Het evangelie volgens Kas III

Van bloggen komt de laatste tijd niet erg veel meer in huis. Fulltime werken, twee kleine kindjes, een huishouden en de vermoeidheid houden me wat tegen. Ik ben er ook maar mee gestopt mezelf dat kwalijk te nemen. Het is wat het is en ik leef het leven zo goed als ik kan. Wat me wél lukt, is Kas zijn straffe uitspraken opschrijven. Ook niet allemaal want zijn bebber staat niet stil en hij flapt er elke dag wel wat geniale dingen uit.

Alhier een kort overzichtje:

  • Nee niet praten mama papa. Kas moet praten! (Kas vindt dat hij zelf te weinig aan het woord komt in de auto en laat ons dat luid weten vanop de achterbank).
  • Niet slapen mama! Niet moe zijn! (Ik was ziek en hij merkte op dat ik niet echt actief meekeek naar Samson).
  • Ik heb veel veel koud! Wantjes aan! (Heel de winter mijn stinkende best gedaan om hem zijn wanten langer dan 10 seconden te laten aandoen. En nu het eindelijk lente wordt, wil hij wel).
  • Jij moet de kaka in stukken snijden. (Kas wijst naar zijn potje en had een bijzonder voorstel).
  • Wat eet een schildpad eig’lijk? En een vlinder? (Ik heb het allebei moeten googlen).
  • Zachtjes mama! Op de stoep rijden! Kijk voor je! (Kas zit achterop bij mij op de fiets en hij vindt het nogal hard gaan).
  • We moeten snoepjes kopen voor Kas! Tot straks paard! (Kas neemt afscheid van het paard in de wei).
  • Ik vind Kaatje wel slecht! (Wout & ik zegden elkaar in de auto dat we die kindermuziek van Kaatje “niet slecht” vinden. Ons kind toont nog eens dat hij een peuter is).
  • Ik kom niet terug tractor! (Kas neemt afscheid van de tractor).
  • Dag auto! Ik ga naar pipitheek! Ben zo terug! (Kas zwaait naar de auto die ons laat oversteken op weg naar de bibliotheek).
  • Dag mensen! Ik ga sjommemmen! Ik kom niet terug! (We vertrekken uit de bibliotheek en gaan naar de speeltuin)
  • Het is jente! boekje vanne jente lezen mama! (We fietsen door het park en ik wijs hem op de bloesems. Hij herinnerde zich nog dat we enkele weken geleden “Saar in de lente” lazen waar ook bloesems inkwamen).
  • Nu zijn we weer bij jou, eendje! (Kas fietst naar een eend en lijkt de eend best persoonlijk te kennen als ik dat zo hoorde).

Hij wordt zo groot, die oudste van mij. Ik vind het fantastisch en vreselijk tegelijk om hem zo snel te zien groeien. Het is een topkind, echt waar. En als de dag lang was en ik pas na zessen klaar ben met lesgeven, dan hoef ik maar één minuutje met hem te praten en de vermoeidheid glijdt van me af. (Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat hij net zo goed het omgekeerde effect op me kan hebben – maar hij ligt in bed terwijl ik dit schrijf en dan herinner ik me altijd iets makkelijker zijn goeie kanten).

Onlangs boog hij naar me toe en fluisterde hij: “Mama, ik ben fier op jou”. En dat was één van de eerste keren dat ik écht het gevoel had dat we dat nog niet zo slecht doen met onze kinderen.

Processed with VSCO with c1 preset

Advertenties

Het evangelie volgens Kas II

Intussen ben ik weer aan het werk en dat bevalt me zeer. Het is druk en veel rushen en mijn lontje is wat korter ’s avonds maar ik ben echt heel blij om terug te zijn, om mijn collega’s en mijn studenten te zien. Ik ga dat niet onder stoelen of banken steken – ik ben graag op school (pun intended).

Kasper en Elias groeien intussen vrolijk verder. De laatste weken beginnen ze echt lol te hebben met elkaar. Ze vullen hun tijd samen voorlopig in met niet altijd erg begrijpbare spelletjes zoals daar zijnde dingen op de grond laten vallen, dingen omduwen en dingen weg gooien. Maar ze vinden het alletwee hilarisch en liggen regelmatig in een breuk met elkaar. Kasper moet maar een gek geluid maken of Elias ligt al dubbel van het lachen. Ik vind dat fantastisch. En op dagen dat het allemaal even veel wordt – zo twee nog kleine kindjes – moet ik daar maar aan denken om het allemaal iets lichter te vinden.

Kas zijn wereld groeit trouwens heel erg met hem mee en aangezien hij veel taal heeft om alles te benoemen, weet ik vrij goed wat er zich allemaal in zijn wit koppeke afspeelt. Hij is nu erg bezig met de kleuren. Hij kent ze bijna allemaal passief en héél actief kent ie blauw. Ik durf stellen dat dat voorlopig zijn lievelingskleur is. Verder is hij helemaal gek van het boek “Ik wil een leeuw” en erg bang van het boek “Dino’s bestaan niet“. Elke keer hij het boek in zijn ooghoeken ziet zegt ie mij: Niet boekje dino’s lezen mama, Kas beetje ziek worden dan.

