The walk of life

Al enkele jaren houd ik een mini-dagboekje bij waarin ik elke dag één zinnetje inschreef. Vorig jaar kreeg ik bij de geboorte van Kasper een gelijkaardig boekje om zinnetjes in te schrijven voor hem van één van mijn lieve collega’s. Exact een jaar geleden schreef ik in beide boekjes dat het vandaag mijn laatste dag zwangerschapsverlof was. Ik schreef dat ik vond dat Kasper al zoveel kon en dat hij plots grote sprongen had gemaakt. Wij zagen er toen zo uit:

Wat een klein manneke nog! Hij is al zo veranderd en toch herken ik zijn blik meteen.
Ik schrijf nog steeds trouw in mijn boekjes en ik noteerde gisteren dat hij zich steeds beter kan uitdrukken. Al enkele jaren leg ik mijn studenten de verschillende fases van de taalverwerving uit. Ik heb het dan over de differentiatiefase, de preverbale fase, de eenwoordfase enzoverder. Wat leuk dat ons kind sinds enkele weken in die éénwoordfase is aanbeland. Hij gebruikt één woord voor een hele taaluiting en wat een mega stap is dat voor hem! Hij is zo content wanneer de communicatie gelukt is en blijkt dat we hem begrepen hebben omdat we exact uitvoeren wat hij wilde. Hij klapt dan in zijn handjes of hij moet heel erg lachen.

Hij zegt ‘mama’, ‘papa’, ‘boe’ (boek)’, ‘bal’, ‘poe’ (poes), ‘dada’, ‘nee’ (NEE), ‘die’, ‘tutje’ en ‘schj’ (schoen). Hij zegt ‘mmmm’ als hij wilt eten en hij zwaait met zijn vingertje heen en weer als hij iets doet wat niet mag. Zijn passieve woordenschat is ook ongelooflijk uitgebreid. Ik vroeg hem onlangs of hij een smartie wilde en hij wandelde de hele kamer door en ging pal voor de juiste kast staan. Als ik vraag of hij even naar Nijntje wil kijken, dan stapt hij naar de televisie en wijst hij naar het scherm. Verder kan hij in boekjes heel wat dingen juist aanwijzen en hij begint ook enkele dieren na te doen. En we leerden hem net op tijd voor oma’s verjaardag om van hiep hiep hiep hoera! te doen.
Hij komt ook zelf om dingen vragen. Zo tikt hij bijvoorbeeld op de radio als hij wilt dat ik loeihard zijn cd van Kapitein Winokio opzet of brengt hij zijn lievelingsboek naar ons toe als hij nog eens wil horen welke gevaren de muis moet trotseren om ’s nachts thuis te geraken.

Ik schreef eerder al dat Kas zo graag buiten speelt. Sinds enkele dagen maakt hij – nogal dwingend – duidelijk dat hij naar buiten wil:

IMG_6037

Hij vindt het heerlijk om buiten te zijn. Mijn mama haalde onlangs een set petanqueballen voor hem uit het kot en sindsdien gaat hij steevast onmiddellijk aan de deur van het kot staan en zegt hij ‘BAL BAL BAL BAL’ tot ik hem zijn petanqueballen aanreik. Eerst stapte hij vooral op de klinkers en ging hij heel behoedzaam en traag op de paadjes. Maar hij is nu duidelijk helemaal gewend aan andere ondergrond want hij stapt nu over gras, zand en grind alsof het niets is.

Hij houdt ervan als hij ons kan doen lachen. Hij steekt zich weg onder zijn jas tot we hem vinden, hij verstopt zijn hand in een plastieken potje en giert het uit omdat wij zijn handje maar niet kunnen vinden, hij knarst zijn tanden over elkaar en vindt het hilarisch dat ik daar koude rillingen van krijg. Hij lacht tot hij de hik krijgt wanneer ik hem kietel en als ik stop dan pakt hij mijn hand om aan te tonen dat ik moet verder kietelen.

Alles wat ik zonet opschreef, zijn kleine, triviale dingen. Maar wij zijn zo verwonderd en fier elke keer wanneer hij weer iets nieuws toont. We leggen ons bestek neer tijdens het eten om samen te kijken hoe hij danst op muziek, we trotseren quasi elke avond onze eendenangst omdat het zo schattig is hoe hij vol bewondering naar de eenden wijst, we duwen lage peuterfietsjes vooruit tot we er elk zo’n dertien hernia’s van krijgen omdat het heerlijk is wanneer hij dan ‘tuut tuut’ zegt en zwaait naar de dingen die hij passeert.

