Van “A little life” naar “Elvis” en via “Roald Dahl” weer terug – Gelezen in 2016

De reden waarom dit boekenlijstje zo laat verschijnt is tweeledig. Eén: ik wilde mijn laatste boek nog uitlezen. Twee: ik heb nogal liggen kloten om zo’n schone afbeelding van al mijn boeken te verkrijgen. Ik wou vermijden dat ik alweer moest aankloppen bij mijn broer voor technische dingetjes die voor mij altijd voelen als één van de twaalf werken van Hercules terwijl ze voor hem poepsimpel zijn. Dus ik heb nogal eens liggen knippen en plakken en selecteren en kopiëren en bijsnijden. Maar kijk, hier is het dan:

boeken

Dat het zo klein is, dat heeft niks te maken met mijn totaal gebrek aan technische kennis – vermoedelijk wel hoor – maar het ligt toch vooral aan het feit dat ik zoveel boeken heb gelezen dat ze anders niet in één vakje passen.

Omdat ik eind 2015 voor het eerst moeder werd, had ik mijn leeslat voor 2016 niet te hoog gelegd. 20 boeken moet wel lukken, dacht ik. En ik had gelijk want het werden er 38. Ik zal ze u niet allemaal uitgebreid toelichten, want dan zijn ze rondom mij vermoedelijk aan het aftellen naar het nieuwe jaar tegen dat ik klaar ben maar toch even een overzichtje.

De eerste weken van het jaar las ik eerst de boeken uit waar ik in begonnen was toen het mensenkind 150 jaar later geboren werd dan voorzien. “Eat, pray, love” en “Het Winterpaleis” waren geen hoogvliegers maar ik kon er nog net mijn vermoeide hoofd bijhouden. Ze waren de moeite van het uitlezen waard, maar ik zou ze niet nog eens opnieuw lezen. Tussendoor las ik “Welcome to My Jungle” van Craig Duswalt – de persoonlijke manager van Axl Rose tijdens een wereldtournee ergens vooraan in de jaren ’90. Dat boek las ik op mijn Iphone nadat mijn eerder vermelde technisch meer dan onderlegde broer zo lief was om het boek daar op te installeren. Ik had toen nog geen Kindle en zo kon ik toch met een slapend kind op mijn arm verder lezen. Dat boek vond ik supergoed, maar ik heb zelden iets gelezen over Guns N’ Roses wat ik niet interessant vind of het moet geschreven geweest zijn door de blaaskaak der blaaskaken Serge Simonart.
Ik had de smaak van muziekbiografieën te pakken en het eerste boek dat ik las op mijn Kindle was “Storms – my life with Lindsey Buckingham” waar een oud lief van Lindsey vertelt hoe het was om tot het entourage van Fleetwood Mac te behoren. Ik las vaak in bad en ik luisterde intussen naar Fleetwood Mac. Het was mijn uur me-time om me even af te sluiten van het soms eentonige van in slaap sussen, eten geven, pampers verversen en terug in slaap sussen.
In de laatste weken van mijn zwangerschapsverlof las ik nog “After you” van Jojo Moyes – de opvolger van “Me before you”. Ik herinner me nog dat ik vaak op mijn buik lag te lezen op ons bed, bijna plat op de matras zodat Kasper me niet zou zien. Zo kon ik gauw zijn tut terug steken als hij die verloor tijdens zijn dutje en dreigde wakker te worden. Gelukkig maakt het geen lawaai als ik het blad omdraai op mijn Kindle, dus daar kon hij al niet van wakker worden. Ik vond het eerste boek goed en dit boek ook. Het zijn geen boeken die me voor eeuwig zullen bijblijven, maar ik heb ze graag gelezen en is dat eigenlijk niet het voornaamste? Ik las ook nog het “Het Smelt” van Lize Spit en daar schreef ik hier al over.