Hij kan het nogal uitleggen, die charel. Leest u zelf maar:

  • Dit is geen koek. Hij vraagt om een koek en ik gaf hem een Granny met bosvruchten.
  • Wout is nog de auto wegzetten. Ik stak Kas in bad, meende Wout te horen en riep ‘Wou-hout’.
  • Nee, want Elias slaapt/Nee, want papa is nog werken. Dat zegt ie bij alles waar hij geen zin in heeft of als ik moet stoppen met zingen.
  • Mama, weet je wat? Elke dag honderd keer en dan volgt er helemaal NIKS. Intussen wil ik het toch echt wel graag weten.
  • Stempel oppe poes zetten! Tijdens zijn zindelijkheidstraining mocht hij altijd een stempel op een tekening zetten. Die dag wou hij eens wat anders.
  • Eentje is ‘noeg!’ terwijl hij drie paaseitjes neemt.
  • Ik vind ’t superlekkek! wanneer hij vlees, rozijnen, bonen, sandwichen, spek, eitjes, koekjes, appels, peren en paarse druiven krijgt.
  • Elias vindt het niet superlekkek. Elias gaf een beetje van zijn fles terug.
  • Ik wil oppe paadje zitte. Paardje gate leuk vinden. Ik vraag hem altijd om te kijken naar mensen hun gezicht om af te leiden of ze het ok vinden wat hij doet. Dat kwam die keer terug als een boomerang.
  • Mama, ik ben nog een kleine baby. Yeah, you are.
  • Nu is oma jajig! Elke keer nadat hij In de Gloria uit volle borst gezongen heeft.
  • Oma is superjajig! Kas stapt de bloemenwinkel van de buren binnen en deelt mee waarom wij een boeket komen kopen.

Ik moet regelmatig zo hard lachen om wat er allemaal uit zijn mondje komt. Kasper is zo’n vrolijk kindje en ik heb het gevoel dat hij echt goed in zijn velleke zit. Het is zo grappig om hem naar de keuken te sturen om aan oma de ‘vjod’ te gaan vragen en hem dan zien terug te komen met de gevraagde ‘vjod’. Ik vind het zo fijn als ie na de opvang vertelt dat hij fijn met Febe heeft gespeeld. Kas is echt één van mijn favoriete gesprekspartners – al kan ik ook wel eens zot worden van de duizendste “Mama, wat is dat eig’lijk?”. ’t Is een babbelkous, mijn oudste zoon. Iets van de appel en de boom zeker?

IMG_6482

Het andere evangelie van Kas kan je hier lezen.

Het evangelie volgens Kasper

Intussen is onze Kas 2 jaar en 2 maanden oud. Mensen vallen vaak steil achterover als ik dat zeg – zeker wanneer ze hem zelf aan het woord horen. Hij legt het nogal graag uit en hij kan dat ook behoorlijk goed. Dat hoeft niet te verbazen met twee spraakwatervallen als ouders waarvan er dan nog eentje verondersteld wordt iets te weten over taalverwerving. Ik ben heel trots op Kasper en op het feit dat hij zo goed kan spreken. Ik denk dat het hem in deze fase van zijn leven – de alom gevreesde peuterpuberteit – geen windeieren legt dat hij goed kan zeggen wat hij voelt en denkt en nodig heeft. Niet dat het hij het dan altijd krijgt, maar het helpt wel dat ik tenminste weet wat ik hem moet weigeren. Maar wat ik het allerleukste vind aan Kasper zijn taaltje: het is verstaanbaar – zeker voor mij – en toch ook nog vol van die kleine schattige versprekingen. En daarbij komt nog dat hij heel wat sociale grenzen niet kent en dat wij hem sommige ook bewust niet aanleren (bv. die typische Vlaamse kneuterigheid). Hij haalt mensen regelmatig uit hun comfortzone door zijn spontane taaluitingen en ik vind dat echt werkelijk geweldig.

Een greep uit zijn evangelie van de voorbije maanden:

  • Kijk, dat is eiglijk een jaartje. (Kasper brengt mij een voor het menselijk oog niet te waarnemen mini-stukje haar dat hij ergens gevonden heeft en dat ik nu in de vuilbak moet gooien).
  • Een tractor mama! Neen, het is eiglijk een wuwofer! (Kasper ziet een tractor maar bedenkt zich nog net op tijd dat het een bulldozer is. Merk ook op dat ‘eigenlijk’ een heel populair woord is).
  • Kom maar binnen! Hier is het lekker warm! (Tegen iedereen die ons huis binnenkomt. Ik veronderstel dat ik het één keer moet gezegd hebben en dat hij dat onthouden heeft ofwel is hij de meest gastvrije peuter ooit).
  • Maar mama, de chakka weent! (Kas probeert mij te overhalen om hem nog een chocolade eitje te geven. Hij stelt daarbij vooral het belang van het eitje voorop, dat spreekt.)
  • Dag bakker! (Kas gaat mee brood halen en begroet iedereen liefst met de correcte terminologie).
  • Nonkel Kieter Pan naar dokkok gaan. (Kas geeft zijn peter goede raad wanneer die hem vertelt dat hij geen kus kan geven omdat hij een beetje ziek is).
  • Wat hierebeurt?! (Kas kijkt vol verontwaardiging naar de ongelooflijke rommelboel die hij helemaal zelf gemaakt heeft).
  • Mama, Elias lacht! (Elke keer wanneer hij Elias eerst heeft doen wenen en daarna iets geks doet zodat Elias moet lachen).
  • Das ik! Dag ik! (Kasper kijkt op het potje naar een filmpje van zichzelf)
  • Mij helpen! Mij helpen! Mama, help mij! (Ik vond het belangrijk hem snel aan te leren om hulp te vragen. Tot nu toe heb ik daar toch al enkele peuteraanvalletjes mee weten te voorkomen).
  • Echt leuk inne winkel mama. (Hij had een chocolade ei mogen proeven).
  • Mama, ben ik? Ik bén daar! Kas nog inne bedje liggen. (Hij doet alsof hij onzichtbaar is en suggereert ook waar hij dan zou kunnen zijn).
  • Tot de volgende keer uil/bibitheek/pipi/kindje/tant/… (Kasper vindt begroeten en afscheid nemen erg belangrijk).
  • Nog één keer en dan gedaan! (bij alles wat hij daarna nog 10 keer zal vragen).
  • Tot de volgende keer, kaka! (Ik ben Elias zijn speciaal cadeautje van de verzorgingstafel aan het schuren)
  • Elias wakker zijn, ik wel trommelen. (Kas herhaalt de afspraken nog eens voor zichzelf).
  • Ik ben een vod. (Kas legt een vod op zijn hoofd en doet van pars pro toto).
  • Mama niet naar wuwofer gaan. Kas beetje ziek worden dan. (Kas wil gaan kijken naar de bulldozer maar bedenkt zich als hij het ding in de gaten krijgt).
  • Niet van de dino’s lezen. Echt niet. (Hij is sinds kort bang van een van zijn voormalige lievelingsboeken).

