Het lezen II

De voorbije weken las ik weer aardig wat boeken. Een kort overzicht met per boek enkele dingen die bleven hangen.

  1. Diana – her true story in her own words / Andrew Morton    **

31 augustus 2017 was het precies 20 jaar geleden dat Diana Spencer – Lady Di gelijk we hier in Limburg zeggen – het leven liet bij een verkeersongeval in een tunnel in Parijs. Dat liet op mij als kind – ik was toen 9 jaar – een grote indruk na. Ik keek op naar prinses Diana. Niet omwille van al haar vrijwilligerswerk of haar houding die zo anders was dan de rest van het Britse koningshuis. Daar had ik toen allemaal geen benul van. Ik vond dat ze mooie jurken droeg op de foto’s die ik zag in de kranten en dat was al voldoende. Dit boek is de ‘nieuwe’ versie. Die bevat – naast het oorspronkelijk boek – ook de transcripties van de gesprekken die Morton met Diana voerde.

51EWeYiFG8L._SY344_BO1,204,203,200_

Ik heb enigszins met het boek geworsteld. Ik wist niet of ik nu best haar letterlijke bewoording las of het verhaal zoals Morton het neerschreef. Ik had geen zin om twee keer hetzelfde te lezen maar ik was ook bang nuances te missen. Uiteindelijk heb ik het boek van Morton gelezen en fragmenten uit de gesprekken met Diana zelf. Ik gaf het boek twee sterren op Goodreads. Als Diana me niet al zo lang had gefascineerd had ik er waarschijnlijk nooit iets over gelezen, maar mijn nieuwsgierigheid was sterker. Het was niet zozeer dat het verhaal niet boeide of dat de schrijfstijl slecht was. Het boek was gewoon soms te lang – te gedetailleerd voor mij. Morton schrijft wel aangenaam en zijn reflectie achteraf vond ik waardevol.

Dit bleef hangen:

It is a point to remember that of all the ironies about Diana, perhaps the greatest was this – a girl given the name of the ancient goddess of hunting was, in the end, the most hunted person of the modern age.

2. Gloed / Sandor Marai ****

Dit boek verscheen voor het eerst in 1942, maar het boek werd pas vele jaren later internationaal ontdekt. Het gaat over Henrik en Konrad – twee oude vrienden die elkaar na 41 jaar opnieuw zien. Jarenlang waren ze onafscheidelijk, tot Konrad plotseling verdween – niet lang na het huwelijk van Henrik en zijn mooi Krisztina. Eén avond en één nacht duurt de ontmoeting van de twee oude vrienden. Hun laatste gesprek is een wreed duel zonder wapens. Met meedogenloze openhartigheid praten ze over passie en vriendschap, over waarheid en leugens. Wat is er 41 jaar geleden gebeurd?

IMG_3344

Ik vond dit boek heel indrukwekkend. Het is geen dik boek (155 pagina’s) en toch las ik het traag. Niet alleen zijn de zinnen die erin staan geweldig mooi, ze zijn vaak ook erg geladen. Heel regelmatig zat ik dan ook de echte pareltjes in mijn schriftje over te pennen. De schrijfstijl werkt vertragend omdat het boek zo’n korte tijd beslaat en over die korte tijd toch heel wat geschreven wordt. Ik vond het prachtig en wreed tegelijk.

Dit bleef hangen:

“Op de belangrijkste vragen geeft de mens uiteindelijk met zijn hele leven antwoord. Het maakt niet uit wat hij tussendoor zegt, welke woorden en argumenten hij aanvoert om zich te verdedigen. Aan het eind, als alles voorbij is, geeft hij met de feiten van zijn leven antwoord op de vragen die de wereld zo hardnekkig aan hem blijft stellen. Die vragen luiden: Wie ben jij? Wat wilde je echt? Waartoe was je werkelijk in staat? Waaraan was je trouw en ontrouw? Waarvoor of voor wie was je moedig genoeg of te laf?

3. Mijn baby lacht…nu ik nog! / Lieve van Weddingen ****

Je bent net bevallen, wordt bedolven onder de felicitaties en aangespoord om te genieten van ‘de mooiste periode van je leven’. Maar jij voelt het zo niet.
Dat is de insteek van dit non-fictie boek van Lieve van Weddingen. Ik schreef zelf al over haar (hier) naar aanleiding van de lezing die ik van haar bijwoonde. Nu las ik haar eerste boek – ze heeft er intussen al een tweede uit.
Ik hoorde/las haar voor het eerst toen ik een artikel over ‘moederrouw’ tegenkwam op het wereldwijde web toen Kasper zo’n acht weken oud was. Toen ik het helemaal gelezen had, ging er ergens in een badkamer in Halen een lichtje branden. Ik was niet gestoord! Ik was niet ondankbaar! Het bleek ok om naast alles wat je ‘krijgt’ als je een kindje hebt, toch ook wat verdrietig te zijn over alles wat je ‘afgeeft’. Wat een bevrijdende gedachte.

IMG_3560

Dit bleef hangen:

  • De verschillende type moeders die er zijn (de gestructureerde moeder, de natuurlijke moeder, de intellectuele moeder, de zorgende moeder, de ontspannen moeder, de zelfstandige moeder en de moeder die alles onder controle heeft). En hoe ze bij elke omschrijving noteert: “Ze houden erg veel van hun kinderen, net zoals alle moeders en hebben een eerder XX stijl van moederen. De ‘XX’ werd dan voor elk type moeder gespecifieerd.
  • De tien geboden die ze formuleert voor alle (nieuwe) mama’s:
    Bovenal durf te kiezen
    Wees wijs en pak je biezen
    Maak werk van een geboorteplan
    Rouwen helpt, dus neem ’t ervan
    Wees je bewust van je verhaal
    En geef aandacht aan emoties, aan allemaal
    Doe het zelf maar niet alleen
    Zoek een maatje, twee of één
    Maak tijd voor je grootste schat
    En denk eraan: elke moeder doet ook maar wat.

