Het evangelie volgens Kas II

Intussen ben ik weer aan het werk en dat bevalt me zeer. Het is druk en veel rushen en mijn lontje is wat korter ’s avonds maar ik ben echt heel blij om terug te zijn, om mijn collega’s en mijn studenten te zien. Ik ga dat niet onder stoelen of banken steken – ik ben graag op school (pun intended).

Kasper en Elias groeien intussen vrolijk verder. De laatste weken beginnen ze echt lol te hebben met elkaar. Ze vullen hun tijd samen voorlopig in met niet altijd erg begrijpbare spelletjes zoals daar zijnde dingen op de grond laten vallen, dingen omduwen en dingen weg gooien. Maar ze vinden het alletwee hilarisch en liggen regelmatig in een breuk met elkaar. Kasper moet maar een gek geluid maken of Elias ligt al dubbel van het lachen. Ik vind dat fantastisch. En op dagen dat het allemaal even veel wordt – zo twee nog kleine kindjes – moet ik daar maar aan denken om het allemaal iets lichter te vinden.

Kas zijn wereld groeit trouwens heel erg met hem mee en aangezien hij veel taal heeft om alles te benoemen, weet ik vrij goed wat er zich allemaal in zijn wit koppeke afspeelt. Hij is nu erg bezig met de kleuren. Hij kent ze bijna allemaal passief en héél actief kent ie blauw. Ik durf stellen dat dat voorlopig zijn lievelingskleur is. Verder is hij helemaal gek van het boek “Ik wil een leeuw” en erg bang van het boek “Dino’s bestaan niet“. Elke keer hij het boek in zijn ooghoeken ziet zegt ie mij: Niet boekje dino’s lezen mama, Kas beetje ziek worden dan.

Hij kan het nogal uitleggen, die charel. Leest u zelf maar:

  • Dit is geen koek. Hij vraagt om een koek en ik gaf hem een Granny met bosvruchten.
  • Wout is nog de auto wegzetten. Ik stak Kas in bad, meende Wout te horen en riep ‘Wou-hout’.
  • Nee, want Elias slaapt/Nee, want papa is nog werken. Dat zegt ie bij alles waar hij geen zin in heeft of als ik moet stoppen met zingen.
  • Mama, weet je wat? Elke dag honderd keer en dan volgt er helemaal NIKS. Intussen wil ik het toch echt wel graag weten.
  • Stempel oppe poes zetten! Tijdens zijn zindelijkheidstraining mocht hij altijd een stempel op een tekening zetten. Die dag wou hij eens wat anders.
  • Eentje is ‘noeg!’ terwijl hij drie paaseitjes neemt.
  • Ik vind ’t superlekkek! wanneer hij vlees, rozijnen, bonen, sandwichen, spek, eitjes, koekjes, appels, peren en paarse druiven krijgt.
  • Elias vindt het niet superlekkek. Elias gaf een beetje van zijn fles terug.
  • Ik wil oppe paadje zitte. Paardje gate leuk vinden. Ik vraag hem altijd om te kijken naar mensen hun gezicht om af te leiden of ze het ok vinden wat hij doet. Dat kwam die keer terug als een boomerang.
  • Mama, ik ben nog een kleine baby. Yeah, you are.
  • Nu is oma jajig! Elke keer nadat hij In de Gloria uit volle borst gezongen heeft.
  • Oma is superjajig! Kas stapt de bloemenwinkel van de buren binnen en deelt mee waarom wij een boeket komen kopen.

Ik moet regelmatig zo hard lachen om wat er allemaal uit zijn mondje komt. Kasper is zo’n vrolijk kindje en ik heb het gevoel dat hij echt goed in zijn velleke zit. Het is zo grappig om hem naar de keuken te sturen om aan oma de ‘vjod’ te gaan vragen en hem dan zien terug te komen met de gevraagde ‘vjod’. Ik vind het zo fijn als ie na de opvang vertelt dat hij fijn met Febe heeft gespeeld. Kas is echt één van mijn favoriete gesprekspartners – al kan ik ook wel eens zot worden van de duizendste “Mama, wat is dat eig’lijk?”. ’t Is een babbelkous, mijn oudste zoon. Iets van de appel en de boom zeker?