Het is heus niet altijd rozengeur en maneschijn. Heel regelmatig kapt hij zijn beker water met opzet om, knijpt hij zijn vers gesmeerde boterham fijn alvorens hij hem op de grond kiepert of wordt hij boos omdat hij geen glazen potjes mag vasthouden TERWIJL HIJ DUIDELIJK AANGEEFT DAT HIJ DAT NOCHTANS WIL. Het is wel eens frustrerend dat hij net na het stofzuigen een potje kruiden weet te bemachtigen dat hij effectief open krijgt en bijgevolg uitstrooit doorheen de hele gang. En na lange dagen van veel indrukken heb ik ook wel eens minder geduld als hij zich in bochten wringt terwijl ik zijn pyjama probeer aan te trekken. Dan sper ik mijn ogen wijd open en zeg ik in mijn beste moeders ‘MAG NIET, Kasper’ en dan huilt hij omdat ik boos ben. Op die dagen plof ik ’s avonds in de zetel en dan heb ik even tijd nodig om te bekomen.

Maar over het algemeen is het vooral zo onwaarschijnlijk leuk om Kaspers mama te mogen zijn. Ik voel me vaak zo bevoorrecht dat ik er tranen van in mijn ogen krijg. Ik voel het wanneer hij zijn kleine handje op mijn knie legt terwijl hij met zijn andere hand de bladzijden van het boek omslaat. Ik voel het wanneer hij vanachter in de auto zit en MAMAAAA roept omdat ik al even niks meer tegen hem gezegd heb. Ik voel het wanneer hij ’s avonds even gelukzalig zucht als ik nog eens over zijn bolleke kom strelen als hij in zijn bedje ligt. Ik voel het elke keer wanneer ik hem ophaal bij de onthaalmoeder en hij opgepakt wil worden, naar zijn jas wijst en al ‘dada’ zegt nog voor ik goed en wel binnen ben. Ik voel het wanneer hij langs me zit aan tafel en aan mijn elleboog trekt omdat hij wil dat ik mijn voorhoofd tegen dat van hem druk. Dan kijk ik naar mijn vent aan de overkant van de tafel en dan zeg ik hem vaak dat wij zo’n geluk hebben en dat wij daar elke dag dankbaar om moeten zijn. Dat we dat niet voor vanzelfsprekend mogen nemen en dan vraag ik hem of ik dat doe. Mijn lief schudt van nee en ik schrijf op in mijn hoofd dat ik nog meer mijn zegeningen moet tellen.

Kasper wandelt door zijn leven – voorlopig heel gelukkig en met gemak – en ik ben zo blij dat ik mag toekijken.

Processed with VSCO with f2 preset

Of zoals Dire Straits het zou zeggen: Yeah, he do the walk of life.

 

Advertenties

Home sweet home

“Sst”, zei mijn lief terwijl hij rechtop ging zitten in ons bed, “ik hoor iets beneden”.
Ik spits mijn oren. “Neen, dat zijn de luiken die bewegen door de wind.”
“Jamaar, ben je zeker, ik wil gerust gaan kijken”, zegt hij. Hij kijkt alsof hij nog liever een bord rauwe tonijn met hardgekookte eieren binnen werkt (daar heeft hij eens verschrikkelijk van moeten kotsen, nvdr.). Mijn lief is een fantastische vent, maar als het erop aankomt onder druk verstandige beslissingen te nemen, dan zou ik mijn geld niet op hem inzetten. Toen enkele jaren geleden in ons appartement in Antwerpen het wasrek omviel in het holst van de nacht, sprintte hij als de weerlicht naar beneden om eventuele moordenaars snel knock-out te slaan. Hij nam uiteraard niks mee om zich te verdedigen en hij viel bijna van de trap af en stootte daarbij zijn teen zo hard dat hij er nog dagen over liep te kermen. Ik begreep toen al dat het op mij zou moeten aankomen in noodsituaties. Enfin.
“Ik ben zeker. Het zijn de luiken. Ga maar weer slapen, jongen”, zeg ik nog.

Wat een gemak is het eigenlijk om het ouderlijk huis over te kopen. Al bijna 30 jaar leg ik hier elke nacht mijn hoofd neer om te slapen. Ik ken alle geluiden die bij dit huis horen. Ik kan aan de luiken horen hoe hard het waait buiten. Ik weet welke treden ik moet vermijden als ik geen lawaai wil maken. Ik wijs je zo aan waar de houten vloer kraakt in de badkamer, in de slaapkamer, in de kamer van Kas. In elke kamer en in elke gang vind ik met mijn ogen dicht de weg. Ik breng mijn hand exact hoog genoeg op de muur om meteen op de lichtknop te kunnen duwen. Ik kan inschatten hoe lang het duurt vooraleer het automatische licht in de gang weer uitgaat. Ik weet hoeveel trappen je neemt tot aan de eerste verdieping en hoeveel er bij komen als je naar de zolder wilt. Ik weet waar de zon staat in elke slaapkamer en hoe dat evolueert in de verschillende seizoenen. Ik weet de beste plekjes in de tuin om je te verstoppen, om te spelen, om te zonnen.

