December Reflections II

Tot hiertoe heeft die December Reflections Challenge er in ieder geval voor gezorgd dat ik door al mijn foto’s ga en tegen Wout zeg: hier! kijk! weet je nog?! en vooral veel ‘zijn die ooit zo klein geweest?! Wanneer was dat? En waar ging al die tijd naartoe?’

4. Circles

Deze vond ik een moeilijke. Ik let duidelijk meer op kleur dan op vormen. Maar plots – na het afruimen van de tafel – viel mijn oog op onze nieuwe onderleggers. Die zijn heel duurzaam en mooi en gemakkelijk proper te houden en het zijn de duurste onderleggers die ik ooit in mijn leven zal kopen.

FullSizeRender (7)

5. Best book of 2017

Dat is ongetwijfeld ‘Lampje’. Lampje is een boek over een heel dapper meisje dat licht brengt in het leven van heel veel mensen. Het is een boek voor kinderen vanaf 9 jaar maar ik testte het in onze leesclub en iedereen vond het goed en ik zweer u dat er daar niemand 9 jaar is. We waren het er allemaal over eens dat het boek boordevol mooie zinnen stond, dat de schrijfster heel beeldend kan schrijven en dat het boek ons met een warm gevoel achterliet. Het is een verhaal over de zee. Over het Zwarte Huis van de Admiraal waar een monster zou wonen. Over Lampje die elke avond het licht in de vuurtoren aansteekt behalve die éne keer. Maar bovenal is het een verhaal over dapper zijn en over meer kunnen dan je ooit gedacht had.

Ik las het boek opnieuw voor de leesclub en dat was hoegenaamd geen opgave. De eerste keer dat ik het las was in de eerste dagen van augustus toen ik alweer wat langer zwanger was dan gepland. Ik las de eerste helft terwijl ik over mijn dikke buik wreef en allemaal liefdevolle dingen dacht (en ook wel eens: alle man, waar zit ge jong?). Ik was halfweg het boek toen Elias geboren werd en de tweede helft las ik met een mini-Eli op mijn armen en een buik die leeg was maar er nog een beetje vol uitzag.
Lampje zal voor mij altijd samenhangen met die periode en dat maakt het boek voor mij nog magischer.

 

6. I was challenged by…

Motherhood – for sure. Moeder zijn, dat voelt voor mij zo’n beetje als topsport. Je kan nooit echt gaan zitten. Wanneer ze even allebei slapen of bezig zijn met het wc-papier in hele kleine stukjes te scheuren, dan ben ik in die tijd zo snel mogelijk was aan het plooien, aan het afwassen of rekeningen aan het betalen. Het is elke dag een uitdaging en de ene dag ga ik ze al beter aan dan de andere. Ik probeer lief te zijn voor mezelf. Wat maanden geleden nog als onmogelijk aanvoelde, doe ik nu elke dag alsof het routine is. Dat zeg ik mezelf dus ook maar op momenten dat ik weer nieuwe bergen te beklimmen heb en dat me zo verlamt dat ik het gevoel heb alsof ik eigenlijk helemaal niks echt goed kan – en dat helpt.

Verder probeer ik ook op mentaal vlak wat uitgedaagd te blijven. Dus volg ik enkele mensen online die mij inspireren en mij aan het denken zetten. Ik luister naar Podcasts over relaties en situaties die ik niet (her)ken (bv. Where should we begin met Esther Perel) maar die me oefenen om mij te verplaatsen in anderen. In dit geval: Esther Perel is een relatietherapeute en in elke aflevering heeft ze een ander koppel met een andere problematiek bij haar in de spreekkamer. Boeiend en heftig. Ik blijf verder ook nog lezen zoveel ik kan. Op die manier probeer ik ervoor te zorgen dat mijn hersenen geen platte pudding worden van de hele dag met een peuter te converseren over waarom hij zijn pantoffels niet door de lucht mag gooien.

IMG_3579

Geen enkele van deze boterhammen was de boterham die hij wilde. Er mocht ook niks op, naast of tegen liggen.

7. Favourite photo of 2017

Er komen er veel in aanmerking. Ik zei het al: 2017 was een goed jaar. Ik heb me ook wel slecht gevoeld (heel die zwangerschapshormonenwinkel, dat is het toch niet altijd voor mij) maar over het algemeen was het zeker en vast een goed jaar. Ik kon dus kiezen uit heel veel foto’s van toffe momenten: Kasper die leerde stappen/lopen/fietsen/praten, onze vakantie aan zee in de paasvakantie, het huwelijk van mijn broer en mijn schoonzus, het optreden van Guns ‘N Roses, foto’s met ons gezin dat nu twéé lawaaimakers telt, … De challenge deed zijn werk terwijl ik door de foto’s bladerde: ik reflecteerde en besefte dat het goed geweest was. Maar ik koos uiteindelijk voor de foto die mijn schoonzus maakte toen Elias één dagje oud was. Die foto straalt zoveel liefde uit van iedereen naar iedereen en als ik hem zie dan voel ik mij de rijkste mens ter wereld terwijl mijn bankrekening toch duidelijk maakt dat ik dat hoegenaamd niet ben.

IMG_0183

Advertenties

Het lezen II

De voorbije weken las ik weer aardig wat boeken. Een kort overzicht met per boek enkele dingen die bleven hangen.