    HOE GENIAAL IS DAT

4. Vos / Leon Verdonschot   ***

Veel omschrijving zal dit boek niet nodig hebben zeker? Het is een non-fictie boek over het leven van Luc De Vos de frontman van Gorki en van Gorky. Ik wilde het al lang eens lezen. Ik ben zelf niet zo’n megafan van Gorki en ik krijg echt al zenuwen als ik denk aan het aantal keer dat ik ‘Mia’ weer zal horen in de komende eindejaarsperiode. Maar de figuur Luc De Vos sprak me aan en enkele nummers van hem kunnen me wel bekoren – in de juiste hoeveelheid, that is.

IMG_3785

Ik gaf het boek drie sterren op Goodreads omdat het goed geschreven is en alles in juiste proporties. Geen te lange stukken over banale details maar een fijn overzicht van de man z’n carrière en z’n leven met respect voor de mens waar het over gaat.

Dit bleef hangen:

  • Dat Steven van Havere (die later de drummer was van Arid – de band van mijn neef) niet zo’n fan was van het Afrikaanse eten. Bij het landen in Senegal vroeg hij meteen waar de McDonald’s was.
  • Dat Luc De Vos echt héél lang bij z’n moeke is blijven wonen.
  • De hele historie rond hoe Gorky uiteindelijk Gorki werd.
  • Dat hij jarenlang thuis voor zijn zoontje Bruno zorgde terwijl zijn vrouw ging werken. Dat past geweldig goed bij het beeld dat ik van hem had.

Ik las verder nog het wonderschone ‘Lampje’, maar daar schrijf ik apart nog eens over.

Aan alle lezers die graag lezen: hopelijk hadden jullie er wat aan.
Aan alle lezers die niét graag lezen: deze 15 minuten van je leven zie je nooit meer terug!

 

 

 

 

Advertenties

Cadeautje aan mezelf

Eén van mijn lievelingsrollen is die van Tante Saar. Ik werd voor het eerst tante op 11/09/09 toen Janne geboren werd. Ik was er toen zelf net 21 geworden en ik had er met hart en ziel naar uitgekeken om iemands tante te mogen zijn. Dat ik dat dan nog mocht zijn van zo’n leuk kindje – dat had ik al helemaal nooit durven dromen. Later toen haar zus erbij kwam mocht ik zelfs meter zijn en toen heb ik een tijd zo lopen stralen dat de straatverlichting voor een tijdje uit gegaan is in Halen.

Die twee miekes zijn afgelopen maanden allebei jarig geweest. De ene werd 8 en de andere werd 5. Ze hadden er allebei heel erg naar uitgekeken om het feestvarken te mogen zijn.

 

Sinds ik zelf kindjes heb, voel ik me wel eens tekort schieten als tante. Als de meisjes hier zijn, dan wil ik ze graag mijn onverdeelde aandacht geven maar dat is een pak lastiger geworden nu hier een peuter en een baby zijn die ook om mijn aandacht vragen. Vroeger kwamen Janne en Kaat regelmatig mee logeren in Antwerpen. Dat mocht al van toen ze best klein waren. Pas nu ik zelf kinderen heb, begrijp ik hoe bijzonder dat is dat ik van mijn broer en schoonzus het vertrouwen kreeg om voor hun kinderen te zorgen. Die logeerpartijtjes in Antwerpen waren altijd heel gezellig – zowel voor hen als voor ons. We gingen altijd iets doen (zwemmen of winkelen of naar de vissen kijken in Aquatopia), we maakten samen iets lekkers en er was tijd om keihard van Janne te verliezen met monopoly of ‘Wie is het?’ of om te luisteren naar alle maffe dingen die Kaat die dag weer verzonnen had.

Omdat ik het vaak ‘mis’ om hen die aandacht helemaal te kunnen geven, wilde ik – naast een cadeautje – vooral iets leuks met hen gaan doen. Als we samen naar een theatervoorstelling gaan dan merk ik altijd dat zij daar van genieten, maar ik zeker even hard. Voor hun verjaardag ging ik dus op zoek naar iets wat past bij hen – zowel qua leeftijd als qua interesses.

Voor Kaat werd het de kinderboerderij! Kaatje houdt veel van diertjes. Als ze hier thuis aankomt dan gaat ze op zoek naar de poes om dan voor 5 lichtjaren eten in haar bak te kappen. Ik wou een kinderboerderij waar ze de diertjes kon aanraken en dus niet gewoon kon zien en die vond ik in De Quina Hoeve. We gingen in de varkensstallen kijken en Kaat mocht er de varkens eten geven. Ik bleef wat aan de deur staan want het meurde er gelijk zot en ik ben ook niet zo’n held in zo van die dingen. Ik weet dat die beestjes daar niet uit kunnen, maar ik krijg zo’n onbehaaglijk gevoel in stallen die donkerder worden als je er verder in stapt. Kaat vond het helemaal de max. Zeker de stal met de varkentjes die apart zaten omdat ze wat ziekjes waren. Die waren lekker rustig, alzo sprak mijn metekind.
Ze mocht ook nog de cavia’s en de konijntjes eten geven, het paard naar de weide brengen om te grazen (het was zo’n klein ding dus het leek alsof ze een extreem grote hond bij zich had) en de eitjes halen bij de kip. Speciaal voor Kaat was er een kip die live een ei aan het leggen was. Toen ze met haar gekakel aangaf dat ze er klaar mee was, gritste Kaat het ei onder de kip uit en zei luid: RECHT UIT HAAR GAT TANTE SAAR RUIK EENS DIE KIP KAKT EIEREN.

