdat hij een beetje ziek is).
  • Wat hierebeurt?! (Kas kijkt vol verontwaardiging naar de ongelooflijke rommelboel die hij helemaal zelf gemaakt heeft).
  • Mama, Elias lacht! (Elke keer wanneer hij Elias eerst heeft doen wenen en daarna iets geks doet zodat Elias moet lachen).
  • Das ik! Dag ik! (Kasper kijkt op het potje naar een filmpje van zichzelf)
  • Mij helpen! Mij helpen! Mama, help mij! (Ik vond het belangrijk hem snel aan te leren om hulp te vragen. Tot nu toe heb ik daar toch al enkele peuteraanvalletjes mee weten te voorkomen).
  • Echt leuk inne winkel mama. (Hij had een chocolade ei mogen proeven).
  • Mama, ben ik? Ik bén daar! Kas nog inne bedje liggen. (Hij doet alsof hij onzichtbaar is en suggereert ook waar hij dan zou kunnen zijn).
  • Tot de volgende keer uil/bibitheek/pipi/kindje/tant/… (Kasper vindt begroeten en afscheid nemen erg belangrijk).
  • Nog één keer en dan gedaan! (bij alles wat hij daarna nog 10 keer zal vragen).
  • Tot de volgende keer, kaka! (Ik ben Elias zijn speciaal cadeautje van de verzorgingstafel aan het schuren)
  • Elias wakker zijn, ik wel trommelen. (Kas herhaalt de afspraken nog eens voor zichzelf).
  • Ik ben een vod. (Kas legt een vod op zijn hoofd en doet van pars pro toto).
  • Mama niet naar wuwofer gaan. Kas beetje ziek worden dan. (Kas wil gaan kijken naar de bulldozer maar bedenkt zich als hij het ding in de gaten krijgt).
  • Niet van de dino’s lezen. Echt niet. (Hij is sinds kort bang van een van zijn voormalige lievelingsboeken).

Voorwaar ik zeg u: het is de max om een pratend kind te hebben. Eerlijk, soms word ik er ook wel eens zot van dat mijn gedachten niet meer van mij zijn omdat hij voortdurend met mij wil babbelen. Maar ik vind het zo leuk om te zien dat hij zichzelf goed kan uitdrukken en dat hij zijn gevoelens kan benoemen waardoor ik hem snel kan helpen. Hij zingt ook plots alle liedjes die hij al maandenlang hoort in de auto en thuis. Op een grote paddenstoel zingen, mama – zegt ie dan. En zo wandelen wij dan door de stad: ik met mijn caravaan van mannen. Eentje op de fiets, eentje in de buggy, ik erachteraan en zingen maar!

Processed with VSCO with c1 preset

 

Time flies when you’re havin’ fun – Kas is twee!

Lieve Kasper

Vandaag is het twee jaar geleden dat jij onze wereld helemaal ondersteboven keerde en van ons voor altijd ‘mama’ en ‘papa’ maakte. Het eerste jaar was er eentje van zoeken en tasten,  van twijfelen en proberen. Het tweede jaar was er eentje van groeien aan een waanzinnig tempo.

Toen ik één jaar geleden net zo’n brief naar je aan het schrijven was, stond je op het punt van je eerste echte stapjes te zetten. Je had al eens achter de stofzuiger aangewaggeld, maar ergens begin januari had je’t helemaal door en plots was je weg. Je was geen baby meer. En ik keek ernaar en slikte eens.

Processed with VSCO with g3 preset

En het bleef niet bij dat lopen alleen. Het hele jaar was er eentje van ‘voor de eerste keer…’ en ik prijs me zo gelukkig, want samen met jou mag ik zoveel dingen opnieuw voor het eerst zien. Heel vaak sta ik naar je te kijken wanneer je iets onbekend voor het eerst tegenkomt. Je bent eerst altijd even terug getrokken. Je kijkt het wat aan, cirkelt er wat rond. Je zegt niets en je neemt het in je op. “Hij vindt er niks aan”, zeg ik tegen je papa. Maar ik heb het mis. Wat je er allemaal precies van vond dat vertel je ons achteraf honderduit. En ik luister en ik kijk, en ik slik eens.

 

Je ging voor het eerst de tuin in. Een beetje schuchter nog. Je tastte met je voetjes de verschillende ondergronden af en koos voor de meest veilige. Het gras, daar was je niet meteen fan van. Intussen ben je niet meer weg te slaan uit onze tuin. Als het van jou afhangt, dan zijn we altijd buiten. Dan gaan we stappen en fietsen en liefst allemaal zelf en zonder handjes van mama. In het voorjaar karde je nog rond op je vierwieler. Tegenwoordig rijd je naast me op je loopfiets en hef je je voetjes van de grond bij de minste helling. “WIEEEEEE”, roep je en ik kijk naar je en ik slik eens.

