Dat ik iemands moeder ben

Aan de muziekkeuze in mijn auto (kapitein Winokio) en de liedjes die in mijn hoofd zitten en die ik er tijdens stressmomenten uit tover om het kindje rustig te maken (“ge kunt het niet geloven hoe lekker dat dat is – stokvis”)
Aan de pruts die in mijn handtas zit (doekjes, halfopgegeten koeken, tutjes en mini-leesboekjes)
Aan de dingen die ik aanwijs bij elke wandeling door ons dorp (de eendjes! een auto! een bus! kijk, een kindje! hoor, een vliegtuig! Oh, de klokken luiden, hoor je’t?!)
Aan de verschillende kamers in ons huis waar speelgoed ligt om het kind bezig te houden zodat ik kan koken, opruimen, mij aankleden, … (zijn slaapkamer, de living, de keuken, de badkamer)
Aan de foto’s op mijn Iphone waar ik elke dag minstens een kwartier naar kijk (allemaal van hem – met zijn vader of andere familieleden – filmpjes die ik opnieuw bekijk omdat hij op seconde 46 zijn wenkbrauwtjes zo grappig optrekt)

Daaraan merk ik dat ik iemands moeder ben.

IMG_6535

Aan de prioriteiten die ik stel (hij komt altijd eerst, in grote dingen maar veel vaker nog in de kleintjes van alledag en hoe dat soms wel eens voelt als een opoffering maar nooit als iets onnatuurlijks of geforceerd)
Aan de manier waarop ik mijn agenda invul (en het soms moeilijke evenwicht tussen werk, familie en tijd voor mezelf – waarbij altijd het laatste eraan inschiet)
Aan mijn rug wanneer ik ‘s avonds uitgeteld in de zetel plof na een dag werken en achter hem aan hossen (en duizend keer alles oprapen, opruimen, terug zetten, uithalen, voordoen, assisteren, uitdagen, prikkelen, tot rust brengen)
Aan hoe ik bij andere mensen thuis dingen onmiddellijk naar het midden van de tafel schuif of omhoog zet (omdat hij snel is en nieuwsgierig en mijn familiale geen antieke vazen dekt)
Aan de rust en het geduld waarmee ik dagen alleen met hem doorbreng (dagen die vaak wel eens traag gaan en saai zijn wanneer ik voor de tienduizendste keer hetzelfde boekje moet lezen)

Daaraan merk ik dat ik iemands moeder ben.

Processed with VSCO with c1 preset

Aan mijn hoofd dat nooit meer leeg is (maar zo vaak gevuld met ‘to do lijstjes’ en ‘te onthouden lijstjes’ en ‘ik moet zeker nog … voor hij gaat slapen lijstjes’)
Aan het gevoel nooit meer helemaal vrij te zijn (want een stuk van mij is toch altijd daar waar hij is)
Aan de tijd die het mij kost om ergens heen te vertrekken (heb ik alles mee? Misschien toch voor zekerheid nog even dit.. En zouden ze daar wel een X hebben, best toch die van mij meenemen.. En ik zal hem eerst nog zijn pyjama aandoen en zijn flesje geven vooraleer ik vertrek)
Aan hoe aan tafel zitten steeds minder met eten te maken heeft (want aan tafel moet ik borden terug neerzetten en scheefgehoude bekers afpakken en tonen en voordoen en lucht proeven en “hmmm lekker” zeggen)

Daaraan merk ik dat ik iemands moeder ben.

Processed with VSCO with c1 preset

Aan hoe ik niet meer naar bepaalde dingen op televisie kan kijken (omdat ik zoveel kwetsbaarder ben geworden en de wereld er vaak niet netjes uitziet)
Aan hoe ik anders kijk naar mijn eigen moeder (niet met meer waardering – want die was er al – maar met een beter begrip van wat ze allemaal voor ons heeft gedaan en hoe dat in dagelijkse dingen zat en zit en hoe wij dat allemaal gratis en voor niks gekregen hebben en nog altijd krijgen ook al zijn we nu zelf groot en sterk)
Aan hoe mijn leven plots zo anders is (veel kleiner dan ervoor en veel minder van vanalles, maar moeiteloos genoeg om alles op te vullen wat gevuld moet worden want tegelijk is er ook zoveel meer)
Aan hoe ik nu plots veel meer oog heb voor dingen om mij heen (aan hoe eenden broeden bijvoorbeeld omdat we er elke dag naar gaan kijken of hoe één boom de verschillende seizoenen doorstaat)
Aan hoe ik nooit meer echt een hele hele slechte dag kan hebben als hij er in voorkomt (want hoe hard het ook wel eens tegen zit, de zwierige moeiteloosheid waarmee hij mij gelukkig, trots en vrolijk maakt is een medicijn tegen eender welke zwaarte)
Aan hoe liefde een totaal nieuwe dimensie heeft gekregen (want écht onvoorwaardelijk graag zien dat begrijp je pas als het er is) en hoe die liefde mij bij momenten lam kan slaan (want het maakt zo rijk en tegelijk heb ik ook zoveel meer te verliezen en ik mag er niet aan denken dat er hem ooit iets zou overkomen)
Aan hoe ik mij rijker voel dan ooit tevoren en zo’n diepe dankbaarheid kan voelen voor die rijkdom dat het mij op de vreemdste momenten tot tranen toe ontroert (want hoeveel geluk heb ik en waar heb ik het toch aan verdiend dat ik elke dag zijn mama, zijn veilige haven mag zijn)
Aan hoe ik ervan houd om elke avond nog even zijn kamer binnen te gaan als hij al slaapt (want dan wrijf ik nog eens over zijn hoofdje en dan druk ik nog een kusje in zijn knuistje voor de nacht) en ik hem dan zeg dat hij mijn hele hart is en dat ik hem altijd altijd liever zal zien dan eender wie

Daaraan merk ik dat ik iemands moeder ben.

 

 

De blijde intrede van Dorus

De aandachtige lezer is het vermoedelijk niet ontgaan dat wij sinds een tijdje een adoptiekat hebben toegevoegd aan ons gezin. Laat mij u vertellen hoe een onbekende kat erin geslaagd is om een plek te veroveren aan tafel naast dé meest overtuigde kattenhater die het mensenlijk ras ooit mocht voortbrengen (mijn lief, nvdr.) Ik kan daar heel kort in zijn – het komt door Kas – maar dat zou geen blogpost opleveren dus sta me toe u het hele verhaal uit de doeken te doen.