 

Daarna mocht ze nog spelen in het hooi, meerijden met de tractor en zelf sturen, vers appelsap drinken en cake schransen. En toen ik achteraf vroeg wat ze nu het allerleukste vond, begon ze honderduit te vertellen over de katjes die ons over de boerderij gevolgd waren. De zon scheen de hele tijd en 1 november was nog nooit eerder zo zwierig en plezant.

 

Een dagje later was het de beurt aan Janne. Aangezien dat niet zo’n dierenfan is als haar zus, wilde ik voor haar iets anders bedenken. Janne is al wat groter en een echte scoutsmie dus er mocht wat spanning aan te pas komen. Ik kwam via het gazetteke van De Gezinsbond uit op Bilzen Mysteries. Met de Ipad in de hand kom je daar alles te weten over de geschiedenis van Alden Biesen. De licht-,klank- en beeldeffecten prikkelen je zintuigen op zo’n manier dat het verhaal echt helemaal tot leven komt. Dat de attractie doorgaat wanneer het donker is, versterkt dat alleen maar. Het verhaal stak goed in elkaar, maar af en toe moest ik haar de dingen wat makkelijker uitleggen. Het was immers een hele hoop geschiedenis die ze voorgeschoteld kreeg en regelmatig ging het over zaken waar ze nog nooit van gehoord had. Maar Janne heeft verstand voor vier dus ze trok haar plan en toetste bij mij af of ze het goed verstaan had. “KRUISTOCHTEN IS DAT DAN NAAR VER WEG”, riep ze met haar hoofdtelefoon op haar oren. “JA ZENNE”, schreeuwde ik terug. En ze keek weer verder op haar Ipad.

 

Het was een heerlijke avond vol spanning (die Jan Decleir kan nogal vertellen), gieberbuien (van de ‘nee ik ben niet bang hoor!’), klappertanden (het was frisjes) en armen om elkaar heen slaan (van de liefde). Het allertofste was het om bij Janne te zijn. “Nu is het echt meisjesavond”, zei ze toen ze de autodeur dicht trok, “Zo eens met ons twee onder elkaar, dat doet deugd” – ik zei al dat ze verstand voor vier heeft zeker? In de auto zong ze mee met hippe nummers op de radio die ik nog nooit van mijn leven gehoord had. Ze zei dat ze een geheim wist over Sinterklaas maar dat ze het niet zou verklappen omdat ik het geheim misschien nog niet wist (bless her) en ze vroeg hoe laat het was en straalde helemaal toen het al bijna 22.00 bleek te zijn. Ze mocht een zakje snoepjes nemen uit de automaat en uonderweg naar huis reikte ze me zuurtjes aan terwijl ik reed. Ons gat werd warm van de zetelverwarming en mijn hart van naar haar te luisteren. “Dat was echt cool, tante Saar”, besloot ze.

En zo gaf ik dit jaar eigenlijk een cadeautje aan mezelf voor hun verjaardag. Ik had ze allebei nog eens even echt voor mij en zij hadden mij nog eens even helemaal voor hen. Ik voel me bevoorrecht om hun tante te zijn en ik kijk ernaar uit om binnenkort nog wat leuks met hen te gaan doen. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, wordt er binnen enkele weken nog zo’n meisje geboren waar ik met heel mijn hart van mag gaan houden. Ik ben zo benieuwd hoe ze gaat zijn en wat ze leuk gaat vinden. Dat kunnen jullie over enkele jaren hier lezen op mijn blog, wanneer ik ook met haar wat ben gaan quality-timen.

Ik heb aan de twee meisjes gevraagd of ze nu dan wilden stoppen met groeien. Janne zei dat dat niet kon en Kaat zei dat er adertjes in haar voorhoofd in de knoop lagen en dat ze er water over zou doen zodat het weer in orde was. Dat komt dus helemaal goed.

Eerlijk duurt het langst II.

Het is alweer even geleden dat ik nog eens te biecht ging. In het kader van een zuivere ziel deel ik graag weer enkele van mijn parents shames van de laatste weken!

1. Badwater drinken

Veel uitleg moet daar niet bij zeker? Mijn kind drinkt van zijn badwater. Ik heb hem echt al honderd miljoenmiljard keer gezegd dat het niet mag, dat het vies is, dat er schuim in zit en waarschijnlijk ook wat pipi, maar wat helpen kaars en bril als den uil niet zienen wil. En dus zeg ik het nog steeds een keer of drie per wasbeurt en dan bekijkt ie het maar. “Mama”, zegt ie terwijl hij me met grote fonkelogen aankijkt, “kijk ies!”. Hij zet de walvis waar ik zijn haar mee afspoel aan zijn mond en drinkt alsof hij de hele dag geen water gekregen heeft. Hij verslikt zich – élke keer – en schatert het uit van het lachen. Oh well, hij zal het wel overleven.

2. Bumbaloo

Kas heeft van zijn grote nichtjes enkele knuffeldieren geërfd. Ieniemienie zat ertussen en Elmo. Ik was al helemaal gelukkig dat Kasper dus een coole knuffel zou gaan kiezen. Maar dat was buiten de waard gerekend. Want er zat ook een Bumbaloo in de zak. En hij ging uiteraard recht voor die gekke clown. Het ding is: hij kijkt daar niet eens graag naar. Als het aanstaat, moet het meteen af en wil hij iets anders kijken. Het is dus ook niet gek dat wij niet goed weten hoe al die figuurtjes heten. Het is allemaal wat moet ‘oe’ maar er is dan Nanadoe en Bumbaloo en Bumba zelf en ik wist het even niet meer. En dus hebben wij ons kind verkeerdelijk aangeleerd dat die rooie Bumba is terwijl dat blijkbaar Bumbaloo blijkt te zijn. Wij hopen vooralsnog dat hij er geen al te grote vertrouwensissues aan over gaat houden.