Toen begon ik terug te werken en ik bereidde me voor op weinig leestijd. Maar dat viel goed mee aangezien we allebei vonden dat er weeral eens geen flikker op tv was. De tv bleef dus vaak gewoon uit en wij lazen een eind weg. Uit die maanden onthoud ik vooral “Uprooted“. Het is de eerste fantasyroman die ik ooit las en ik was meteen verkocht. Het gaat over een volk dat beschermd wordt tegen het gevaarlijke Woud door een tovenaar. In ruil voor zijn bescherming eist hij elke jaar een vrouw op uit het dorp die hem moet dienen. Uiteraard wordt het hoofdpersonage Agniezska uitgekozen en het is niet omdat ze zo’n lekkere ovenschotels kan maken. Agniezska heeft namelijk ook magische krachten en samen met de tovenaar raakt ze verwikkelend in een spannend avontuur om haar volk te beschermen. Het deed me wat denken aan een mengeling tussen een sprookje en Harry Potter. Heel schoon. Ik denk nog vaak terug aan de uren in de hangmat met mijn boek en iedereen die mij met rust liet zodat ik kon lezen. Ik las ook nog “A Career of Evil“, de derde detectiveroman die J.K. Rowling schreef onder haar pseudoniem Robert Galbraith. Ik vond het het beste van de drie tot nu toe. Het was erg spannend en de personages krijgen steeds meer diepgang. Ik ben soms zelfs bang geweest omdat de spanning zo goed werd opgebouwd. Mocht er plaats geweest zijn in de vriezer, dan had ik het boek er ’s nachts in gelegd denk ik.

Daarna brak de zomervakantie aan en dat was een fantastische tijd. We deden van staycation en bleven met veel plezier in onze eigen hof – met uitzondering van een weekendje Ieper. Ik las alle Graphic Novels die de bib van Halen te bieden heeft: onder andere de reeks van Aya, “Blauw is een mooie kleur” waarvan we ook de film nog zagen (het boek was beter) en  “Toen David zijn stem verloor” van Judith Vanistendael. Vooral dat laatste boek zal me bijblijven. Niet alleen was het een prachtig verhaal, de tekeningen waren ook wonderschoon. Aangezien we niet op reis gingen, reisde ik een beetje via het boek van “Reizen Waes”. Ook geen topper maar het was wel een leuke aanvulling op het programma – toevallig één van de programma’s waarvoor wij onze kijkkast al wel eens durven opzetten.
Ik las ook nog “Harry Potter and the Cursed Child” en ik was eerder teleurgesteld. Ik vond het verhaal nogal weinig aan elkaar hangen en veel van de personages waren echt karikaturen van zichzelf geworden. Maar HP heeft een plek in mijn hart dus alles wat ermee te maken heeft zal altijd wel mijn aandacht trekken.
Maar als er één boek is dat me zal bijblijven dan is het wel “A little life“. Dat boek plakte echt aan mijn lijf en ik las er verder in tijdens elk vrij moment dat ik maar kon vinden. Niet zelden lag ik op de zetel te bleiten omdat het zo pijnlijk en zo schoon tegelijk was. Mijn lief keek mij aan vol onbegrip en wreef eens over mijn bolleke. We bespraken het ook samen in ons leesclubje en bijna iedereen was er even erg door geraakt als ik. Nu, zoveel maanden later denk ik nog vaak terug aan Jude, Willem, Malcolm en JB. Mannekes, zo rauw en diep dat het leven zijn kan. Daarna volgde “Het absurde idee je nooit meer te zien” en dat is toevallig het volgende boek dat ik met mijn leesvriendinnen ga bespreken. Ik heb er heel wat over te zeggen maar dat ga ik nu niet doen want dat doe ik veel liever als ik hen in’t echt zie op onze volgende leesdate in januari.
Ik eindigde de zomervakantie met een Elvisperiode. Ik weet niet hoe ik er plots in verzeild geraakte, maar ik heb het ook al gehad met Fleetwood Mac en met Guns N’ Roses dus ik herkende de symptomen en ik wist dat het beter is om er gewoon aan toe geven en dat het dan vanzelf wel weer voorbij gaat. Ik las dus 3 boeken over The King waarvan vooral “Baby, let’s play house” er met kop en schouders bovenuit stak. Het boek gaf echt een onderbouwde inkijk in zijn relaties met vrouwen. Dat klinkt als de Story maar het voelde toch eerder als de Humo in boekvorm.