Voorwaar ik zeg u: het is de max om een pratend kind te hebben. Eerlijk, soms word ik er ook wel eens zot van dat mijn gedachten niet meer van mij zijn omdat hij voortdurend met mij wil babbelen. Maar ik vind het zo leuk om te zien dat hij zichzelf goed kan uitdrukken en dat hij zijn gevoelens kan benoemen waardoor ik hem snel kan helpen. Hij zingt ook plots alle liedjes die hij al maandenlang hoort in de auto en thuis. Op een grote paddenstoel zingen, mama – zegt ie dan. En zo wandelen wij dan door de stad: ik met mijn caravaan van mannen. Eentje op de fiets, eentje in de buggy, ik erachteraan en zingen maar!

Processed with VSCO with c1 preset

 

Time flies when you’re havin’ fun – Kas is twee!

Lieve Kasper

Vandaag is het twee jaar geleden dat jij onze wereld helemaal ondersteboven keerde en van ons voor altijd ‘mama’ en ‘papa’ maakte. Het eerste jaar was er eentje van zoeken en tasten,  van twijfelen en proberen. Het tweede jaar was er eentje van groeien aan een waanzinnig tempo.

Toen ik één jaar geleden net zo’n brief naar je aan het schrijven was, stond je op het punt van je eerste echte stapjes te zetten. Je had al eens achter de stofzuiger aangewaggeld, maar ergens begin januari had je’t helemaal door en plots was je weg. Je was geen baby meer. En ik keek ernaar en slikte eens.

Processed with VSCO with g3 preset

En het bleef niet bij dat lopen alleen. Het hele jaar was er eentje van ‘voor de eerste keer…’ en ik prijs me zo gelukkig, want samen met jou mag ik zoveel dingen opnieuw voor het eerst zien. Heel vaak sta ik naar je te kijken wanneer je iets onbekend voor het eerst tegenkomt. Je bent eerst altijd even terug getrokken. Je kijkt het wat aan, cirkelt er wat rond. Je zegt niets en je neemt het in je op. “Hij vindt er niks aan”, zeg ik tegen je papa. Maar ik heb het mis. Wat je er allemaal precies van vond dat vertel je ons achteraf honderduit. En ik luister en ik kijk, en ik slik eens.

 

Je ging voor het eerst de tuin in. Een beetje schuchter nog. Je tastte met je voetjes de verschillende ondergronden af en koos voor de meest veilige. Het gras, daar was je niet meteen fan van. Intussen ben je niet meer weg te slaan uit onze tuin. Als het van jou afhangt, dan zijn we altijd buiten. Dan gaan we stappen en fietsen en liefst allemaal zelf en zonder handjes van mama. In het voorjaar karde je nog rond op je vierwieler. Tegenwoordig rijd je naast me op je loopfiets en hef je je voetjes van de grond bij de minste helling. “WIEEEEEE”, roep je en ik kijk naar je en ik slik eens.

Processed with VSCO with c1 preset
Je spel veranderde ook heel erg dit jaar. Dat je leefwereld uitgebreid is, zien we heel mooi weerspiegeld in hoe je speelt. Je maakt eten – net zoals ik. Je schenkt me luchtthee in en serveert me houten taartjes. Met mijn houten vork eet ik ervan terwijl ik voorzichtig slurp aan de lucht in mijn kopje. “Oh ow, mama”, zeg je “wam”. Ik bedank je voor de waarschuwing en ik blaas. Je praat zo veel en je pikt taal zo snel op. Maar je spreekt woorden nog vaak verkeerd uit en ik vind het fantastisch. Liefst liep ik de hele dag achter je aan om te filmen wat je doet en zegt, bang dat ik het ga vergeten.

Processed with VSCO with f2 preset

Hoe hard ik ook probeerde, ik kreeg de tijd niet stil gezet. De zomer kwam en er kwamen weer heel wat nieuwe eerste keren onze richting uit. De eerste keer dat je in onze tuin het zwembad in plonsde. De eerste keer achterop de fiets. De eerste keer planten verzuipen met je eigen gietertje. De eerste keer in de zandbak spelen. Het gaat hetzelfde als ervoor: eerst even de kat uit de boom kijken, daarna niet meer weg te slaan zijn.