FullSizeRender (6)

Het goede nieuws is dat ook Grover de strenge selectie van Kasper heeft doorstaan. Deze twee leutzakken gaan dus elke dag met ons kind mee slapen.

3. Oh fuck!

Kas wordt twee in december en hij tettert mij werkelijk de oren van mijn kop af. Het is niet voor iedereen altijd verstaanbaar, maar omdat ik zoveel tijd met hem doorbreng begrijp ik feilloos wat ie zeggen wil. Het leuke is dat hij altijd effectief iets wil zeggen en niet zomaar wat brabbelt én dat hij intussen ongeveer alles begrijpt wat ik hem zeg – behalve ‘mag niet!’ daar sukkelt hij nogal eens mee. Sinds een tijdje zit hij ook in de fase dat hij ons begint na te doen. Niet met opzet, maar hij merkt kleine gedragingen bij ons op en kopieert die. Zo zucht hij soms (ik ben schuldig) en dat is echt waanzinnig grappig. Enkele dagen geleden was hij vrolijk in de zetel aan het omvallen (topspel vindt hij) terwijl ik de tafel aan het opruimen was. Ik had alles in de pan gestapeld en dat was laat ons zeggen niet zo heel goed gelukt. De helft kletterde er dan ook uit toen ik me omdraaide om naar de keuken te stappen. “Oh fuck!” zei ik, en ik begon meteen alles weer bij elkaar te rapen. Tot ik plots opmerkte dat er iemand in de zetel OFFOK OFFOK OFFOK riep elke keer dat hij zich in de zetel liet ploffen. Ik denk dat de tijd is aangebroken waarin ik moet vloeken met woorden als ‘chips!’ enzo. Ik zou ook kunnen stoppen met vloeken, maar dat vind ik dan weer té pedagogisch verantwoord.

4. De zeikwagen

Toen we onlangs naar huis stapten van de speeltuin stond de straat geblokkeerd omdat ze ergens de beerput aan het legen waren. Dat meurde zowat honderd in’t uur en ik kon er niet langs. Kas keek me onbegrijpend aan dus ik legde hem uit dat hier ging om een vrachtwagen die kaka en pipi kwam halen. “Dat herinnert ie zich morgen toch niet meer”, dacht ik nog. Hij is nog geen twee dus veel van geheugen zal hij nog niet echt hebben zeker? Boy, was I wrong. Werkelijk we-ken-lang heeft hij tegen iédereen die we passeerden geroepen: “DAAA VRAVRA KAKA PIPI”. En omdat nog niet iedereen hem perfect verstaat maar het wel erg duidelijk is dat hij iets wil vertellen (zie boven), kijken mensen dan naar mij zodat ik spreekbuis kan spelen. Ik heb dus zeker 50 keer moeten vertellen – soms zelfs aan wildvreemden – dat er een zeikwagen in de straat stond en dat ik Kas had verteld dat die de kaka en pipi kwam ophalen. Ik kan u zeggen: mensen weten dan vaak niet wat ze daar op moeten antwoorden.

 

Dit zijn uiteraard slechts enkele van mijn bekentenissen van de afgelopen weken. Ik zou nog kunnen vertellen over hoe ik als een gek in mijn handen sta te klappen als hij in een pot pist – alsof hij net hét geneesmiddel tegen AIDS heeft ontdekt – , over hoe wij vaak met vier door de woonkamer dansen als ware wij op een rave party – terwijl het doorgaans toch gewoon “Alles is op” van Samson is dat hier opstaat – of over hoe ik de moeder ben die met het immer luide kind door de Delhaize loop – “MAMA BROOD MAMA BROOD MAMA BROOD MAMAAAAA BROOOOOD”.
Anyway, dat moederen, dat blijft toch iets met vallen en opstaan. En heel regelmatig bedenk ik me dat ik zomaar iets doe, dat ik vaak mijn gevoel volg en dat ik niet altijd zeker weet of het goed is. Maar op momenten dat ik heel erg aan mezelf twijfel, dan vind ik wel eens moed in het volgende:

IMG_2205

Moge het u ook van dienst zijn.

Zin – geven

Iets meer dan 5 jaar geleden kocht ik in mijn favoriete boekhandel in Antwerpen (’t Stad Leest) een “One line a day”-boekje. Elke avond schreef ik er trouw een zin of twee in. Ik vond het leerrijk om mezelf te zien evolueren op vijf jaar tijd. En soms moest ik lachen om kleine toevalligheden (zo ging ik drie jaar op rij per toeval op dezelfde dag naar de bioscoop). Intussen is mijn “One line a day”-boekje nogal uit de hand gelopen.

IMG_3374

Dat zit zo.

Al heel mijn leven ben ik een schrijfmieke. Ik was zo’n kind dat glitterpennetjes het einde vond. Ik deed mijn zakgeld op aan mooie schriftjes. Ik kon urenlang mijn gedachten en gevoelens op papier uitschrijven. Ik had een boek dat heen en weer ging tussen mij en mijn beste vriendin waarin we om beurten ’s avonds nog naar elkaar schreven. Dat was nadat we elkaar ook nog hadden gebeld en op MSN hadden gesproken. (Nu sms’en we en dat gaat sneller maar verder is er weinig veranderd).
Al zolang ik me kan herinneren is schrijven therapie geweest voor mij. Het doet me deugd mijn gedachten neer te pennen en achteraf is het vaak verhelderend om te lezen hoe ik de zaken al snel goed doorhad en het dan nog een hele tijd duurde vooraleer ik ernaar kon handelen. Dat schrijven leert me veel over mezelf. En dat is één van de redenen waarom ik het doe.

