5 dingen die mij blij maken in de herfst

In navolging van Josie dacht ik ook even na welke 5 dingen mij zoal blij maken in de herfst.
Ik ben een zomerkind dus de herfst is niet per se mijn lievelingsseizoen. Vroeger vond ik de winter het minst leuke seizoen, maar sinds mijn zoon besloot een winterkind te worden is de winter twee plaatsen gestegen in de seizoenenlijst. Winter is daarmee meteen de sterkste stijger. Herfst bungelt dus een beetje zielig onderaan, maar toch zijn er heel wat dingen die bij mij blij maken in de herfst.

1. Wandelen als het koud maar zonnig is

img_2436

Regen en ik, wij zijn geen dikke vrienden. Toen ik nog studeerde was ‘het regent’ een geldig excuus om gemaakte afspraken af te zeggen. Mijn haar gaat ervan froezelen en ik haat het gevoel van natte nylonkousen tegen mijn benen. Maar als de zon schijnt, dan ben ik in mijn element. Op zondagen waarop er niks op de planning staat (mijn lievelingszondagen), wandelen wij dan met ons drie wat in de schone omgeving waarin we wonen. Ik heb ook drie jaar graag rondgewandeld in Antwerpen, maar hoe de natuur verandert in elk seizoen, dat ervaar je toch echt beter als je niet in een stad woont. Wout is niet van hier en die kijkt dus met andere ogen. “Schoon hier he seg”, zegt ie dan. En voor één keer heeft hij dan ook eens gelijk.

2. Bessen en frambozen eten

img_3427

In de zomer steek ik altijd kilo’s aardbeien binnen, maar die verdwijnen natuurlijk uit het aanbod in de herfst. Gelukkig zijn er dan wel nog frambozen en blauwe bessen. Ik giet er wat natuuryoghurt over en flikker er wat zaden (gebroken lijnzaad en chiazaad – allebei goed voor de spijsvertering) en wat pure cacaokernen (weinig suiker, veel vezels) bij. Een beetje zomer in een kommetje!

3. Een nieuwe sjaal kopenimg_2603

Enkele weken geleden ging ik met mijn broer naar Berlijn. Iemand had daar per ongeluk de winter al aangezet dus de dunne sjaal die ik bij vertrek om mijn hals had geslagen kon weinig antwoord bieden op de koude temperaturen die The Germans voor ons in petto hadden. Ik dook met Simon een winkel in en kocht er een dikkere sjaal en een gebreide haarband. Hij volgde mijn advies en kocht een grijze muts waar ie overigens pri-ma mee staat. Simon leende mij nog zijn dikke rode voetbalsokken (ah, zo lief he, zorgen voor zijn zusje) en toen kon ik er weer tegen. Elke herfst pik ik wel ergens een nieuw winteraccessoire op. Nieuwe handschoenen (ik doe er elke winter ook wel ééntje kwijt), een nieuwe sjaal of een nieuwe muts zijn vaak het signaal dat ik heb aanvaard dat de zomer voorbij is.

4. Lezen

Processed with VSCO with c1 preset

Heel wat mensen vinden dat lezen hoort bij de koude seizoenen. Lezen is voor mij gelukkig niet seizoensgebonden. Ik ben altijd wel in een boek bezig. Dat is al mijn hele leven zo. Toen Kasper geboren werd, was ik bang dat ik niet meer zo veel zou kunnen lezen maar het blijkt nogal mee te vallen. Dat we steeds vaker de televisie gewoon uit laten omdat er niets interessants op is, zal ook wel helpen. Ik las de voorbije maanden onder andere dit boek, dit boek, dit boek, dit boek en dit boek. Momenteel lees ik een science-fiction boek van Sarah J. Maas en hoewel het geen literatuur met een grote L is, vind ik het toch heel plezant om me onder te laten dompelen in haar fantasierijke wereld.
Ik probeer wat minder boeken te kopen en de uitgebreide collectie van onze eigen bibliotheek in Halen helpt daar goed bij. De meeste boeken die ik wil lezen, zijn er voorhanden en bovendien is het er ook gewoon gezellig om rond te hangen.