 

Je bent graag buiten, maar je bent niet graag vuil. Als er een steentje aan je hand hangt, dan kom je het tonen en dan moet het weg. Als er iets op je schoenen hangt dan kom je me vertellen dat ze vuil zijn en dat het weg moet. Je hebt oog voor detail, je ziet alles wat er rond je gebeurt. Je onthoudt supergoed. Je kent de weg naar tant, de weg naar nonkel Pieter Jan, de weg naar oma en je weet goed waar we naartoe gaan zonder dat ik het zeg. Je weet hoe ik moet rijden als je het paard wil zien en je wordt boos als je merkt dat ik niet op je vraag ben ingegaan. “Het paard slaapt”, zeg ik. Je denkt erover na en bent het met me eens. “Mama, paard vaap”, zeg je en je knikt ter bevestiging.
Je ging voor het eerst naar de kapper, deze zomer, en van alle mijlpalen vond ik dat de lastigste. Het leek wel of ze een stukje van mijn baby’tje eraf hadden geknipt. Toen je weer buiten stapte was je plots echt een peuter. Elke keer wanneer je naar de kapper geweest bent, lijkt het alsof ze de afgeknipte centimeters in de lengte terug aan je hebben geplakt. “Was die daarnet ook al zo groot?”, vraag ik aan je papa. “Volgens mij niet, nee”, zegt ie. En we kijken naar je en we slikken eens.
Processed with VSCO with c1 preset
Toen je broer geboren werd, ontdekte ik plots weer een heel nieuw aspect van je persoonlijkheid. Je bleek zorgzaam te zijn. De eerste weken had je weinig oog voor je broer, maar na een week of 6 veranderde dat helemaal. Als je ’s morgens wakker bent, vraag je meteen waar Elias is en of die nog slaapt. Als ik eten sta te maken, loer ik om het hoekje en zie ik hoe je naar je broer toe kruipt en hem zachtjes over zijn hoofd aait. Mijn hart breekt in miljoenen stukjes als ik jullie samen bezig zie. Ik wens dat jullie elkaar altijd graag zullen zien en dat jullie als échte broers door het leven zullen gaan. “Hallo Elias”, zeg je en je kust hem op zijn kruin. En ik kijk ernaar en ik slik eens.

 

In het najaar kwam er nog een stukje van wie jij bent piepen. Je blijkt heel veel te houden van muziek. Urenlang kan je trommelen, met je triangel in de weer zijn of bij gebrek aan trommel op de potten van je keuken slaan. Als we binnenkomen, ren je naar de radio en vraag je me om ‘nog ziek’ op te zetten. Je danst en draait rondjes en je roept me om te kijken. En ik kijk mijn ogen uit. Je stampt met je schoenen tegen mijn zetel in de auto en ik vraag je om ermee te stoppen. “Mama, Kas ziek maak”, zeg je en ik begrijp dat jij het helemaal anders ervaart. Muziek is het enige wat ervoor zorgt dat je soms eens twee minuten zwijgt. Je luistert naar de instrumenten en je benoemt ze: “Mama, trom! Mama, trompet! Mama, ‘taar!”. En ik kijk in de achteruitkijkspiegel en ik slik eens.

Processed with VSCO with c1 preset

Je houdt van auto’s, van tractoren, van vrachtwagens, van vliegtuigen en van alles wat beweegt en rijdt. Je houdt van muziek. Je houdt van Bumbaloo en van Grover. Je houdt van wortel en pompoen, van peer, mandarijn en banaan. Je houdt van koekjes en van chocola. Je houdt van je tutje. Je houdt van alles zelf doen en van geen handjes geven. Je houdt van fietsen en van puzzelen. Je houdt van de kasten leeghalen en ze dan hard toegooien. Je houdt van kampen bouwen en verstoppen. Je houdt van omvallen en van springen in de zetel. Je houdt van zingen en van dansen. Je houdt van verven en van kleien. Je houdt van je broer en van Janne en Kaat. Je houdt van ons allemaal en je toont het ons iedere dag.

Processed with VSCO with c1 preset

En ik, lieve schat, ik hou van jou. Ik hou van je enthousiasme als we buiten gaan. Ik hou van de overgave waarmee je danst. Ik hou van je bruine ogen waar ik de mijne in herken. Ik hou van je blonde lokken waarvan er altijd minstens een paar de verkeerde kant uitstaan. Ik hou van je lach wanneer ik je kietel. Ik hou van het geklungel wanneer je zelf je muts probeert aan te doen. Ik hou van hoe je praat en van de woorden die je nog fout zegt. Ik hou van hoe je me probeert duidelijk te maken welk lied ik moet zingen. Ik hou van hoe je me fier komt tonen dat je pipi op het potje deed. Ik hou van hoe je boekjes lezen wil. Ik hou van hoe je zelf je eten opschept en hoe blij je bent als ik applaudiseer. Ik hou van hoe ik bijna altijd begrijp wat je zeggen wil. Ik hou van hoe je ‘dadaaaa’ roept naar iedereen en naar alles, zelfs naar de blauwe klei. Ik hou van hoe opgelucht je kan zijn als je hoort dat je je tutje krijgt. Ik hou van hoe je ’s nachts tegen de rand van je bed aankruipt om te slapen. Ik hou van hoe je me ’s avonds altijd nog één keer terug roept voor een kusje. Ik hou van hoe je voorzichtig op stoelen klimt omdat je een beetje een bangerik bent. Ik hou van hoe je van je broer houdt en van ons. Ik hou van je nachte plakkussen en van hoe je me opzij duwt als ik om kusjes kom smeken terwijl je speelt.