De andere reden is: omdat het blijft. Toen mijn vader zo plots stierf, ging ik op zoek naar alles wat ik nog maar over hem kon vinden. Elk papiertje speurde ik af naar mogelijk zinvolle raad of mooie woorden die ik kon inprenten. Ik vond niks. Mijn vader had zich niet bezig gehouden met dingen op papier zetten voor ‘mocht ie ooit’ want hij had vermoedelijk niet al te veel stilgestaan bij die ‘ooit’. Vanuit die ervaring wilde ik het anders doen voor mijn kinderen.
Dat schrijven werkt dus therapeutisch voor mezelf en als er ooit – ik houd al het hout vast dat hier in de buurt ligt – iets mocht gebeuren, dan heb ik schriften vol geschreven en dan kunnen ze zelf lezen wie en hoe hun moeder was.

Naast een schrijfmie ben ik ook nogal een structuurmie. Dat schrijven gebeurt dus niet zomaar – er is een schriftje voor alles. Kijk maar.

FullSizeRender

Deze twee kreeg ik van mijn collega die zelf ook trouw boekjes bijhoudt voor haar kindjes. Elke dag schrijf ik een zinnetje – over hoe hun dag was, over wat ze plots kunnen, over dat hij nu graag bananen eet, over dat hij zo vrolijk lacht naar iedereen die boven zijn wieg verschijnt, over dat ze me het bloed onder mijn nagels uithalen, over hoe vermoeiend het is om te discussiëren met een peuter en heel vaak gewoon over hoe graag ik hen zie, hoe fier ik ben en hoe dankbaar om hun mama te mogen zijn.

IMG_3375

Deze twee zijn dan weer over en voor mezelf. Het rechtse boekje bewijst dat mensen hetzelfde blijven én dat ze kunnen veranderen. Op de vraag of ik plan of liever wat in het wilde weg doe antwoord ik al vijf jaar hetzelfde. Bij de vraag wat ik graag bekijk op televisie somde ik vijf jaar geleden nog heel wat programma’s op en schreef ik onlangs nog: “ik vind televisie kijken tijdverspilling”. Het linkse boekje is een verderzetting op dat boekje waar het allemaal mee begon: een klein overzicht van waar ik elke dag mee bezig ben. Soms zijn het kleine dingen (we gingen wandelen en aten rodekool), soms zijn het heftigere dingen (we hadden kletterende ambras en ik weet het even niet meer). Het zijn allemaal dingen die bij mijn leven horen en – ik zei het eerder al – me laten reflecteren op wie ik ben en wat ik doe.

 

Ik ben ervan overtuigd dat je heel veel dingen in het leven niét in de hand hebt. Wat je wel in de hand hebt, is de manier waarop je omgaat met wat er op je pad komt. Ik ben zelf nogal een piekeraar en het trauma dat ik als zeventienjarige opliep toen papa stierf versterkte dat alleen maar. Ik werd toen iemand die voortdurend haar paraplu open hield – voor de regen die nog komen moest – en zo miste ik vaak de zon. Daar wilde ik wat aan doen. Ik kocht dus nog maar eens een schriftje want een schriftje kopen helpt altijd. Op de rechterpagina schrijf ik elke dag iets op waar ik dankbaar om ben – links komen dingen die eruit springen (iets wat een collega zei/een lief berichtje/goed (wereld)nieuws/iets waar ik keihard om moest lachen – op topdagen schrijf ik daar één ding waarmee ik alles kan afvinken. Dat gebeurt wel eens wanneer Ruth mij geen voicemailberichten inspreekt).
Die dingen waar ik dankbaar om ben zijn soms hele kleine dingen (parkeerplaats op het werk! Een dutje met Elias!) en soms hele grote (in bad zitten met Kas, dat kleine ruggetje zien en diep diep ontroerd zijn). Het is misschien maar een schriftje, maar het heeft mijn manier van denken echt veranderd. Zelfs op heel lastige dagen probeer ik altijd wel in iets het positieve te zien. En het werkt écht.

 

Het laatste boekje is een uitbreiding op mijn “one line a day”. In dit schriftje plak ik interviews, artikels, quotes, tekeningen, … die me inspireren of die me op de één of andere manier raakten. Ik geef ook elke dag een kleurtje (groen voor héél goed – geel voor gewoon en rood voor slecht). En zo merk ik dat ik heel vaak geel kleur en dat dat ok is. Gewoon is voor mij echt meer dan genoeg. Die kleurtjes dwingen me ook om in te grijpen. Te veel rood na elkaar: dan moet er iets gebeuren. Bij te weinig groen ook.
Sinds mijn zwangerschapsverlof probeer ik hier ook telkens wat meer te schrijven van hoe ik me voel op momenten dat ik daar nood aan heb. De langere teksten, die ik vroeger dus in mijn dagboek pende, die komen nu hier in.

Het is vaak een heel werk om al die boekjes bij te houden maar voorlopig lukt het. Soms zijn er dagen dat het echt voelt als werk (Oh neen die stomme boekjes nog) en dan schrijf ik snel en kort. Maar net zo goed is het net dat neerschrijven dat ervoor zorgt dat de mist in mijn hoofd opklaart of dat ik inzie hoeveel ik heb om blij om te zijn.  Mijn dankbaarheidsschriftje en mijn eigen ‘dagboek’ zijn bijna vol en dan ga ik die twee samen laten vloeien met mijn BOB (een fusie zeg maar) waar ik eerder al over schreef. Dan wordt het één dikker schrift met een allegaartje van schrijfsels. Ik weet nog niet zeker of de structuurmie in mezelf daar helemaal zot van gaat worden, maar ik ga ze toch eens even negeren denk ik.

