Dingen die ik onlangs googelde IV

Het lijkt misschien alsof ik de laatste tijd alles wat ik weten moest zomaar eens van mezelf bleek te weten. Maar, lieve lezertjes, niets is minder waar. Ik google mij nog steeds regelmatig een ongeluk om mijn leven een zinvolle en waarachtige invulling te kunnen geven. Ik maak voor u graag een kort overzicht van de dingen die ik op die manier onlangs nog ging opzoeken in mijn digitale Encarta.

1. Eenden ruiven – ruiven eenden?

Als moeder van de parkopzichter van Halen, begeef ik mij regelmatig al wandelend doorheen het publieke domein dat onze stad rijk is. Die taak van parkopzichter is niet te onderschatten. Het is dan ook niet meer dan logisch dat mijn zoon wel eens om mijn assistentie vraagt. Twee paar ogen zien immers meer dan één en aldus wandelen wij zowat één maal daags doorheen recreatiepark De Koekoek om eventuele problemen tijdig te detecteren en door te briefen naar de technische dienst.
Het was dan ook in die hoedanigheid dat het ons opviel dat alle eenden opeens dezelfde kleur bleken te hebben waar zij de week ervoor nog duidelijk te onderscheiden waren in bruine en niet-bruine eenden. Plots waren al die eenden bruin en kon ik niet meer luidop mijn eendenkennis etaleren door zinnen als “Dat is een woerd jongen, dat ziet het kleinste kind” doorheen recreatiepark De Koekoek te roepen. (Ik weet dat omdat dat onder een prentje in Kasper zijn prentenboek staat. nvdr.)

IMG_8914
Alle eenden op deze foto zijn duidelijk bruin met uitzondering van de witte die wit gebleven zijn.

Ik heb uiteraard onmiddellijk Encarta 2.0 geopend en daar las ik algauw dat eenden niet ruiven maar ruien, dat dat die arme stakkers veel energie kost waardoor die zich in die periode nogal gedeisd houden en dat dat vooral in juli en augustus gebeurt. Onze dag kon dus weer verder. We werkten toegewijd ons takenlijstje nog af vooraleer wij weer huiswaarts keerden en aldaar een schriftelijke neerslag maakten van onze bevindingen.

Hier ziet u hoe de parkwachter checkt of er nog voldoende water in de Velp staat. Ook het waterpeil van de visvijvers wordt dagelijks gecontroleerd. Het is hard werken en het betaalt echt weinig maar iemand moet het doen. 

2. Peuterangsten

Mijn peuter is zo’n peuter die geen rekker heeft. Hij gaat nogal gemakkelijk zelf op onderzoek uit en zijn onderzoeksgebied is nogal groot. Af en toe draait hij zijn wit kopke wel eens om te kijken of moeder nog mee is, maar als hij mij ergens in de verte kan spotten dan is het al lang goed voor hem. Dat is niet altijd zo want er zijn natuurlijk ook die dagen dat hij als een tube Pattex aan mij plakt, maar de regels is doorgaans: hoe wijder de omgeving – hoe verder het kindeke van zijn moeder durft.

Concreet betekent dat het volgende. Als wij op uitstap gaan (bv. naar de kinderboerderij of naar een of ander park), dan mag Kasper – als het er veilig is – zelf fietsen en zelf stappen. Hij vindt dat de max om met zijn vierwieler rond te karren. Hij zoekt kleine heuveltjes waar hij eindeloos op en af kan rijden of hele smalle doorgangen waar hij maar net tussen past. Pret verzekerd. En ik pits constant mijn ogen toe omdat ik er zeker van ben dat hij er deze keer gewoon op gaat knallen.
Aangezien hij steeds behendiger wordt op zijn fiets, haalt hij intussen al behoorlijke snelheden. Tel daarbij op dat ik er niet minder zwanger op word en u begrijpt dat hij al gauw een zekere voorsprong heeft op zijn trage moederke.