IMG_6482

Het andere evangelie van Kas kan je hier lezen.

Advertenties

Ouderzonden: Acedia

De laatste ouderzonde is ‘Acedia’ ofte gemakzucht, traagheid, luiheid. De vraag die erbij hoort: Hoe ga je om met de druk die van jongs af aan op kinderen (en dus ook op hun ouders) wordt gelegd? Doe je mee aan de ratrace?

Ik vind dat echt een moeilijke vraag. Er kwam niet ineens vanalles in me op. Voorlopig wordt er nog niet veel druk op mijn kinderen gelegd. Ik ben niet zo’n moeder die zit te wachten op de volgende mijlpaal en dan gaat vergelijken met andere kinderen. In die eerste weken met Kasper vond ik dat moeilijker. Ik kon toen wel echt nog uit mijn lood geslagen worden wanneer een wildvreemde in de Colruyt mij vroeg of hij nog niet in een kar kon zitten (op 5 maanden – echt gebeurd). Dan reed ik naar huis en vroeg ik me af of ik hem misschien niet genoeg stimuleerde, of ik iets verkeerd deed.

Dat is gelukkig gebeterd. Kasper heeft bijvoorbeeld nooit echt gerold op het moment dat ‘standaard’ baby’s dat doorgaans doen. Maar op 7 maanden ging hij zitten, op 9 maanden kroop hij, op 1 jaar stapte hij en op 2 jaar zingt hij alle kinderliedjes mee en praat hij mij bijna onder tafel. Ik durf er dus gewoon op vertrouwen dat het wel snor zit met mijn kinderen en dat de natuur zijn gang wel zal gaan.

Ook de doorslaapdruk voelde ik veel erger bij Kasper dan bij Elias. Ik dacht écht dat ik iets verkeerd deed omdat hij die eerste maanden niet doorsliep. Maar nu weet ik dat er veel over gelogen wordt (vermoedelijk evenveel als over seks) en dat de methodes om hen snel te laten doorslapen gewoon niet passen in mijn aanpak. Dus ik laat het los en ik aanvaard dat het eerste levensjaar er eentje is met onregelmatige slaap. Kas sliep uiteindelijk de klok rond net voor hij 1 jaar werd. Elias zal vermoedelijk iets gelijkaardigs doen. Dat is ok. Ik loop wel eens gefrustreerd rond omdat ik moe ben en alweer geen nacht doorsliep, maar dat vreet dan enkel nog meer energie dus ik probeer er niet mee bezig te zijn.

Ik probeer mijn kinderen wel een beetje af te schermen van het gejaagde weekendleven. Wij kiezen de activiteiten die we doen zorgvuldig uit en we proberen ook altijd te zorgen voor voldoende rustpunten. Hen van het ene naar het andere slepen is niet ons ding. Kas kon daar als kleine baby niet zo heel goed tegen en dat heeft denk ik zowat de toon gezet voor onze aanpak. We merken dat hij bijna altijd goed gezind is en ik wijt dat voor een stukje aan genoeg slaap en niet te veel drukte.

Voorlopig valt het hier nogal mee dus met die ‘druk’. Belangrijk is denk ik hoe jij je als ouder al dan niet onder druk laat zetten over wat ‘normaal’ is en over wat ‘hoort en niet hoort’. Sommige mensen zullen misschien met hun ogen rollen over onze aanpak, maar dat is dan maar zo. Ik ga er echt van uit dat iedereen zijn kinderen graag ziet en het beste met hen voorheeft. Hoe je dat invult, dat kies je zelf.