 

En zo komt het dus dat ik als een gek dingen opschrijf, noteer, neerpen en uitschrijf. Voor mezelf – om van mijn hoofd geen gevang te maken. En voor hen – zodat ze me vinden wanneer ik er zelf niet meer zou zijn en zodat ze zwart op wit zouden zien staan dat ik ze onwaarschijnlijk graag zie. En dat ze een bananenfase hebben gehad.

 

(be)Helpen

Ze stond duidelijk op het punt het helemaal te verliezen. Er staat er eentje in de kar en eentje liep overal behalve naast de kar. Ze probeerde vanalles. Ze beloofde sandwiches, ze trok de zak met sandwiches open. Had ze een mes bij gehad, dan had ze de nog niet betaalde choco vermoedelijk al op de niet betaalde sandwiches gesmeerd. Als hij dan maar tenminste naast de kar bleef lopen. Of niet zo luid zou roepen. En als zij dan maar zou stoppen met jammeren dat ze uit het stoeltje wou. Ze kreeg blikken die bevestigde wat ze zelf al dacht: dat ze het niet onder controle had. Ze zag in ogen wat ze meende te horen: dat ze haar kinderen niet goed aan het opvoeden was. Ze winkelde verder, met heel veel haast. Zo snel mogelijk weg. Ze zag ook mijn blik. En ik was de moeder die knikte.

Ze probeerde het net gekochte speelgoed in te pakken. Snel snel want het feestje zou zo beginnen en ze was er nu pas toe gekomen om een cadeau te gaan zoeken. Ze sukkelde met het recht afknippen van het papier. De kleuter stond in de kar te springen. De baby viel steeds om in het stoeltje. “Hij zit nog niet lang”, zei ze. “En hij is moe nu”. Ze zei het als verontschulding. Luidop – tegen iedereen die mogelijk de aanklacht formuleerde. Met één hand probeerde ze het pak in te pakken. Met de andere hield ze de baby recht in het zitje van de kar. De mensen aan de kassa keken- eerst naar haar en dan naar elkaar. Ik stapte uit de rij en pakte haar cadeau in.

 

Ze zette de kartonnen figuur snel weer recht. “Daar mag je niet tegen duwen!”, zei ze. En ze trok haar weer in de rij. Er was veel volk en het ging traag. Het kind had rode wangen en stond als een gek te tutten. Als vermoeidheid een gezicht had, dan was het dat van een kind dat na een lange dag in de creche wordt opgehaald. Héél even liet ze zichzelf toe om ook wat in de verte te staren. Het kind voelde de aandacht verslappen en schoot weg. Ze duwde het bord alweer omver. “Godverdomme!”, zei ze. En ze zag de blikken – voor het vloeken, voor het duwen en voor het kind. Ze zette het bord recht en streek traag haar haren achter haar oren. Als vermoeidheid een gezicht had, dan was het dat van een moeder met vermoeide kinderen. Ze ging weer in de rij staan en keek verontschuldigend rond – verstopt achter haar frou. Toen ze mijn blik kruiste, knipoogde ik.

 

Ik voelde me een muilezel. Een tas vol boeken aan elke schouder. De maxicosi sneed het bloed af in mijn rechterarm. Links neep ik met twee vingers zijn handje vast zodat hij niet weg zou lopen. Ik liep met gebogen knieeën want hij is nog nét niet groot genoeg om zo aan mijn hand te kunnen. Al mijn ledematen zouden zo meteen afsterven, dacht ik nog. En plots voelde ik zijn handje niet meer en lag ie op de grond. Over zijn eigen voeten gestruikeld – handen plat op de grond, mond helemaal open – de schreeuw van Edvard Munch. Daar kwam het gehuil. Ik keek verontschuldigend rond terwijl ik mezelf alvast aan het verwensen was in mijn hoofd. Ik stapte op hem toe en probeerde hem op mijn linkerarm te hijsen. “Wacht”, zei ze, “geef die zware bak even hier.” Ze nam de maxicosi van me over zodat ik hem kon oppakken en kon troosten. Ze stapte mee, helemaal tot aan de auto waar ze de maxicosi vastklikte en de deur dicht sloeg. “Zo”, zei ze, “zal het lukken?” En ik, ik dacht: nu wel.

support

Me-time: tips!

Het ontbreekt me er vaak aan, maar soms dan zeg ik dat ik boven iets ga opruimen en dan ga ik mij eigenlijk verschuilen in de badkamer voor wat me-time. Té lang mag dat natuurlijk niet duren want dan hebben ze me zo in de smiezen. Maar zo ongeveer één keer per dag moet er boven toch dringend iets op zijn plaats gelegd worden. Op die manier verzamelde ik enkele leuke me-time tussendoortjes die ik graag met u deel.

“Ik ken iemand die”-podcasts

Ik hoorde er zelf over bij de fijnste mens die ik via het wereldwijde web leerde kennen. “Ik ken iemand die” is een reeks podcasts voor en door ouders. Elke aflevering wordt er een ander onderwerp aangehaald en daarover interviewt Nynke De Jong enkele experts. Daarnaast is er ook altijd ruimte voor ‘ik ken iemand die’-verhalen. Ik beluisterde de eerste twee afleveringen over ‘slapen’ en ‘eten’ (in stukjes natuurlijk omdat mijn schuilplaats niet vrij te geven) en ik lachte me bij momenten een breuk. Niet alleen is het vaak heel erg herkenbaar (kinderen die geen ‘dingetjes’ in hun eten willen hebben), maar omdat de podcast wordt gemaakt door Nederlanders is ook het taalgebruik zo verfrissend. Ik vind het héérlijk om naar Nederlanders te luisteren omdat die zoveel onbevangener zijn dan Vlamingen en omdat hun taal zo sprekend is. Ze hebben het over ‘versgebakken ouders’ en ‘spillebeentjes’ en ‘optiefen’ en ik wil het soms nog eens horen alleen al voor de taal.
Een zin die me de pauzeknop deed induwen: “Je zoekt als jonge ouder dingen om je mee op de borst te kloppen omdat alles onzeker en moeilijk is”. Ze hadden het over vers koken in plaats van potjesmaaltijden. En ik vond het zo waar dat ik het daarna ook nog eens in mijn boekje opschreef.
Je vindt de podcast hier of als je een Iphone hebt, kan je hem ook gewoon zoeken bij de ‘Podcast’-app.