Ik ken ook de tred van iedereen die met mij in dit huis gewoond heeft. Mijn slaapkamer – die nu onze slaapkamer geworden is – ligt vlak aan de trap op de eerste verdieping. Van daar kan je naar de tweede verdieping, naar de badkamer of naar de kamer waar mijn ouders vroeger sliepen. Ik wist nog voor ie boven was welke van mijn broers de trap opkwam. Ik kon soms zelfs horen hoe het met hun humeur gesteld was aan de hand van hun tred.

Toen we het huis net kochten, vroeg men mij regelmatig of het niet gek was om terug ‘thuis’ te wonen. Soms was het inderdaad gek. Niet dat ik niet kon loskomen van hoe het er vroeger uitzag. Dat stuk lukte prima. Ik ben blij met onze eigen meubels en spulletjes en ik keek ernaar uit om die een plaats te geven.
Het rare zat ‘m in de kleine dingen. De woorden die we kozen om naar een plek te verwijzen zijn veranderd. De strijkplaats werd de overloop – de logeerkamer werd de kamer van Kas. Het is pas nu, na bijna twee jaar, dat ik niet meer aan de gang denk als Wout zegt dat hij iets op de overloop gelegd heeft. Ook de locatie van sommige huishoudspulletjes is anders. Het kostte me enkele maanden om het brood niet meer in de broodschuif te leggen zoals vroeger, maar het in onze broodbak te steken.
Soms overvalt het mij nog wel eens – het besef dat ik vermoedelijk een groot stuk van mijn leven in één huis gewoond zal hebben. Dat voelt niet beklemmend – al denk ik ook wel eens aan de voordelen van tabula rasa – maar vooral vertrouwd.

Processed with VSCO with g3 preset
De deur is hetzelfde – de slaapkamerbewoner is nieuw

Ik ken dit huis vanbinnen en vanbuiten. Ik weet de beste plekken om te soezen in de zon – zowel binnen als buiten. Ik weet als de beste hoe ik geluidloos door dit oude huis kan bewegen – en voordeel dat mijn lief (nog) niet heeft waardoor ik dus perfect vanuit de zetel kan horen waar hij zich bevindt. Ik heb hier geleerd, ik heb hier naar dingen toegeleefd, ik heb hier verdriet gehad, ik ben hier gelukkig geweest. Ik ben hier groot geworden.
Ik vind het een voorrecht dat mijn kinderen dat alles hier ook zullen doen. Ik kijk ernaar uit om hen dezelfde dingen te zien ontdekken als ik. Ik hoop dat ze evenveel van dit huis zullen houden. Ik hoop dat ze het tegen hun vrienden zullen hebben over ‘bij ons thuis’ en over ‘ons mama’. Ik hoop dat ze hier gelukkig zullen zijn en dat ze mij weten te vinden wanneer dat niet zo is. Ik hoop dat ze hier altijd graag zijn en dat ze in ieder geval graag terug zullen komen wanneer dat even niet zo is. Ik hoop dat ze hier – net zoals ik – thuis zullen zijn.

IMG_3431

Huiselijke aubade

IMG_5597

Ik hoorde ze maandag samen spelen terwijl ik in de keuken bezig was. Kasper riep heel luid ‘PAPAAAA’ en Wout antwoordde van ‘KASPEEER’. Het ontroerde me. Ik besefte plots hoe blij ik ben dat hij het is die antwoordt als mijn kind op zijn vader roept.

Nu is Kasper ziek en het is een zielig hoopje mens. De nacht was pittig en mijn hoofd voelt alsof er watten inzitten. Maar hij liet een briefje achter en dat hij heel gewoontjes ondertekende met zijn nieuwe titel maakte het voor mij heel bijzonder.

Zonder melig te willen zijn, had ik de behoefte om hem dat te zeggen, om hem dat toe te zingen. Een aubade is het toezingen van een geliefde of een vorst in de vroege morgen. Ik was als student meer van de serenades maar the times they are a changin’.

Het deed me meteen denken aan die andere huiselijke aubade, die we vroeger levensgroot aan de muur hingen in ons appartement in Antwerpen.

Nog
En nog
En nog
Ben jij mijn liefste.
Dag en nacht en dag
Ben jij mijn liefste
Tot vervelens toe. 

Het hele gedicht van Leonard Nolens kan je hier vinden.