In het najaar las ik de autobiografische roman “Wat voorafging” waarin Diane Broeckhoven de troebele relatie met haar moeder op een heel waardige en genuanceerde manier in beeld brengt. Daarna las ik ook nog haar kortverhaal “De buitenkant van Meneer Jules” waarin een vrouw haar pas overleden man een hele dag bij zich houdt om afscheid van hem te kunnen nemen. Allebei mooie verhalen en ik heb ze met plezier gelezen.
Maar samen met”A little life” vormen de twee fantasyboeken “A court of Thorns and Roses” en “A Court of Mist and Fury” mijn top-3 van het afgelopen jaar. Deze twee fantasyromans vertellen het verhaal van Feyre die in het magische land achter De Muur terecht komt en daar verliefd wordt en het opneemt tegen een kwaad dat al jaren het magische volk de Elfiden teistert. In het tweede boek neemt het verhaal plots een heel onverwachte wending en zo werd het NOG BETER. Ik heb al een paar keer proberen uit te leggen waarom ik fantasy plots echt goed vind, maar het lukt me maar niet. Want de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er ook regelmatig bagger tussen zit en het is niet altijd gemakkelijk om – aan de hand van de achterflap – uit te maken of het nu prut gaat zijn of niet. Dus ik heb enkele fantasylezers onder mijn vrienden die me wat de weg wijzen door fantasyland en voorlopig heb ik 3 ervaringen en het waren er alle drie goede.
Ten slotte was 2016 nog het jaar waarin me eindelijk toelegde op het oeuvre van Roald Dahl. Er liggen nog heel wat klassiekers op me te wachten, maar voorlopig las ik al “Matilda” en gisteren las ik nog net “Charlie and the Chocolate Factory” uit. “Matilda” kreeg 4 sterren en “Charlie and the Chocolate Factory” kreeg er 3, maar ik heb ze allebei met veel plezier gelezen.

2016 was een goed leesjaar, tegen alle verwachtingen in. Ik stapte uit mijn comfortzone recht de wereld van de Fantasy in en ik vond het er plezant vertoeven. Ik werd dikke vrienden met de hoofdpersonages uit “A Little Life”. Ik leerde Elvis weer wat beter kennen. Ik was blij met het nieuwe boek in de reeks van Robert Galbraith en iets minder blij met het nieuwe boek in de reeks van Harry Potter. De voorbije weken zat ik even in een leesdip. Roald Dahl is er me stilletjes aan het uittrekken dus ik hoop gauw weer mijn oude lees-zelve te zijn want er liggen hier nog wat leuke boeken op mij te wachten. Nu heb ik nog zo’n 13 uur om na te denken waar ik mijn leeslat voor 2017 zal leggen. Ik wil ook niet té hoog mikken want eronder eindigen is niet plezant. Misschien zal ik dan maar voor 25 gaan?

Advertenties

Time flies when you’re havin’ fun- Kasper is 1 jaar!

Lieve Kasper

Een jaar geleden om klokslag 22.00 kwam jij voor het eerst in ons leven. We hadden – naar mijn gevoel – honderd jaar langer moeten wachten dan voorzien, maar daar was je opeens en je overtrof al onze verwachtingen. Ik snuffelde aan je gezichtje, ik wreef over je handjes en je teentjes, ik keek je aan en ik wist meteen dat je bij ons hoorde. We waren heel voorzichtig met jou in het begin. We gaven je traag en omzichtig aan elkaar door, bang om je te breken. Ook al was je met je 3,8 kilo zeker geen klein baby’tje. Ik deed geen oog dicht die eerste uren. Ik wilde veel liever kijken naar hoe jij zo vredig lag te slapen. Ik vroeg of ik je uit je bedje mocht pakken en besefte toen dat ik dat niet hoefde te vragen want jij was helemaal van ons. Er kwamen veel mensen op bezoek en je sliep verder in iedereen zijn armen.