Brief aan Cooper en de wereld

Dit boekje schreef Dalilla Hermans om haar zoon enkele levenslessen rond discriminatie uit te leggen die ze zelf helaas leerde in de praktijk. Het is haar eigen levensverhaal met een scherp maatschappijkritisch randje. Ze koppelt haar eigen ervaringen aan enkele typische uitspraken rond racisme (genre: ‘Ga terug naar uw land!’ en ‘Ge moet u daarover zetten’) en licht die ervaringen dan nog extra toe. Omdat het boek toegankelijk geschreven is en omdat elk hoofdstuk een ‘afgerond’ geheel is, leest het zo vlot weg. Het boek zelf is dus enigszins luchtig geschreven – de materie is dat allerminst. Het boek zette me aan het denken en ik besprak het regelmatig met Wout.
Dalilla ken je overigens van Charlie Magazine én als straffe kandidaat in De Slimste Mens ter Wereld. Ze verloor van Bill Barberis, maar ze komt sowieso terug in de finaleweek en ik hoop echt dat ze wint.

IMG_3345

Internettip

Ik las onlangs in The New York Times dit artikel over 13 vragen die je elkaar zeker moet stellen voor je trouwt. Wij zijn al enkele jaren getrouwd dus voor ons is het te laat maar misschien kan ik jullie er nog mee helpen. (Ik lach er natuurlijk maar mee – veel van die vragen kwamen heel natuurlijk aan bod in de jaren voor we elkaar de handboeien aandeden). Vraag 11 (Do you know all the ways to say ‘I love you’?) vond ik een leuke. In mijn eerdere relaties dacht ik dat er maar één manier was om liefde te tonen en dat was de mijne. Op die manier heb ik misschien wel liefdesverklaringen gemist of niet naar waarde geschat. Intussen ben ik ouder en toch al iets wijzer en weet ik dat iedereen zijn liefde op een andere manier betuigt. Ik had al een idee hoe mijn manier eruit zag en deze test bevestigde dat. Je kan er ook een test doen over wat je liefdestaal naar je kinderen is, maar mijn kinderen zijn nog te klein om dat te bepalen blijkbaar. Ik geloof dat hij die oudste van mij het voorlopig afmeet aan hoeveel keer ik hem rozijnen toestop aan tafel.

Weldra ontsnap ik weer eens naar de badkamer om mezelf wat zuurstof te geven. En mocht ik daar op iets stuiten wat het delen waard is, dan verneemt u dat binnenkort alhier! At your service!

Op mijn gemak

“Doe maar op uw gemak zenne! Ge moet u niet haasten”, roept hij me nog na terwijl ik de trap opspurt. Ik heb geen idéé waar hij het over heeft. Sinds we niet één maar twee koters hebben, doe ik niks nog ‘op mijn gemak’. Alles gaat ‘snel snel’ even tussendoor.

Ik poets het huis in stukjes. Ik dek de tafel voor ’s avonds wanneer de kindjes even slapen. Ik leg de ingrediënten voor het avondeten al klaar ergens rond de klok van vier en dan nog moet ik me haasten om de mondjes gevuld te krijgen vooraleer ze van koek gaan zagen. Als ik me ga douchen, vertrek ik steevast naar boven met de woorden ‘ik zal doordoen hoor!’. Ik droog me af terwijl ik gauw even de badkamer opruim. Ik ververs de lakens terwijl ik de haardroger met één hand boven mijn kop probeer te houden (ik ben werkelijk een hele acrobaat!). Terwijl ik de keuken dweil probeer ik kind één te entertainen vanop afstand zodat hij niet op zijn sokken komt uitglijden op de natte vloer. “Op mijn gemak” mompel ik tegen mezelf. En ik beeld me in hoe het zou zijn als ik nog één dag had zoals vroeger.

Dan zou ik nog eens mijn bed kunnen invallen om drie uur ’s nachts omdat ik toch kan slapen tot het middaguur. Ik zou mijn wekker zetten om 11.00 en dan toch ook eentje om 06.00 – gewoon zodat ik gelukzalig weer verder kon slapen. Hoe heerlijk was het om vroeger – als student – zo rond 07.00 wat verdwaasd wakker te worden van het geroezemoes op straat van mensen die naar hun werk vertrekken om dan zelf – totaal zonder verplichtingen – nog verder te knorren tot de middag. Eén keer had ik zo’n lange vergadering gehad in de fakbar dat ik wat later thuis was dan voorzien. Toen sliep ik zelfs tot het weer donker was (in my defence: het was wel winter). Ik zou het nu zelfs niet meer kunnen. Mijn kinderen hebben me zo geconditioneerd dat ik ook wanneer ze niet thuis zijn ten laatste rond 08.00 vanzelf wakker word.