Het zal ergens in de zomer geweest zijn dat de poes zich voor het eerst manifesteerde in onzen hof. U moet weten, ik heb als kind ook altijd een kat gehad (eerst was er Femke en daarna kwam Flurk) dus ik vond het helemaal top dat een kat uit de omgeving de weg naar onze tuin gevonden had. Mijn lief dacht daar enigszins anders over. Als notoire kattenhater vond hij het geen tof idee dat er een kat door onze hof liep want het beest zou voorzekers uit het niets een sprong maken van 50 meter en bovenop zijn schouders landen alwaar het meteen zou starten met zijn ogen uit te krabben. In eerste instantie waren de spelregels dus erg duidelijk: de kat buiten en wij binnen. Dat zag er zo uit:

IMG_1646

Wat bleek er nu al gauw: dat kind van ons – dat tot dan toe een kopie van zijn vader was – bleek toch de liefde voor katten van zijn moeder geërfd te hebben. Dat was nu niet speciaal waar ik op gehoopt had (ik dacht meer in de richting van mijn verantwoordelijkheidsgevoel, mijn zorgzaamheid, mijn verstandelijk vermogen of mijn onwaarschijnlijk gevoel voor humor), maar ik was al lang blij dat hij toch ook iets van mij in zich bleek te hebben. ‘Ah! Dat zal ik hier eens stimuleren!’, dacht ik zo bij mezelf. De eerstvolgende keer dat de kat – die ik intussen zonder enig overleg ‘Dorus’ had genoemd – zich in onze hof begaf, nam ik ons mensenkind in mijn armen en sleepte ik hem mee naar buiten om de poes echt te aaien in plaats van door een vliegenraam ernaar te prikken. Dat zag er zo uit:

IMG_1702

Het maken van de foto ging trouwens niet van een leien dakje. Wie goed kijkt, kan misschien zelfs zien hoe ik tussen mijn tanden naar de kattenhater slis dat hij normaal moet doen en dat de kat duidelijk geen enkele interesse vertoont om één laat staan twéé van zijn ogen uit te krabben. De aandachtige kijker heeft vermoedelijk ook opgemerkt dat ik in deze fase ook al gebruik maakte van ‘het kommeke met melk’ om de poes te overhalen om regelmatig zijn gevlekte lijf nog eens tot bij ons te slepen. ‘Het kommeke met melk’ deed exact wat het moest doen, want Dorus bleef regelmatig terugkomen. Er zaten vaak wat dagen tussen, maar na enkele dagen was ze daar toch altijd weer.

Als de kattenhater dan op zo’n momenten toevallig niet in de kamer was, dan gebeurde het wel eens dat er iemand per ongeluk het raam openzette waardoor de kat mogelijkerwijs par accident binnen zou geraken. Dat zag er dan zo uit:

Processed with VSCO with f2 preset

U ziet het niet want zijn hoofd is niet doorzichtig, maar indien dat wel zo was dan zou u een brede glimlach kunnen waarnemen op het smoeleke van onze zoon. Die vond het namelijk helemaal de max dat hij dus blijkbaar al niet eens meer uit zijn stoel moest komen om de kat van dichtbij te kunnen aanschouwen.
‘SCHAT DIE KAT IS HIER OP DE EEN OF ANDERE MANIER BINNEN GERAAKT KUNT GE DIE ONMIDDELLIJK KOMEN VANGEN ALSTUBLIEFT WANT DIE KIJKT HEEL RAAR NAAR MIJ’, klonk het plots vanuit de keuken. Ik haastte me gauw de woonkamer in om daar te zien dat de kat gewoon voor zich uit zat te staren op de vensterbank, volstrekt niet in de richting van de kattenhater terwijl ons kind als een gek naar de kat zat te wijzen en daarbij POE POE POE POE POE riep. Ik besloot te gebaren van krommen aas (‘Alle, zo gek, ik dacht echt dat ik het raam had dichtgedaan’) en zette de kat buiten. Die bleef op de vensterbank zitten en tikte regelmatig eens met haar poot tegen het raam om aan te geven dat ze het toch beter vond om aan de andere kant van het venster in het niets te kunnen staren. ‘Alles op zijn tijd, Dorus’, sprak ik hem toe, ‘ik heb hier alles onder controle.’

Wanneer de kattenhater in de weken daarop niet thuis was, gebeurde het bijvoorbeeld nog wel eens dat er iemand per on-ge-luk alweer vergat het raam te sluiten. Mijn partner in crime deed wat er van hem verwacht werd en verwelkomde de poes met open armen. Dat zag er dan zo uit:Processed with VSCO with f2 preset

Op een dag gebeurde er iets erg vreemds. De kat zat zoals wel vaker op de vensterbank buiten als een freak naar binnen te staren terwijl wij aan tafel zaten. Er is maar één iemand die niet met zijn rug naar het raam van de poes zit en laat dat nu toevallig de cat hater zijn. Hij opende plots zijn mond en zei totaal onverwacht: “Zouden we anders ook eens geen eten voor de kat zetten?”. Ik geloof dat ik mijn lepel in mijn bord liet vallen en dat Kasper door de schok zijn boterhammen op de grond gooide (maar dat doet hij ook wel wanneer er niks speciaals gebeurt). Ik probeerde kalm te blijven en niet in mijn kaarten te laten kijken: “Ja, schat”, sprak ik, “als we dat doen dan gaat die wel blijven komen en zich hier echt thuis voelen natuurlijk. Zouden we dat wel doen?” U moet begrijpen, beste lezer, dat ik deze uitspraak achter de hand diende te houden om mij mee te kunnen verdedigen in de toekomst mocht dat eventueel nodig zijn. In situaties waarin de kat uit het niets een sprong van 50 meter zou doen en één van de kattenhater zijn groen-bruine ogen zou uitkrabben zou het handig van pas komen als ik kon zeggen dat ik hem nog gewaarschuwd had.

Ik deed dus wat ik moest doen en repte me daarna naar de winkel om katteneten te kopen. Aan de kassa oefende ik alvast mijn nieuwe rol als katteneigenaar toen ik tegen de cassière zei dat “onzen Dorus liefst die brokskes met kip eet”. Zo, dat ging me prima af. De kat ging echt deel uitmaken van ons gezin. Of toch van het stuk van ons gezinsleven dat zich buiten in de tuin afspeelde. Kasper nam elke dag de tijd om zijn planning even te overlopen met zijn beste maat. Dat ziet er als volgt uit:

Processed with VSCO with c1 preset
Ons mensenkind eet hier gewoon een bo’ke, maar het is ook al wel eens gebeurd dat hij liever eens wou proeven wat Dorus in zijn bak gestrooid kreeg.

