In de leefclub

Vorige week maandag kwam ik weer samen om het met mijn leesvriendinnen te hebben over een boek dat we allemaal gelezen hebben. Dit keer lazen we Het absurde idee je nooit meer te zienDe Spaanse schrijfster Rosa Montero belandt in een depressie na het overlijden van haar man. Toevallig krijgt ze in dezelfde periode het rouwdagboek dat Marie Curie schreef na het overlijden van haar man Pierre in handen. Deze vondst zet Montero aan tot het schrijven van haar eigen persoonlijke verslag van het verdriet om haar man. Toch gaat het boek zeker niet alleen over rouw. Het leven als vrouw toen en nu, een carrière als vrouw in de wetenschap, de kracht van literatuur, de relatie tussen mannen en vrouwen in het algemeen, het komt allemaal aan bod in dit boek.

9200000045904474
Bron: google

Vorige week zaten we dus weer met z’n allen rond de tafel. Bij de start van onze avond bleek al dat bijna iedereen het een goed boek vond. Ieder van ons had er wel iets in gevonden wat ons raakte tot diep in ons hart. We lazen elkaar korte stukjes voor, we haalden bepaalde fragmenten aan en we trokken de lijn door naar ons eigen leven.
Ik koos bijvoorbeeld voor dit stukje tekst:

“Laat me je vertellen over een van de mooiste momenten uit mijn leven. Als goede stoïcijnse en gereserveerde krijger vreesde Pablo dat mensen medelijden met hem zouden krijgen, en hij koos ervoor zich af te zonderen. Daardoor waren we in de tien maanden dat hij ziek was vrijwel altijd alleen. Tot Pablo in de laatste dagen buiten bewustzijn raakte. Op dat moment, toen de aanwezigheid van anderen hem niet meer kon deren, stroomden onze vrienden ons huis binnen als het water van een stuwmeer na instorting van de dam. Ze stroomden binnen, gedreven door de grote ongerustheid die ze hadden gevoeld omdat ze zo lang op afstand waren gehouden. En ze bezetten onze woning, bivakkeerden in onze huiskamer, sliepen op de banken, losten elkaar af, bereidden maaltijden, schudden met medicijnflesjes en gingen naar de markt en de apotheek. En dat deden ze allemaal om hem te verzorgen, om mij te verzorgen, om ons te omringen met hun genegenheid. En ze bleven in het huis en gingen pas weg nadat Pablo was overleden, een strijdvaardig leger van vrienden die het voor elkaar kregen dat de afschuwelijke dood ook iets onbeschrijflijk moois kreeg.” 

Toen ik klaar was met voorlezen, keek ik op en zag ik knikkende hoofden me aankijken. We zijn allemaal immers al geconfronteerd met rouw en ieder van ons herkende ook dat warme, dat zorgzame, dat volle huis en al die thermossen koffie die bij rouw horen.
Ja, zeiden we tegen elkaar, zo is het maar net. Wie wou vertelde over zijn persoonlijke ervaringen, maar net zo goed werd er vooral geluisterd. De gesprekken waren bij momenten erg intiem en vertrouwelijk, maar niemand leek het gek te vinden om zulke persoonlijke gedachten met elkaar te delen. Dat is op zich speciaal, want voor onze leesclub geboren werd kenden we elkaar amper. Kijk ons hier nu zitten, dacht ik. Het is bijna beter dan therapie. Toen ik weer thuis was voelde ik me opgeladen en geïnspireerd. Niet alleen door het boek, maar zeker en vast ook door de input van mijn leesvrienden.

Eén van hen vertelde nog al lachend dat haar zoon zich met de beste wil van de wereld niets kon voorstellen bij onze leesclub. “Maar mama”, zei hij net voor I. vertrok, “wat doén jullie daar in godsnaam?”. “Tja,” antwoordde I, “heel veel eigenlijk, maar het is moeilijk uit te leggen wat precies”. Net voor ze de auto instapte kreeg ze nog telefoon van een vriendin die haar niet goed begreep: “Waar ga jij naartoe? Naar de leefclub?!”
I. verbeterde haar al lachend: “Maar neen gij, naar de leesclub!” Daar begreep ze al niet veel meer van, maar goed.

Achteraf bekeken had haar vriendin misschien gelijk, bedacht ik me. Misschien hebben we wel eerder een leefclub dan een leesclub. Het is een plek waar we’t hebben over het leven, dat van personages maar even goed dat van ons. We vertrekken vanuit een boek, maar al gauw schuift het verhaal over ons eigen verhaal heen en wisselen we ideeën, visies en ervaringen uit. Daar samen zitten toont me iedere keer de kracht van literatuur. En het helende en verrijkende van praten met andere mensen.
Eens thuis vroeg mijn lief hoe het was. “Het was weer super in onze leefclub”, zei ik.
“In de leesclub?”, vroeg hij, met een half oog naar Extra Time kijkend.
“Neen, neen, in de leefclub”, zei ik terwijl ik mijn ogen over de planken van mijn boekenkast liet gaan – alweer op zoek naar ons volgende verhaal.

Processed with VSCO with t1 presetI
Ik als zeventienjarige tijdens één van de moeilijkste periodes in mijn leven – in een innige omhelzing met de aanvoerder van mijn strijdvaardig leger aan zorgzame vrienden.

 

 

 

 

 

Advertisements

3 thoughts on “In de leefclub

  1. Damn woman, gij schrijft goed!
    Al eens aan gedacht om in navolging van Marie en Rosa zelf iets te schrijven? Iets van wat meer lengte dan een blogbericht hé, bedoel ik.

    Liked by 1 person

  2. Dag Sarah

    Wat een fijne comment!
    Gedacht en gedroomd! Als kind bijna dagelijks!
    Maar zo’n topschrijver ben ik niet hoor. Laat me nog maar wat prullen op mijn blog 😉 Ik kan nog wat oefening en aanmoediging gebruiken!

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s