Die eerste weken waren een rollercoaster van emoties. Ik was onwaarschijnlijk gelukkig, ik was nog nooit in mijn hele leven op iets of iemand zo trots geweest, ik was zo onwaarschijnlijk dankbaar dat je gezond was, maar tegelijk was ik ook vaak erg onzeker, voelde mijn hoofd soms als een gevangenis en dacht ik weemoedig terug aan de tijd waarin ik elke dag uren had die ik zelf kon invullen. Nochtans was je zeker geen huilbaby. Je at meestal goed en je sliep zoals een baby die net geboren is doorgaans slaapt: in blokjes van een uur of drie. We mochten dus zeker niet klagen en dat deden we ook niet, maar de aanpassing naar een leven met kind is toch een van de grootste aanpassingen die ik ooit deed.

Al van voor je er was, leerde je me belangrijke lessen. Je leerde me geduldig zijn door 100 jaar later geboren te worden dan voorzien. En je leerde me loslaten. Ik moest immers aanvaarden dat ik wat jouw geboorte betrof niets in de hand had en dat het aan Moeder Natuur was om te beslissen. Die lessen zijn na 26.12 nog vaak van pas gekomen. Ik ben niet de meest geduldige mens op aarde. Concreet betekent dat dat ik waarschijnlijk één van de ongeduldigste mensen op aarde ben. Maar voor jou heb ik geduld met hopen. Ik heb geduldig met je op mijn arm rond gelopen tot jij je kon overgeven aan de slaap. Ik heb zo vaak het flesje terug in je mondje gestoken omdat ik wou dat je iets zou drinken. Ik heb je uren getroost wanneer krampjes je parten speelden die eerste weken van je leven. Ik heb wel duizend keer voor je gezongen van dokter Grijzebaard – wiezewiezewies bom bom. En op momenten dat het geduld op was – en die waren er hoor, lieve beer – dan duffelde ik je warm in en dan wandelden wij kilometers ver door Halen tot jij in slaap viel en ik alleen maar stilte hoorde.


Die 14 weken met ons twee gingen tegelijk heel snel en heel traag. Er waren dagen dat ik altijd alleen met je was en dat de tijd voorbij kroop. Maar toch voelde het alsof ik maar even knipperde met mijn ogen en ik moest je al naar de onthaalmoeder brengen. Gelukkig voelde ik meteen dat je daar in goede handen was. Bij Veronica is van bij de start ruimte geweest voor warmte, voor knuffelen, voor op de arm liggen toen je nog moest wennen, voor je eigen tempo. Zo’n onthaalmoeder is goud waard en het deed mijn prille moederhart zo’n deugd dat ze me de eerste dagen wel 10 sms’jes stuurde om te laten weten dat je at en sliep en lachte. En op lastige momenten is er altijd Frank – giraf op rust – jouw beste vriend. Al één jaar slapen jullie elke nacht met zijn tweetjes in hetzelfde bedje. Al één jaar streel jij zijn pootje tot hij in slaap valt. Of is het omgekeerd?

img_6862

Toen je een maand of vier oud was, begon de tijd pas écht te vliegen. Je at je eerste keer groentepap (totale ramp), je at de tweede keer groentepap (nog erger dan de eerste keer – die lessen in geduld kwamen alweer van pas), je ging voor het eerst mee naar een groot feest toen je peter trouwde, je supporterde mee voor de Rode Duivels en plots was je een half jaar oud.

Toen brak de zomer aan en die was werkelijk fan-tas-tisch, lieve schat. We waren onder ons drietjes en genoten van onze tuin en van de traagheid die bij vakantie hoort. We trokken er samen op uit. We gingen een weekend naar Ieper en vertrokken met een auto zo vol alsof we voor 4 weken naar een onbewoond eiland gingen. Waar is de tijd dat ik alleen mijn eigen jas moest aandoen, mijn sjakosj moest meepakken en in de auto kon stappen en vertrekken? Het lijkt soms eeuwen geleden.
In de zomervakantie maakte je grote sprongen. Je kon plots zitten, je kreeg twee tandjes tegelijk en je kroop voor het eerst onze living door. Ik prijs me gelukkig dat ik de eerste was om al die mijlpalen te zien. In een tijd van veel werk, sociale verplichtingen en een gsm die altijd wel een newsflash stuurt, moet ik er vaak over waken dat ik naar de juiste zaken blijf kijken. Nochtans is het ook met die vervloekte gsm dat ik het voorbije jaar wel 1000 foto’s van jou heb genomen. Op momenten dat je er niet bent of wanneer je in je bedje ligt, kan ik me uren zoet houden met nog eens door al je foto’s te scrollen. Ik toon die dan aan je vader en dan grijnzen we domweg naar elkaar – zo content dat wij samen horen.