Kas  op onderzoek uit op de kinderboerderij. Meestal met fietske, soms ook zonder. 

Doorgaans krijg ik dat probleem wel opgelost. Als ik lang genoeg blijf zeggen dat hij moet terug komen, dan komt hij uiteindelijk terug. En als dat niet werkt, pas ik sinds kort ook de ‘ok-dan-gaat-mama-wel-alleen-deze-kant-uit-bluf’ toe. Ik draai me dan om en wandel gedecideerd de richting uit waarin ik hem wil krijgen. Dat is altijd met een bang hart want bij deze bluftechniek is het van uiterst belang dat je niet omkijkt omdat de peuter dan voelt dat je zwak bent en het toch niet echt meent. Ik draai me dus om, focus me op een punt in de verte, begin te wandelen en wacht tot ik hem zijn fiets hoor omdraaien en achter me aan hoor bollen. Zo geraken wij uiteindelijk weer ongeveer waar wij moeten zijn. Het laatste stukje moet ik hem altijd nog vangen om hem in de auto te krijgen maar als ik hem juist in de val lok dan lukt ook dat meestal vrij goed.

De situatie is echter helemaal anders als hij thuis in de tuin speelt. De oppervlakte is daar een pak kleiner en blijkbaar betekent dat dat het belangrijker is dat ik kort bij hem ben om alles wat hij doet te komen aanschouwen. Hij speelt al flink alleen, hij kan zich vrij goed bezig houden met pruts die hij overal vindt maar hij heeft het graag dat er publiek is dat hem kan toejuichen als hij rondjes fietst of nieuw gras op zijn zadel legt. Zijn grootste fan zijnde is het niet meer dan logisch dat deze taak voor mij is weg gelegd.
Ik mag niet zomaar eender waar zitten overigens. En al helemaal niet waar het comfortabel zitten is zoals bijvoorbeeld op onze tuinstoelen, tuinbanken of hangmat. Neen neen, ik moet op de dorpel zitten op de mat met gaten in waar mijn gat onwaarschijnlijk veel pijn van gaat doen.

Het is ook vooral in de beslotenheid van onze hof dat dat mensenkindje van mij af en toe wel eens bevangen wordt door een onverklaarbare angst voor heel gewone dingen. Sinds kort houdt hij niet meer van respectievelijk: de wasmachine, vliegtuigen die laag overvliegen en plotse geluiden die hij niet meteen kan thuis brengen. Op dagen dat hij dat tubeke Pattex is, vindt hij het bovendien ook maar niks als hij niet meteen kan zien waar ik uithang. Hij holt dan als de weerlicht achter mij aan en kan pas gerust  verder spelen als ik weer op mijn plaats op de mat in Guantanamo Bay zit. Ik googelde dit natuurlijk even en via de website van Kind en Gezin kon ik al meteen heel wat lezen over de soorten angsten en hoe ermee om te gaan. Er stonden weinig verrassingen en het meeste had ik zelf ook al wel aangevoeld, maar ik moest iets doen terwijl ik daar weer op de strafmat zat dus heb ik me meteen maar ingelezen over het onderwerp.

De goede observator ziet dat moeder hier handig misbruik maakt van de peuterangsten om lang te knuffelen – iets wat het mensenkind anders maar een halve nanoseconde aan één stuk doet. 

3. Seaside – Florida

Het laatste wat ik googelde was ‘Seaside – Florida’. Mijn Timehop-app liet me immers weten dat ik mij daar drie jaar geleden nog bevond. Wij waren toen op huwelijksreis en we hebben allebei heel fijne herinneringen aan die lange reis. Elk stuk was anders want we deden zowel van geschiedenis als van natuur, bluesmuziek, Elvis-kitsch als van zon en strand en het was allemaal op zijn eigen manier plezant.