  1. Diana – her true story in her own words / Andrew Morton    **

31 augustus 2017 was het precies 20 jaar geleden dat Diana Spencer – Lady Di gelijk we hier in Limburg zeggen – het leven liet bij een verkeersongeval in een tunnel in Parijs. Dat liet op mij als kind – ik was toen 9 jaar – een grote indruk na. Ik keek op naar prinses Diana. Niet omwille van al haar vrijwilligerswerk of haar houding die zo anders was dan de rest van het Britse koningshuis. Daar had ik toen allemaal geen benul van. Ik vond dat ze mooie jurken droeg op de foto’s die ik zag in de kranten en dat was al voldoende. Dit boek is de ‘nieuwe’ versie. Die bevat – naast het oorspronkelijk boek – ook de transcripties van de gesprekken die Morton met Diana voerde.

51EWeYiFG8L._SY344_BO1,204,203,200_

Ik heb enigszins met het boek geworsteld. Ik wist niet of ik nu best haar letterlijke bewoording las of het verhaal zoals Morton het neerschreef. Ik had geen zin om twee keer hetzelfde te lezen maar ik was ook bang nuances te missen. Uiteindelijk heb ik het boek van Morton gelezen en fragmenten uit de gesprekken met Diana zelf. Ik gaf het boek twee sterren op Goodreads. Als Diana me niet al zo lang had gefascineerd had ik er waarschijnlijk nooit iets over gelezen, maar mijn nieuwsgierigheid was sterker. Het was niet zozeer dat het verhaal niet boeide of dat de schrijfstijl slecht was. Het boek was gewoon soms te lang – te gedetailleerd voor mij. Morton schrijft wel aangenaam en zijn reflectie achteraf vond ik waardevol.

Dit bleef hangen:

It is a point to remember that of all the ironies about Diana, perhaps the greatest was this – a girl given the name of the ancient goddess of hunting was, in the end, the most hunted person of the modern age.

2. Gloed / Sandor Marai ****

Dit boek verscheen voor het eerst in 1942, maar het boek werd pas vele jaren later internationaal ontdekt. Het gaat over Henrik en Konrad – twee oude vrienden die elkaar na 41 jaar opnieuw zien. Jarenlang waren ze onafscheidelijk, tot Konrad plotseling verdween – niet lang na het huwelijk van Henrik en zijn mooi Krisztina. Eén avond en één nacht duurt de ontmoeting van de twee oude vrienden. Hun laatste gesprek is een wreed duel zonder wapens. Met meedogenloze openhartigheid praten ze over passie en vriendschap, over waarheid en leugens. Wat is er 41 jaar geleden gebeurd?

IMG_3344

Ik vond dit boek heel indrukwekkend. Het is geen dik boek (155 pagina’s) en toch las ik het traag. Niet alleen zijn de zinnen die erin staan geweldig mooi, ze zijn vaak ook erg geladen. Heel regelmatig zat ik dan ook de echte pareltjes in mijn schriftje over te pennen. De schrijfstijl werkt vertragend omdat het boek zo’n korte tijd beslaat en over die korte tijd toch heel wat geschreven wordt. Ik vond het prachtig en wreed tegelijk.

Dit bleef hangen:

“Op de belangrijkste vragen geeft de mens uiteindelijk met zijn hele leven antwoord. Het maakt niet uit wat hij tussendoor zegt, welke woorden en argumenten hij aanvoert om zich te verdedigen. Aan het eind, als alles voorbij is, geeft hij met de feiten van zijn leven antwoord op de vragen die de wereld zo hardnekkig aan hem blijft stellen. Die vragen luiden: Wie ben jij? Wat wilde je echt? Waartoe was je werkelijk in staat? Waaraan was je trouw en ontrouw? Waarvoor of voor wie was je moedig genoeg of te laf?

3. Mijn baby lacht…nu ik nog! / Lieve van Weddingen ****

Je bent net bevallen, wordt bedolven onder de felicitaties en aangespoord om te genieten van ‘de mooiste periode van je leven’. Maar jij voelt het zo niet.
Dat is de insteek van dit non-fictie boek van Lieve van Weddingen. Ik schreef zelf al over haar (hier) naar aanleiding van de lezing die ik van haar bijwoonde. Nu las ik haar eerste boek – ze heeft er intussen al een tweede uit.
Ik hoorde/las haar voor het eerst toen ik een artikel over ‘moederrouw’ tegenkwam op het wereldwijde web toen Kasper zo’n acht weken oud was. Toen ik het helemaal gelezen had, ging er ergens in een badkamer in Halen een lichtje branden. Ik was niet gestoord! Ik was niet ondankbaar! Het bleek ok om naast alles wat je ‘krijgt’ als je een kindje hebt, toch ook wat verdrietig te zijn over alles wat je ‘afgeeft’. Wat een bevrijdende gedachte.

IMG_3560

Dit bleef hangen:

  • De verschillende type moeders die er zijn (de gestructureerde moeder, de natuurlijke moeder, de intellectuele moeder, de zorgende moeder, de ontspannen moeder, de zelfstandige moeder en de moeder die alles onder controle heeft). En hoe ze bij elke omschrijving noteert: “Ze houden erg veel van hun kinderen, net zoals alle moeders en hebben een eerder XX stijl van moederen. De ‘XX’ werd dan voor elk type moeder gespecifieerd.
  • De tien geboden die ze formuleert voor alle (nieuwe) mama’s:
    Bovenal durf te kiezen
    Wees wijs en pak je biezen
    Maak werk van een geboorteplan
    Rouwen helpt, dus neem ’t ervan
    Wees je bewust van je verhaal
    En geef aandacht aan emoties, aan allemaal
    Doe het zelf maar niet alleen
    Zoek een maatje, twee of één
    Maak tijd voor je grootste schat
    En denk eraan: elke moeder doet ook maar wat.