Ook in het najaar zat je niet stil. Je kon plots alleen staan, je schuifelde voort langs de meubels, je stapte trots achter je auto aan en opeens liet je los en wankelde je op je eentje verder. Ik veegde mijn hart bij elkaar. Plots was je echt helemaal geen baby meer. En hoewel het fantastisch is dat je telkens nieuwe trucjes kan, vind ik het toch het allerleukste om je elke dag een beetje beter te leren kennen.

Je bent een vrolijk kindje, lieve Kas, vooral als je in je eigen habitat bent. Dan ben je voortdurend aan het tateren. Maar als je ergens bent waar er veel mensen zijn of waar je niet zo vaak komt, dan word je stil en kijk je liever de kat uit de boom. Je bent een grote knuffelaar. Je vindt niets leuker dan tegen iemand aan te mogen liggen en opgepakt te worden. Dan sla je je kleine armpje rond mijn nek en wijs je met je ander handje waar we best naartoe zouden gaan. Je kijkt graag mee als ik aan het koken ben. Dan trek je je recht aan mijn benen en schommel je heen en weer op je voeten tot ik je van miserie op pak. Je duwt graag  op het knopje van de radio en kijkt me dan verwonderd aan wanneer er plots muziek uit de boxen komt. Je zegt van ‘mamamama’ en ‘papapapa’ en je wacht aan de deur wanneer één van ons twee even naar boven gaat. Als je ’s nachts verdrietig bent en papa neemt je mee naar ons bed, dan lach je luidop van contentement dat je bij ons mag liggen. Je nestelt je tussen ons in, je houdt met elk handje één ouder vast en je knort rustig verder. Je houdt veel van muziek en je kan niet stil zitten als je een liedje leuk vindt. Je kijkt graag in boekjes, je wappert met je handjes als je naar Bumba mag kijken, je steekt wel honderd keer iets in de doos om het er meteen weer uit te halen. In de doos – doos dicht – schudden – alles eruit.

Vandaag word je één jaar, mijn oogappel. Wij werden vorig jaar samen met jou als ouders geboren. Dat betekent dat we – net zoals jij – nog alles moesten leren. Er zijn momenten dat ik denk dat ik het kan, dat ik het onder controle heb en dat ik een goede mama voor je ben. Maar er zijn net zo goed momenten dat ik het gevoel heb dat ik rond ploeter, dat ik niet streng genoeg voor je ben of net te streng, dat ik mijn prioriteiten verkeerd leg, dat ik te weinig écht aandacht voor je heb. Ik denk dan terug aan de lessen die je me leerde nog voor je geboren werd, en ik probeer geduld te hebben met mezelf en los te laten.

Vandaag ben je al één jaar, lieve beer. Al één jaar ben jij het middelpunt van onze wereld. Al één jaar draait voor mij alles om jou. Al één jaar mag ik jouw mama zijn. Wat is dat jaar snel omgevlogen. Het was nog maar gisteren dat ik je voor het eerst in mijn armen had. Zo blijkt ook dat cliché over het ouderschap heel erg waar te zijn.

