Ouderzonden: Avaritia

Avaritia ofte hebzucht, gierigheid.
Ik ken dat niet – gierig zijn. Ik ken dat zelfs zo weinig dat het bij momenten problematisch is. Tel daarbij op dat ik getrouwd ben met iemand die ook nog nooit van gierigheid gehoord heeft en dan zal je begrijpen dat wij vaak versteld staan van wat we opdoen of weggeven.

Ik wil nochtans best veel hebben, daar niet van. Ik wil graag een versterker en fatsoenlijke boxen zodat ik eindelijk mijn platenspeler terug kan gebruiken. Ik wil een nieuwe badkamer en een nieuwe keuken. Ik wil andere vloer in ons huis leggen. Ik wil kinderen die alleen spelen voor minstens de helft van de tijd. En kinderen die zonder smossen kunnen eten. Ik wil in mijn boek kunnen lezen zonder dat er iemand weent door de babyfoon. U ziet, een beetje hebzucht is mij niet vreemd.

De vraag voor deze week is: “Wat deel je nooit met je kind(eren)?”
Ik heb hier echt héél lang over moeten nadenken. Ik ben sinds de geboorte van Elias thuis met de kinderen en ik kan u een waslijst geven van dingen die ik wel moet delen met de kinderen:
– tijd in de badkamer (“Kas mee boven”)
– tijd in de keuken (“ikke ook mee”)
– alles wat ik in mijn mond wil steken (“mama, wat is dat?” “Dat is keihete thee die je al 20 keer geproefd hebt en elke keer vind je het vies, lieve schat” “mama, Kas ook thee drinken” *moeder rolt met ogen*)
– alles wat ik in de nabije toekomst wil doen (“mama, dooooooeee jij??”)
– alles wat ik in huis probeer rond te krijgen (“mama, Kas ook emmer wataat” (water dus) en dan vervolgens om de vijf minuten “nog wataat”)
– mijn boeken (“mama, kijk, Kas ook boekje lees”)
– de liedjes die ik wil zingen (“mama, ander liedje zingen”)
– waar ik naartoe ga (“mama, tooeeeee?” – “Kas meeeeee”)

Over het algemeen heb ik quasi constant twee kindjes aan of rond mij hangen. Dat is wel eens zwaar. Ik kan niet zeggen dat ik het erg vind wanneer Wout ’s avonds thuis komt. Elke avond verstop ik mij even op de badkamer alwaar ik voor het elektrisch vuurke ga zitten en soms 15 minuten gewoon voor mij uit zit te staren. Tegelijk weet ik ook dat het niet voor altijd zo zal zijn en dat zeg ik mezelf ook wel eens op momenten dat ik echt denk dat ik een gigantische loser ben omdat de dag helemaal niet loopt zoals ik gehoopt had.

Tel daar nog bij op dat ik het niet moeilijk vind om de voor de hand liggende dingen te delen: mijn koekjes, chocolade, appels, water, mandarijntjes, peren, zakdoeken, … Ik ga er al van uit dat hij van de meeste dingen ook een stuk wil. Ik jaag me er niet in op. Wanneer Wout vanvoor in de auto een appel eet, dan wil hij ook een stuk. Dus bijt ik stukken af, waar ik dan de schil vanaf knaag alvorens ik hem het stukje appel aanreik. Hij schijnt die afgeknaagde stukken appel liever te hebben dan die perfect gesneden stukjes die ik in een vrolijk doosje voor hem heb meegebracht. Hebzucht, gierigheid, nope, ken ik niet.

Of toch. Er is één ding waar hij met zijn kleine tengels écht vanaf moet blijven en dat is mijn pennenzak. In mijn pennenzak zitten enkel de beste pennen. Van die pennen die niet te dun zijn, maar die met een soort van lichtromige dikte over het blad dansen wanneer ik schrijf. Ze liggen niet te zwaar in de hand – je kan er niet vervelend mee klikken – de inkt veegt niet uit en drukt niet door. Het is het juiste soort blauw, het juiste soort rood en het juiste soort groen. Er zit een latje in dat ik al gebruik sinds het eerste leerjaar. De gom is niet vuil, maar schoon wit. Er zitten enkele stiftjes in, maar niet teveel; enkel de kleuren die ik vaak gebruik. De pennen lopen niet uit. Ze zijn mooi. Ze hebben een zacht stukje daar waar ik mijn vingers zet. Kortom, mijn pennenzak is de meest perfect samengestelde pennenzak van de hele wereld. Ik hou van mijn pennenzak. Mijn pennenzak is flexibel en laat zich moeiteloos in mijn rugzak rammen. Mijn pennenzak en ik, we go way back.

Ik begrijp dat dat lastig is voor kindjes van twee jaar als ze ergens niet mogen aankomen. Dus er staat thuis een hele mooie gele pot met daarin alle stiften, kleurpotloden, pennen, potloden, wasco’s en gommen die je je maar inbeelden kan. Die pot staat perfect binnen handbereik en hij mag die al-tijd gebruiken. Hij heeft dus niks te klagen en toch wil hij uiteraard altijd schrijven met dingen uit mijn pennenzak. Ik zeg hem heel kalm dat dat niet kan, lieve jongen, want mama is een beetje psycho als het op haar pennenzak aankomt. Dus, kleine man, als ik je daar nog één keer zie aankomen DAN GAAN ER KOPPEN ROLLEN.

Processed with VSCO with c1 preset

Advertenties

2 gedachtes over “Ouderzonden: Avaritia

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s