Via mijn Google-vriend kwam ik te weten dat het ontwerp van Seaside wordt aanzien als het eerste voorbeeld van New Urbanism. Het dorp is immers zo ontworpen om mensen zoveel mogelijk met elkaar in contact te brengen. De balkonnen en terrassen staan dicht bij de stoep waardoor je makkelijk met mensen aan de praat kan geraken. Wist ik niet – alweer bedankt, vriend Google!

IMG_9656

Kijk mij maar eens in de zee staan. Zie ik er niet erg pasgetrouwd uit?

Uiteraard heb ik de laatste weken nog veel meer gegoogeld dan wat u hierboven kon lezen ( ik denk bijvoorbeeld aan ‘rottigheid achter plinten’, ‘openingsuren containerpark’, ‘openingsuren Delhaize Diest’, ‘Leonidas Kuringen’ en ‘kind wil in de auto enkel luisteren naar kapitein Winokio’) maar ik beloofde in de inleiding al dat het een kort overzicht zou zijn en daar heb ik me ook al niet aan gehouden.
Sorry dus, voor al mijn leugens. Gelukkig is alles wat Google zegt wel waar want anders had u zonet een kwartier van uw leven verloren aan verder volstrekt nutteloze informatie. Ik moet zeggen dat dat mij ook al wel eens overkomen is wanneer ik weer aan het Googlen ben, maar zolang Google mij vooral correcte informatie verschaft blijven wij de beste vrienden en wend ik mij tot niemand anders om uitsluitsel te bieden over het al dan niet open zijn van den Delhaize.

 

 

Advertenties

Dingen die ik onlangs googelde III

De tijd vliegt hier weer voorbij. Het duurde tot ergens halfweg januari vooraleer we met iedereen nieuwjaar hadden gevierd, we gingen elke dag gezwind arbeiden, ons kind eiste onze aandacht op en daartussen probeerden we ruimte te maken voor beweging, gezond eten, ontspanning, vrienden, lezen en elkaar. Had ik mijn goede vriend Google niet, ik wist ook niet hoe ik het allemaal rond kreeg.

1. Goede series Netflix

Sinds begin februari hebben we een abonnement op Netflix. De jongeling van Proximus liet me via de telefoon weten dat het slechts 10 euro per maand zou kosten. Aangezien Wout en ik quasi alles op de televisie prut vinden (met uitzondering van De Mol), leek het me geen slecht idee om die Netflix eens een kans te geven. Ik weet het, we zijn zo’n twee jaar te laat om nog mee te doen met de hype maar vroeger was er precies minder prut op tv. Ofwel ligt onze lat wat hoger sinds onze vrije tijd gevoelig is ingekort – het zou dat ook kunnen zijn.
Enfin, die jongeling van Proximus zei dus dat het niet veel kostte en sindsdien zijn wij ook mensen die op verzoek keiveel series kunnen kijken. Tot nu hebben we al veel naar Planet Earth gekeken omdat ons kind daar mega-fan van blijkt te zijn. Hij ziet dus liever echte Nijntjes dan de witte versie met oranje kleedjes aan en het schijnt hem niet te storen dat die in zijn lievelingsprogramma doorgaans in stukken worden getrokken door een cheeta of een jachtluipaard. Verder kijkt mijn lief naar Narcos terwijl ik boeken lees. Het was iets te veel van vermoorden en verkrachten om mij echt te kunnen bekoren, maar mijn lief heeft een minder teer zieltje en hij vindt het goed. Er zijn er zo nog, want online krijgt Narcos veel sterren. Samen kijken we nog naar The Crown – een serie over het leven van Queen Elizabeth II – en dat vinden we allebei goed.
Ik googelde dus al naar lijstjes van goede series omdat er volgens mij heel wat opstaat wat ik goed zou kunnen vinden maar dat waren vaak standaardlijstjes waar ik niet meteen van dacht dat alle suggesties bij mij/ons zouden passen.

Netflixtips zijn dus welkom!