Dan zou ik nog eens onafgebroken kunnen lezen. Dat ik veel en graag lees, dat beschreef ik onlangs hier nog. U-ren kan ik na elkaar lezen. Ik kan zelfs eten met één hand terwijl ik verder lees. Ik kan ook koken met één hand terwijl ik verder lees en ook de lakens van het bed aftrekken terwijl ik verder lees (ik ben werkelijk een hele acrobaat). Dat is theoretisch gezien allemaal waar. Vroeger demonstreerde ik die kundes ook allemaal zowat één maal daags. Daar kwam zelden iemand naar kijken, maar toch een hele prestatie, nee? Nu zou er eerder volk komen kijken als het me zou lukken om nog eens een uur onafgebroken te lezen. Ik lees nog steeds veel, maar het moet in stukjes. Want er is altijd wel iemand die ergens hulp bij nodig heeft (in slaap vallen – opruimen – sokken aandoen – …. – en een van deze gaat overigens niét over de kindjes).
Het is soms wat moeilijker om helemaal in een boek meegezogen te worden als ik ondertussen een kind moet helpen waterverven. En als er dan tijd is om te lezen, dan verdwaal ik soms op mijn Iphone wat in internetland. Man, dan kan ik mezelf soms echt schieten.

Dan zou ik nog eens zittend warm voedsel kunnen eten. Long gone zijn de tijden dat wij “op ons gemak” wat samen stonden te koken. Die mooie dagen waarin aperitiefjes gemaakt werden en dingetjes werden geknabbeld terwijl de saus de tijd had om in te dikken. Tegenwoordig knal ik ergens een schijf limoen in een glas en komen we er twee uur later achter dat er nooit aperitief overheen werd gegoten. Onze sauzen zijn bij momenten half zo dik als zou moeten en van de gaartijd van pasta knijp ik meestal ook een minuut of twee af. En als alles dan eindelijk op tafel staat, dan begint het pas. Ik moest vlees snijden, ik moet dingen van het bord afhalen DIE HIJ ER DUIDELIJK NIET OP WIL HEBBEN LIGGEN, ik moet brood aanreiken en weer afpakken, ik moet bestek oprapen en afpakken, ik moet water inschenken, ik moet blazen, ik moet KIJKEN hoe hij zelf schept en dan wil hij er UIT UIT UIT.
“Weet je nog, lieve schat, hoe we vroeger samen konden eten en dan terwijl konden praten enzo”, zeg ik tegen Wout terwijl Kasper met zijn trommel rond de tafel loopt. Those were the days.

Dan zou ik met vrienden afspreken en effectief met hen kunnen praten. Hoe ging dat ook alweer, zo’n gesprek voeren? Ik vraag het mezelf soms af in de auto op weg naar een afspraak. Hoe bevrijdend is het om jezelf nog eens te horen denken! Om ergens binnen te komen en niet meteen je glas – en alle andere breekbare voorwerpen – in het midden van de tafel te zetten of ergens hoog op een kast. Hoe leuk zou het zijn als we de chips in de kommen nog eens zelf konden opeten terwijl ik aandachtig zou luisteren naar de verhalen van mijn kameraden in plaats van voortdurend ergens halfweg een zin te moeten opstaan.
Onlangs kwamen vrienden van ons op bezoek met hun kinderen. 5 jongens bij elkaar en dan 6 volwassen mensen – dat zou moeten lukken denk je want dat is gemiddeld 1,2 volwassene per kind. Maar die kleine smeerlappen die hebben er toch echt een handje van weg om op de meest onnozele momenten op hun gezicht te gaan/elkaar pijn te doen/honger te hebben/pipi te moeten doen/…
Daar stonden we dus in onze tuin wat halve gesprekken met elkaar te voeren, telkens wel onderbroken door één van onze bloedjes die ons drin-gend iets moest tonen. Toen de mannen het eten waren gaan halen besefte ik pas na een tijdje waarom dat praten plots zoveel gemakkelijker leek: 3 van de 5 lawaaimakers waren mee naar de afhaalchinees.
“Het was heel gezellig”, sms’ten we achteraf naar elkaar. En dat was het ook echt. Het is helemaal anders, maar het staat ons allemaal – dat ouderschap.

IMG_2395

Terwijl ik me in zeven rotvaarten sta te douchen, besef ik dat er heel wat dingen zijn die ik graag nog eens zou doen ‘zoals vroeger’. Ik vertel ze vaak mijmerend tegen Wout. Maar ik zeg er dan altijd bij dat het dan écht zoals vroeger moet zijn – ik mag nog geen kinderen hebben in het verhaaltje. Want anders zou ik me toch gaan haasten om op te staan omdat ik mee wil kampen bouwen in de zetel. Of ik zou toch naast ‘m willen zitten aan tafel omdat het ook zo lollig is om hem te zien prikken in zijn vlees – opperste concentratie. En ik zou het jammer vinden om de kinderen van onze vrienden niet te zien want het is fijn om hen te zien groeien.

Mijn wensen en dromen zijn dus ook maar dat: wensen en dromen. Want ik kan nooit meer helemaal terug naar ‘vroeger’. Hen weg denken is me nog nooit gelukt – hen weg wensen dat doe ik soms dan weer wel eens. Al duurt dat vaak nog geen halve seconde. Ik wil me niet meer voorstellen hoe het is zonder onze jongens. Ik voel hoe dat zou zijn wanneer ze er niet zijn: leger en doellozer. Ik wil me niet meer voorstellen hoe het zou zijn om hen minder te zien, om vaker weg te zijn. Want alles gaat al zo snel. Enkele weken geleden was Elias er nog niet. En een jaar of twee geleden was zelfs Kasper er nog niet. En kijk ze nu, die twee. Elke dag maken ze allebei grote sprongen, elke dag veranderen ze. Ze glippen door mijn vingers en ze worden nooit meer kleiner dan ze nu zijn.
Kasper slaat zijn armen om zijn broer heen. Ze liggen samen in het park en Elias lacht om alles wat Kas doet. En ik sta naar hen te kijken en ik denk: “doe maar op uw gemak zenne! Ge moet u niet haasten!”

Processed with VSCO with c1 preset