    HOE GENIAAL IS DAT

4. Vos / Leon Verdonschot   ***

Veel omschrijving zal dit boek niet nodig hebben zeker? Het is een non-fictie boek over het leven van Luc De Vos de frontman van Gorki en van Gorky. Ik wilde het al lang eens lezen. Ik ben zelf niet zo’n megafan van Gorki en ik krijg echt al zenuwen als ik denk aan het aantal keer dat ik ‘Mia’ weer zal horen in de komende eindejaarsperiode. Maar de figuur Luc De Vos sprak me aan en enkele nummers van hem kunnen me wel bekoren – in de juiste hoeveelheid, that is.

IMG_3785

Ik gaf het boek drie sterren op Goodreads omdat het goed geschreven is en alles in juiste proporties. Geen te lange stukken over banale details maar een fijn overzicht van de man z’n carrière en z’n leven met respect voor de mens waar het over gaat.

Dit bleef hangen:

  • Dat Steven van Havere (die later de drummer was van Arid – de band van mijn neef) niet zo’n fan was van het Afrikaanse eten. Bij het landen in Senegal vroeg hij meteen waar de McDonald’s was.
  • Dat Luc De Vos echt héél lang bij z’n moeke is blijven wonen.
  • De hele historie rond hoe Gorky uiteindelijk Gorki werd.
  • Dat hij jarenlang thuis voor zijn zoontje Bruno zorgde terwijl zijn vrouw ging werken. Dat past geweldig goed bij het beeld dat ik van hem had.

Ik las verder nog het wonderschone ‘Lampje’, maar daar schrijf ik apart nog eens over.

Aan alle lezers die graag lezen: hopelijk hadden jullie er wat aan.
Aan alle lezers die niét graag lezen: deze 15 minuten van je leven zie je nooit meer terug!

 

 

 

 

Zin – geven

Iets meer dan 5 jaar geleden kocht ik in mijn favoriete boekhandel in Antwerpen (’t Stad Leest) een “One line a day”-boekje. Elke avond schreef ik er trouw een zin of twee in. Ik vond het leerrijk om mezelf te zien evolueren op vijf jaar tijd. En soms moest ik lachen om kleine toevalligheden (zo ging ik drie jaar op rij per toeval op dezelfde dag naar de bioscoop). Intussen is mijn “One line a day”-boekje nogal uit de hand gelopen.

IMG_3374

Dat zit zo.

Al heel mijn leven ben ik een schrijfmieke. Ik was zo’n kind dat glitterpennetjes het einde vond. Ik deed mijn zakgeld op aan mooie schriftjes. Ik kon urenlang mijn gedachten en gevoelens op papier uitschrijven. Ik had een boek dat heen en weer ging tussen mij en mijn beste vriendin waarin we om beurten ’s avonds nog naar elkaar schreven. Dat was nadat we elkaar ook nog hadden gebeld en op MSN hadden gesproken. (Nu sms’en we en dat gaat sneller maar verder is er weinig veranderd).
Al zolang ik me kan herinneren is schrijven therapie geweest voor mij. Het doet me deugd mijn gedachten neer te pennen en achteraf is het vaak verhelderend om te lezen hoe ik de zaken al snel goed doorhad en het dan nog een hele tijd duurde vooraleer ik ernaar kon handelen. Dat schrijven leert me veel over mezelf. En dat is één van de redenen waarom ik het doe.

De andere reden is: omdat het blijft. Toen mijn vader zo plots stierf, ging ik op zoek naar alles wat ik nog maar over hem kon vinden. Elk papiertje speurde ik af naar mogelijk zinvolle raad of mooie woorden die ik kon inprenten. Ik vond niks. Mijn vader had zich niet bezig gehouden met dingen op papier zetten voor ‘mocht ie ooit’ want hij had vermoedelijk niet al te veel stilgestaan bij die ‘ooit’. Vanuit die ervaring wilde ik het anders doen voor mijn kinderen.
Dat schrijven werkt dus therapeutisch voor mezelf en als er ooit – ik houd al het hout vast dat hier in de buurt ligt – iets mocht gebeuren, dan heb ik schriften vol geschreven en dan kunnen ze zelf lezen wie en hoe hun moeder was.

Naast een schrijfmie ben ik ook nogal een structuurmie. Dat schrijven gebeurt dus niet zomaar – er is een schriftje voor alles. Kijk maar.

FullSizeRender

Deze twee kreeg ik van mijn collega die zelf ook trouw boekjes bijhoudt voor haar kindjes. Elke dag schrijf ik een zinnetje – over hoe hun dag was, over wat ze plots kunnen, over dat hij nu graag bananen eet, over dat hij zo vrolijk lacht naar iedereen die boven zijn wieg verschijnt, over dat ze me het bloed onder mijn nagels uithalen, over hoe vermoeiend het is om te discussiëren met een peuter en heel vaak gewoon over hoe graag ik hen zie, hoe fier ik ben en hoe dankbaar om hun mama te mogen zijn.

IMG_3375

Deze twee zijn dan weer over en voor mezelf. Het rechtse boekje bewijst dat mensen hetzelfde blijven én dat ze kunnen veranderen. Op de vraag of ik plan of liever wat in het wilde weg doe antwoord ik al vijf jaar hetzelfde. Bij de vraag wat ik graag bekijk op televisie somde ik vijf jaar geleden nog heel wat programma’s op en schreef ik onlangs nog: “ik vind televisie kijken tijdverspilling”. Het linkse boekje is een verderzetting op dat boekje waar het allemaal mee begon: een klein overzicht van waar ik elke dag mee bezig ben. Soms zijn het kleine dingen (we gingen wandelen en aten rodekool), soms zijn het heftigere dingen (we hadden kletterende ambras en ik weet het even niet meer). Het zijn allemaal dingen die bij mijn leven horen en – ik zei het eerder al – me laten reflecteren op wie ik ben en wat ik doe.