Processed with VSCO with c1 preset
Je spel veranderde ook heel erg dit jaar. Dat je leefwereld uitgebreid is, zien we heel mooi weerspiegeld in hoe je speelt. Je maakt eten – net zoals ik. Je schenkt me luchtthee in en serveert me houten taartjes. Met mijn houten vork eet ik ervan terwijl ik voorzichtig slurp aan de lucht in mijn kopje. “Oh ow, mama”, zeg je “wam”. Ik bedank je voor de waarschuwing en ik blaas. Je praat zo veel en je pikt taal zo snel op. Maar je spreekt woorden nog vaak verkeerd uit en ik vind het fantastisch. Liefst liep ik de hele dag achter je aan om te filmen wat je doet en zegt, bang dat ik het ga vergeten.

Processed with VSCO with f2 preset

Hoe hard ik ook probeerde, ik kreeg de tijd niet stil gezet. De zomer kwam en er kwamen weer heel wat nieuwe eerste keren onze richting uit. De eerste keer dat je in onze tuin het zwembad in plonsde. De eerste keer achterop de fiets. De eerste keer planten verzuipen met je eigen gietertje. De eerste keer in de zandbak spelen. Het gaat hetzelfde als ervoor: eerst even de kat uit de boom kijken, daarna niet meer weg te slaan zijn.

 

Je bent graag buiten, maar je bent niet graag vuil. Als er een steentje aan je hand hangt, dan kom je het tonen en dan moet het weg. Als er iets op je schoenen hangt dan kom je me vertellen dat ze vuil zijn en dat het weg moet. Je hebt oog voor detail, je ziet alles wat er rond je gebeurt. Je onthoudt supergoed. Je kent de weg naar tant, de weg naar nonkel Pieter Jan, de weg naar oma en je weet goed waar we naartoe gaan zonder dat ik het zeg. Je weet hoe ik moet rijden als je het paard wil zien en je wordt boos als je merkt dat ik niet op je vraag ben ingegaan. “Het paard slaapt”, zeg ik. Je denkt erover na en bent het met me eens. “Mama, paard vaap”, zeg je en je knikt ter bevestiging.
Je ging voor het eerst naar de kapper, deze zomer, en van alle mijlpalen vond ik dat de lastigste. Het leek wel of ze een stukje van mijn baby’tje eraf hadden geknipt. Toen je weer buiten stapte was je plots echt een peuter. Elke keer wanneer je naar de kapper geweest bent, lijkt het alsof ze de afgeknipte centimeters in de lengte terug aan je hebben geplakt. “Was die daarnet ook al zo groot?”, vraag ik aan je papa. “Volgens mij niet, nee”, zegt ie. En we kijken naar je en we slikken eens.
Processed with VSCO with c1 preset
Toen je broer geboren werd, ontdekte ik plots weer een heel nieuw aspect van je persoonlijkheid. Je bleek zorgzaam te zijn. De eerste weken had je weinig oog voor je broer, maar na een week of 6 veranderde dat helemaal. Als je ’s morgens wakker bent, vraag je meteen waar Elias is en of die nog slaapt. Als ik eten sta te maken, loer ik om het hoekje en zie ik hoe je naar je broer toe kruipt en hem zachtjes over zijn hoofd aait. Mijn hart breekt in miljoenen stukjes als ik jullie samen bezig zie. Ik wens dat jullie elkaar altijd graag zullen zien en dat jullie als échte broers door het leven zullen gaan. “Hallo Elias”, zeg je en je kust hem op zijn kruin. En ik kijk ernaar en ik slik eens.

 

In het najaar kwam er nog een stukje van wie jij bent piepen. Je blijkt heel veel te houden van muziek. Urenlang kan je trommelen, met je triangel in de weer zijn of bij gebrek aan trommel op de potten van je keuken slaan. Als we binnenkomen, ren je naar de radio en vraag je me om ‘nog ziek’ op te zetten. Je danst en draait rondjes en je roept me om te kijken. En ik kijk mijn ogen uit. Je stampt met je schoenen tegen mijn zetel in de auto en ik vraag je om ermee te stoppen. “Mama, Kas ziek maak”, zeg je en ik begrijp dat jij het helemaal anders ervaart. Muziek is het enige wat ervoor zorgt dat je soms eens twee minuten zwijgt. Je luistert naar de instrumenten en je benoemt ze: “Mama, trom! Mama, trompet! Mama, ‘taar!”. En ik kijk in de achteruitkijkspiegel en ik slik eens.