5. Door onze tuin wandelen

img_3430

Mijn vent heeft het voorbije jaar veel tijd gestoken in onze tuin. En dat zie je, want ‘den hof’ ligt er altijd prachtig bij. In de zomer aten we buiten en deden we feestjes maar nu vind ik het net zo goed plezant om tot vanachter in de tuin te wandelen en van daar naar onze achtergevel te kijken. Ik kan dan echt overspoeld worden door dankbaarheid. Ik ben zo diep content over waar ik woon, met wie ik daar woon, wie de mensen om ons heen zijn, dat er eten in onze frigo steekt en dat er boeken op het schap liggen. Dat klinkt vermoedelijk sentimenteel, maar sinds Kasper er is, zie ik veel beter wat ik allemaal heb. Ik kus er elke dag mijn twee pollekes voor. Wat een rijkdom.

Help de herfst een plaatsje stijgen in de seizoenenlijst en laat me weten welke 5 dingen jou gelukkig maken in de herfst!

Advertenties

Sprookjes enzo speelt ‘Lampionaio’

Afgelopen zondag had ik een date met één van mijn lievelingsmensen. Ook nu ik zelf mama ben, vind ik het heel belangrijk om quality time te reserveren voor mijn nichtjes. Ik nam hen al enkele keren samen mee naar het toneel en ze vonden dat altijd super. Nu zijn ze echter op een leeftijd gekomen dat ik ze niet meer naar dezelfde voorstellingen kan meenemen, al was het maar omdat Janne zo groot is dat ze mogelijks bij de grote mensen zou moeten zitten. Hun interesses en hun kennis over de wereld verschilt op dit moment te erg om hen allebei blij te maken met dezelfde toneelstukken. Daarom nam ik afgelopen zondag mijn metekind Kaat mee naar Den Amer voor een voorstelling op haar maat. In maart is’t aan Janne.

Zondag was een stormachtige dag. Regen heb ik niet gezien, maar ik heb toch regelmatig gedacht dat Helmut Lotti op zulke dagen wel extra content moet zijn dat hij zijn toupet achterwege heeft gelaten. Ik ging Kaat thuis oppikken en ik werd in de heenrit al meteen getrakteerd op wat waanzinnige redeneringen vers uit haar brein. Zo beweerde ze dat wolken zichzelf geel en bruin kleuren als ze dat willen. Ik wees haar erop dat er noch gele noch bruine wolken te zien waren, maar dat was dus omdat de wolken dat op dat moment niet wilden. Ik staarde wat in de verte omdat ik niet wist wat te antwoorden. Toen iemand ons aan overdreven snelheid inhaalde, wist Kaat zeker dat dat was omdat de man in kwestie snel snel bij zijn oma met het speelgoedwinkeltje wilde gaan spelen. Ik denk niet dat dat nu per se de mans drijfveer was, maar ik had zo’n vermoeden dat iemand anders in de wagen wel eens goesting had om het bordje van de winkel naar ‘open’ te verschuiven.
Net voor aankomst liet krankzinnig Kaatje me nog weten dat Fenne haar een tekening had gegeven op de speelplaats. Daarmee overtrad haar beste vriendin overduidelijk de regels (tekeningen mogen niet mee naar buiten), maar Kaat drukte me op het hart dat de juf dat NOOIT mocht weten en dat dat voor altijd een groot geheim zou zijn. Ik hoop dat de juf niet meeleest.

img_3293

We kwamen goed op tijd aan in Den Amer waardoor ik de zaal eindelijk eens fatsoenlijk kon bekijken. In de 17 jaar dat ik ballet deed werd er immers altijd aangekondigd dat het jaarlijkse recital ‘volgend jaar eindelijk in onze eigen zaal in Diest zou kunnen doorgaan’. Het is er in mijn balletcarrière helaas nooit meer van gekomen, maar kijk, Diest heeft nu toch ook een eigen Cultureel Centrum.

img_3294

We gingen eerst onze jassen weg hangen. Popje legde aan die domme tante Saar even uit dat Kaat dat allemaal best alleen kan. Er waren kapstokjes op kindermaat dus ik liet haar wat sukkelen en ze heeft toch min of meer haar jas zelf op de kapstok gekregen. Gelukkig waren we meer dan 40 minuten te vroeg want juffrouw Steverlinck was niet gehaast en gaf bij elke stap van het proces uitgebreid toelichting aan popje.

