Traag.

35 km/uur geeft de snelheidsmeter aan. Ik rijd achter een tractor en ik kan er niet voorbij. In tegenstelling tot de voorbije weken, stoort het me allerminst. Ik geniet van de traagte. De chauffeur achter me duidelijk iets minder, maar het deert me niet. Geduldig blijf ik achter de tractor rijden. Ik tik mee met de muziek en ik zet mijn raam op een kiertje om wat frisse lucht binnen te laten. Samen met de drukte is ook de drukkende warmte verdwenen. Ik adem – op alle vlakken – weer vrijer.

Nu er weer tijd is en niet alles snel en functioneel en efficiënt moet zijn, kan ik er weer voor kiezen om ons eten zo veel mogelijk lokaal te kopen. Fruit en groenten op de markt op woensdag – behalve de aardbeien, die koop ik rechtstreeks bij de teler. Al jaren gaan we daarvoor naar dezelfde man.
Ik herinner me nog dat ‘aardbeikes kopen’ telde als mijn ontspanning tijdens de juni-examens in het vijfde middelbaar. Het kan niet later dan dat geweest zijn, want ik ging samen met papa en die was er in het zesde al niet meer.
We stappen in de blauwe Mercedes en het dak ging open want het was warm. De muziek staat luid. We draaien ‘Me & Mr. Johnson’ van Eric Clapton grijs. We zetten “They’re red hot” telkens opnieuw op. Twee keer op de heenrit, twee keer op de terugrit. Het album is nog niet lang uit wat betekent dat papa de tekst nog niet helemaal kent. Hij zingt sommige stukken juist en andere wauwelt hij mee. “Nog es?” vraag hij en het stoort niet dus ik duw op repeat. Hij speelt luchtpiano op het dashboard en ik glimlach een beetje (maar niet voluit want ik ben 16 en cool weetjewel). Hij knijpt in mijn knie en dan moet ik wel lachen want het is ons dingetje als hij mij wil laten lachen. Ik speel mee luchtpiano en luchtbluesharp en papa zingt over het meisje dat in de keuken slaapt met haar voeten in de hal. De rest is nog gewauwel.

13 jaar later is ‘aardbeikes kopen’ nog steeds ontspannend. Niet altijd – soms is het gewoon haasten en een taakje op mijn to do-lijst. Maar vandaag is er tijd. De tractor rijdt voorbij de straat waar ik rechts moet. Ik draai de verbindingsweg in, klaar om nog eens naar tweede te schakelen maar het volgende trage voertuig houdt me al tegen. Dit keer is het een oude vrouw in een elektrische rolstoel. Ze rijdt in het midden van de weg aan een snelheid van zo’n 15 km/uur. De weg is smal en ik kan er niet voorbij. Ik wil niet toeteren omdat ik vermoed dat ze zich ofwel dood schrikt ofwel potdoof is en het niet horen zal.

Processed with VSCO with c1 preset

Traag was ok voor 3 km maar zo traag hoefde nu ook weer niet. Vooral het stuk waar ik extreem traag langs de goorste beesten ter wereld moet passeren, had ik liever anders gezien. Ze staren me aan, allemaal tegelijk. Ik bereken of hun nek lang genoeg is om hun kop binnen te kunnen steken. Ik ben niet goed in wiskunde, maar als mijn inschatting enigszins klopt dan weet ik quasi zeker dat het onmogelijk is. Ik doe mijn raam toch maar dicht. Je weet maar nooit met die vuile beesten.

Processed with VSCO with c1 preset

Ik draai eindelijk de oprit op bij de fruitboer. De laatste jaren krijgt hij tijdens de drukke aardbeimaanden hulp van Poolse arbeiders. Hij is zelf ver in de tachtig en niet meer in staat om het zelf te doen. De vorige keren dat ik aardbeien kwam halen, werd ik telkens geholpen door een Pools meisje dat me de bakjes liet kiezen en daarna zei dat het me “zeks oiro” kostte. Dit keer is het de boer zelf. Ik zie hem al zitten op een stoel wat verder op het erf. Traag staat hij op en begint hij zijn rolwagen vooruit te duwen. Ik wil naar hem toekomen om hem de afstand te besparen, maar hij wuift me achteruit. “Ich koom zellef maske”, zegt ie en ik blijf staan onder de poort. Zoals altijd bungelt er een gerolde sigaret aan zijn lippen. Zijn roltabak ligt op het plankje van zijn rolwagen.

“Das verzekers os Hildeke”, zegt hij als hij voor me staat. Hij komt kortbij want hij ziet niet meer goed. Ik zeg hem dat ik niet Hilde ben, maar wel de dochter van Renilde en of hij dat misschien bedoelt. Hij kijkt me aan maar reageert niet. Misschien heeft hij me niet verstaan. “De kleindochter van Roger D’Exelle”, roep ik. Er zijn weinig andere plaatsen waar ik me in die hoedanigheid kenbaar moet maken, maar bij mensen van 80 plus wil er dan al wel eens een licht gaan branden. Dit keer niet. Ik zie dat hij het verstaan heeft, maar niet meteen weet wie ik bedoel. Het geeft niet.
“Vier bakskes alstublieft, meneer”, vraag ik. Hij wijst naar de koelkast: “Dan moeder ze pakken kind”. Ik neem vier bakjes aardbeien en zet ze op het deksel van de koelkast. Ik wijs en tel luidop. “Een, twee, drie, vier”, roep ik. “Hoeveel ist?”, vraagt hij me. Ik wijs en tel luidop: “vier keer twee en half da’s 10”. Ik roep nog steeds. Hij houdt zijn hand als een schelp achter zijn oor omdat hij me niet begrepen heeft. “TIEN” schreeuw ik nu terwijl ik hem 10 euro aanreik. “Merci, maske.”

Als ik in de auto zit en terug de baan opdraai, zie ik dat hij nog steeds onderweg is naar zijn stoel vanachter op het erf. Hij is nog niet eens halfweg. Ik besluit te wachten tot hij terug zit. Het gaat nu toch al traag vandaag.

Advertenties

Een gedachte over “Traag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s