Vandaag ben je nog maar één jaar, kleine Kassieman. Dat is niks in een mensenleven. Je zal je waarschijnlijk niks herinneren van het voorbije jaar. Maar later als je groter bent, dan zal ik je er alles over vertellen. Dan zal ik vertellen over hoe hard we moesten lachen samen, over hoe we soms ook samen huilden, over hoe vaak wij over je bolleke streelden, over hoeveel kusjes wij je gaven, over hoe vaak ik jou vastpakte en papa dan zijn armen om ons twee sloeg, over hoe we dagelijks tegen elkaar zegden dat wij zo’n topkind hadden gemaakt, over hoe mooi wij jou vinden, over hoe blij wij met jou zijn en over hoe ontiegelijk graag wij jou zien – vanaf de allereerste minuut.

Hieperdepiep, zonnekind, hieperdepiep HOERA!

20161104kasper20

Dingen die ik onlangs googlede

In het vriendenboek dat ik kreeg voor mijn verjaardag moeten mijn vriendjes invullen wat het laatste was wat ze googlede. Dat heeft vaak al grappige antwoorden opgeleverd en het geeft ook een goed beeld van waar ze mee bezig zijn of van wat ze zich hebben afgevraagd. Daarom mijn eerste rubriekje: dingen die ik onlangs googlede. Hoera!

1.De vervoeging van het werkwoord googlen.

Ik googlede het zonet nog omdat ik zeker wou zijn dat ik het correcte spelde. Blijkt er toch wat verwarring over te bestaan. Enkele taalpuristen raden aan om gewoon te schrijven ‘opgezocht op het internet’, maar dat bekt natuurlijk niet zo lekker. Gelukkig kon ik terecht bij Onze Taal, mijn baken van licht in tijden van talige onzekerheid. En alzo werd de titel van dit blogstukje correct geschreven.

2. Godfried Bomans

Het voorlaatste wat ik ‘opzocht op het internet’ was informatie over Godfried Bomans. Op school heb ik samen met enkele studenten van het derde jaar een leesgroepje. We komen samen tijdens de middagpauze en ik lees een tekst of een verhaal voor en dan praten we daar wat over. Laagdrempelig, plezant en fijn om studenten een extra uitdaging te bieden en te horen wat zij zelf graag lezen. Voor onze volgende bijeenkomst heb ik een kortverhaal van Godfried Bomans uitgekozen en ik besefte dat ik betrekkelijk weinig over hem weet. Een korte opzoekronde leerde mij het volgende:

– Hij is een Nederlander en hij leefde tussen 1913 en 1971.

– Hij was een groot kenner van Charles Dickens en hij vertaalde ook het werk van Dickens.
Dat vind ik eigenlijk best wel maf, want ik ben een grote Dickensliefhebber. Ik lees zijn boeken wel altijd in het Engels dus vandaar ben ik Godfried nooit tegen gekomen. Maar ik moet zeggen dat hij plots al een pak interessanter voor me werd.

-Hij is getrouwd op mijn verjaardag. Totaal irrelevant, maar als ik ergens 17 augustus zie staan, dan let ik altijd even extra op.

-Zijn bekendste werk is ‘Erik of het klein insectenboek’. Ik heb het nooit gelezen, maar de titel kwam me bekend voor. Hugo Brems zal daar dus eens iets over verteld hebben tijdens een van zijn colleges waar ik toevallig was.

– Godfried speelde Sinterklaas in Nederland! Hij was zo’n beetje de Jan Decleir van het Noorden. Ongetwijfeld is dit het enige wat ik nog lang zal onthouden.

 


Bron: Wikipedia

 

– Hij lijkt nogal op de schele versie van Jos Bosmans.

3. Verdeling letters letterkoekjes

Dit was mijn exacte zoekterm. Ik wilde voor Kasper namelijk een zinnetje vormen met letterkoekjes, maar na meer dan 10 zakjes open gedaan te hebben had ik nog altijd maar 1 ‘j’ en géén ‘v’ terwijl er intussen toch al meer dan 15 ‘a’s op het tapijt lagen. Ik stelde mij daar serieus vragen over dus belde ik even naar dokter Google. Maar dit keer kon het alwetend orakel mij niet verder helpen. Ik kwam enkel op websites terecht die uitlegden hoeveel calorieën er in zo’n koekjes zitten. Ook de zoekterm ‘spreiding letters letterkoekjes’ leverde mij niet de gewenste uitkomst. Ik las wel iets over het belang van tussendoortjes en iets over gezond opvoeden. Als iemand mij dus kan zeggen hoe het komt dat sommige letters superweinig voorkomen en anderen veels te veel in één zakje zitten, laat het mij dan alstublieft weten. Sinterklaas vond het uitermate frustrerend om tussen 100’den letterkoekjes op zoek te gaan naar de broodnodige ‘j’. Uiteindelijk heeft die goedheilig man moeten improviseren en stukjes van koekjes moeten afbijten om een ‘j’ te bekomen.

