Home sweet home

“Sst”, zei mijn lief terwijl hij rechtop ging zitten in ons bed, “ik hoor iets beneden”.
Ik spits mijn oren. “Neen, dat zijn de luiken die bewegen door de wind.”
“Jamaar, ben je zeker, ik wil gerust gaan kijken”, zegt hij. Hij kijkt alsof hij nog liever een bord rauwe tonijn met hardgekookte eieren binnen werkt (daar heeft hij eens verschrikkelijk van moeten kotsen, nvdr.). Mijn lief is een fantastische vent, maar als het erop aankomt onder druk verstandige beslissingen te nemen, dan zou ik mijn geld niet op hem inzetten. Toen enkele jaren geleden in ons appartement in Antwerpen het wasrek omviel in het holst van de nacht, sprintte hij als de weerlicht naar beneden om eventuele moordenaars snel knock-out te slaan. Hij nam uiteraard niks mee om zich te verdedigen en hij viel bijna van de trap af en stootte daarbij zijn teen zo hard dat hij er nog dagen over liep te kermen. Ik begreep toen al dat het op mij zou moeten aankomen in noodsituaties. Enfin.
“Ik ben zeker. Het zijn de luiken. Ga maar weer slapen, jongen”, zeg ik nog.

Wat een gemak is het eigenlijk om het ouderlijk huis over te kopen. Al bijna 30 jaar leg ik hier elke nacht mijn hoofd neer om te slapen. Ik ken alle geluiden die bij dit huis horen. Ik kan aan de luiken horen hoe hard het waait buiten. Ik weet welke treden ik moet vermijden als ik geen lawaai wil maken. Ik wijs je zo aan waar de houten vloer kraakt in de badkamer, in de slaapkamer, in de kamer van Kas. In elke kamer en in elke gang vind ik met mijn ogen dicht de weg. Ik breng mijn hand exact hoog genoeg op de muur om meteen op de lichtknop te kunnen duwen. Ik kan inschatten hoe lang het duurt vooraleer het automatische licht in de gang weer uitgaat. Ik weet hoeveel trappen je neemt tot aan de eerste verdieping en hoeveel er bij komen als je naar de zolder wilt. Ik weet waar de zon staat in elke slaapkamer en hoe dat evolueert in de verschillende seizoenen. Ik weet de beste plekjes in de tuin om je te verstoppen, om te spelen, om te zonnen.

Ik ken ook de tred van iedereen die met mij in dit huis gewoond heeft. Mijn slaapkamer – die nu onze slaapkamer geworden is – ligt vlak aan de trap op de eerste verdieping. Van daar kan je naar de tweede verdieping, naar de badkamer of naar de kamer waar mijn ouders vroeger sliepen. Ik wist nog voor ie boven was welke van mijn broers de trap opkwam. Ik kon soms zelfs horen hoe het met hun humeur gesteld was aan de hand van hun tred.

Toen we het huis net kochten, vroeg men mij regelmatig of het niet gek was om terug ‘thuis’ te wonen. Soms was het inderdaad gek. Niet dat ik niet kon loskomen van hoe het er vroeger uitzag. Dat stuk lukte prima. Ik ben blij met onze eigen meubels en spulletjes en ik keek ernaar uit om die een plaats te geven.
Het rare zat ‘m in de kleine dingen. De woorden die we kozen om naar een plek te verwijzen zijn veranderd. De strijkplaats werd de overloop – de logeerkamer werd de kamer van Kas. Het is pas nu, na bijna twee jaar, dat ik niet meer aan de gang denk als Wout zegt dat hij iets op de overloop gelegd heeft. Ook de locatie van sommige huishoudspulletjes is anders. Het kostte me enkele maanden om het brood niet meer in de broodschuif te leggen zoals vroeger, maar het in onze broodbak te steken.
Soms overvalt het mij nog wel eens – het besef dat ik vermoedelijk een groot stuk van mijn leven in één huis gewoond zal hebben. Dat voelt niet beklemmend – al denk ik ook wel eens aan de voordelen van tabula rasa – maar vooral vertrouwd.

Processed with VSCO with g3 preset
De deur is hetzelfde – de slaapkamerbewoner is nieuw

Ik ken dit huis vanbinnen en vanbuiten. Ik weet de beste plekken om te soezen in de zon – zowel binnen als buiten. Ik weet als de beste hoe ik geluidloos door dit oude huis kan bewegen – en voordeel dat mijn lief (nog) niet heeft waardoor ik dus perfect vanuit de zetel kan horen waar hij zich bevindt. Ik heb hier geleerd, ik heb hier naar dingen toegeleefd, ik heb hier verdriet gehad, ik ben hier gelukkig geweest. Ik ben hier groot geworden.
Ik vind het een voorrecht dat mijn kinderen dat alles hier ook zullen doen. Ik kijk ernaar uit om hen dezelfde dingen te zien ontdekken als ik. Ik hoop dat ze evenveel van dit huis zullen houden. Ik hoop dat ze het tegen hun vrienden zullen hebben over ‘bij ons thuis’ en over ‘ons mama’. Ik hoop dat ze hier gelukkig zullen zijn en dat ze mij weten te vinden wanneer dat niet zo is. Ik hoop dat ze hier altijd graag zijn en dat ze in ieder geval graag terug zullen komen wanneer dat even niet zo is. Ik hoop dat ze hier – net zoals ik – thuis zullen zijn.

IMG_3431

Advertisements

One thought on “Home sweet home

  1. Ik ben dit weekend in ons vroegere ouderlijk huis gaan logeren. Na meer dan 10 jaar toch nog moeiteloos de lichtknop vinden in het donker, wat een heerlijk gevoel. Fijn stuk, echt iets om gelukzalig bij te glimlachen!

    Liked by 1 person

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s