De blijde intrede van Dorus

De aandachtige lezer is het vermoedelijk niet ontgaan dat wij sinds een tijdje een adoptiekat hebben toegevoegd aan ons gezin. Laat mij u vertellen hoe een onbekende kat erin geslaagd is om een plek te veroveren aan tafel naast dé meest overtuigde kattenhater die het mensenlijk ras ooit mocht voortbrengen (mijn lief, nvdr.) Ik kan daar heel kort in zijn – het komt door Kas – maar dat zou geen blogpost opleveren dus sta me toe u het hele verhaal uit de doeken te doen.

Het zal ergens in de zomer geweest zijn dat de poes zich voor het eerst manifesteerde in onzen hof. U moet weten, ik heb als kind ook altijd een kat gehad (eerst was er Femke en daarna kwam Flurk) dus ik vond het helemaal top dat een kat uit de omgeving de weg naar onze tuin gevonden had. Mijn lief dacht daar enigszins anders over. Als notoire kattenhater vond hij het geen tof idee dat er een kat door onze hof liep want het beest zou voorzekers uit het niets een sprong maken van 50 meter en bovenop zijn schouders landen alwaar het meteen zou starten met zijn ogen uit te krabben. In eerste instantie waren de spelregels dus erg duidelijk: de kat buiten en wij binnen. Dat zag er zo uit:

IMG_1646

Wat bleek er nu al gauw: dat kind van ons – dat tot dan toe een kopie van zijn vader was – bleek toch de liefde voor katten van zijn moeder geërfd te hebben. Dat was nu niet speciaal waar ik op gehoopt had (ik dacht meer in de richting van mijn verantwoordelijkheidsgevoel, mijn zorgzaamheid, mijn verstandelijk vermogen of mijn onwaarschijnlijk gevoel voor humor), maar ik was al lang blij dat hij toch ook iets van mij in zich bleek te hebben. ‘Ah! Dat zal ik hier eens stimuleren!’, dacht ik zo bij mezelf. De eerstvolgende keer dat de kat – die ik intussen zonder enig overleg ‘Dorus’ had genoemd – zich in onze hof begaf, nam ik ons mensenkind in mijn armen en sleepte ik hem mee naar buiten om de poes echt te aaien in plaats van door een vliegenraam ernaar te prikken. Dat zag er zo uit:

IMG_1702

Het maken van de foto ging trouwens niet van een leien dakje. Wie goed kijkt, kan misschien zelfs zien hoe ik tussen mijn tanden naar de kattenhater slis dat hij normaal moet doen en dat de kat duidelijk geen enkele interesse vertoont om één laat staan twéé van zijn ogen uit te krabben. De aandachtige kijker heeft vermoedelijk ook opgemerkt dat ik in deze fase ook al gebruik maakte van ‘het kommeke met melk’ om de poes te overhalen om regelmatig zijn gevlekte lijf nog eens tot bij ons te slepen. ‘Het kommeke met melk’ deed exact wat het moest doen, want Dorus bleef regelmatig terugkomen. Er zaten vaak wat dagen tussen, maar na enkele dagen was ze daar toch altijd weer.

Als de kattenhater dan op zo’n momenten toevallig niet in de kamer was, dan gebeurde het wel eens dat er iemand per ongeluk het raam openzette waardoor de kat mogelijkerwijs par accident binnen zou geraken. Dat zag er dan zo uit:

Processed with VSCO with f2 preset

U ziet het niet want zijn hoofd is niet doorzichtig, maar indien dat wel zo was dan zou u een brede glimlach kunnen waarnemen op het smoeleke van onze zoon. Die vond het namelijk helemaal de max dat hij dus blijkbaar al niet eens meer uit zijn stoel moest komen om de kat van dichtbij te kunnen aanschouwen.
‘SCHAT DIE KAT IS HIER OP DE EEN OF ANDERE MANIER BINNEN GERAAKT KUNT GE DIE ONMIDDELLIJK KOMEN VANGEN ALSTUBLIEFT WANT DIE KIJKT HEEL RAAR NAAR MIJ’, klonk het plots vanuit de keuken. Ik haastte me gauw de woonkamer in om daar te zien dat de kat gewoon voor zich uit zat te staren op de vensterbank, volstrekt niet in de richting van de kattenhater terwijl ons kind als een gek naar de kat zat te wijzen en daarbij POE POE POE POE POE riep. Ik besloot te gebaren van krommen aas (‘Alle, zo gek, ik dacht echt dat ik het raam had dichtgedaan’) en zette de kat buiten. Die bleef op de vensterbank zitten en tikte regelmatig eens met haar poot tegen het raam om aan te geven dat ze het toch beter vond om aan de andere kant van het venster in het niets te kunnen staren. ‘Alles op zijn tijd, Dorus’, sprak ik hem toe, ‘ik heb hier alles onder controle.’