Processed with VSCO with g3 preset

Voor diegenen die zich ernstig zorgen maken over de manier waarop ik mijn kind behandel inzake Sinterklaas: geen reden tot paniek. Alvorens het kind ’s morgens zijn speelgoed mocht bewonderen, werden de lettertjes gewoon door elkaar gedaan. Hij kan nog niet lezen, MAAR GE WEET MAAR NOOIT.

Processed with VSCO with g3 preset

Het interesseerde hem trouwens geen flikker en hij ging onmiddellijk op zoek naar de auto’s die hij al maanden heeft en begon vrolijk daar mee te spelen. Sinterklaas noteerde dat meteen in zijn grote rode boek.

4. Pita halloumi dagelijkse kost

Ik zag met een half dat de Jerre dit aan het klaarmaken was een tijdje geleden en besloot het achteraf zelf ook eens te testen. Was een mega-winner en sindsdien staat het hier om de twee weken wel eens op het menu. Ik google dan toch nog altijd even het recept, gewoon om zeker te zijn. Zeker eens maken, ook de niet-vegetariërs onder u gaan dit lekker vinden. Zeg dat ik het gezegd heb.

 

Mocht u dus soms denken: ‘Amai, die weet zo veel’, besef dan dat ik het mogelijk net ervoor nog heb liggen googlen.

Mijlpalen! Mijlpalen!

Ik weet niet hoe dat bij jullie zit, maar bij ons vliegt de tijd.
Mijn Timehop-app toont me dagelijks dat ik vorig jaar nog met een dikke buik rond liep. Het boekje waar ik al 5 jaar elke dag trouw een zinnetje in schrijf, leert me dat ik toen zeer ongeduldig uitkeek naar de uitgerekende datum. Mijn herinneringen zelf zeggen me dat het daarna nog honderdduizend jaar duurde eer hij effectief geboren werd. Maar kijk, binnen enkele weken wordt die kleine man van ons één jaar.
De voorbije weken toonde Kasper weer enkele nieuwe kunstjes.

img_3285

De eerste keer dat hij alleen stond, legde ik toevallig vast op de gevoelige plaat. Ik wilde eigenlijk een foto maken van hoe hij als een baas op zijn tamboerijn aan het mokeren was, toen Wout plots riep: ZIET GIJ WAT IE DOET?? Waarop ik rustig antwoordde dat ik zag dat hij door had dat dat ding lawaai kon maken. Waarop Wout weer: GE ZIET HET NIET! DIE STAAT ALLEEN! Zijn verbaasde smoel is dus geheel oprecht en waarachtig. Kasper stond wiebelend enkele seconden alleen op zijn voetjes, waarna hij zich toch weer op zijn derrière liet zakken en de kamer rond kroop terwijl hij de tamboerijn voortduwde.

De volgende dagen liet hij zich steeds vaker los. Processed with VSCO with g3 preset

Ik liet hem veel op blote voetjes spelen omdat hij zo zelf beter kon aanvoelen hoe hij zijn evenwicht moest bewaren. Na enkele dagen begon hij ook vanuit hurkstand recht te staan. Heel koddig en plezant om te zien. Als het lukt, dan roept hij ons en doen wij van ‘Bravo’ en dan klapt hij zelf in zijn handen.

De kinesist die regelmatig op bezoek komt bij de onthaalmoeder van Kasper – overigens de beste onthaalmoeder ter wereld – raadde aan om hem schoentjes te kopen. Dat extra beetje steun aan zijn hielen zou hem zeker helpen om vlot te stappen. Hij stapte al goed op blote voeten en op sokken achter zijn loopwagen aan. Maar ze is er echt van overtuigd dat schoentjes het laatste duwtje zijn om hem alleen te laten stappen.