2. Openingsuren Speelfabriek

Enkele zaterdagen geleden kreeg ik plots een briljante inval. Ik bedacht me dat er tussen dat ene huis en dat andere huis op de Leuvensesteenweg een binnenspeeltuin verscholen lag en dat wij ons kind daar nog nooit mee naartoe hadden genomen. Ik vroeg snel aan mijn raadgever Google of het spellement open zou zijn en warempel, het was open vanaf 10.00. Toen ik dat googelde was het natuurlijk ver voor tien uur want Kasper had mogen kiezen wanneer we zouden opstaan. We hadden dus nog tijd om ons om te kleden (wij) en alle stoelen een andere plaats te geven in onze woonkamer (Kas) vooraleer we moesten vertrekken. Ik ben normaal niet het type vroege vogel of het type dat zijn badhanddoek alvast op de ligstoel gaat leggen nog voor het ontbijt, maar iets zei me dat het niet onverstandig was om de drukte wat te mijden. We vertrokken dus rond iets voor 10 naar de Fabriek der Spelen.

We hadden nog net parkeerplaats en nog geen drie minuten bevond ik mij al in een claustrofobische ruimte, afgesloten door netten en gevuld met duizenden ballenbadballen. Met veel overdreven vrolijk gedoe probeerde ik Kasper te overtuigen van het feit dat het megaleuk was om tussen een vijftiental andere peuters in het ballenbad te zitten. Ik negeerde daarbij de ballen die regelmatig rakelings langs mijn smoel vlogen, ik stak mijn duim op en probeerde boven het lawaai uit te komen: KOM MAAR KASJE, ECHT, HET IS HIER LEUK! KIJK MAAR NAAR MAMA!

Hij was niet overtuigd. Kasper vond het stukje net voor het echte speeltuig leuker, het rustige stukje mat omringd door slechts honderden ballenbadballen. Hij vond het meer dan plezant genoeg om op zijn sokken rond te lopen op de plastieken matten terwijl hij een bal vasthield die hij soms inruilde voor een andere bal. Wout toonde intussen hoe hij gezwind naar boven kon klimmen en probeerde daarbij evengoed aan Kas duidelijk te maken hoe plezierig het zou zijn om dan samen van de glijbaan te gaan. Maar Kasper dacht er opnieuw anders over. Hij was duidelijk nog wat bang van de glijbaan, trok een lip en zette het net niet op een bleiten toen we hem op de glijbaan zetten. Alleen, op onze schoot, pas starten in de helft van de glijbaan, het mocht allemaal niet baten. Ik pakte hem van Wout over en zette hem weer gewoon op de grond. Eenmaal beneden, haalde hij opgelucht adem en ging hij weer vrolijk verder met rond te lopen met een bal in zijn pollen.

Wout was enigszins teleurgesteld door het gebrek aan avontuur bij zijn zoon, maar uiteindelijk aanvaardde hij dat klimmen en rollen en schuiven nog wel zou komen. We hebben dan maar een uur toegekeken hoe Kasper extreem uitgelaten van links naar rechts ijsbeerde met een bal of twee drie in zijn pollekes. Ieder zijn meug, zeg ik altijd maar.

 

3. Cake bakken ei te weinig

Toen ik zonet besloot dat ik de eitjes uit de koelkast zou opmaken door een overheerlijke cake te bakken, vond ik dat een uitstekend idee. Ik kapte de bloem en de tagatesse alvast in de kom, ik haalde de boter en de eitjes uit de frigo en ik was helemaal klaar voor de geur van verse appelcake. Bij het openen van het doosje bleek ik echter een ei te weinig te hebben. Er daagde me vaag iets over een ei dat ik in de week zacht wou koken maar dat ik te hard tegen de rand van de pot tikte en kapot deed nog voor het het water raakte. Te weinig eieren dus.