 

 

 

 

Ouderzonden: Ira

Intussen zitten we al aan de voorlaatste blogpost in het kader van ‘ouderzonden’. Deze week gaat het over ‘IRA’ – ’t is te zeggen over woede, toorn, gramschap. De vraag die erbij hoort: “Wanneer komt er stoom uit je oren? Wanneer word je echt boos op de kinderen en hoe ga je daar dan mee om?”

Ik moet zeggen dat ik dit tot hiertoe de moeilijkste vraag van ze allemaal vond. Want toen ik zo eens stilletjes nadacht in mijn hoofd, besefte ik dat eigenlijk helemaal niet zo vaak boos word op mijn kinderen.
Dat betekent zeker niet dat ze altijd superbraaf zijn (Elias wel, maar dat telt niet). Kasper heeft zeker zijn streken en hij kan mij bij momenten echt moeiteloos het bloed vanonder mijn nagels halen. Dat doet hij bijvoorbeeld door te zingen van ‘Inne maaaaneschijn inne maaaaneschijn *mompelt onverstaanbaar* oppe raamkozijn’ te zingen wanneer hij eigenlijk van Slaap kindje Slaap zou moeten doen. Of wanneer hij zijn eten uit zijn bord schept en het naast zijn stoel op de grond laat vallen ‘voor de poes.’ Of wanneer hij ALLE pampers uit het mandje haalt omdat hij de onderste pamper voor de pop wil gebruiken. Of toen hij enkele weken geleden plots zijn broer begon te bijten wanneer ik even uit de kamer was.

Op die momenten komt er wel eens stoom uit mijn oren. Maar dan haal ik diep adem en dan zie ik al heel gauw in dat er doorgaans een duidelijke reden achter zijn gedrag zit. Hij wil effectief eten geven aan de poes en dat beest zit hem ook aan te moedigen door rond zijn stoel te draaien. En hij wil graag voor de pop zorgen zoals mama voor hem zorgt. En in het bijtgeval: ik begreep niet waarom hij opeens Elias pijn zou willen doen. Hij is eigenlijk altijd betrekkelijk blij geweest met zijn broer en hij vindt het vooralsnog meestal ok om rekening met hem te houden (behalve speelgoed delen, da’s nog een moeilijke). Ik vertelde hem heel duidelijk dat bijten niet mocht (ik probeer de boodschap nooit persoonlijk te maken dus ik zeg: “In dit huis doen wij elkaar geen pijn!”) en hij weende onmiddellijk dus hij wist best dat hij iets verkeerd deed. Toen hij het nog eens deed en ik hem daarna ook zijn tanden op elkaar hoorde slaan terwijl hij met de auto’s speelde, viel mijn frank. Ik vroeg hem of hij tandjespijn had en hij zei van ‘ja’. De opluchting was zichtbaar op zijn gezicht. We hebben dan samen een bijtring gekozen die hij leuk vond en sindsdien komt hij altijd vragen of hij op de aap mag bijten als hij pijn heeft. “Niet Elias bijten”, zegt ie dan, “echt niet.”

Ik geloof dus nogal sterk in grenzen aangeven op een positieve manier en zeker en vast zonder te roepen. Als ik merk dat hij over die grenzen gaat, dan ga ik altijd op zoek naar het achterliggende gedrag. Wanneer hij bijvoorbeeld dingen in het rond begint te gooien, dan is dat vaak omdat hij zich verveelt en even niet ‘tot spel komt.’ Als ik dan de tijd neem om hem weer op gang te zetten, dan is hij in geen tijd weer vertrokken en dan kan hij weer verder spelen. Mocht ik ervoor kiezen om mij op zo’n moment erg boos te maken, dan weet ik dat hij op zijn beurt luid zou antwoorden en zou huilen en dan zouden we nog verder van huis zijn. Tot hiertoe werkt mijn aanpak goed en ik voel mij er zelf ook het beste bij.