 

Ik ben ervan overtuigd dat je heel veel dingen in het leven niét in de hand hebt. Wat je wel in de hand hebt, is de manier waarop je omgaat met wat er op je pad komt. Ik ben zelf nogal een piekeraar en het trauma dat ik als zeventienjarige opliep toen papa stierf versterkte dat alleen maar. Ik werd toen iemand die voortdurend haar paraplu open hield – voor de regen die nog komen moest – en zo miste ik vaak de zon. Daar wilde ik wat aan doen. Ik kocht dus nog maar eens een schriftje want een schriftje kopen helpt altijd. Op de rechterpagina schrijf ik elke dag iets op waar ik dankbaar om ben – links komen dingen die eruit springen (iets wat een collega zei/een lief berichtje/goed (wereld)nieuws/iets waar ik keihard om moest lachen – op topdagen schrijf ik daar één ding waarmee ik alles kan afvinken. Dat gebeurt wel eens wanneer Ruth mij geen voicemailberichten inspreekt).
Die dingen waar ik dankbaar om ben zijn soms hele kleine dingen (parkeerplaats op het werk! Een dutje met Elias!) en soms hele grote (in bad zitten met Kas, dat kleine ruggetje zien en diep diep ontroerd zijn). Het is misschien maar een schriftje, maar het heeft mijn manier van denken echt veranderd. Zelfs op heel lastige dagen probeer ik altijd wel in iets het positieve te zien. En het werkt écht.

 

Het laatste boekje is een uitbreiding op mijn “one line a day”. In dit schriftje plak ik interviews, artikels, quotes, tekeningen, … die me inspireren of die me op de één of andere manier raakten. Ik geef ook elke dag een kleurtje (groen voor héél goed – geel voor gewoon en rood voor slecht). En zo merk ik dat ik heel vaak geel kleur en dat dat ok is. Gewoon is voor mij echt meer dan genoeg. Die kleurtjes dwingen me ook om in te grijpen. Te veel rood na elkaar: dan moet er iets gebeuren. Bij te weinig groen ook.
Sinds mijn zwangerschapsverlof probeer ik hier ook telkens wat meer te schrijven van hoe ik me voel op momenten dat ik daar nood aan heb. De langere teksten, die ik vroeger dus in mijn dagboek pende, die komen nu hier in.

Het is vaak een heel werk om al die boekjes bij te houden maar voorlopig lukt het. Soms zijn er dagen dat het echt voelt als werk (Oh neen die stomme boekjes nog) en dan schrijf ik snel en kort. Maar net zo goed is het net dat neerschrijven dat ervoor zorgt dat de mist in mijn hoofd opklaart of dat ik inzie hoeveel ik heb om blij om te zijn.  Mijn dankbaarheidsschriftje en mijn eigen ‘dagboek’ zijn bijna vol en dan ga ik die twee samen laten vloeien met mijn BOB (een fusie zeg maar) waar ik eerder al over schreef. Dan wordt het één dikker schrift met een allegaartje van schrijfsels. Ik weet nog niet zeker of de structuurmie in mezelf daar helemaal zot van gaat worden, maar ik ga ze toch eens even negeren denk ik.

 

En zo komt het dus dat ik als een gek dingen opschrijf, noteer, neerpen en uitschrijf. Voor mezelf – om van mijn hoofd geen gevang te maken. En voor hen – zodat ze me vinden wanneer ik er zelf niet meer zou zijn en zodat ze zwart op wit zouden zien staan dat ik ze onwaarschijnlijk graag zie. En dat ze een bananenfase hebben gehad.

 

Me-time: tips!

Het ontbreekt me er vaak aan, maar soms dan zeg ik dat ik boven iets ga opruimen en dan ga ik mij eigenlijk verschuilen in de badkamer voor wat me-time. Té lang mag dat natuurlijk niet duren want dan hebben ze me zo in de smiezen. Maar zo ongeveer één keer per dag moet er boven toch dringend iets op zijn plaats gelegd worden. Op die manier verzamelde ik enkele leuke me-time tussendoortjes die ik graag met u deel.

“Ik ken iemand die”-podcasts

Ik hoorde er zelf over bij de fijnste mens die ik via het wereldwijde web leerde kennen. “Ik ken iemand die” is een reeks podcasts voor en door ouders. Elke aflevering wordt er een ander onderwerp aangehaald en daarover interviewt Nynke De Jong enkele experts. Daarnaast is er ook altijd ruimte voor ‘ik ken iemand die’-verhalen. Ik beluisterde de eerste twee afleveringen over ‘slapen’ en ‘eten’ (in stukjes natuurlijk omdat mijn schuilplaats niet vrij te geven) en ik lachte me bij momenten een breuk. Niet alleen is het vaak heel erg herkenbaar (kinderen die geen ‘dingetjes’ in hun eten willen hebben), maar omdat de podcast wordt gemaakt door Nederlanders is ook het taalgebruik zo verfrissend. Ik vind het héérlijk om naar Nederlanders te luisteren omdat die zoveel onbevangener zijn dan Vlamingen en omdat hun taal zo sprekend is. Ze hebben het over ‘versgebakken ouders’ en ‘spillebeentjes’ en ‘optiefen’ en ik wil het soms nog eens horen alleen al voor de taal.
Een zin die me de pauzeknop deed induwen: “Je zoekt als jonge ouder dingen om je mee op de borst te kloppen omdat alles onzeker en moeilijk is”. Ze hadden het over vers koken in plaats van potjesmaaltijden. En ik vond het zo waar dat ik het daarna ook nog eens in mijn boekje opschreef.
Je vindt de podcast hier of als je een Iphone hebt, kan je hem ook gewoon zoeken bij de ‘Podcast’-app.