Na Kaat haar oeverloze getaffel was er als bij wonder nog tijd over om een fruitsapje te drinken in de cafetaria. We hadden het samen nog over wat belangrijke zaken zoals daar zijnde: de hoeveelheid glittertjes op haar trui, hoeveel langer mijn haar is in vergelijking met dat van iemand die héél lang haar heeft (ik wist het ook niet), waarom sinaasappel en appelsien hetzelfde is en waarom er zoveel touwen hingen in de cafetaria (zij wist waarom, het had iets te maken met de Sint maar ook met kleine muisjes. Ik begreep het niet maar dat lag duidelijk aan mij).

Rond 14.30 openden de deuren van de zaal en werden we verzocht allemaal onze schoenen uit te doen. De voorstelling ging immers door op het podium. Alarmbellen gingen af in mijn hoofd want ongetwijfeld zou ik iemand naast me krijgen met klamme zweetvoeten. Zo van die exemplaren die afdrukken achterlaten op het podium. Of iemand die geen kousen aanhad in zijn sportschoenen en die met zijn blote voeten slurpgeluiden zou maken bij het stappen. Er was geen weg terug dus deed ik braaf mijn schoenen uit. Kaatje ging op de eerste rij zitten. Ik zat op de mini-bankjes voor de grote mensen. Kaat liet me nog weten dat popje het fijn vond om vooraan te zitten, maar dat popje zéker niet wou dansen. Ik vraag haar of popje wist of iedereen zijn voetjes proper waren en popje dacht van wel.

img_3309

Lampionaio (Italiaans voor lantaarnaansteker) is het verhaal van Marco die lantaarnaansteker wil worden. Om dat te leren krijgt hij Luce (licht) en Bujo (duisternis) op bezoek. Luce leert hem om de lichtjes aan te steken, maar de plagerige Bujo kan het niet laten om de lichtjes voortdurend weer uit te doven. De voorstelling was erg magisch omdat het voortdurend schemerdonker was en er erg goed gespeeld werd met licht en donker. Luce kon het licht bijvoorbeeld aandoen door er naar te wijzen of door met haar vingers te knippen. Bujo deed het dan weer uit door van ver te blazen. De tegenstelling tussen de twee hoofdpersonages werd nog eens mooi weergegeven in hun witte en zwarte kledij. Luce en Bujo kwamen niet over als ‘goed’ en ‘slecht’ maar als twee vrienden die elkaar plagen, maar net zo goed naast elkaar bestaan. Toch had Kaat al gauw door dat Bujo de ‘stoute’ was omdat hij het werk van Luce en Marco al spelend ongedaan maakte. (‘Dag mag niet wat die doet, he tante Saar’ is het enige wat ze tijdens de voorstelling zei).
Het goede is dat de technische kant van het zaakje (de muziek, het licht op het juiste moment aan en uit knippen, …) uitgevoerd wordt door een actrice die ook een rol speelt in het verhaal. Zo hadden de kinderen totaal niet door dat zij natuurlijk telkens op het juiste moment op de juiste knopjes duwde. De muziek paste uitstekend bij de voorstelling. Het was veelal accordeonmuziek die vrolijk en speels klonk.

De voorstelling was interactief in die zin dat de kindjes regelmatig iets mochten doen zoals helpen schudden aan het laken, het licht mee aan en uit blazen en citroenen vasthouden en die op het gevraagde moment aan Marco geven. Er werd met korte woorden gesproken in de voorstelling (‘Luce’, ‘Bujo’, ‘Marco’, ‘mangiare’) en die waren doorgaans Italiaans. Kaat had achteraf door dat er in een andere taal gesproken werd, want ze zei dat ze de mensen niet verstond. Ze wist niet welke taal het was. Ze had wel door dat het jongetje Marco heette. Dat betekent dus dat ze die andere woorden niet per se nodig had om het verhaal te volgen, maar dat ze wel beseft dat ‘Marco’ een naam is. Dat ‘Luce’ en ‘Bujo’ in deze voorstelling ook namen waren, had ze niet door. Boeiend he, hoe taal werkt bij kinderen. En een schoon staaltje talensensibilisering van de schrijvers van het stuk. Bravo!