Die enkele keren dat ik wél echt boos word (en die zijn er), dan is er meestal een samenloop van omstandigheden. Ik ben heel moe, de dingen lopen niet allemaal even vlot, iedereen heeft tegelijk verdriet, niemand wil slapen behalve mama, de eieren vallen kapot op de keukenvloer, ik kan even zijn zeurstemmetje niet aan en het lukt me niet om hem te vragen om het op een andere manier te zeggen. Als ik dan boos word (omdat ik reageer vanuit vermoeidheid, frustratie, ergernis), dan voelt Kasper dat onmiddellijk dat er emotie zit achter wat ik zeg. Hij voelt het feilloos aan wanneer ik niet helemaal goed in mijn vel zit en dus niet stevig in mijn ‘leider’schoenen sta. Hij merkt dat ik de situatie minder onder controle heb dan anders, hij weet dat hij me wat uit mijn lood kan slaan. Kinderen hebben daar voelsprieten voor en mijn oudste zoon heeft twee sets gekregen denk ik soms. Hij reageert dan vaak met dezelfde dingen die hij dan op mijn gezicht ziet: frustratie, verdriet, ergernis. Ik zeg hem dan: mama gaat nu even hier zitten tot ze weer kalm is en dan kom ik jou helpen. Of soms ga ik heel traag het afval sorteren en probeer ik mij te concentreren op wat ik buiten hoor (en niet op wat er in mijn hoofd rond zoemt). Achteraf verontschuldig ik mij want ik vind het belangrijk dat hij leert dat iedereen fouten maakt en dat dat mag, maar dat je verontschuldigen wel belangrijk is.
“Sorry Kasjebasje”, zeg ik. “Dikke kus op geven, mama”, zegt hij. Dan moet ik soms bleiten omdat hij het snapt en omdat hij lief en zoet is.

Afgelopen vrijdag riep hij me opeens (ik was aan het werk in de woonkamer). Aan zijn smoel kon ik zo zien dat hij gekleurd had en dat hij wist dat het niet was op de daartoe voorziene plaats (oppe blad teken mama!). Hij had op de kast van zijn keuken getekend. Ik deed van “Kasper?” (met één hand in de zij, dat spreekt). Hij zei: “Ja?” – de tactiek van krommen aas – as usual. Ik keek heel verontwaardigd naar zijn schrijfsels op de kast. “Oh!”, zei hij, alsof hij plots weer besefte waarom hij mij geroepen had, “kijk, naam mama schrijven!”. Ik zei dat ik het heel tof vond, maar dat het toch echt niet mocht op de kast. Ik vroeg hem hoe we dat nu samen zouden kunnen oplossen want ja, nu was er natuurlijk wel op de kast getekend. Zonder iets te zeggen, liep hij naar de keuken en haalde hij er een propere vod uit. “Kas pjoper maken!” zei ie. En als niet getuigt van het feit dat mijn aanpak van ‘samen problemen oplossen’ werkt, dan toont het tenminste dat hij weet waar de vodden liggen. En dat is toch ook al wat.

 

Disclaimer: voor de moeder die onzeker wordt na het lezen van dit berichtje – het is niet altijd zo. Ik verlies mijn geduld ook regelmatig. Ik denk soms ook: kan ik niet beter gewoon even luid schreeuwen zodat ie zijn bek houdt? Want eerlijk, deze aanpak vraagt erg veel. En soms gaat hij de vod niet halen als hij iets vuil maakt en dan moet ik al zijn rommel opkuisen. En soms dan roept hij tegen mij omdat hij zijn zin niet krijgt. Maar soms dan lukt het, zoals ik hierboven beschreef en dan ben ik weer helemaal overtuigd van deze aanpak. En als jij het graag anders doet, lieve andere mama, en jij bent daar gelukkig mee dan is dat allemaal net zo goed. Ik ben er zeker van dat jij het allerbeste voorhebt met je kind(eren). 