Brief aan Cooper en de wereld

Dit boekje schreef Dalilla Hermans om haar zoon enkele levenslessen rond discriminatie uit te leggen die ze zelf helaas leerde in de praktijk. Het is haar eigen levensverhaal met een scherp maatschappijkritisch randje. Ze koppelt haar eigen ervaringen aan enkele typische uitspraken rond racisme (genre: ‘Ga terug naar uw land!’ en ‘Ge moet u daarover zetten’) en licht die ervaringen dan nog extra toe. Omdat het boek toegankelijk geschreven is en omdat elk hoofdstuk een ‘afgerond’ geheel is, leest het zo vlot weg. Het boek zelf is dus enigszins luchtig geschreven – de materie is dat allerminst. Het boek zette me aan het denken en ik besprak het regelmatig met Wout.
Dalilla ken je overigens van Charlie Magazine én als straffe kandidaat in De Slimste Mens ter Wereld. Ze verloor van Bill Barberis, maar ze komt sowieso terug in de finaleweek en ik hoop echt dat ze wint.

IMG_3345

Internettip

Ik las onlangs in The New York Times dit artikel over 13 vragen die je elkaar zeker moet stellen voor je trouwt. Wij zijn al enkele jaren getrouwd dus voor ons is het te laat maar misschien kan ik jullie er nog mee helpen. (Ik lach er natuurlijk maar mee – veel van die vragen kwamen heel natuurlijk aan bod in de jaren voor we elkaar de handboeien aandeden). Vraag 11 (Do you know all the ways to say ‘I love you’?) vond ik een leuke. In mijn eerdere relaties dacht ik dat er maar één manier was om liefde te tonen en dat was de mijne. Op die manier heb ik misschien wel liefdesverklaringen gemist of niet naar waarde geschat. Intussen ben ik ouder en toch al iets wijzer en weet ik dat iedereen zijn liefde op een andere manier betuigt. Ik had al een idee hoe mijn manier eruit zag en deze test bevestigde dat. Je kan er ook een test doen over wat je liefdestaal naar je kinderen is, maar mijn kinderen zijn nog te klein om dat te bepalen blijkbaar. Ik geloof dat hij die oudste van mij het voorlopig afmeet aan hoeveel keer ik hem rozijnen toestop aan tafel.

Weldra ontsnap ik weer eens naar de badkamer om mezelf wat zuurstof te geven. En mocht ik daar op iets stuiten wat het delen waard is, dan verneemt u dat binnenkort alhier! At your service!

Gelezen: My life with Bob / Flawed Heroine keeps Book of Books, Plot Ensues

Naar aanleiding van mijn goede voornemen waar ik eerder al over schreef, ziehier mijn eerste boekverslag sinds een jaar!

Ik las dit boek al in juli en ik ben er nog steeds erg over te spreken. De schrijfster – Pamela Paul – is editor bij The New York Times Book Review en sleept al heel haar leven BOB met zich mee. BOB is in dit geval geen man, hond of verantwoord chauffeur. Neen, BOB is haar Book of Books – het schriftje waarin Pamela elk boek noteerde dat ze de voorbije 28 jaar las. Het verhaal zelf gaat niet over alle boeken in haar schriftje, maar over wat de verschillende boeken haar vertellen over haar leven: welke boeken ze wanneer las en hoe elk van die boeken op het juiste moment in haar leven kwamen.

De titels van de hoofdstukken zijn ook titels van boeken: “Anna Karenina” bijvoorbeeld, voor het hoofdstuk over haar helden en “The Norton Anthology of English Literature” voor het hoofdstuk over de canon en verplichte literatuur. Het boek zelf is dus zeker geen droog, chronologisch overzicht van alle boeken die ze ooit verslond. Aan de hand van de boeken die ze leest, krijg je een zicht op het leven van Pamela Paul. Zo voelde ze voor het eerst intuïtief aan dat het niet zou blijven duren met één van haar grote liefdes toen ze ruzie kregen omdat hij haar uitlachte omwille van haar BOB. Net zoals ze zoveel jaren later voelde dat het wél zou lukken met die man die BOB wel met het vereiste respect wilde behandelen.

Ik gaf het boek vier sterren op Goodreads. Het las heel erg vlot en ik herkende me vaak in de dingen die ze schreef. Zo begon het al op pagina 1:

And if for some inexplicable reason, I don’t have anything to fret over, I will easily find it. Should it be resolved at 4:16 am one sleepless night, it will swiftly be replaced with something new. I am, alas, a worrier.

Nog maar net begonnen en ik moest al gniffelen om zoveel herkenbaarheid. Toen ze zichzelf beschreef als een kind dat altijd las, een kind dat uren in boeken kon verdwijnen, herkende ik mezelf opnieuw:

I did everything I could to read my way out of doing anything else.