Processed with VSCO with c1 preset

Je houdt van auto’s, van tractoren, van vrachtwagens, van vliegtuigen en van alles wat beweegt en rijdt. Je houdt van muziek. Je houdt van Bumbaloo en van Grover. Je houdt van wortel en pompoen, van peer, mandarijn en banaan. Je houdt van koekjes en van chocola. Je houdt van je tutje. Je houdt van alles zelf doen en van geen handjes geven. Je houdt van fietsen en van puzzelen. Je houdt van de kasten leeghalen en ze dan hard toegooien. Je houdt van kampen bouwen en verstoppen. Je houdt van omvallen en van springen in de zetel. Je houdt van zingen en van dansen. Je houdt van verven en van kleien. Je houdt van je broer en van Janne en Kaat. Je houdt van ons allemaal en je toont het ons iedere dag.

Processed with VSCO with c1 preset

En ik, lieve schat, ik hou van jou. Ik hou van je enthousiasme als we buiten gaan. Ik hou van de overgave waarmee je danst. Ik hou van je bruine ogen waar ik de mijne in herken. Ik hou van je blonde lokken waarvan er altijd minstens een paar de verkeerde kant uitstaan. Ik hou van je lach wanneer ik je kietel. Ik hou van het geklungel wanneer je zelf je muts probeert aan te doen. Ik hou van hoe je praat en van de woorden die je nog fout zegt. Ik hou van hoe je me probeert duidelijk te maken welk lied ik moet zingen. Ik hou van hoe je me fier komt tonen dat je pipi op het potje deed. Ik hou van hoe je boekjes lezen wil. Ik hou van hoe je zelf je eten opschept en hoe blij je bent als ik applaudiseer. Ik hou van hoe ik bijna altijd begrijp wat je zeggen wil. Ik hou van hoe je ‘dadaaaa’ roept naar iedereen en naar alles, zelfs naar de blauwe klei. Ik hou van hoe opgelucht je kan zijn als je hoort dat je je tutje krijgt. Ik hou van hoe je ’s nachts tegen de rand van je bed aankruipt om te slapen. Ik hou van hoe je me ’s avonds altijd nog één keer terug roept voor een kusje. Ik hou van hoe je voorzichtig op stoelen klimt omdat je een beetje een bangerik bent. Ik hou van hoe je van je broer houdt en van ons. Ik hou van je nachte plakkussen en van hoe je me opzij duwt als ik om kusjes kom smeken terwijl je speelt.

Processed with VSCO with c1 preset

Ik hou ontiegelijk veel van jou, kleine man. Met elke vezel in mijn lijf en zo onvoorwaardelijk dat ik het onmogelijk in woorden kan uitdrukken. Je bent een stuk van mij en ik zal je voor altijd overal in mijn hart dragen.
Ik ben zo onwaarschijnlijk trots op jou, grote jongen. Omdat je zo open staat voor mensen. Omdat je zo zorgzaam bent. Omdat je vrolijk bent. Omdat je om hulp durft vragen. Omdat je verdriet durft hebben. Omdat je getroost kan worden. Omdat je opmerkzaam bent. Omdat je vinnig bent, en bij de pinken. Omdat je lief bent en zoet. Omdat je een babbelaar bent, net zoals ik. Omdat je dingen ziet waar ik al lang niet meer bij had stil gestaan.

Groei nog waar wat, schoon kindje van mij. Want wat is het leuk om telkens meer te kunnen. Om te voelen dat je dingen plots makkelijker alleen kan. Wat is het heerlijk om je te zien glunderen als nieuwigheden opeens lukken waar ze ervoor nog lastig gingen. Groei dus nog maar wat, mijn alles. Verander maar, word maar wie je bent.
Ik zal erbij staan. En kijken, en tranen wegslikken, en in mijn handen klappen en BRAVO zeggen en JA!! en WAT DOE JIJ DAT GOED ALLEMAAL! – en dat zal ik blijven doen, mijn hele leven lang.

Happy birthday, sweet sweet heart.

 

 

 

 

Complimensen

We wandelden samen naar de winkel van de leeuw. Dat is telkens een hele belevenis want in die winkel mag hij zelf met een karretje rijden. Hij was dus erg opgetogen toen hij hoorde dat we bananen nodig hadden. ‘Bo!’ suggereerde hij nog en ik zag dat ook het brood zo ongeveer op was. Wij dus weg.