Enkele weken geleden zagen we dat onze Dorus bij het stappen één van zijn achterpootjes niet meer neerzette. Vermoedelijk was hij slecht neergekomen bij een val. Ik gaf de poes trouw eten, ik ging hem veel aaien en ik probeerde Kasper aan te leren dat te veel enthousiasme katten eerder angstig maakt (vooralsnog zonder succes). Maar na twee dagen bleef de kat manken. Het was op die tweede dag – ik zat met kind en kat in de tuin – dat de voorzitter der kattenhaters thuis kwam, naar de kat keek en de profetische woorden sprak: “zouden we eens niet naar de dierenarts gaan met Dorus?”. Ik was te verbaasd om nog eens te gebaren van krommen aas. Ik was er immers zeker van dat de kattenhater vanbinnen nogal eens in zijn pollekes wreef toen hij zag dat de kat geblesseerd was en voorzekers geen sprongen van 50 meter meer zou kunnen doen. Maar kijk, ik had me vergist. Het koude, stenen kattenhart van de kattenhater vertoonde stilaan barstjes, zo bleek.

We belden de dierenarts en die belde ons terug om te zeggen dat er foto’s gemaakt moesten worden van de poot. Ik keek naar de kattenhater (ik hield mijn blik met opzet neutraal) en zei dat hij moest beslissen. De kost zou immers bij ons komen aangezien niemand de oproep als eigenaar van Dorus had beantwoord. “Doe maar”, zei de kattenhater tegen de dierenarts. Toen hij de telefoon weer neerlegde keek hij mij verontschuldigend aan en zei hij “Ja, we kunnen ze toch ook niet laten creperen he? Maar ik ga ze niet pakken of niks dat moet gij doen!”. Het was zo’n drie uur later dat hij mij vroeg of we niet ergens nog een mand hadden staan zodat de kat daarin kon rusten.
De dierenarts had ons gevraagd of de poes nog even bij ons mocht blijven om uit te rusten en of we haar dagelijks pijnstillers konden geven totdat het teentje genezen was. Een mand hadden we niet, maar we hadden wel the next best thing. En dat zag er zo uit:

Processed with VSCO with c1 preset

De poes liet haar poten rusten in de beste zetel die onze living te bieden heeft en de kattenhater liet begaan. Sindsdien zijn alle grenzen weg. De kat ligt hier regelmatig ‘s avonds in de zetel te ronken en ik zie dat de veiligheidsperimeter van de kattenhater steeds groter wordt. Intussen heeft Dorus ook al enkele plekken gevonden waar het kleine mensenkind zelfs met al zijn enthousiasme niet aan hem kan. We vinden dus allemaal ons plekje. Ons gezin telt dus na maanden van geduld en doorzettingsvermogen een extra lid. En dat ziet er zo uit:

Processed with VSCO with c1 preset

Voorlopig wil de kattenhater zijn voorzitterschap nog niet opzeggen (ik denk dat hij nog even alles uit zijne cumul wil halen) , maar ik geloof dat de Vlaamse Vereniging der kattenhaters toch beter stillekesaan begint na te denken over een mogelijke opvolger.

The walk of life

Al enkele jaren houd ik een mini-dagboekje bij waarin ik elke dag één zinnetje inschreef. Vorig jaar kreeg ik bij de geboorte van Kasper een gelijkaardig boekje om zinnetjes in te schrijven voor hem van één van mijn lieve collega’s. Exact een jaar geleden schreef ik in beide boekjes dat het vandaag mijn laatste dag zwangerschapsverlof was. Ik schreef dat ik vond dat Kasper al zoveel kon en dat hij plots grote sprongen had gemaakt. Wij zagen er toen zo uit:

Wat een klein manneke nog! Hij is al zo veranderd en toch herken ik zijn blik meteen.
Ik schrijf nog steeds trouw in mijn boekjes en ik noteerde gisteren dat hij zich steeds beter kan uitdrukken. Al enkele jaren leg ik mijn studenten de verschillende fases van de taalverwerving uit. Ik heb het dan over de differentiatiefase, de preverbale fase, de eenwoordfase enzoverder. Wat leuk dat ons kind sinds enkele weken in die éénwoordfase is aanbeland. Hij gebruikt één woord voor een hele taaluiting en wat een mega stap is dat voor hem! Hij is zo content wanneer de communicatie gelukt is en blijkt dat we hem begrepen hebben omdat we exact uitvoeren wat hij wilde. Hij klapt dan in zijn handjes of hij moet heel erg lachen.

Hij zegt ‘mama’, ‘papa’, ‘boe’ (boek)’, ‘bal’, ‘poe’ (poes), ‘dada’, ‘nee’ (NEE), ‘die’, ‘tutje’ en ‘schj’ (schoen). Hij zegt ‘mmmm’ als hij wilt eten en hij zwaait met zijn vingertje heen en weer als hij iets doet wat niet mag. Zijn passieve woordenschat is ook ongelooflijk uitgebreid. Ik vroeg hem onlangs of hij een smartie wilde en hij wandelde de hele kamer door en ging pal voor de juiste kast staan. Als ik vraag of hij even naar Nijntje wil kijken, dan stapt hij naar de televisie en wijst hij naar het scherm. Verder kan hij in boekjes heel wat dingen juist aanwijzen en hij begint ook enkele dieren na te doen. En we leerden hem net op tijd voor oma’s verjaardag om van hiep hiep hiep hoera! te doen.
Hij komt ook zelf om dingen vragen. Zo tikt hij bijvoorbeeld op de radio als hij wilt dat ik loeihard zijn cd van Kapitein Winokio opzet of brengt hij zijn lievelingsboek naar ons toe als hij nog eens wil horen welke gevaren de muis moet trotseren om ‘s nachts thuis te geraken.

Ik schreef eerder al dat Kas zo graag buiten speelt. Sinds enkele dagen maakt hij – nogal dwingend – duidelijk dat hij naar buiten wil:

IMG_6037

Hij vindt het heerlijk om buiten te zijn. Mijn mama haalde onlangs een set petanqueballen voor hem uit het kot en sindsdien gaat hij steevast onmiddellijk aan de deur van het kot staan en zegt hij ‘BAL BAL BAL BAL’ tot ik hem zijn petanqueballen aanreik. Eerst stapte hij vooral op de klinkers en ging hij heel behoedzaam en traag op de paadjes. Maar hij is nu duidelijk helemaal gewend aan andere ondergrond want hij stapt nu over gras, zand en grind alsof het niets is.

Hij houdt ervan als hij ons kan doen lachen. Hij steekt zich weg onder zijn jas tot we hem vinden, hij verstopt zijn hand in een plastieken potje en giert het uit omdat wij zijn handje maar niet kunnen vinden, hij knarst zijn tanden over elkaar en vindt het hilarisch dat ik daar koude rillingen van krijg. Hij lacht tot hij de hik krijgt wanneer ik hem kietel en als ik stop dan pakt hij mijn hand om aan te tonen dat ik moet verder kietelen.