Ik herinner me nog goed die zaterdagen waarop ik heel de voormiddag aan het lezen was op mijn kamer. Ik kwam enkel naar beneden voor het middageten en ik las daarna weer verder. Als mama me vroeg om iets te doen (een kleine boodschap of helpen alle lakens opvouwen- ver uit elkaar staan – strekken en dan in de helft) dan beloofde ik het altijd te doen wanneer mijn hoofdstuk klaar was of soms – zoals bij lakens opvouwen – vroeg ik of ik intussen mocht blijven verder lezen. Liefst van al lag ik heelder dagen te lezen – op mijn buik op mijn bed tot ik kramp kreeg van op mijn ellebogen te leunen. Of in die ene streep zon die in de winter op mijn dekbed kon vallen en dan mee opschuiven zodat ik erin kon blijven liggen. Soms kwam mama na een kwartiertje binnen om te zeggen dat ik mocht blijven verder lezen. Cadeaus waren dat. Want hoeveel te ouder ik werd, hoeveel te meer ik besefte dat er nog zoveel te lezen was. Of zoals Pamela Paul schrijft:

This is every reader’s catch 22: the more you read, the more you realize you haven’t read; the more you yearn to read more, the more you understand that you have, in fact, read nothing.

Het boek was dus van bij de start erg herkenbaar voor mij. Bovendien houd ik – net zoals zij – mijn eigen BOB bij. Ik begon in 2013 met netjes te noteren welk boek ik las, wie het schreef en in welke periode ik het boek las. Onder de titel schreef ik de zinnen die ik mooi vond, de bedenkingen die ik had tijdens het lezen of soms de korte inhoud van het boek. Maar in 2016 maakte ik een account aan op Goodreads en sindsdien houd ik via die app bij wat ik nog wil lezen en wat ik gelezen heb. Meteen nadat ik een boek heb uitgelezen, vraagt de app mij het boek te quoteren aan de hand van sterren. Dat is allemaal heel snel en simpel maar het zorgt ervoor dat ik dan vaak niet de goesting heb om het ook nog eens in mijn BOB te schrijven. Ik doe het nog wel, maar eerder in staccato: de titel, de auteur en de sterren die ik eraan gaf. Toch houd ik mijn BOB in ere want het is fijn om achteraf nog eens te bekijken wat ik wanneer las. En net zoals Pamela Paul kan ik ‘periodes’ onderscheiden in mijn leesgedrag die nauw aanleunden bij wat er toen speelde in mijn leven.

For each of us, the books we’ve chosen across a lifetime reveal not only our evolving interest and tastes, but also our momentary and insatiable desires, the questions we can’t stop asking, the failings we recognize in ourselves at the time, and the ones we can see clearly only years later.
We pass our lives according to our books – relishing and reacting against them, reliving their stories when we recall where we were when we read them and the reasons we did.

Dat zegt het zowat helemaal.

Ik vond “My life with Bob” een heel fijn boek om te lezen. Ik las het in het Engels omdat ik het liefst van al een boek lees in zijn oorspronkelijke taal. Het is niet erg dik (zo’n 250 pagina’s) en het is een bron van inspiratie. Ik noteerde bijvoorbeeld enkele titels die ik graag nog wil lezen. Ik las het boek in juli toen ik even vreesde dat ik nooit van mijn leven meer zou kunnen lezen met twee kleine kinderen. Maar intussen is het eind oktober en weet ik wel beter. Lezen is nog steeds mogelijk. Ik moet dan alleen nog wat minder slapen of nog iets sneller eten.

Mijn BOB dateert nog uit de tijd dat Hema nog niet echt heel mooie schriftjes maakte. Of uit de tijd dat ik bloemige schriftjes heel mooi vond. Beide tijden zijn gelukkig gepasseerd en dus ligt er een nieuw schoon exemplaar te popelen om volgeschreven te worden. Maar los daarvan: Never judge a book by its cover. 

Bronvermelding: My life with Bob: Flawed Heroin keeps Book of Books, Plot Ensues – Pamela Paul. 

 

Het lezen.

Nog niet zo heel lang geleden stond er in de titelomschrijving van mijn blog ook nog het woord ‘boeken’. Ik heb dat er vol schroom tussenuit gedaan. Niet omdat ik niet meer lees – integendeel! – maar vooral omdat ik er maar niet toe kwam om mijn bevindingen of recensies of notities hier ook neer te pennen. Mijn blogvoornemen is om daar wat meer aandacht aan te besteden. Bij deze alvast een korte situatieschets.

Ik ben al heel mijn leven een lezer geweest. Ik was zo’n kind dat na school speelkleren moest aandoen om mijn ‘goei kleren’ te sparen. Met die speelkleren aan ging ik dan in een hoekje van de zetel boeken lezen. Als lagereschoolkind ging ik elke zondag en elke donderdag naar de bibliotheek in Halen. Die bibliotheek bevond zich in een klein lokaal dat leeg stond in de jongensschool. Het was daar altijd pokkewarm of ijskoud. Iets ertussen bestond niet. Ik las in de winter de boeken kortbij de chauffage en in de zomer de rest van het rek. In die tijd verslond ik alle kinderboeken die er voorhanden waren. Van Eefje Donkerblauw naar Roald Dahl en via Paul Kustermans rolde ik stilaan de adolescentliteratuur in. Boete betaalde je toen nog in franken en de kassa was een sigarenkistje met een gleuf erin gesneden. Dat kistje dat open en toe klapte was doorgaans het enige geluid dat je hoorde in de bib. Dat en de stem van de bibliothecaris. De bibliothecaris telde de boeken al fluisterend (een, twee, drie, vier, vijf), maakte er een stapeltje waarmee hij altijd even op de tafel tikte en zei “Da’s vijf frank alstublieft.” Eén frank boete per boek. Daarna weer stilte.

