3 antwoorden die mijn leven voorgoed veranderden

Het gebeurt regelmatig wel eens dat mijn lief en ik naast elkaar in de zetel zitten, allebei op onze gsm kijkend naar foto’s van ons kind. “Kijk wat hij hier doet – grappig he!”, zeg ik dan waarop hij mij een andere foto toont die we dan nog grappiger vinden.
Het gebeurt regelmatig wel eens dat ik mijn lief ongemerkt observeer en dat ik moet gniffelen omdat ik elk gezicht van hem herken en op voorhand vaak kan voorspellen hoe hij op iets zal reageren.
Het gebeurt wel eens dat ik dan verzeil in mijn eigen gedachten. Ik ben dan wel eens verwonderd, dat ik mij net aan déze mens heb vastgehaakt. Ik sta dan wel eens stil bij het feit dat het zo vaak heel kleine dingen geweest zijn die ervoor zorgden dat mijn leven die kant op ging en niet die andere kant. Sta me toe u enkele van die kleine levensbelangrijke antwoorden te presenteren.
1. “Alle dan”

Deze warme liefdevolle woorden gaf ik als antwoord aan mijn toen-nog-niet-lief toen hij me vroeg of ik hem eens wou komen opzoeken in Amerika.
We kenden elkaar al van enkele jaren voordien in Leuven, maar waren elkaar uit het oog verloren. Ik studeerde nog wat jaren, hij werkte zich intussen te pletter en vertrok als expat naar Baton Rouge. Toevallig raakten we weer aan de praat en na heel wat uren gebabbeld te hebben via Skype vroeg hij me of ik niet naar Baton Rouge wou afzakken. Hij zou me dan zijn terminal laten zien.
Vol verwachting vertrok ik begin september 2011 naar Baton Rouge, waar ik – enigszins teleurgesteld – vaststelde dat hij me effectief zijn terminal wilde laten zien. Hij had een rondleiding van 1,5 uur voorbereid langs allerhande machines waar plastieken korrels bewerkt werden tot iets anders van plastiek. (U hoort dat ik goed heb opgelet tijdens de rondleiding). Vervolgens heb ik mij 3 weken lang steendood verveeld op de parking van bovengenoemde terminal waar ik boeken las bij een temperatuur van zo’n 40 graden en een tropische luchtvochtigheid terwijl mijn lief zich dood werkte van 06.00 ’s morgens tot 22.00 des avonds. Het was een van de saaiste vakanties van mijn hele leven.
Maar er moet toch iets geweest zijn (liefde, vermoed ik) dat ervoor zorgde dat wij nog maandenlang met een oceaan tussen ons in verder ploeterden. En toen ik hem dan uiteindelijk vroeg of hij niet terug naar huis wou komen zodat we misschien dan eens echt een relatie konden hebben – zo eentje waarin we elkaar niet enkel via een beeldscherm zien dat regelmatig net tijdens vreselijke gezichtsuitdrukkingen blijft haperen – zei hij op zijn beurt: “Alle dan”.

295795_10150833776430241_1828461060_n
Ik en de mijne in New Orleans – september 2011

2. “Ik ga het toch maar niet doen”

Toen ik in 2012 eindelijk uitgestudeerd was, spendeerde ik mijn laatste zomervakantie als studente aan het uitzenden van zo’n 250 sollicitatiebrieven. Ik schreef elke school aan via e-mail en ik stuurde hen een sollicitatiebrief. Daarna moest ik wekenlang mijn kas opvreten want ik kreeg werkelijk nul respons – noch negatieve noch positieve.
Tot ik ergens eind augustus twee telefoons kreeg op één dag. De eerste was van de XIOS Hogeschool in Hasselt. Ze zochten een vervanger voor een halftijdse opdracht in de lerarenopleiding Secundair Onderwijs. Ik zei meteen ja.
Enkele uren later volgde de tweede telefoon. Het was de directrice van een middelbare school in Lier die dringend op zoek was naar een Germaniste die meteen kon beginnen. Meer vereisten had ze niet en ik voldeed aan alle twee. Dus ik stapte op de trein naar Lier voor een sollicitatiegesprek. Ik gaf aan dat ik al had toegezegd voor een andere halftijdse opdracht in Hasselt. Ze verzekerde me dat we een oplossing zouden uitwerken waardoor ik de twee halftijdse opdrachten kon combineren. Ik kreeg nog een rondleiding (waarbij ik werd voorgesteld aan minstens 35 mensen waarvan ik niet één iemand zijn naam onthield), kreeg wat handboeken in mijn pollen geduwd en ik vertrok weer naar huis om mijn eerste lessen voor te bereiden.
Ik was de schoolpoort nog niet uit of mijn maag begon zich al in een serieuze knoop te draaien. Hoe moest ik dat immers aanpakken? Ik woonde in Antwerpen, ik zou halftijds werken in Hasselt en halftijds in Lier en ik had nul auto’s om die afstanden te overbruggen en nul onderwijservaring om op terug te vallen – de niet realistische stage-ervaringen niet meegeteld. Het begon me al te dagen dat ik mijzelf mogelijks in een lastig parket had gebracht. Ik besefte dat ik zou moeten kiezen.
Lier lag op een 20 minuten sporen van Antwerpen terwijl het naar Hasselt bijna anderhalf uur treinen was. De school zag er aangenaam uit en ik kende al 35 mensen die ik allemaal zou aanspreken als ‘dingske’. De keuze leek me evident.
Maar ik koos voor Hasselt. De job leek me inhoudelijk meer aan te sluiten bij wat ik graag wilde doen om mijn brood te verdienen. De afstand, daar zou ik gewoon eventjes niet over nadenken. Ik nam mijn telefoon, belde naar de lieve directrice in Lier en zei: “Dag mevrouw, ik ga het toch maar niet doen.”