Alles wat ik zonet opschreef, zijn kleine, triviale dingen. Maar wij zijn zo verwonderd en fier elke keer wanneer hij weer iets nieuws toont. We leggen ons bestek neer tijdens het eten om samen te kijken hoe hij danst op muziek, we trotseren quasi elke avond onze eendenangst omdat het zo schattig is hoe hij vol bewondering naar de eenden wijst, we duwen lage peuterfietsjes vooruit tot we er elk zo’n dertien hernia’s van krijgen omdat het heerlijk is wanneer hij dan ‘tuut tuut’ zegt en zwaait naar de dingen die hij passeert.

Het is heus niet altijd rozengeur en maneschijn. Heel regelmatig kapt hij zijn beker water met opzet om, knijpt hij zijn vers gesmeerde boterham fijn alvorens hij hem op de grond kiepert of wordt hij boos omdat hij geen glazen potjes mag vasthouden TERWIJL HIJ DUIDELIJK AANGEEFT DAT HIJ DAT NOCHTANS WIL. Het is wel eens frustrerend dat hij net na het stofzuigen een potje kruiden weet te bemachtigen dat hij effectief open krijgt en bijgevolg uitstrooit doorheen de hele gang. En na lange dagen van veel indrukken heb ik ook wel eens minder geduld als hij zich in bochten wringt terwijl ik zijn pyjama probeer aan te trekken. Dan sper ik mijn ogen wijd open en zeg ik in mijn beste moeders ‘MAG NIET, Kasper’ en dan huilt hij omdat ik boos ben. Op die dagen plof ik ‘s avonds in de zetel en dan heb ik even tijd nodig om te bekomen.

Maar over het algemeen is het vooral zo onwaarschijnlijk leuk om Kaspers mama te mogen zijn. Ik voel me vaak zo bevoorrecht dat ik er tranen van in mijn ogen krijg. Ik voel het wanneer hij zijn kleine handje op mijn knie legt terwijl hij met zijn andere hand de bladzijden van het boek omslaat. Ik voel het wanneer hij vanachter in de auto zit en MAMAAAA roept omdat ik al even niks meer tegen hem gezegd heb. Ik voel het wanneer hij ‘s avonds even gelukzalig zucht als ik nog eens over zijn bolleke kom strelen als hij in zijn bedje ligt. Ik voel het elke keer wanneer ik hem ophaal bij de onthaalmoeder en hij opgepakt wil worden, naar zijn jas wijst en al ‘dada’ zegt nog voor ik goed en wel binnen ben. Ik voel het wanneer hij langs me zit aan tafel en aan mijn elleboog trekt omdat hij wil dat ik mijn voorhoofd tegen dat van hem druk. Dan kijk ik naar mijn vent aan de overkant van de tafel en dan zeg ik hem vaak dat wij zo’n geluk hebben en dat wij daar elke dag dankbaar om moeten zijn. Dat we dat niet voor vanzelfsprekend mogen nemen en dan vraag ik hem of ik dat doe. Mijn lief schudt van nee en ik schrijf op in mijn hoofd dat ik nog meer mijn zegeningen moet tellen.

Kasper wandelt door zijn leven – voorlopig heel gelukkig en met gemak – en ik ben zo blij dat ik mag toekijken.

Processed with VSCO with f2 preset

Of zoals Dire Straits het zou zeggen: Yeah, he do the walk of life.

 

Dingen die ik onlangs googelde III

De tijd vliegt hier weer voorbij. Het duurde tot ergens halfweg januari vooraleer we met iedereen nieuwjaar hadden gevierd, we gingen elke dag gezwind arbeiden, ons kind eiste onze aandacht op en daartussen probeerden we ruimte te maken voor beweging, gezond eten, ontspanning, vrienden, lezen en elkaar. Had ik mijn goede vriend Google niet, ik wist ook niet hoe ik het allemaal rond kreeg.

1. Goede series Netflix

Sinds begin februari hebben we een abonnement op Netflix. De jongeling van Proximus liet me via de telefoon weten dat het slechts 10 euro per maand zou kosten. Aangezien Wout en ik quasi alles op de televisie prut vinden (met uitzondering van De Mol), leek het me geen slecht idee om die Netflix eens een kans te geven. Ik weet het, we zijn zo’n twee jaar te laat om nog mee te doen met de hype maar vroeger was er precies minder prut op tv. Ofwel ligt onze lat wat hoger sinds onze vrije tijd gevoelig is ingekort – het zou dat ook kunnen zijn.
Enfin, die jongeling van Proximus zei dus dat het niet veel kostte en sindsdien zijn wij ook mensen die op verzoek keiveel series kunnen kijken. Tot nu hebben we al veel naar Planet Earth gekeken omdat ons kind daar mega-fan van blijkt te zijn. Hij ziet dus liever echte Nijntjes dan de witte versie met oranje kleedjes aan en het schijnt hem niet te storen dat die in zijn lievelingsprogramma doorgaans in stukken worden getrokken door een cheeta of een jachtluipaard. Verder kijkt mijn lief naar Narcos terwijl ik boeken lees. Het was iets te veel van vermoorden en verkrachten om mij echt te kunnen bekoren, maar mijn lief heeft een minder teer zieltje en hij vindt het goed. Er zijn er zo nog, want online krijgt Narcos veel sterren. Samen kijken we nog naar The Crown – een serie over het leven van Queen Elizabeth II – en dat vinden we allebei goed.
Ik googelde dus al naar lijstjes van goede series omdat er volgens mij heel wat opstaat wat ik goed zou kunnen vinden maar dat waren vaak standaardlijstjes waar ik niet meteen van dacht dat alle suggesties bij mij/ons zouden passen.

Netflixtips zijn dus welkom!

2. Openingsuren Speelfabriek

Enkele zaterdagen geleden kreeg ik plots een briljante inval. Ik bedacht me dat er tussen dat ene huis en dat andere huis op de Leuvensesteenweg een binnenspeeltuin verscholen lag en dat wij ons kind daar nog nooit mee naartoe hadden genomen. Ik vroeg snel aan mijn raadgever Google of het spellement open zou zijn en warempel, het was open vanaf 10.00. Toen ik dat googelde was het natuurlijk ver voor tien uur want Kasper had mogen kiezen wanneer we zouden opstaan. We hadden dus nog tijd om ons om te kleden (wij) en alle stoelen een andere plaats te geven in onze woonkamer (Kas) vooraleer we moesten vertrekken. Ik ben normaal niet het type vroege vogel of het type dat zijn badhanddoek alvast op de ligstoel gaat leggen nog voor het ontbijt, maar iets zei me dat het niet onverstandig was om de drukte wat te mijden. We vertrokken dus rond iets voor 10 naar de Fabriek der Spelen.