Intussen is hij bijna twee en weet hij heel goed op welke stukje hij alleen mag stappen en dat hij op de streepjes (het zebrapad zoals we dat hier in Limburg zeggen) een handje moet geven. Rond de kerk staan er heel wat appartementen en aangezien daar geen auto’s rijden, mag hij daar alleen. Van zodra zijn voetje de stoep raakt, wringt hij zijn kleine handje los. “Mama, zelf fap!” zegt ie. En inderdaad, dit stukje mag ie zelf stappen. Hij loopt een eindje voor me uit en ik vind het heerlijk om te zien dat zulke kleine dingen hem zo gelukkig kunnen maken.

“Dag mooi kindje!”, hoor ik een klein piepstemmetje plots roepen. Stokstijf blijft die kleine van mij opeens staan. Hij zoekt van waar het stemmetje komt. “Mooi kindje!”, hoor ik nog eens. Ze roept het alsof het zijn naam is. Ik zie haar opeens staan – op een balkon, twee hoog. Ze moet een jaar of drie zijn. Ze drukt haar snoetje tegen de omheining van het balkon om ons nog beter te zien. Ik til Kas op. “Kijk, schat, daarboven!”, zeg ik. “Jij bent een mooi kindje”, zegt het meisje nog eens. Omdat hij het zelf nog niet zo kan zeggen, antwoord ik in zijn plaats. “Wat ben jij een lieve meid!”, roep ik haar toe. “En wat zitten je haren mooi in een staartje!”. Ze glundert.

We staan nog even naar elkaar te zwaaien alvorens ik hem weer neer zet en hem aanmoedig om verder te stappen. Dat brood en die bananen zouden toch ergens deze voormiddag nog in ons huis moeten geraken. En aan zijn tempo ben ik er niet helemaal zeker van dat dat zal lukken. Terwijl hij verder voor me uit drentelt en om de vijf voet stopt om naar iets op de grond te kijken, glimlach ik nog een beetje na. Wat leuk en bevrijdend om te zien dat kleine kindjes nog zo lief en zoet voor elkaar kunnen zijn. Eens je volwassen bent, worden die grenzen van wat sociaal aanvaard is toch allemaal wat lastiger om te achterhalen. Een compliment van een volwassen man vanop een balkon kan al gauw intimiderend overkomen voor sommige vrouwen. En complimenten aanvaarden wordt voor een heleboel mensen ook moeilijker met de jaren. “Je jas is mooi!”, wordt al gauw verkleind met een antwoord over dat het toch een koopje was hoor. Of “Wat heb je dat goed gedaan!” wordt al snel weer terug gekaatst: “jij deed het nog veel beter!”. Op Facebook zie ik vijftienjarigen die elkaar ‘knap’ noemen en eronder reageren met ‘zelf’. Hoe komt het toch dat we ergens onderweg de mogelijkheid verliezen om complimenten te laten binnenkomen? Om ‘bedankt!’ te zeggen? Om fier te zijn op onszelf? Om ze te onthouden – net zo goed als dat we de kritiek die we denken te horen kunnen onthouden?

Ik kijk naar mijn kleine wittekop en ik ben blij dat het voor hem nog evident is dat mensen hem graag zien. Ik vind het heerlijk om te zien dat hij zoveel liefde te geef heeft. Op goede dagen krijgt iederéén bij het afscheid een kusje. Hij gooit er eentje naar de kassierster en naar de koster van de kerk. Hij maakt geen onderscheid en hij zwaait vrolijk iedereen gedag. Ik hoop dat het nog lang mag duren en dat ik hem kan aanleren dat hij complimenten gewoon mag aanvaarden. Dat hij ze verdient als hij ze krijgt want dat hij talenten heeft en dingen goed kan. Ik wens hem toe dat hij kritiek en compliment even goed kan onthouden en dat hij ze naast elkaar kan zetten zodat ze elkaar opheffen wanneer het nodig is. Ik wil zo graag dat hij ook zichzelf kan complimenteren en niet voortdurend naar beneden zal halen – toevallig één van mijn eigen talenten. Wat dat betreft mag ie op zijn vader lijken die het een pak makkelijker heeft met zichzelf high fives geven.

Hij blijft plots staan. Hij draait zich om. “Dada mooi!”, roept hij nog en hij zwaait met twee handjes tegelijk.

 

Processed with VSCO with c1 preset