Ik vroeg raad aan vriend Google, maar dit keer liet hij me in de steek. Ik kreeg wel enkele suggesties (vervangen door bananen, bakmeel mengen met iets anders en dan zeven) maar niks wat echt leek te passen bij mijn cake. Gelukkig kon ik een beroep doen op één van mijn trouwe hulplijnen en nog voor ik ‘appelcake ei te weinig’ kon googelen stond Redcap Ronnie hier al met een ei. Hij redde zo mijn dag en meer nog mijn appelcake.

img_5227
Er zijn duidelijk te weinig eieren.

4. Bette Westera

Onlangs liep ik door de gang op school en spotte ik daar deze poster:

img_5041

Dit gedicht staat erop:

Altijd overal

Ik mis je achter op de fiets,
ik mis je in de trein.
Ik mis je bij de H&M
en bij de Albert Heijn

Ik mis je onder rekenen,
ik mis je onder lezen.
Ik mis je in de winter,
bij het voeren van de mezen.

Ik mis je als ik jarig ben
en als de oma’s komen.
Ik mis je als ik wakker lig,
ik mis je in mijn dromen.

Ik mis je zonder woorden,
elke dag en elke nacht.
Ik mis je als ik grapjes maak
en niemand om me lacht.

Ik mis jouw tandenborstel
naast de mijne in het glas.
Ik mis je voeten op de trap.
Ik mis je blauwe jas.

Ik mis jouw kleren in de kast,
je broeken en je truien.
Ik mis je geur, ik mis je stem,
ik mis je boze buien.

Ik mis je als je jarig was
en iedereen er is.
Ik mis je als ik eventjes
niet merk dat ik je mis.

Ik mis je als ik keelpijn heb,
ik mis je als ik val.
Ik mis je nergens echt het ergst
maar altijd overal.

uit het boek Dood-Gewoon van Bette Westera en Sylvia Weve.

 

Wat schoon, dacht ik, daar moet ik wat meer over te weten komen.
Ik had al gehoord van Bette Westera, maar ik kon haar niet heel precies meer plaatsen. Google vertelde me dat het een Nederlandse schrijfster is van prentenboeken (van daar ken ik haar dus), maar ze schrijft ook gedichten, voorleesboeken en boeken voor lagereschoolkinderen. Voor Doodgewoon – de dichtbundel waar dit gedicht uit komt – won ze in 2015 de Gouden Griffel. Het was voor het eerst in 20 jaar dat die weer eens naar een gedichtenbundel ging.
“Aha!”, dacht ik, “dringend eens wat lezen van Bette Westera”. Ik zag mijn taalcollega H. goedkeurend knikken: haar poster had zijn (leesbevorderend) werk gedaan.
Straf eigenlijk, hoe een kort overzicht van mijn recente Google-activiteiten altijd zo mooi lijkt weer te geven wat er speelt in mijn hoofd en in mijn leven. Het deed me meteen beseffen waarom iemand van de ICT-dienst me met een knipoog zei dat sommige mensen hun zoekgeschiedenis beter wat vaker zouden deleten.

Dingen die ik onlangs googelde II

Het nieuwe jaar is alweer even bezig en er werd de voorbije weken al heel wat af-gegoogeld en de stoemste dingen het eerst. Wat is het toch een verademing dat ik dingen zo gemakkelijk kan opzoeken. Vroeger moest ik daarvoor de computer aanzetten op papa’s bureau, een etmaal wachten tot hij was opgestart en daarna de CD-Rom van Encarta nog insteken. Dat nam zoveel tijd in beslag dat ik doorgaans al vergeten was wat ik wou opzoeken en dus hield ik me maar bezig met ‘at random’ wat te Encarta’en (dat klinkt niet he) en naar prentjes van Keizer Karel kijken.
De voorbije weken greep ik regelmatig naar mijn telefoon en die bleek heel vaak de redder in nood te zijn.