We hadden nog net parkeerplaats en nog geen drie minuten bevond ik mij al in een claustrofobische ruimte, afgesloten door netten en gevuld met duizenden ballenbadballen. Met veel overdreven vrolijk gedoe probeerde ik Kasper te overtuigen van het feit dat het megaleuk was om tussen een vijftiental andere peuters in het ballenbad te zitten. Ik negeerde daarbij de ballen die regelmatig rakelings langs mijn smoel vlogen, ik stak mijn duim op en probeerde boven het lawaai uit te komen: KOM MAAR KASJE, ECHT, HET IS HIER LEUK! KIJK MAAR NAAR MAMA!

Hij was niet overtuigd. Kasper vond het stukje net voor het echte speeltuig leuker, het rustige stukje mat omringd door slechts honderden ballenbadballen. Hij vond het meer dan plezant genoeg om op zijn sokken rond te lopen op de plastieken matten terwijl hij een bal vasthield die hij soms inruilde voor een andere bal. Wout toonde intussen hoe hij gezwind naar boven kon klimmen en probeerde daarbij evengoed aan Kas duidelijk te maken hoe plezierig het zou zijn om dan samen van de glijbaan te gaan. Maar Kasper dacht er opnieuw anders over. Hij was duidelijk nog wat bang van de glijbaan, trok een lip en zette het net niet op een bleiten toen we hem op de glijbaan zetten. Alleen, op onze schoot, pas starten in de helft van de glijbaan, het mocht allemaal niet baten. Ik pakte hem van Wout over en zette hem weer gewoon op de grond. Eenmaal beneden, haalde hij opgelucht adem en ging hij weer vrolijk verder met rond te lopen met een bal in zijn pollen.

Wout was enigszins teleurgesteld door het gebrek aan avontuur bij zijn zoon, maar uiteindelijk aanvaardde hij dat klimmen en rollen en schuiven nog wel zou komen. We hebben dan maar een uur toegekeken hoe Kasper extreem uitgelaten van links naar rechts ijsbeerde met een bal of twee drie in zijn pollekes. Ieder zijn meug, zeg ik altijd maar.

 

3. Cake bakken ei te weinig

Toen ik zonet besloot dat ik de eitjes uit de koelkast zou opmaken door een overheerlijke cake te bakken, vond ik dat een uitstekend idee. Ik kapte de bloem en de tagatesse alvast in de kom, ik haalde de boter en de eitjes uit de frigo en ik was helemaal klaar voor de geur van verse appelcake. Bij het openen van het doosje bleek ik echter een ei te weinig te hebben. Er daagde me vaag iets over een ei dat ik in de week zacht wou koken maar dat ik te hard tegen de rand van de pot tikte en kapot deed nog voor het het water raakte. Te weinig eieren dus.

Ik vroeg raad aan vriend Google, maar dit keer liet hij me in de steek. Ik kreeg wel enkele suggesties (vervangen door bananen, bakmeel mengen met iets anders en dan zeven) maar niks wat echt leek te passen bij mijn cake. Gelukkig kon ik een beroep doen op één van mijn trouwe hulplijnen en nog voor ik ‘appelcake ei te weinig’ kon googelen stond Redcap Ronnie hier al met een ei. Hij redde zo mijn dag en meer nog mijn appelcake.

img_5227
Er zijn duidelijk te weinig eieren.

4. Bette Westera

Onlangs liep ik door de gang op school en spotte ik daar deze poster:

img_5041

Dit gedicht staat erop:

Altijd overal

Ik mis je achter op de fiets,
ik mis je in de trein.
Ik mis je bij de H&M
en bij de Albert Heijn

Ik mis je onder rekenen,
ik mis je onder lezen.
Ik mis je in de winter,
bij het voeren van de mezen.

Ik mis je als ik jarig ben
en als de oma’s komen.
Ik mis je als ik wakker lig,
ik mis je in mijn dromen.

Ik mis je zonder woorden,
elke dag en elke nacht.
Ik mis je als ik grapjes maak
en niemand om me lacht.

Ik mis jouw tandenborstel
naast de mijne in het glas.
Ik mis je voeten op de trap.
Ik mis je blauwe jas.

Ik mis jouw kleren in de kast,
je broeken en je truien.
Ik mis je geur, ik mis je stem,
ik mis je boze buien.

Ik mis je als je jarig was
en iedereen er is.
Ik mis je als ik eventjes
niet merk dat ik je mis.

Ik mis je als ik keelpijn heb,
ik mis je als ik val.
Ik mis je nergens echt het ergst
maar altijd overal.

uit het boek Dood-Gewoon van Bette Westera en Sylvia Weve.

 

Wat schoon, dacht ik, daar moet ik wat meer over te weten komen.
Ik had al gehoord van Bette Westera, maar ik kon haar niet heel precies meer plaatsen. Google vertelde me dat het een Nederlandse schrijfster is van prentenboeken (van daar ken ik haar dus), maar ze schrijft ook gedichten, voorleesboeken en boeken voor lagereschoolkinderen. Voor Doodgewoon – de dichtbundel waar dit gedicht uit komt – won ze in 2015 de Gouden Griffel. Het was voor het eerst in 20 jaar dat die weer eens naar een gedichtenbundel ging.
“Aha!”, dacht ik, “dringend eens wat lezen van Bette Westera”. Ik zag mijn taalcollega H. goedkeurend knikken: haar poster had zijn (leesbevorderend) werk gedaan.
Straf eigenlijk, hoe een kort overzicht van mijn recente Google-activiteiten altijd zo mooi lijkt weer te geven wat er speelt in mijn hoofd en in mijn leven. Het deed me meteen beseffen waarom iemand van de ICT-dienst me met een knipoog zei dat sommige mensen hun zoekgeschiedenis beter wat vaker zouden deleten.

Time flies when you’re havin’ fun- Kasper is 1 jaar!

Lieve Kasper

Een jaar geleden om klokslag 22.00 kwam jij voor het eerst in ons leven. We hadden – naar mijn gevoel – honderd jaar langer moeten wachten dan voorzien, maar daar was je opeens en je overtrof al onze verwachtingen. Ik snuffelde aan je gezichtje, ik wreef over je handjes en je teentjes, ik keek je aan en ik wist meteen dat je bij ons hoorde. We waren heel voorzichtig met jou in het begin. We gaven je traag en omzichtig aan elkaar door, bang om je te breken. Ook al was je met je 3,8 kilo zeker geen klein baby’tje. Ik deed geen oog dicht die eerste uren. Ik wilde veel liever kijken naar hoe jij zo vredig lag te slapen. Ik vroeg of ik je uit je bedje mocht pakken en besefte toen dat ik dat niet hoefde te vragen want jij was helemaal van ons. Er kwamen veel mensen op bezoek en je sliep verder in iedereen zijn armen.