Wanneer de kattenhater in de weken daarop niet thuis was, gebeurde het bijvoorbeeld nog wel eens dat er iemand per on-ge-luk alweer vergat het raam te sluiten. Mijn partner in crime deed wat er van hem verwacht werd en verwelkomde de poes met open armen. Dat zag er dan zo uit:Processed with VSCO with f2 preset

Op een dag gebeurde er iets erg vreemds. De kat zat zoals wel vaker op de vensterbank buiten als een freak naar binnen te staren terwijl wij aan tafel zaten. Er is maar één iemand die niet met zijn rug naar het raam van de poes zit en laat dat nu toevallig de cat hater zijn. Hij opende plots zijn mond en zei totaal onverwacht: “Zouden we anders ook eens geen eten voor de kat zetten?”. Ik geloof dat ik mijn lepel in mijn bord liet vallen en dat Kasper door de schok zijn boterhammen op de grond gooide (maar dat doet hij ook wel wanneer er niks speciaals gebeurt). Ik probeerde kalm te blijven en niet in mijn kaarten te laten kijken: “Ja, schat”, sprak ik, “als we dat doen dan gaat die wel blijven komen en zich hier echt thuis voelen natuurlijk. Zouden we dat wel doen?” U moet begrijpen, beste lezer, dat ik deze uitspraak achter de hand diende te houden om mij mee te kunnen verdedigen in de toekomst mocht dat eventueel nodig zijn. In situaties waarin de kat uit het niets een sprong van 50 meter zou doen en één van de kattenhater zijn groen-bruine ogen zou uitkrabben zou het handig van pas komen als ik kon zeggen dat ik hem nog gewaarschuwd had.

Ik deed dus wat ik moest doen en repte me daarna naar de winkel om katteneten te kopen. Aan de kassa oefende ik alvast mijn nieuwe rol als katteneigenaar toen ik tegen de cassière zei dat “onzen Dorus liefst die brokskes met kip eet”. Zo, dat ging me prima af. De kat ging echt deel uitmaken van ons gezin. Of toch van het stuk van ons gezinsleven dat zich buiten in de tuin afspeelde. Kasper nam elke dag de tijd om zijn planning even te overlopen met zijn beste maat. Dat ziet er als volgt uit:

Processed with VSCO with c1 preset
Ons mensenkind eet hier gewoon een bo’ke, maar het is ook al wel eens gebeurd dat hij liever eens wou proeven wat Dorus in zijn bak gestrooid kreeg.

Enkele weken geleden zagen we dat onze Dorus bij het stappen één van zijn achterpootjes niet meer neerzette. Vermoedelijk was hij slecht neergekomen bij een val. Ik gaf de poes trouw eten, ik ging hem veel aaien en ik probeerde Kasper aan te leren dat te veel enthousiasme katten eerder angstig maakt (vooralsnog zonder succes). Maar na twee dagen bleef de kat manken. Het was op die tweede dag – ik zat met kind en kat in de tuin – dat de voorzitter der kattenhaters thuis kwam, naar de kat keek en de profetische woorden sprak: “zouden we eens niet naar de dierenarts gaan met Dorus?”. Ik was te verbaasd om nog eens te gebaren van krommen aas. Ik was er immers zeker van dat de kattenhater vanbinnen nogal eens in zijn pollekes wreef toen hij zag dat de kat geblesseerd was en voorzekers geen sprongen van 50 meter meer zou kunnen doen. Maar kijk, ik had me vergist. Het koude, stenen kattenhart van de kattenhater vertoonde stilaan barstjes, zo bleek.

We belden de dierenarts en die belde ons terug om te zeggen dat er foto’s gemaakt moesten worden van de poot. Ik keek naar de kattenhater (ik hield mijn blik met opzet neutraal) en zei dat hij moest beslissen. De kost zou immers bij ons komen aangezien niemand de oproep als eigenaar van Dorus had beantwoord. “Doe maar”, zei de kattenhater tegen de dierenarts. Toen hij de telefoon weer neerlegde keek hij mij verontschuldigend aan en zei hij “Ja, we kunnen ze toch ook niet laten creperen he? Maar ik ga ze niet pakken of niks dat moet gij doen!”. Het was zo’n drie uur later dat hij mij vroeg of we niet ergens nog een mand hadden staan zodat de kat daarin kon rusten.
De dierenarts had ons gevraagd of de poes nog even bij ons mocht blijven om uit te rusten en of we haar dagelijks pijnstillers konden geven totdat het teentje genezen was. Een mand hadden we niet, maar we hadden wel the next best thing. En dat zag er zo uit:

Processed with VSCO with c1 preset

De poes liet haar poten rusten in de beste zetel die onze living te bieden heeft en de kattenhater liet begaan. Sindsdien zijn alle grenzen weg. De kat ligt hier regelmatig ’s avonds in de zetel te ronken en ik zie dat de veiligheidsperimeter van de kattenhater steeds groter wordt. Intussen heeft Dorus ook al enkele plekken gevonden waar het kleine mensenkind zelfs met al zijn enthousiasme niet aan hem kan. We vinden dus allemaal ons plekje. Ons gezin telt dus na maanden van geduld en doorzettingsvermogen een extra lid. En dat ziet er zo uit:

Processed with VSCO with c1 preset

Voorlopig wil de kattenhater zijn voorzitterschap nog niet opzeggen (ik denk dat hij nog even alles uit zijne cumul wil halen) , maar ik geloof dat de Vlaamse Vereniging der kattenhaters toch beter stillekesaan begint na te denken over een mogelijke opvolger.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s