IMG_6295

 

 

 

Van 10 naar 1

Ik zag de laatste tijd bij veel bloggers deze leuke tag passeren. Ik neem hem graag over. Voor wie nog niet veel over mij weet en dat graag anders wil zien: misschien helpt dit.

 

10 dingen over mezelf

Docente – getrouwd – moeder van twee kinderen – lezer – perfectionistisch – gevoelig – zorgzaam – grote bek – gezond eten – pilates

9 dingen die ik leuk vind

Kinderen die tegelijk dutjes doen – de Focus Knack lezen – helemaal opgezogen worden in een boek – mijn leesclub – met ons vieren een leuke dag hebben – de zon – het vuurke – onnozel doen met mijn broers en schoonzussen – de slappe lach met mijn kameraden

8 dingen die ik niet leuk vind

Onderbroken slapen – mensen die zich niet kunnen verontschuldigen – tanken – ramen wassen – het gevoel niet voorbereid te zijn – achter de feiten aanhollen – mensen die ik graag zie ongelukkig zien – mijn kinderen missen

7 plekken waar ik graag ben

Bij mijn jongens – op school – voor het vuurke – in Donk (met twee huizen in’t bijzonder) – in New York – in een stoel in de zon in onze tuin met een boek – onderweg naar ergens waar ik graag zijn wil

6 manieren om mijn hart te winnen

mijn grenzen respecteren – humor hebben en met jezelf kunnen lachen – zorgzaam zijn – attent zijn – mij inspireren – van Guns ‘N Roses houden

5 plaatsen waar ik nog terug heen wil

Opnieuw: New York – ons plekje aan zee
Voor het eerst: Sint-Petersburg – verre reizen met de jongens – Zweden

254840_10150211528469259_1193026_n

Ik wandel casual door Chinatown – New York 2011 – op reis met mijn broer – very good times

4 dingen waar ik niet zonder kan

mijn geliefden – wat tijd voor mezelf – fruit en groenten – mijn stijltang (maar dat doe ik ook voor de buitenwereld, geloof mij)

3 lievelingsliedjes

Playin’ with my friends/BB King – Last Goodbye/Jeff Buckley – You make lovin’ fun/ Fleetwood Mac (3 is echt te weinig)

2 wensen

Mijn geliefden (en ikzelf) gezond, gelukkig en in de buurt – in de categorie: ‘onmogelijk’: mijn papa nog eens zien

1 laatste woord

Bye! (zie ook: Luc Steeno groet de camera aan het einde van Het Swingpaleis)

 

Ouderzonden: Gula

Intussen is het al week 5 van de blogchallenge over ouderzonden. Deze week gaat het over ‘gula’ ofwel: onmatigheid, gulzigheid, vraatzucht. De concrete vraag die erbij hoort luidt: ‘Wat kan je je kinderen nooit weigeren wanneer ze erom vragen?

Mijn zoektocht in het ouderschap is nog niet zo heel lang bezig. Kasper is 2 jaar en een klets, ik ben dus zelf nog maar 2 jaar en een klets iemand zijn mama. Dat betekent dat ik – net zoals zij – heel veel dingen voor het eerst doe. Ik weet dus niet altijd meteen welke strategie of aanpak het beste zal werken. Ik ga graag op zoek naar methodes die passen bij mijn visie op het ouderschap. Ik dacht voor ik kinderen had heel goed te weten wat mijn visie op het ouderschap was – maar blijkt dat ik nogal veel dacht heel goed te weten vooraleer ik kinderen had.