Die eerste weken waren een rollercoaster van emoties. Ik was onwaarschijnlijk gelukkig, ik was nog nooit in mijn hele leven op iets of iemand zo trots geweest, ik was zo onwaarschijnlijk dankbaar dat je gezond was, maar tegelijk was ik ook vaak erg onzeker, voelde mijn hoofd soms als een gevangenis en dacht ik weemoedig terug aan de tijd waarin ik elke dag uren had die ik zelf kon invullen. Nochtans was je zeker geen huilbaby. Je at meestal goed en je sliep zoals een baby die net geboren is doorgaans slaapt: in blokjes van een uur of drie. We mochten dus zeker niet klagen en dat deden we ook niet, maar de aanpassing naar een leven met kind is toch een van de grootste aanpassingen die ik ooit deed.

Al van voor je er was, leerde je me belangrijke lessen. Je leerde me geduldig zijn door 100 jaar later geboren te worden dan voorzien. En je leerde me loslaten. Ik moest immers aanvaarden dat ik wat jouw geboorte betrof niets in de hand had en dat het aan Moeder Natuur was om te beslissen. Die lessen zijn na 26.12 nog vaak van pas gekomen. Ik ben niet de meest geduldige mens op aarde. Concreet betekent dat dat ik waarschijnlijk één van de ongeduldigste mensen op aarde ben. Maar voor jou heb ik geduld met hopen. Ik heb geduldig met je op mijn arm rond gelopen tot jij je kon overgeven aan de slaap. Ik heb zo vaak het flesje terug in je mondje gestoken omdat ik wou dat je iets zou drinken. Ik heb je uren getroost wanneer krampjes je parten speelden die eerste weken van je leven. Ik heb wel duizend keer voor je gezongen van dokter Grijzebaard – wiezewiezewies bom bom. En op momenten dat het geduld op was – en die waren er hoor, lieve beer – dan duffelde ik je warm in en dan wandelden wij kilometers ver door Halen tot jij in slaap viel en ik alleen maar stilte hoorde.


Die 14 weken met ons twee gingen tegelijk heel snel en heel traag. Er waren dagen dat ik altijd alleen met je was en dat de tijd voorbij kroop. Maar toch voelde het alsof ik maar even knipperde met mijn ogen en ik moest je al naar de onthaalmoeder brengen. Gelukkig voelde ik meteen dat je daar in goede handen was. Bij Veronica is van bij de start ruimte geweest voor warmte, voor knuffelen, voor op de arm liggen toen je nog moest wennen, voor je eigen tempo. Zo’n onthaalmoeder is goud waard en het deed mijn prille moederhart zo’n deugd dat ze me de eerste dagen wel 10 sms’jes stuurde om te laten weten dat je at en sliep en lachte. En op lastige momenten is er altijd Frank – giraf op rust – jouw beste vriend. Al één jaar slapen jullie elke nacht met zijn tweetjes in hetzelfde bedje. Al één jaar streel jij zijn pootje tot hij in slaap valt. Of is het omgekeerd?

img_6862

Toen je een maand of vier oud was, begon de tijd pas écht te vliegen. Je at je eerste keer groentepap (totale ramp), je at de tweede keer groentepap (nog erger dan de eerste keer – die lessen in geduld kwamen alweer van pas), je ging voor het eerst mee naar een groot feest toen je peter trouwde, je supporterde mee voor de Rode Duivels en plots was je een half jaar oud.

Toen brak de zomer aan en die was werkelijk fan-tas-tisch, lieve schat. We waren onder ons drietjes en genoten van onze tuin en van de traagheid die bij vakantie hoort. We trokken er samen op uit. We gingen een weekend naar Ieper en vertrokken met een auto zo vol alsof we voor 4 weken naar een onbewoond eiland gingen. Waar is de tijd dat ik alleen mijn eigen jas moest aandoen, mijn sjakosj moest meepakken en in de auto kon stappen en vertrekken? Het lijkt soms eeuwen geleden.
In de zomervakantie maakte je grote sprongen. Je kon plots zitten, je kreeg twee tandjes tegelijk en je kroop voor het eerst onze living door. Ik prijs me gelukkig dat ik de eerste was om al die mijlpalen te zien. In een tijd van veel werk, sociale verplichtingen en een gsm die altijd wel een newsflash stuurt, moet ik er vaak over waken dat ik naar de juiste zaken blijf kijken. Nochtans is het ook met die vervloekte gsm dat ik het voorbije jaar wel 1000 foto’s van jou heb genomen. Op momenten dat je er niet bent of wanneer je in je bedje ligt, kan ik me uren zoet houden met nog eens door al je foto’s te scrollen. Ik toon die dan aan je vader en dan grijnzen we domweg naar elkaar – zo content dat wij samen horen.

Ook in het najaar zat je niet stil. Je kon plots alleen staan, je schuifelde voort langs de meubels, je stapte trots achter je auto aan en opeens liet je los en wankelde je op je eentje verder. Ik veegde mijn hart bij elkaar. Plots was je echt helemaal geen baby meer. En hoewel het fantastisch is dat je telkens nieuwe trucjes kan, vind ik het toch het allerleukste om je elke dag een beetje beter te leren kennen.

Je bent een vrolijk kindje, lieve Kas, vooral als je in je eigen habitat bent. Dan ben je voortdurend aan het tateren. Maar als je ergens bent waar er veel mensen zijn of waar je niet zo vaak komt, dan word je stil en kijk je liever de kat uit de boom. Je bent een grote knuffelaar. Je vindt niets leuker dan tegen iemand aan te mogen liggen en opgepakt te worden. Dan sla je je kleine armpje rond mijn nek en wijs je met je ander handje waar we best naartoe zouden gaan. Je kijkt graag mee als ik aan het koken ben. Dan trek je je recht aan mijn benen en schommel je heen en weer op je voeten tot ik je van miserie op pak. Je duwt graag  op het knopje van de radio en kijkt me dan verwonderd aan wanneer er plots muziek uit de boxen komt. Je zegt van ‘mamamama’ en ‘papapapa’ en je wacht aan de deur wanneer één van ons twee even naar boven gaat. Als je ‘s nachts verdrietig bent en papa neemt je mee naar ons bed, dan lach je luidop van contentement dat je bij ons mag liggen. Je nestelt je tussen ons in, je houdt met elk handje één ouder vast en je knort rustig verder. Je houdt veel van muziek en je kan niet stil zitten als je een liedje leuk vindt. Je kijkt graag in boekjes, je wappert met je handjes als je naar Bumba mag kijken, je steekt wel honderd keer iets in de doos om het er meteen weer uit te halen. In de doos – doos dicht – schudden – alles eruit.