Toen ik de bib van Halen kapot gelezen had, schoof ik door de naar de bib van Diest. Die was supergroot en de temperatuur was doorgaans kamer. Dat was aangenaam. Bovendien stonden daar computers waar ik met één vinger de titels van boeken intypte die ik in Halen niet vond en voorwaar ik zeg u: ze waren er allemaal. Jarenlang ging ik vroeger naar de muziekschool zodat ik eerst nog in de bib kon rondhangen. Ik vond het niet erg als mijn ouders wat later waren om mij op te pikken, want dan kon ik nog gauw enkele boeken meegritsen. Ik las het hele rek tegen de muur aan de computers waar in het groot ADOLESCENTEN op stond. De eerste keer dat ik er kwam vertelde ik achteraf thuis met veel trots dat ik nu adoselentenboeken las. Ik voelde mij de koning te rijk met zoveel boeken die er nog te lezen waren. Ik las Gerda Van Erkel, Bart Moeyaert, Do van Ranst, Jan Terlouw, Dirk Bracke, Aidan Chambers, nog wat Paul Kustermans en natuurlijk alle Harry Potters. Er zijn nog wat gaten te dichten – ik las bijvoorbeeld nooit Thea Beckman omdat ik die ventjes op de kaft zo gek getekend vond – maar ik kan toch zeggen dat ik het meeste gelezen heb van wat er toen (eind jaren 90-begin 2000) als jeugdliteratuur gold.

Het zal je dan ook niet verbazen dat ik met al mijn liefde voor boeken naar Leuven trok om Germaanse te studeren. Het moeten – clichégewijs – de jaren zijn waarin ik het minste las. Niet omdat ik niet graag las, maar er was plots zoveel anders wat ik graag deed (pinten drinken met mijn maten om zomaar iets te zeggen). Tel daar nog bij dat er veel “verplicht” gelezen moest worden en dat dat vaak van die klassiekers waren waar je als 18-jarige gewoon nog niet helemaal klaar voor bent. Of ik toch niet. Als ik het boek uitgelezen kreeg, dan haalde ik doorgaans niet de helft eruit wat we achteraf in de les bespraken. Ik had soms het gevoel dat ik toch niet zo goed kon lezen als ik altijd gedacht had. Gelukkig waren er ook boeken bij die ik toen al naar waarde wist te schatten en waar ik echt van genoten heb. Maar laat ons wel wezen: de helft van mijn Norton Anthologies (ik heb drie van die kloefers) zal ik nooit lezen of nooit begrijpen of allebei. Ik ben naast die verplichte literatuur ook in die jaren wel altijd blijven lezen. Het was de tijd van Connie Palmen, de tijd van Herman Brusselmans, van Willem Frederik Hermans, van Herman de Coninck en uiteraard van Harry Potter (toen al voor de 10e keer denk ik). Achteraf bekeken ben ik blij dat ik toch heel wat klassiekers las tijdens mijn studies. Nu vind ik er veel moeilijker de tijd voor. En bovendien deden sommige van die boeken echt wat klassiekers horen te doen: ze bleken onvergetelijk.

Eenmaal afgestudeerd kon ik weer zonder schuldgevoel alles lezen wat ik wou. Ik woonde in Antwerpen en ontdekte de bib aan het De Coninckplein. Mijn god wat een openbaring! In zo’n grote bibliotheek had ik nog nooit een lidkaartje gehad. Ik mocht er twintig boeken per keer uitlenen en om de twee weken sleepte ik twee zakken vol boeken op en af. Ik las Stieg Larsson en Marja Vuijsje, nog wat Connie Palmen en ook A.F. Th. Van der Heijden vond zijn weg naar mijn boekenkast. Ik las Markus Zusak en Bernard Schleck, Stefan Hertmans, Brené Brown, Robert Galbraith en wat biografiën over muzikanten die ik bewonder. Ik las zoveel dat ik soms in een boek begin en me ergens halfweg bedenk dat ik het al gelezen heb. Ik startte een leesgroepje in het stadje waar ik van afkomstig ben om samen met andere leesliefhebbers te praten over een boek dat we lazen. Ik had nog geen kinderen en ik las op de trein, na het eten, voor het slapen en op alle andere vrije momenten waarop de tv niet te hard stond.

Nu zijn er kinderen en lezen is soms moeilijker in te plannen. Maar het is zo erg een stuk van mezelf geworden dat ik niet kan om niét te lezen. Dus als er even tijd is, dan lees ik. Goodreads helpt me om een doel te stellen. Vorig jaar wilde ik er 20 lezen en ik las er 37. Dit jaar kwam er een tweede kind bij dus stelde ik mijn doel op 25. Het is oktober en ik heb intussen 31 boeken gelezen. Ook mét kinderen schijnt het mij te lukken om te blijven lezen. Niet omdat het moet, maar omdat ik het wil. Het blijkt dat televisie en series kijken een pak lager op mijn prioriteitenlijstje staan dan ik eerder al dacht. Als het er echt op aankomt, kies ik liever voor een boek.

Mijn leesclubje bestaat nog altijd. Sommige zijn er al bij van bij de start. Onderweg vertrokken er enkele leden en er kwamen er weer bij. Er zijn er die altijd komen en sommige duiken na lange tijd opeens weer op. Het is mij allemaal gelijk. Ik vind het altijd fijn om samen met hen te praten over een boek dat we lazen.