1. e-mailadres Mastertrack

Ik luister graag naar Podcasts en de Podcasts van Radio 1 zitten zeker en vast in mijn favorieten. Zo luister ik graag naar “Iemand” – Podcasts waar altijd het leven van ‘iemand’ die op de één of andere manier iets speciaals meemaakte wordt toegelicht. Onlangs nog hoorde ik het verhaal van de 93-jarige Paula uit de Seefhoek die nog met Yoko Ono had zitten keuvelen want ze had hare man toch nog zo goed gekend. Het is ook Paula trouwens die de condoomautomaten naar België bracht. Heel maf levensverhaal en superplezant om naar te luisteren. Naast “Iemand” luister ik ook trouw naar “Mastertrack”. Daar wordt in elke aflevering een Belgisch nummer onder de loep genomen. De schrijver/zanger/componist van het nummer licht dan toe hoe het nummer ontstaan is, hoe het werd opgenomen en vaak kom je zo leuke speciallekes te weten. Ik zocht na een aflevering van Mastertrack het e-mailadres op om zelf een suggestie doen. Ik heb de programma-makers gevraagd eens naar mijn neef te bellen. Die mens weet ook altijd wel wat interessants over zijn muziek te vertellen. Welke neef maakt niet uit, ik heb er twee en ze maken allebei muziek.

2. Nobodinoz Tipi Installation

Voor Kasper zijn eerste verjaardag kochten we hem een tipi van Nobodinoz. Ik had de tipi al zien staan bij Polkadots in Diest en ik vond het een perfect verjaardagscadeau. De bedoeling was om zijn nieuwe speelkamer helemaal klaar te hebben tegen zijn verjaardag. Wout begon vol goede moed de tipi op te zetten. Alles begon goed, maar al gauw hoorde ik vanuit de speelkamer gegrommel opsteken en de antwoorden op mijn vragen klonken ook steeds meer staccato. Ik voelde aan mijn water dat het daar niet helemaal liep zoals gehoopt en ging even poolshoogte nemen. Het instructiebriefje dat bij de tipi zat, was echt superklein, met hele kleine afbeeldingen en het zag er heel simpel uit. Maar het resultaat van Wout zijn gevloek was euhm, niet helemaal hetzelfde. Ik heb dan opgezocht of er een filmpje bestond over hoe je zo’n tipi moet installeren, maar het is zo simpel dat een filmpje maken echt belachelijk zou zijn. Met z’n twee lukte het ons gelukkig wel om de tipi in een goede vorm te krijgen en zo kan ons kind nu dagelijks heel zijn hebben en houden naar de tipi verslepen alwaar ik het uren later weer allemaal uit moet halen om het in de juiste bakken terug te steken.

Hij kreeg trouwens ook een keukentje van Ikea van zijn grootouders. Een nieuwe man, daar kunt ge niet vroeg genoeg aan beginnen te werken. Los daarvan speelt hij ook gewoon heel graag met een keukentje want bij de onthaalmoeder staat hij ook altijd in de potten te roeren en lucht klaar te maken voor iedereen. Hier thuis beperken zijn kookkunsten zich voorlopig tot het open en dichtdoen van de kastjes maar kijk, ge moet ergens beginnen. Weldra zal ik zoveel gebakken lucht moeten eten dat ik het nog niet meer binnen krijg.

Tijdens het installeren van het keukentje bewezen mijn lief en ik nog even dat wij zo’n clichékoppel zijn dat elke keer discussieert als iets van Ikea in elkaar moet gestoken worden. Doorgaans is dat omdat Wout zegt dat ik de instructies moet geven en dan tegelijkertijd ook vindt dat hij zeker niet naar mijn instructies moet luisteren want dat hij het zelf wel kan. Er was dus even geen vrede op aarde maar na een dik uur sukkelen was de keuken klaar en zo was er weer vreten op aarde.