Processed with VSCO with c1 preset

Ik hou ontiegelijk veel van jou, kleine man. Met elke vezel in mijn lijf en zo onvoorwaardelijk dat ik het onmogelijk in woorden kan uitdrukken. Je bent een stuk van mij en ik zal je voor altijd overal in mijn hart dragen.
Ik ben zo onwaarschijnlijk trots op jou, grote jongen. Omdat je zo open staat voor mensen. Omdat je zo zorgzaam bent. Omdat je vrolijk bent. Omdat je om hulp durft vragen. Omdat je verdriet durft hebben. Omdat je getroost kan worden. Omdat je opmerkzaam bent. Omdat je vinnig bent, en bij de pinken. Omdat je lief bent en zoet. Omdat je een babbelaar bent, net zoals ik. Omdat je dingen ziet waar ik al lang niet meer bij had stil gestaan.

Groei nog waar wat, schoon kindje van mij. Want wat is het leuk om telkens meer te kunnen. Om te voelen dat je dingen plots makkelijker alleen kan. Wat is het heerlijk om je te zien glunderen als nieuwigheden opeens lukken waar ze ervoor nog lastig gingen. Groei dus nog maar wat, mijn alles. Verander maar, word maar wie je bent.
Ik zal erbij staan. En kijken, en tranen wegslikken, en in mijn handen klappen en BRAVO zeggen en JA!! en WAT DOE JIJ DAT GOED ALLEMAAL! – en dat zal ik blijven doen, mijn hele leven lang.

Happy birthday, sweet sweet heart.

 

 

 

 

Complimensen

We wandelden samen naar de winkel van de leeuw. Dat is telkens een hele belevenis want in die winkel mag hij zelf met een karretje rijden. Hij was dus erg opgetogen toen hij hoorde dat we bananen nodig hadden. ‘Bo!’ suggereerde hij nog en ik zag dat ook het brood zo ongeveer op was. Wij dus weg.

Intussen is hij bijna twee en weet hij heel goed op welke stukje hij alleen mag stappen en dat hij op de streepjes (het zebrapad zoals we dat hier in Limburg zeggen) een handje moet geven. Rond de kerk staan er heel wat appartementen en aangezien daar geen auto’s rijden, mag hij daar alleen. Van zodra zijn voetje de stoep raakt, wringt hij zijn kleine handje los. “Mama, zelf fap!” zegt ie. En inderdaad, dit stukje mag ie zelf stappen. Hij loopt een eindje voor me uit en ik vind het heerlijk om te zien dat zulke kleine dingen hem zo gelukkig kunnen maken.

“Dag mooi kindje!”, hoor ik een klein piepstemmetje plots roepen. Stokstijf blijft die kleine van mij opeens staan. Hij zoekt van waar het stemmetje komt. “Mooi kindje!”, hoor ik nog eens. Ze roept het alsof het zijn naam is. Ik zie haar opeens staan – op een balkon, twee hoog. Ze moet een jaar of drie zijn. Ze drukt haar snoetje tegen de omheining van het balkon om ons nog beter te zien. Ik til Kas op. “Kijk, schat, daarboven!”, zeg ik. “Jij bent een mooi kindje”, zegt het meisje nog eens. Omdat hij het zelf nog niet zo kan zeggen, antwoord ik in zijn plaats. “Wat ben jij een lieve meid!”, roep ik haar toe. “En wat zitten je haren mooi in een staartje!”. Ze glundert.

We staan nog even naar elkaar te zwaaien alvorens ik hem weer neer zet en hem aanmoedig om verder te stappen. Dat brood en die bananen zouden toch ergens deze voormiddag nog in ons huis moeten geraken. En aan zijn tempo ben ik er niet helemaal zeker van dat dat zal lukken. Terwijl hij verder voor me uit drentelt en om de vijf voet stopt om naar iets op de grond te kijken, glimlach ik nog een beetje na. Wat leuk en bevrijdend om te zien dat kleine kindjes nog zo lief en zoet voor elkaar kunnen zijn. Eens je volwassen bent, worden die grenzen van wat sociaal aanvaard is toch allemaal wat lastiger om te achterhalen. Een compliment van een volwassen man vanop een balkon kan al gauw intimiderend overkomen voor sommige vrouwen. En complimenten aanvaarden wordt voor een heleboel mensen ook moeilijker met de jaren. “Je jas is mooi!”, wordt al gauw verkleind met een antwoord over dat het toch een koopje was hoor. Of “Wat heb je dat goed gedaan!” wordt al snel weer terug gekaatst: “jij deed het nog veel beter!”. Op Facebook zie ik vijftienjarigen die elkaar ‘knap’ noemen en eronder reageren met ‘zelf’. Hoe komt het toch dat we ergens onderweg de mogelijkheid verliezen om complimenten te laten binnenkomen? Om ‘bedankt!’ te zeggen? Om fier te zijn op onszelf? Om ze te onthouden – net zo goed als dat we de kritiek die we denken te horen kunnen onthouden?