De goden beloonden me rijkelijk voor mijn keuze want nog geen twee dagen later kon ik voltijds aan de slag in Hasselt. En nu – meer dan 5 jaar later – werk ik er elke dag liever.

14681641_10153779056747172_1077916305177956629_n
Ik en mijn collega Ruth fungeren hier als levende reclame voor onze PXL Hogeschool.. 

3. “Ok. En we zien dan wel hoe het gaat.”

Het moet ergens begin 2015 geweest zijn dat Wout en ik voor het eerst echt spraken over samen kinderen hebben. In de jaren ervoor hadden we dat al vaak gedaan natuurlijk, maar altijd abstract: “Als wij kinderen zouden hebben, dan … ” of “Als wij later dan kinderen hebben, dan gaan die zeker nooit …” (Wisten wij veel).
Maar begin 2015 werd het plots echt. We waren intussen getrouwd, we waren lang genoeg samen om echt te weten wie de ander was en wilden desondanks nog altijd samen blijven, we hadden allebei een job, we waren er klaar voor. De gesprekken over kinderen werden concreter. We spraken over timing en wanneer wel en wanneer niet. Zoals altijd in mijn leven wilde ik voorbereid zijn en de touwtjes goed in handen houden. Controle is jarenlang mijn middle name geweest. “Ok”, zeiden we elkaar ergens in februari 2015 “en we zien dan wel hoe het gaat”.
Het was mijn beveiligingsmechanisme dat meteen zijn werk deed. Na het plotse overlijden van mijn papa had ik mezelf immers aangeleerd altijd van het slechtste uit te gaan. Zo was ik altijd voorbereid op verdriet en zou niemand me ooit nog zo ‘off guard’ kunnen pakken. “Ok,” zeiden we nietsvermoedend, ” en we zien dan wel hoe het gaat.” In mijn hoofd had ik me voorbereid op jarenlang vruchteloos proberen, op frustratie en verdriet, op jaloezie en op radeloosheid.
Enkele weken later bleek ik al zwanger te zijn van onze eerste koter die me – nog voor hij geboren werd – alvast de illusie van controle afleerde. Intussen zijn we al meer dan een jaar respectievelijk mama en papa van Kasper en het is een rol die ons steeds meer ligt. Dagelijks zeggen wij zo’n 10 keer liefdevol tegen elkaar dat het zo’n topkind is en dat we hem zo graag zien dat het pijn doet. Intussen leer ik – via Kas – steeds meer los te laten en “wel te zien hoe het gaat”. Tot nu toe gaat het zo goed dat ik regelmatig in mijn arm moet knijpen om te geloven dat ik zoveel geluk kan hebben.

img_4864
Vrolijk kind met bal. 

Nu ik stilsta bij de antwoorden die de grote veranderingen in mijn leven aankondigden, dan blijken dat allemaal heel erg kleine, weinig memorabele uitspraken te zijn. Ik sprak geen grote profetische woorden en elk van de drie antwoorden toont op z’n minst dat ik niet wist waar het me brengen zou. En zo was het ook.
Wist ik veel dat die relatie met die kerel uit Amerika vaak veeleisend zou zijn, en soms zelfs erg moeilijk maar zo vaak ook licht en allesvervullend. Wist ik veel dat wij uiteindelijk zouden trouwen en concreet zouden spreken over kinderen en dat we er samen eentje op de wereld zou zetten. Toevallig een kind dat uit onze genenpoel zo’n toffe combinatie heeft weten te maken dat wij er elke dag versteld van staan. Wist ik veel dat met het sluiten van die ene deur ik een veel grotere deur elders opzette. Een deur die ik elke dag met veel goesting opentrek om naar al mijn collega’s – die ik trouwens allemaal bij naam ken (en het zijn er veel meer dan 35) – ‘goeiemorgen’ te roepen.

Het zal met ouder worden te maken hebben- ik heb immers een steeds langer pad om op terug te kijken maar toen ik vandaag keek, zag ik dat aan kruispunten soms links ging en soms rechts. Ik zag dat ik op elk kruispunt de tijd nam om de andere wegen te bekijken. Ik zag dat ik telkens koos met mijn hart en dat ik dat bange hart soms de eerste kilometers moest slepen omdat het tegen me zei dat ik beter de andere weg had gekozen.
Nu ik hier ben en achterom kijk, besef ik dat ik net zo goed de andere wegen had kunnen kiezen. Misschien was ik net zo gelukkig geweest. Dat weet ik niet, daarvoor heet het kiezen. Maar wat ik wel weet, is dat het hier – waar ik nu zit – werkelijk aangenaam vertoeven is.

 

Advertenties

Een gedachte over “3 antwoorden die mijn leven voorgoed veranderden

  1. Wat een toeval. Ook germaniste. Ook de echtgenoot leren kennen in Leuven. Ook gesolliciteerd voor een half-time in de lerarenopleiding. Alleen … niet aanvaard wegens te oud (50+) en dus te duur. Dus zit ik nu al meer dan twee jaar thuis na een burn-out.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s