3. Hoe meerdere foto’s selecteren

Ik zei al dat er deze maand veel idiote dingen gegoogeld werden zeker?
Ik wilde foto’s selecteren om Kasper zijn fotoboeken verder in te plakken tijdens de vakantie en plots wist ik niet meer welke toetsencombinatie ik ook weer moest indrukken om meerdere foto’s tegelijk te selecteren. Ik heb ze allemaal geprobeerd en daarbij mijn scherm op KEIGROOT LETTERTYPE gezet en daarna op werkelijk totaal onleesbaar klein. Ik heb mijn toetsenbord even uitgeschakeld, ik heb de taal van mijn computer veranderd en dan heb ik gewoon mijn trots ingeslikt en toegegeven aan mezelf en aan dokter Google dat ik het echt niet meer wist. Ik heb het dan even gegoogeld en daarna foto’s geselecteerd alsof ik nooit van mijn leven iets anders gedaan heb.

img_4632

4. Hoe werkt eb en vloed?

In de tweede week van de kerstvakantie trokken we met ons drietjes naar de zee. Dat was echt onwaarschijnlijk plezant. Tijd voor elkaar, tijd om te lezen, door de plaatselijke Delhaize lopen en zoveel sneuk meepakken als we willen – alle kom, gooi er maar in, ’t is vakantie voor iets -, wandelen over de dijk, luisteren naar de fransozen boven ons die elke dag heel luid ambras maakten van 13.00 tot 14.30, kortom alles wat vakantie hoort te zijn.
Vanuit ons appartement konden we de zee goed zien en Kas startte elke dag met voor het raam zitten, naar meeuwen wijzen en ‘die! die! die!’ zeggen.
Toen we arriveerden was de zee echt heel erg kort bij de dijk en de andere dagen deed ze nog wel van eb en vloed, maar niet meer in die mate. Omdat we allebei niet goed meer wisten hoe dat tij precies werkte, heb ik het even opgezocht. Ik begreep meteen weer waarom fysica altijd mijn buisvak is geweest. Ik heb begrepen dat het te maken heeft met de zwaartekracht en met de maan en dat het waarschijnlijk springtij was toen we aankwamen en dat zal het zowat zijn. Gelukkig duurt het nog even vooraleer Kasper mij vragen over de zwaartekracht kan stellen. Ik denk dat ik hem anders moet doorverwijzen naar Google. De dt-regels die zal ik hem zelf wel uitleggen.

Processed with VSCO with f2 preset

Wat is dat toch een gerief, die Google. Beeld u maar eens in dat ik met mijn Encarta CD-rom had moeten te weten komen wanneer kebab Erdal open is die ene keer dat ik écht geen goesting had om te koken. Ik had lang op mijn honger gezeten, dat kan ik u verzekeren.

Dingen die ik onlangs googlede

In het vriendenboek dat ik kreeg voor mijn verjaardag moeten mijn vriendjes invullen wat het laatste was wat ze googlede. Dat heeft vaak al grappige antwoorden opgeleverd en het geeft ook een goed beeld van waar ze mee bezig zijn of van wat ze zich hebben afgevraagd. Daarom mijn eerste rubriekje: dingen die ik onlangs googlede. Hoera!

1.De vervoeging van het werkwoord googlen.

Ik googlede het zonet nog omdat ik zeker wou zijn dat ik het correcte spelde. Blijkt er toch wat verwarring over te bestaan. Enkele taalpuristen raden aan om gewoon te schrijven ‘opgezocht op het internet’, maar dat bekt natuurlijk niet zo lekker. Gelukkig kon ik terecht bij Onze Taal, mijn baken van licht in tijden van talige onzekerheid. En alzo werd de titel van dit blogstukje correct geschreven.

2. Godfried Bomans

Het voorlaatste wat ik ‘opzocht op het internet’ was informatie over Godfried Bomans. Op school heb ik samen met enkele studenten van het derde jaar een leesgroepje. We komen samen tijdens de middagpauze en ik lees een tekst of een verhaal voor en dan praten we daar wat over. Laagdrempelig, plezant en fijn om studenten een extra uitdaging te bieden en te horen wat zij zelf graag lezen. Voor onze volgende bijeenkomst heb ik een kortverhaal van Godfried Bomans uitgekozen en ik besefte dat ik betrekkelijk weinig over hem weet. Een korte opzoekronde leerde mij het volgende:

– Hij is een Nederlander en hij leefde tussen 1913 en 1971.