Ik kijk naar mijn kleine wittekop en ik ben blij dat het voor hem nog evident is dat mensen hem graag zien. Ik vind het heerlijk om te zien dat hij zoveel liefde te geef heeft. Op goede dagen krijgt iederéén bij het afscheid een kusje. Hij gooit er eentje naar de kassierster en naar de koster van de kerk. Hij maakt geen onderscheid en hij zwaait vrolijk iedereen gedag. Ik hoop dat het nog lang mag duren en dat ik hem kan aanleren dat hij complimenten gewoon mag aanvaarden. Dat hij ze verdient als hij ze krijgt want dat hij talenten heeft en dingen goed kan. Ik wens hem toe dat hij kritiek en compliment even goed kan onthouden en dat hij ze naast elkaar kan zetten zodat ze elkaar opheffen wanneer het nodig is. Ik wil zo graag dat hij ook zichzelf kan complimenteren en niet voortdurend naar beneden zal halen – toevallig één van mijn eigen talenten. Wat dat betreft mag ie op zijn vader lijken die het een pak makkelijker heeft met zichzelf high fives geven.

Hij blijft plots staan. Hij draait zich om. “Dada mooi!”, roept hij nog en hij zwaait met twee handjes tegelijk.

 

Processed with VSCO with c1 preset

 

 

 

Op mijn gemak

“Doe maar op uw gemak zenne! Ge moet u niet haasten”, roept hij me nog na terwijl ik de trap opspurt. Ik heb geen idéé waar hij het over heeft. Sinds we niet één maar twee koters hebben, doe ik niks nog ‘op mijn gemak’. Alles gaat ‘snel snel’ even tussendoor.

Ik poets het huis in stukjes. Ik dek de tafel voor ’s avonds wanneer de kindjes even slapen. Ik leg de ingrediënten voor het avondeten al klaar ergens rond de klok van vier en dan nog moet ik me haasten om de mondjes gevuld te krijgen vooraleer ze van koek gaan zagen. Als ik me ga douchen, vertrek ik steevast naar boven met de woorden ‘ik zal doordoen hoor!’. Ik droog me af terwijl ik gauw even de badkamer opruim. Ik ververs de lakens terwijl ik de haardroger met één hand boven mijn kop probeer te houden (ik ben werkelijk een hele acrobaat!). Terwijl ik de keuken dweil probeer ik kind één te entertainen vanop afstand zodat hij niet op zijn sokken komt uitglijden op de natte vloer. “Op mijn gemak” mompel ik tegen mezelf. En ik beeld me in hoe het zou zijn als ik nog één dag had zoals vroeger.

Dan zou ik nog eens mijn bed kunnen invallen om drie uur ’s nachts omdat ik toch kan slapen tot het middaguur. Ik zou mijn wekker zetten om 11.00 en dan toch ook eentje om 06.00 – gewoon zodat ik gelukzalig weer verder kon slapen. Hoe heerlijk was het om vroeger – als student – zo rond 07.00 wat verdwaasd wakker te worden van het geroezemoes op straat van mensen die naar hun werk vertrekken om dan zelf – totaal zonder verplichtingen – nog verder te knorren tot de middag. Eén keer had ik zo’n lange vergadering gehad in de fakbar dat ik wat later thuis was dan voorzien. Toen sliep ik zelfs tot het weer donker was (in my defence: het was wel winter). Ik zou het nu zelfs niet meer kunnen. Mijn kinderen hebben me zo geconditioneerd dat ik ook wanneer ze niet thuis zijn ten laatste rond 08.00 vanzelf wakker word.

Dan zou ik nog eens onafgebroken kunnen lezen. Dat ik veel en graag lees, dat beschreef ik onlangs hier nog. U-ren kan ik na elkaar lezen. Ik kan zelfs eten met één hand terwijl ik verder lees. Ik kan ook koken met één hand terwijl ik verder lees en ook de lakens van het bed aftrekken terwijl ik verder lees (ik ben werkelijk een hele acrobaat). Dat is theoretisch gezien allemaal waar. Vroeger demonstreerde ik die kundes ook allemaal zowat één maal daags. Daar kwam zelden iemand naar kijken, maar toch een hele prestatie, nee? Nu zou er eerder volk komen kijken als het me zou lukken om nog eens een uur onafgebroken te lezen. Ik lees nog steeds veel, maar het moet in stukjes. Want er is altijd wel iemand die ergens hulp bij nodig heeft (in slaap vallen – opruimen – sokken aandoen – …. – en een van deze gaat overigens niét over de kindjes).
Het is soms wat moeilijker om helemaal in een boek meegezogen te worden als ik ondertussen een kind moet helpen waterverven. En als er dan tijd is om te lezen, dan verdwaal ik soms op mijn Iphone wat in internetland. Man, dan kan ik mezelf soms echt schieten.

Dan zou ik nog eens zittend warm voedsel kunnen eten. Long gone zijn de tijden dat wij “op ons gemak” wat samen stonden te koken. Die mooie dagen waarin aperitiefjes gemaakt werden en dingetjes werden geknabbeld terwijl de saus de tijd had om in te dikken. Tegenwoordig knal ik ergens een schijf limoen in een glas en komen we er twee uur later achter dat er nooit aperitief overheen werd gegoten. Onze sauzen zijn bij momenten half zo dik als zou moeten en van de gaartijd van pasta knijp ik meestal ook een minuut of twee af. En als alles dan eindelijk op tafel staat, dan begint het pas. Ik moest vlees snijden, ik moet dingen van het bord afhalen DIE HIJ ER DUIDELIJK NIET OP WIL HEBBEN LIGGEN, ik moet brood aanreiken en weer afpakken, ik moet bestek oprapen en afpakken, ik moet water inschenken, ik moet blazen, ik moet KIJKEN hoe hij zelf schept en dan wil hij er UIT UIT UIT.
“Weet je nog, lieve schat, hoe we vroeger samen konden eten en dan terwijl konden praten enzo”, zeg ik tegen Wout terwijl Kasper met zijn trommel rond de tafel loopt. Those were the days.