Vorige week – toen hij precies 11 maanden oud was – trok ik met mama naar de schoenenwinkel in de buurt. We hadden ons oog al meteen op een schoon paar bruine schoentjes laten vallen. Er werden voeten gemeten (maat 20), er werden schoenen gepast, er werd naar dingen in de winkel gewezen, er werd argwanend gekeken naar de mevrouw die de schoenen aandeed en er werd gestapt met schoenen aan. Hij stapte alsof we aan iedere voet plots 10 extra kilo’s hadden gehangen, maar na even oefenen was hij eraan gewend en duwde hij zijn kar weer voort zoals voorheen. Alweer een mijlpaal erbij.

img_3462

Alsof dat nog niet genoeg was, mocht hij vorig weekend voor het eerst in zijn grote autostoel. Hij is zijn maxi-cosi stilaan helemaal ontgroeid. Beensgewijs bengelde hij er al een tijdje uit, maar nu zijn hoofdje er ook niet meer helemaal in paste was het tijd om de zwaarste sjakos ever op te bergen en het kind in een echte stoel vast te gespen.
Hij vond het helemaal de max om naar buiten te kunnen kijken. Ik keek achterom en schrok mij een bult. Mijn baby is nu echt een peutertje aan het worden. Zo’n peuter met een jas waar wantjes uit bengelen.

Processed with VSCO with f2 preset
eind december 2015 – eind november 2016

Maar het is natuurlijk niet altijd peis en vree. Want waar baby’tjes vooral naar het plafond staren en blijven liggen waar je ze gelegd hebt, kruipen peuters rustig het hele kot door en laten ze daarbij een spoor van vernieling achter.
Zijn nieuwe hobby is het leeghalen van alles wat hij open krijgt; de papiermand, de vuilbak met lege wc-rolletjes in de badkamer, dozen die ik zopas netjes heb ingeladen haalt meneer achter mijn gat op 1-2-3 terug leeg. En hij doet dat ook nog eens heel zelfzeker. Hij pakt alles vast en in plaats van het kort bij de doos weer neer te leggen, smijt hij alles liefst zo ver mogelijk weg.
Als ik hem dan tegen zijn voeten-met-schoenen geef, dan blijkt hij niet in het minst onder de indruk te zijn van mijn terechtwijzing. Sinds kort zwaait hij dan ook met zijn vingertje terwijl hij van ‘nee’ schudt om dan onmiddellijk weer verder te gaan met den boel helemaal overhoop te zetten.


Het zijn plezante tijden. Maar staar u niet blind op sociale media en de stank van moederstoef. Er zijn ook dagen dat hij zonder reden lastig doet bij het eten, of dagen dat het een gevecht is om hem iets met mouwen aan te laten doen, of dagen dat ik niks anders lijk te doen dan te werken en op te ruimen, of dagen waarin ik zot word omdat ‘douchen’ het meeste me-time is dat ik georganiseerd krijg. Dan denk ik wel eens weemoedig terug aan die jaren op kot in Leuven waarin ‘naar de winkel gaan’ als enige op de to-do lijst stond en ik het nog klaarspeelde om het niet rond te krijgen wegens te veel vrije tijd.

Het is op van die dagen dat ik mijn kind wel voor de televisie parkeer zodat ik tenminste mijn paprika’s kan schillen zonder dat er iemand zich recht probeer te houden aan mijn been. En hoewel ik de eerste twee minuten dan keihard geniet van de rust, kan ik het toch niet laten om daarna stilletjes naar hem toe gaan en hem in opperste concentratie voor de televisie te vinden. Ik knijp dan eens in zijn schoudertjes, ik kriebel in zijn zacht nekske, hij flappert zijn armen oncontroleerbaar in het rond van blijdschap omdat hij naar de gekke clown mag kijken en dan zijn wij tweekes nogal eens content met elkaar.

img_3547