Meter

“Meter”, noemden we haar – terwijl ze enkel meter was van mijn oudste broer. “Meter en bompa” noemden we hen – ik vond het raar dat dat niet de standaard benaming was voor een grootouderset.

“Als ’t God belieft” zei ze, in één woord ‘Alstgodblieft’. Ze zei het zeker tien keer per dag. In de hoop dat het droog zou blijven. In de hoop dat we elkaar de dag nadien weer zouden zien. In de hoop dat we veilig zouden terugkeren van vakantie. In de hoop dat we allemaal nog lang en gezond zouden mogen leven.

“Dag me lieveke”, zei ze, en ze klopte op mijn poep wanneer ik haar een afscheidszoen gaf. “Niet doen!”, zei ik plots toen ik zo’n jaar of vijftien was. “Wordt ge te groot?”, vroeg ze. Maar ze bleef elke keer op mijn poep kloppen. Twee keer. “Alle, meter”, zei ik. “Och ja, just, dat mag niet meer.” Ze is er nooit mee gestopt.

“Spek met rodekool”, zei ze, wanneer ik haar vroeg wat ze zou klaarmaken. Of witte selder met gehakt. Of hutsepot met ribbekes. Of mosselen met friet. Of andijvie. Of snijbonen met bruine saus.

“Om één uur”, zei ze, wanneer ik haar nog eens aanmaande om nu eens vijf minuten te gaan zitten. Pas wanneer alles gedaan was, zette ze zich neer in de gele zetel met blauwe bloemen op. Ze klapte het voetenbankje uit en drukte de rugleuning wat achterover. Mijn grootvader in de andere zetel en ik aan tafel met ‘ne boek kaarten’. Patience spelen. Vijf keer. Zes keer. “Is’t al voorbij?”, probeerde ik. “Sssssshhht”, zei ze dan. Zeven keer. Acht keer. Nooit uitgespeeld geraakt.

“Later krijgt gij die”, zei ze, terwijl ze haar ring aandeed met de paarse steen. Ik liet hem altijd rond mijn vinger glijden wanneer ik hun slaapkamer binnenglipte. “Eerst uw mama, en dan gij. Alstgodblieft.” Ik zei haar dat ze wat te veel schmink op had gedaan op haar linkerwang. “Ja?” zei ze. Ik vaagde wat uit zodat ze toch wat meer oranje zag in plaats van lichtbruin. “Meter ziet dat niet altijd zo goed meer he”, en ze lachte haar hoog kakellachje.

Om tien uur at ze soep of een cracotte met boter. Daarna begon ze aan de middag. Het luikje van de dampkap klepperde en verraadde wat ze aan het klaarmaken was. Ik speelde buiten en probeerde te ruiken of het rodekool was of niet. Door het keukenraam keek ze naar mij. Ik zwaaide en ze wuifde terug – zoals de royalties. Enkel haar hoofd en haar schouders kwamen boven het hoge keukenraam uit. Ze had haar blauwe werkschort aan. Zo had ze er veel – die hingen achter de deur in het waskot.
Thuiskomen – dat was haar jas uit en haar schort aan.

Thuiskomen – dat is op de markt een vrouw zo’n schort zien kopen. Ik passeer haar heel kortbij en probeer te ruiken of ze rodekool gemaakt heeft.

IMG_5186

Advertenties

2 gedachtes over “Meter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s