Dan zou ik met vrienden afspreken en effectief met hen kunnen praten. Hoe ging dat ook alweer, zo’n gesprek voeren? Ik vraag het mezelf soms af in de auto op weg naar een afspraak. Hoe bevrijdend is het om jezelf nog eens te horen denken! Om ergens binnen te komen en niet meteen je glas – en alle andere breekbare voorwerpen – in het midden van de tafel te zetten of ergens hoog op een kast. Hoe leuk zou het zijn als we de chips in de kommen nog eens zelf konden opeten terwijl ik aandachtig zou luisteren naar de verhalen van mijn kameraden in plaats van voortdurend ergens halfweg een zin te moeten opstaan.
Onlangs kwamen vrienden van ons op bezoek met hun kinderen. 5 jongens bij elkaar en dan 6 volwassen mensen – dat zou moeten lukken denk je want dat is gemiddeld 1,2 volwassene per kind. Maar die kleine smeerlappen die hebben er toch echt een handje van weg om op de meest onnozele momenten op hun gezicht te gaan/elkaar pijn te doen/honger te hebben/pipi te moeten doen/…
Daar stonden we dus in onze tuin wat halve gesprekken met elkaar te voeren, telkens wel onderbroken door één van onze bloedjes die ons drin-gend iets moest tonen. Toen de mannen het eten waren gaan halen besefte ik pas na een tijdje waarom dat praten plots zoveel gemakkelijker leek: 3 van de 5 lawaaimakers waren mee naar de afhaalchinees.
“Het was heel gezellig”, sms’ten we achteraf naar elkaar. En dat was het ook echt. Het is helemaal anders, maar het staat ons allemaal – dat ouderschap.

IMG_2395

Terwijl ik me in zeven rotvaarten sta te douchen, besef ik dat er heel wat dingen zijn die ik graag nog eens zou doen ‘zoals vroeger’. Ik vertel ze vaak mijmerend tegen Wout. Maar ik zeg er dan altijd bij dat het dan écht zoals vroeger moet zijn – ik mag nog geen kinderen hebben in het verhaaltje. Want anders zou ik me toch gaan haasten om op te staan omdat ik mee wil kampen bouwen in de zetel. Of ik zou toch naast ‘m willen zitten aan tafel omdat het ook zo lollig is om hem te zien prikken in zijn vlees – opperste concentratie. En ik zou het jammer vinden om de kinderen van onze vrienden niet te zien want het is fijn om hen te zien groeien.

Mijn wensen en dromen zijn dus ook maar dat: wensen en dromen. Want ik kan nooit meer helemaal terug naar ‘vroeger’. Hen weg denken is me nog nooit gelukt – hen weg wensen dat doe ik soms dan weer wel eens. Al duurt dat vaak nog geen halve seconde. Ik wil me niet meer voorstellen hoe het is zonder onze jongens. Ik voel hoe dat zou zijn wanneer ze er niet zijn: leger en doellozer. Ik wil me niet meer voorstellen hoe het zou zijn om hen minder te zien, om vaker weg te zijn. Want alles gaat al zo snel. Enkele weken geleden was Elias er nog niet. En een jaar of twee geleden was zelfs Kasper er nog niet. En kijk ze nu, die twee. Elke dag maken ze allebei grote sprongen, elke dag veranderen ze. Ze glippen door mijn vingers en ze worden nooit meer kleiner dan ze nu zijn.
Kasper slaat zijn armen om zijn broer heen. Ze liggen samen in het park en Elias lacht om alles wat Kas doet. En ik sta naar hen te kijken en ik denk: “doe maar op uw gemak zenne! Ge moet u niet haasten!”

Processed with VSCO with c1 preset

 

Life according to Kas II

Intussen gaat het leven hier elke dag zijn gangetje. ’t Is te zeggen: de ene dag loopt alles gesmeerd en de andere dag word ik wel eens zot van mijn kinderen (en van mijzelf). Op zo’n dagen waarin ik mezelf een vervelende troela vind, helpt het wel bijzonder goed als ik Kasper de focus laat bepalen. Hij weet die zo heel gemakkelijk en natuurlijk op de juiste dingen in het leven te leggen.
Zoals daar zijnde:

1. Spinnenwebben

Op weg naar huis van de bibliotheek – alwaar hij kleurt, potloodjes laat vallen en luid OH OW roept terwijl ik boekjes kies – wandelden we samen over het brugje over de Velpe. Ik wees hem daar op een spinnenweb dat vol dauw hing en vertelde hem dat daar de spin woonde en dat die spin vliegjes had – daar hangen ze, kijk maar zie je’t? Ik dacht: dat vergeet ie zo wel weer want hij stond maar half te luisteren. Maar het moet toch indruk gemaakt hebben. Want sinds kort wijst hij ALTIJD en OVERAL de spinnenwebben aan: “Mama, kijk! Sien!” (hij bedoelt natuurlijk spin nvdr.) Dat betekent heel concreet dat onze wandelingen nu nog trager gaan nu er nog een extra item is waar we overal halt voor moeten houden. En dat betekent helaas ook dat ik dagelijks een update krijg van hoe het met de netheid van onze woonkamer gesteld is. (niet goed, nvdr.)