Vandaag word je één jaar, mijn oogappel. Wij werden vorig jaar samen met jou als ouders geboren. Dat betekent dat we – net zoals jij – nog alles moesten leren. Er zijn momenten dat ik denk dat ik het kan, dat ik het onder controle heb en dat ik een goede mama voor je ben. Maar er zijn net zo goed momenten dat ik het gevoel heb dat ik rond ploeter, dat ik niet streng genoeg voor je ben of net te streng, dat ik mijn prioriteiten verkeerd leg, dat ik te weinig écht aandacht voor je heb. Ik denk dan terug aan de lessen die je me leerde nog voor je geboren werd, en ik probeer geduld te hebben met mezelf en los te laten.

Vandaag ben je al één jaar, lieve beer. Al één jaar ben jij het middelpunt van onze wereld. Al één jaar draait voor mij alles om jou. Al één jaar mag ik jouw mama zijn. Wat is dat jaar snel omgevlogen. Het was nog maar gisteren dat ik je voor het eerst in mijn armen had. Zo blijkt ook dat cliché over het ouderschap heel erg waar te zijn.

Vandaag ben je nog maar één jaar, kleine Kassieman. Dat is niks in een mensenleven. Je zal je waarschijnlijk niks herinneren van het voorbije jaar. Maar later als je groter bent, dan zal ik je er alles over vertellen. Dan zal ik vertellen over hoe hard we moesten lachen samen, over hoe we soms ook samen huilden, over hoe vaak wij over je bolleke streelden, over hoeveel kusjes wij je gaven, over hoe vaak ik jou vastpakte en papa dan zijn armen om ons twee sloeg, over hoe we dagelijks tegen elkaar zegden dat wij zo’n topkind hadden gemaakt, over hoe mooi wij jou vinden, over hoe blij wij met jou zijn en over hoe ontiegelijk graag wij jou zien – vanaf de allereerste minuut.

Hieperdepiep, zonnekind, hieperdepiep HOERA!

20161104kasper20

Mijlpalen! Mijlpalen!

Ik weet niet hoe dat bij jullie zit, maar bij ons vliegt de tijd.
Mijn Timehop-app toont me dagelijks dat ik vorig jaar nog met een dikke buik rond liep. Het boekje waar ik al 5 jaar elke dag trouw een zinnetje in schrijf, leert me dat ik toen zeer ongeduldig uitkeek naar de uitgerekende datum. Mijn herinneringen zelf zeggen me dat het daarna nog honderdduizend jaar duurde eer hij effectief geboren werd. Maar kijk, binnen enkele weken wordt die kleine man van ons één jaar.
De voorbije weken toonde Kasper weer enkele nieuwe kunstjes.

img_3285

De eerste keer dat hij alleen stond, legde ik toevallig vast op de gevoelige plaat. Ik wilde eigenlijk een foto maken van hoe hij als een baas op zijn tamboerijn aan het mokeren was, toen Wout plots riep: ZIET GIJ WAT IE DOET?? Waarop ik rustig antwoordde dat ik zag dat hij door had dat dat ding lawaai kon maken. Waarop Wout weer: GE ZIET HET NIET! DIE STAAT ALLEEN! Zijn verbaasde smoel is dus geheel oprecht en waarachtig. Kasper stond wiebelend enkele seconden alleen op zijn voetjes, waarna hij zich toch weer op zijn derrière liet zakken en de kamer rond kroop terwijl hij de tamboerijn voortduwde.

De volgende dagen liet hij zich steeds vaker los. Processed with VSCO with g3 preset

Ik liet hem veel op blote voetjes spelen omdat hij zo zelf beter kon aanvoelen hoe hij zijn evenwicht moest bewaren. Na enkele dagen begon hij ook vanuit hurkstand recht te staan. Heel koddig en plezant om te zien. Als het lukt, dan roept hij ons en doen wij van ‘Bravo’ en dan klapt hij zelf in zijn handen.

De kinesist die regelmatig op bezoek komt bij de onthaalmoeder van Kasper – overigens de beste onthaalmoeder ter wereld – raadde aan om hem schoentjes te kopen. Dat extra beetje steun aan zijn hielen zou hem zeker helpen om vlot te stappen. Hij stapte al goed op blote voeten en op sokken achter zijn loopwagen aan. Maar ze is er echt van overtuigd dat schoentjes het laatste duwtje zijn om hem alleen te laten stappen.

Vorige week – toen hij precies 11 maanden oud was – trok ik met mama naar de schoenenwinkel in de buurt. We hadden ons oog al meteen op een schoon paar bruine schoentjes laten vallen. Er werden voeten gemeten (maat 20), er werden schoenen gepast, er werd naar dingen in de winkel gewezen, er werd argwanend gekeken naar de mevrouw die de schoenen aandeed en er werd gestapt met schoenen aan. Hij stapte alsof we aan iedere voet plots 10 extra kilo’s hadden gehangen, maar na even oefenen was hij eraan gewend en duwde hij zijn kar weer voort zoals voorheen. Alweer een mijlpaal erbij.

img_3462

Alsof dat nog niet genoeg was, mocht hij vorig weekend voor het eerst in zijn grote autostoel. Hij is zijn maxi-cosi stilaan helemaal ontgroeid. Beensgewijs bengelde hij er al een tijdje uit, maar nu zijn hoofdje er ook niet meer helemaal in paste was het tijd om de zwaarste sjakos ever op te bergen en het kind in een echte stoel vast te gespen.
Hij vond het helemaal de max om naar buiten te kunnen kijken. Ik keek achterom en schrok mij een bult. Mijn baby is nu echt een peutertje aan het worden. Zo’n peuter met een jas waar wantjes uit bengelen.

Processed with VSCO with f2 preset
eind december 2015 – eind november 2016

Maar het is natuurlijk niet altijd peis en vree. Want waar baby’tjes vooral naar het plafond staren en blijven liggen waar je ze gelegd hebt, kruipen peuters rustig het hele kot door en laten ze daarbij een spoor van vernieling achter.
Zijn nieuwe hobby is het leeghalen van alles wat hij open krijgt; de papiermand, de vuilbak met lege wc-rolletjes in de badkamer, dozen die ik zopas netjes heb ingeladen haalt meneer achter mijn gat op 1-2-3 terug leeg. En hij doet dat ook nog eens heel zelfzeker. Hij pakt alles vast en in plaats van het kort bij de doos weer neer te leggen, smijt hij alles liefst zo ver mogelijk weg.
Als ik hem dan tegen zijn voeten-met-schoenen geef, dan blijkt hij niet in het minst onder de indruk te zijn van mijn terechtwijzing. Sinds kort zwaait hij dan ook met zijn vingertje terwijl hij van ‘nee’ schudt om dan onmiddellijk weer verder te gaan met den boel helemaal overhoop te zetten.