– Hij was een groot kenner van Charles Dickens en hij vertaalde ook het werk van Dickens.
Dat vind ik eigenlijk best wel maf, want ik ben een grote Dickensliefhebber. Ik lees zijn boeken wel altijd in het Engels dus vandaar ben ik Godfried nooit tegen gekomen. Maar ik moet zeggen dat hij plots al een pak interessanter voor me werd.

-Hij is getrouwd op mijn verjaardag. Totaal irrelevant, maar als ik ergens 17 augustus zie staan, dan let ik altijd even extra op.

-Zijn bekendste werk is ‘Erik of het klein insectenboek’. Ik heb het nooit gelezen, maar de titel kwam me bekend voor. Hugo Brems zal daar dus eens iets over verteld hebben tijdens een van zijn colleges waar ik toevallig was.

– Godfried speelde Sinterklaas in Nederland! Hij was zo’n beetje de Jan Decleir van het Noorden. Ongetwijfeld is dit het enige wat ik nog lang zal onthouden.

 


Bron: Wikipedia

 

– Hij lijkt nogal op de schele versie van Jos Bosmans.

3. Verdeling letters letterkoekjes

Dit was mijn exacte zoekterm. Ik wilde voor Kasper namelijk een zinnetje vormen met letterkoekjes, maar na meer dan 10 zakjes open gedaan te hebben had ik nog altijd maar 1 ‘j’ en géén ‘v’ terwijl er intussen toch al meer dan 15 ‘a’s op het tapijt lagen. Ik stelde mij daar serieus vragen over dus belde ik even naar dokter Google. Maar dit keer kon het alwetend orakel mij niet verder helpen. Ik kwam enkel op websites terecht die uitlegden hoeveel calorieën er in zo’n koekjes zitten. Ook de zoekterm ‘spreiding letters letterkoekjes’ leverde mij niet de gewenste uitkomst. Ik las wel iets over het belang van tussendoortjes en iets over gezond opvoeden. Als iemand mij dus kan zeggen hoe het komt dat sommige letters superweinig voorkomen en anderen veels te veel in één zakje zitten, laat het mij dan alstublieft weten. Sinterklaas vond het uitermate frustrerend om tussen 100’den letterkoekjes op zoek te gaan naar de broodnodige ‘j’. Uiteindelijk heeft die goedheilig man moeten improviseren en stukjes van koekjes moeten afbijten om een ‘j’ te bekomen.

Processed with VSCO with g3 preset

Voor diegenen die zich ernstig zorgen maken over de manier waarop ik mijn kind behandel inzake Sinterklaas: geen reden tot paniek. Alvorens het kind ’s morgens zijn speelgoed mocht bewonderen, werden de lettertjes gewoon door elkaar gedaan. Hij kan nog niet lezen, MAAR GE WEET MAAR NOOIT.

Processed with VSCO with g3 preset

Het interesseerde hem trouwens geen flikker en hij ging onmiddellijk op zoek naar de auto’s die hij al maanden heeft en begon vrolijk daar mee te spelen. Sinterklaas noteerde dat meteen in zijn grote rode boek.

4. Pita halloumi dagelijkse kost

Ik zag met een half dat de Jerre dit aan het klaarmaken was een tijdje geleden en besloot het achteraf zelf ook eens te testen. Was een mega-winner en sindsdien staat het hier om de twee weken wel eens op het menu. Ik google dan toch nog altijd even het recept, gewoon om zeker te zijn. Zeker eens maken, ook de niet-vegetariërs onder u gaan dit lekker vinden. Zeg dat ik het gezegd heb.

 

Mocht u dus soms denken: ‘Amai, die weet zo veel’, besef dan dat ik het mogelijk net ervoor nog heb liggen googlen.