Lezen is voor mij als ademen, eten en schrijven. Ik heb het nodig om mij goed te voelen. Het verrijkt mijn leven, mijn visies, mijn taal. Leren lezen is één van de beste dingen die mij ooit overkomen is. Het is maar juist dat ook die passie van mij hier wat vaker aan bod komt.

IMG_0952

In de leefclub

Vorige week maandag kwam ik weer samen om het met mijn leesvriendinnen te hebben over een boek dat we allemaal gelezen hebben. Dit keer lazen we Het absurde idee je nooit meer te zienDe Spaanse schrijfster Rosa Montero belandt in een depressie na het overlijden van haar man. Toevallig krijgt ze in dezelfde periode het rouwdagboek dat Marie Curie schreef na het overlijden van haar man Pierre in handen. Deze vondst zet Montero aan tot het schrijven van haar eigen persoonlijke verslag van het verdriet om haar man. Toch gaat het boek zeker niet alleen over rouw. Het leven als vrouw toen en nu, een carrière als vrouw in de wetenschap, de kracht van literatuur, de relatie tussen mannen en vrouwen in het algemeen, het komt allemaal aan bod in dit boek.

9200000045904474
Bron: google

Vorige week zaten we dus weer met z’n allen rond de tafel. Bij de start van onze avond bleek al dat bijna iedereen het een goed boek vond. Ieder van ons had er wel iets in gevonden wat ons raakte tot diep in ons hart. We lazen elkaar korte stukjes voor, we haalden bepaalde fragmenten aan en we trokken de lijn door naar ons eigen leven.
Ik koos bijvoorbeeld voor dit stukje tekst:

“Laat me je vertellen over een van de mooiste momenten uit mijn leven. Als goede stoïcijnse en gereserveerde krijger vreesde Pablo dat mensen medelijden met hem zouden krijgen, en hij koos ervoor zich af te zonderen. Daardoor waren we in de tien maanden dat hij ziek was vrijwel altijd alleen. Tot Pablo in de laatste dagen buiten bewustzijn raakte. Op dat moment, toen de aanwezigheid van anderen hem niet meer kon deren, stroomden onze vrienden ons huis binnen als het water van een stuwmeer na instorting van de dam. Ze stroomden binnen, gedreven door de grote ongerustheid die ze hadden gevoeld omdat ze zo lang op afstand waren gehouden. En ze bezetten onze woning, bivakkeerden in onze huiskamer, sliepen op de banken, losten elkaar af, bereidden maaltijden, schudden met medicijnflesjes en gingen naar de markt en de apotheek. En dat deden ze allemaal om hem te verzorgen, om mij te verzorgen, om ons te omringen met hun genegenheid. En ze bleven in het huis en gingen pas weg nadat Pablo was overleden, een strijdvaardig leger van vrienden die het voor elkaar kregen dat de afschuwelijke dood ook iets onbeschrijflijk moois kreeg.” 

Toen ik klaar was met voorlezen, keek ik op en zag ik knikkende hoofden me aankijken. We zijn allemaal immers al geconfronteerd met rouw en ieder van ons herkende ook dat warme, dat zorgzame, dat volle huis en al die thermossen koffie die bij rouw horen.
Ja, zeiden we tegen elkaar, zo is het maar net. Wie wou vertelde over zijn persoonlijke ervaringen, maar net zo goed werd er vooral geluisterd. De gesprekken waren bij momenten erg intiem en vertrouwelijk, maar niemand leek het gek te vinden om zulke persoonlijke gedachten met elkaar te delen. Dat is op zich speciaal, want voor onze leesclub geboren werd kenden we elkaar amper. Kijk ons hier nu zitten, dacht ik. Het is bijna beter dan therapie. Toen ik weer thuis was voelde ik me opgeladen en geïnspireerd. Niet alleen door het boek, maar zeker en vast ook door de input van mijn leesvrienden.

Eén van hen vertelde nog al lachend dat haar zoon zich met de beste wil van de wereld niets kon voorstellen bij onze leesclub. “Maar mama”, zei hij net voor I. vertrok, “wat doén jullie daar in godsnaam?”. “Tja,” antwoordde I, “heel veel eigenlijk, maar het is moeilijk uit te leggen wat precies”. Net voor ze de auto instapte kreeg ze nog telefoon van een vriendin die haar niet goed begreep: “Waar ga jij naartoe? Naar de leefclub?!”
I. verbeterde haar al lachend: “Maar neen gij, naar de leesclub!” Daar begreep ze al niet veel meer van, maar goed.

Achteraf bekeken had haar vriendin misschien gelijk, bedacht ik me. Misschien hebben we wel eerder een leefclub dan een leesclub. Het is een plek waar we’t hebben over het leven, dat van personages maar even goed dat van ons. We vertrekken vanuit een boek, maar al gauw schuift het verhaal over ons eigen verhaal heen en wisselen we ideeën, visies en ervaringen uit. Daar samen zitten toont me iedere keer de kracht van literatuur. En het helende en verrijkende van praten met andere mensen.
Eens thuis vroeg mijn lief hoe het was. “Het was weer super in onze leefclub”, zei ik.
“In de leesclub?”, vroeg hij, met een half oog naar Extra Time kijkend.
“Neen, neen, in de leefclub”, zei ik terwijl ik mijn ogen over de planken van mijn boekenkast liet gaan – alweer op zoek naar ons volgende verhaal.

Processed with VSCO with t1 presetI
Ik als zeventienjarige tijdens één van de moeilijkste periodes in mijn leven – in een innige omhelzing met de aanvoerder van mijn strijdvaardig leger aan zorgzame vrienden.