Processed with VSCO with c1 preset

2. De vrachtwagen op de markt

Elke woensdagvoormiddag is het hier in H. markt. Dat is heel gewoon, zou u zeggen, want dat is al jaren zo. MAAR DAT HEBT U MIS. Want sinds kort staat er een nieuwe kraam op de markt! We hadden al een viskraam, een kippenkraam, een fruit en groentekraam en een raar tentje waar een mevrouw vers bereide maaltijden verkoopt (kan en klaar! staat er op haar bordje). Maar het moet zowat een week of 6 geleden zijn dat er plots een kraam met BEENMODE zich bij op de markt parkeerdeBeenmode, dat zijn sokken basically, maar toch, wij hebben nu béénmode. Elke woensdagvoormiddag gaan wij naar de markt voor onze groenten en ons fruit, maar vooral – according to Kas – om te kijken naar de vravra (hij bedoelt vrachtwagen – er is nog wat werk aan zijn articulatie). Toen Kas net begon te spreken probeerde ik hem woordjes aan te reiken zoals ‘koek’, ‘koe’, ‘bedje’, ‘boek’ maar het eerste wat meneer wou zeggen was ‘vrachtwagen’. Het toonde toen al zijn fascinatie voor voertuigen en die is er niet minder op geworden. Dus elke week sta ik net zo lang naar die vrachtwagen te kijken als dat ik sta te wachten tot het mijn beurt is. En dat kan soms wel eens lang duren met al die meten die mij voor steken – dat kon je hier al eens lezen.

Processed with VSCO with c1 preset

3. De kapper

Kasper kon sneller praten dan dat hij haar had. Dat komt omdat hij snel kon praten en omdat hij heel traag haar kon hebben. Zo rond zijn eerste verjaardag kwamen zijn eerste 5 witte pluimen piepen. Intussen – bijna één jaar later – heeft hij al zo’n 25 pluimen verzameld. Ik kan nog steeds zijn schedel zien als ik naar zijn kruin kijk. Komt goed uit, kan je denken, dat spaart je een kappersbeurt. Maar zo werkt het niet want als Kas zijn pluimen niet wat bijgeknipt worden ziet hij eruit als iemand van Maaskantje.
We gingen onlangs terug met hem naar de kapper waar hij ook de allereerste keer ging. Dat is een kapper met een speciale kinderafdeling waarin waanzinnig veel speelgoed staat, een playstation met keiveel spelletjes is, waar er een soort van speleobox met glijbaan in het interieur verwerkt is én waar een filmpje wordt opgezet tijdens het knippen. Ik vermoed dat sommige van die kindjes daar met opzet veel vroeger komen omdat het in feite een mini-binnenspeeltuin is die zich als kapperszaak heeft vermomd. Maar die van ons, dat is een ander paar mouwen. Eerst met zijn grote bebber wat aanwijzen wat er allemaal van speelgoed is, dan als een echte baas kiezen welke film hij wil (DIE!DIE!DIE! terwijl hij naar ALLE films tegelijk wijst en dan gefrustreerd zijn omdat ik niet de juiste koos) en dan van zodra de schaar erbij komt jammeren en mopperen tot het voorbij is. Ik vond het wel erg voor hem, maar ik vond het ook wel grappig voor mij.
Alles is goed gekomen en meneer zijn 25 sprieten haar liggen weer netjes in model.

 

4. De trommel

Tja, wat kan ik zeggen, ik heb deze miserie uiteindelijk zelf veroorzaakt. Een hele tijd geleden kocht ik hem de muziekinstrumenten van Haba: een rasp, tikstokjes, een triangel en een trommel. Ik stak ze weg want hij was nog te klein. Maar plots was er grote drama – ik weet al niet meer waarom maar waarschijnlijk omdat hij zijn tut niet kreeg – en ik wilde hem afleiden. Ik toonde hem de muziekinstrumenten en zijn gezaag verdween als sneeuw voor de zon. Ik stak mezelf al een ‘best mom ever’ speld op totdat het mij begon te dagen wat voor een onheil ik mogelijks over ons gezin had afgeroepen. En mijn ergste vermoeden bleek te kloppen. Waar hij zijn ander geruisloos speelgoed (de blokjes, de puzzel, de kleurpotloden, na twintig minuutjes telkens beu is, kan hij werkelijk U-REN op die onnozele trommel blijven slaan. Hij weet hem ook altijd te vinden en het is de enige doos die hij zelf open krijgt. Bij alle andere perfect dezelfde dozen moet mama het altijd komen open doen, maar de trommel dat lukt uiteraard wél.
Onlangs heeft hij héél de cd “Hé hé” van Jan de Wilde meegetrommeld en dat album is toch een klein uur lang. Regelmatig staan wij dus te roepen tegen elkaar terwijl onze peuter van bijna 2 jaar met een stralende glimlach om ons heen wandelt en daarbij keihard op zijn trommel mokert. Soms moet ik daar keihard om lachen en soms wou ik dat ik mijn oren kon uitdoen.
En weet je wat nu het allerergste is? Mijn lief vond een drumset in hout met twéé trommels en een cimbaal aan EN WIJ OVERWEGEN WERKELIJK OM HEM DAT TE KOPEN VOOR ZIJN VERJAARDAG. Dat ouderschap, dat is toch echt iets héél bizar.

Processed with VSCO with c1 preset

Net wakker en al in full force. “Trom waai!” zegt ie. “Ja hoor schat, de trommel maakt lawaai!”, schreeuw ik terug. Hij kijkt me stralend aan – glimlach van oor tot oor – en knippert met zijn ogen telkens wanneer zijn stok de trommel raakt. En ik kijk naar hem en ik besef dat ik vergeten ben waar ik me ook alweer druk over maakte.