Het zijn plezante tijden. Maar staar u niet blind op sociale media en de stank van moederstoef. Er zijn ook dagen dat hij zonder reden lastig doet bij het eten, of dagen dat het een gevecht is om hem iets met mouwen aan te laten doen, of dagen dat ik niks anders lijk te doen dan te werken en op te ruimen, of dagen waarin ik zot word omdat ‘douchen’ het meeste me-time is dat ik georganiseerd krijg. Dan denk ik wel eens weemoedig terug aan die jaren op kot in Leuven waarin ‘naar de winkel gaan’ als enige op de to-do lijst stond en ik het nog klaarspeelde om het niet rond te krijgen wegens te veel vrije tijd.

Het is op van die dagen dat ik mijn kind wel voor de televisie parkeer zodat ik tenminste mijn paprika’s kan schillen zonder dat er iemand zich recht probeer te houden aan mijn been. En hoewel ik de eerste twee minuten dan keihard geniet van de rust, kan ik het toch niet laten om daarna stilletjes naar hem toe gaan en hem in opperste concentratie voor de televisie te vinden. Ik knijp dan eens in zijn schoudertjes, ik kriebel in zijn zacht nekske, hij flappert zijn armen oncontroleerbaar in het rond van blijdschap omdat hij naar de gekke clown mag kijken en dan zijn wij tweekes nogal eens content met elkaar.

img_3547

Een ode aan de man(nen) in mijn leven

Vandaag is het Internationale Mannendag. Volgens de website is het thema van dit jaar “de middenweg vinden en bewandelen”. Van een ideologie van gelijkheid wil men evolueren naar een ideologie van gelijkwaardigheid. Makes sense. Gelijk zijn we immers niet, maar gelijkwaardig wel als je’t mij vraagt.

Helaas denkt niet iedereen er zo over. Ik vertelde deze week nog aan één van mijn collega’s dat Wout regelmatig meelijwekkende blikken krijgt toegeworpen wanneer ik het waag om ook een mening te hebben en die uit te spreken. En al zeker wanneer blijkt dat die mening anders is dan wat er van ‘een vrouw’ verwacht wordt. “Ocharme die man!”, hoor ik ze soms denken, “wat is die toch getrouwd met een kenai van een vrouw!”. “Zwijgt stil,” moet de ander dan antwoorden, “ik hoor dat zij vindt dat hij evenvéél voor hun kind moet zorgen als zij!” – waarop ze elkaar dan huiverend aankijken. “Vermoedelijk moet hij zelfs zijn eigen boterhammen smeren!”, zouden ze zelfs angstig kunnen uitroepen.
Al een geluk dat ik vaak zijn boterhammen smeer, want anders zou de publieke opinie mogelijk naar de volwassen versie van Kind & Gezin bellen om het arme manneke thuis te komen weg halen.

Het allerbelangrijkste is gelukkig dat Wout zo’n vent is die er – doorgaans – van overtuigd is dat wij inderdaad gelijkwaardig zijn. Al zijn er evengoed momenten dat hij me zegt dat het leven een pak gemakkelijker zou zijn, mocht ik gewoon mijn sneb wat meer houden. Maar kijk, dat wist hij toen we trouwden en hij heeft toch zelf ‘ja’ gezegd. Er zijn genoeg mensen die daarbij waren om dat te bevestigen.

Dat ik ervan overtuigd ben dat wij gelijkwaardige partners zijn, komt niet uit de lucht vallen maar heeft natuurlijk te maken met de opvoeding die ik kreeg. U denkt nu misschien dat mijn moeder misschien haar BH regelmatig in de fik stak of dat ze haar okselhaar weelderig liet groeien. Maar dan denkt u fout.
Dat mijn ouders gelijkwaardig waren, hoefde bij ons niet telkens uitgesproken te worden. Hun gelijkwaardigheid zat in kleine, dagdagelijkse dingen. Er waren zeker en vast ‘mannentaken’ (den hof en de auto) en ‘vrouwentaken’ (de was en de strijk), maar die waren inwisselbaar als het nodig was. En de meeste huishoudelijke taken werden verdeeld. Wie het eerste thuis was, begon aan het eten. Mijn vader en mijn moeder gaven ons allebei evenveel aandacht. Ik had een heel intense, warme band met mijn vader en dat was heus niet omdat hij het brood op de plank bracht. Dat deden ze immers allebei.

img_3144
Mijn paps fietst met ons op de binnenkoer van zijn ouderlijk huis – ergens in 1989.

Een gelijkaardig tafereel zag ik afgelopen herfstvakantie toen mijn man met onze zoon over de kinderboerderij liep.

Processed with VSCO with f2 preset

“Dit zijn kippen, Kasper”, zei hij, “daar is papa een beetje bang van”. Mijn hart brak in duizend stukjes. Wat fijn, dacht ik, dat die man van mij kwetsbaarheid toont aan zijn zoon en hem vooral laat weten dat het ok is om ergens misschien een beetje bang van te zijn. Wat schoon, dacht ik, toen ik ze met z’n twee door de stallen zag lopen, dat die man van mij inderdaad zo’n vader blijkt te zijn als ik dacht dat ie zou worden.
Een aandachtige papa, een zorgzame papa, een bewonderende papa, een trotse vader, een zachte mens die knuffelt en aait, een relativerende mens die nu niet meer zelf het middelpunt van zijn eigen wereld is maar die plek moeiteloos afstond aan zijn zoon.

Ik wist dat het zo zou gaan, bedacht ik me. Hij is immers ook altijd al zo’n vent voor mij geweest. We hebben nog wel discussies natuurlijk, omdat bepaalde stereotypen erin gebakken zitten. Bovendien is hij de oudste van vier jongens en heeft hij een lieve mama die van haar zonen haar levenswerk gemaakt heeft. Ze zijn dus nogal in de watten gelegd – met de allerbeste bedoelingen. Maar ik ben zo blij dat hij het met me eens is dat wij onze zoon vooral zachtheid moeten aanleren. En dat kwetsbaarheid een sterkte is en geen zwakte. Als ik hem zo naar die zoon van ons zie kijken, dan weet ik dat er niemand beter is op de wereld voor mij.
Fijne internationale mannendag aan die twee mannen van mij.

img_3196

Wie zijn de mannen in jullie leven? En hoe maken ze jullie gelukkig?