Ik denk niet dat ik ‘onmatigheid’ of ‘gulzigheid’ overbreng op de jongens. Dat komt omdat ik zelf niet erg gulzig ben. Ik ben behoorlijk gedisciplineerd. Ik kan goed van de koeken afblijven. Ik overdrijf zelden. Ik kan goed met mate leven. Ik voel mijn grenzen steeds beter aan (al blijft het moeilijk om ze ook gerespecteerd te zien). Ik geloof heel erg dat kinderen leren van wat ze jou zien doen en niet zozeer van wat ze jou horen zeggen. Ik leer mijn kinderen dus aan dat het soms genoeg is en dat dat misschien niet leuk is, maar het hoort erbij.

Onlangs mocht Kasper van mij een klein chocolade eitje eten. Ik laat hem dat altijd zelf opendoen, dat geeft mij bijna 5 minuten de tijd om intussen de tafel af te ruimen. Toen zijn eitje op was, probeerde hij uiteraard meteen om er nog een af te snoepen. Hij kreeg de gevreesde ‘nee’ en zei: “Maar mama, de chakka wéént!”. Nice try, big boy.

Maar er zijn natuurlijk dingen waar ik veel in geef – in tijd bijvoorbeeld. Ik vind het heel moeilijk om mijn kinderen tijd en aandacht te weigeren. Kasper kan bij momenten heel goed alleen spelen. En soms lukt het mij om hem ook ‘aan het werk’ te zetten wanneer ik zelf iets gedaan wil krijgen. Hij poetst graag mee (hij kapt dan eigenlijk gewoon water over de zetel en wrijft erover met een doek), hij borstelt graag (hij schept zand met de borstel en sleurt dat naar binnen), hij steekt graag de was in (hij duwt graag op de knopjes van de wasmachine) en hij wast graag mee af (hij steekt zijn armen tot aan zijn oksels in het water).

Die dag werd de mat om onduidelijke redenen maar niet proper.

Maar er zijn ook dagen waarop hij zelf niet aan het spelen geraakt. Ik kijk het altijd even aan en soms vindt hij toch lol in kussens op elkaar stapelen of in zich laten omvallen op de zetel. (Grote frustraties ook wanneer de kussen niet op elkaar blijven liggen). Als het toch niet lukt en hij komt me vragen om mee te spelen, dan ga ik bijna altijd op zijn vraag in. Dan leg ik me op mijn buik voor de Fisher Price Garage en tank ik blauwe auto’s vol. Dan eet ik lucht van houten borden met houten vorken. Dan bouw ik torens, dan kleed ik de pop aan en uit, dan kleur ik in kleurboeken en plak ik stickers.

Als ik naar boven ga om me om te kleden en hij jammert dat hij mee wil (terwijl hij perfect beneden kan blijven bij zijn vader), dan laat ik hem bijna altijd meegaan. Het zijn mij de tranen niet waard om ‘neen’ te zeggen. Hij laat me met rust boven. Hij loopt wat door de slaapkamers heen, hij doet alsof hij telefoneert met oma (‘hallo oma, alles goed? ja? dada oma!), hij probeert op ons bed te klimmen, hij doet het licht aan en uit op onze slaapkamer, hij stapelt rollen wc-papier en duwt de toren weer omver. Ik zou er een punt van kunnen maken en zeggen dat het mijn tijd even is. Als het echt een lastige dag is geweest, dan doe ik dat. Dan glip ik naar boven of zeg hem dat hij niet mee kan. Maar op andere dagen klautert hij achter me aan op de trap en dan laat ik hem. Hij is gelukkig en vrolijk en wat maakt het mij ook uit.

Hij heeft graag dat ik meespeel, hij heeft me graag in de buurt als hij alleen speelt om me even iets te tonen (“kijk, mama, toren maken!”) en hij mist me als ik weg ben (ik hem ook trouwens). Dus als er één ding is waar ik erg gul ben dan is het in tijd en aandacht geven aan mijn kinderen. “Je bent er veel mee bezig”, hoor ik wel eens. Dat klopt. En ik ben daar best trots op want “To a child, ‘Love’ is spelled: T-I-M-E.”