Ik vond het een fijne voorstelling die goed in elkaar zat. Het was een goede mix tussen acrobatie, magie en grappige situaties. Er werd prachtig materiaal gebruikt en er was veel oog voor detail (bv. de glinsters die van de paraplu vielen en die in het licht op regendruppels leken). Het deeltje ‘schoenen uitdoen’ vond ik minder erg dan gedacht want niemand in mijn omgeving had zweetvoeten en er was maar één niezend kind en daar zat ik niet naast.

Zulke uitstapjes met mijn nichtjes leren mij altijd heel wat over hun karakter. Ik zag zondag nog eens bevestigd dat Kaat een zotte doos is, maar toch enkel wanneer ze zich op haar gemak voelt. Kaat kijkt liever de kat uit de boom in omgevingen die ze niet kent. Ze heeft de hele voorstelling met open mond zitten staren. Ik weet zeker dat ze er van genoten heeft, maar Kaat is gereserveerder in haar enthousiasme als het om dingen gaat die ze niet elke dag doet. Achteraf deelt ze bijvoorbeeld niet spontaan haar indrukken zoals Janne dat wel doet. Die kan nog uren vragen stellen of dingen herhalen die haar zijn opgevallen. Kaat niet. Die deed haar jas weer aan en vroeg of oma er al zou zijn met de pannenkoeken want al haar buikjes hadden honger.

Processed with VSCO with c1 preset

Het mouchke maakte nog deze foto van ons tweetjes. Ze drukte zelf op het knopje en koos achteraf heel gedecideerd haar favoriete foto eruit. ‘Kijk’, zei ze, ‘wij lachen zo’n beetje hetzelfde’, zegt popje. En popje had alweer gelijk.

Lampionaio is een productie van Sprookjes enzo (www.sprookjes.be).

Een ode aan de man(nen) in mijn leven

Vandaag is het Internationale Mannendag. Volgens de website is het thema van dit jaar “de middenweg vinden en bewandelen”. Van een ideologie van gelijkheid wil men evolueren naar een ideologie van gelijkwaardigheid. Makes sense. Gelijk zijn we immers niet, maar gelijkwaardig wel als je’t mij vraagt.

Helaas denkt niet iedereen er zo over. Ik vertelde deze week nog aan één van mijn collega’s dat Wout regelmatig meelijwekkende blikken krijgt toegeworpen wanneer ik het waag om ook een mening te hebben en die uit te spreken. En al zeker wanneer blijkt dat die mening anders is dan wat er van ‘een vrouw’ verwacht wordt. “Ocharme die man!”, hoor ik ze soms denken, “wat is die toch getrouwd met een kenai van een vrouw!”. “Zwijgt stil,” moet de ander dan antwoorden, “ik hoor dat zij vindt dat hij evenvéél voor hun kind moet zorgen als zij!” – waarop ze elkaar dan huiverend aankijken. “Vermoedelijk moet hij zelfs zijn eigen boterhammen smeren!”, zouden ze zelfs angstig kunnen uitroepen.
Al een geluk dat ik vaak zijn boterhammen smeer, want anders zou de publieke opinie mogelijk naar de volwassen versie van Kind & Gezin bellen om het arme manneke thuis te komen weg halen.

Het allerbelangrijkste is gelukkig dat Wout zo’n vent is die er – doorgaans – van overtuigd is dat wij inderdaad gelijkwaardig zijn. Al zijn er evengoed momenten dat hij me zegt dat het leven een pak gemakkelijker zou zijn, mocht ik gewoon mijn sneb wat meer houden. Maar kijk, dat wist hij toen we trouwden en hij heeft toch zelf ‘ja’ gezegd. Er zijn genoeg mensen die daarbij waren om dat te bevestigen.

Dat ik ervan overtuigd ben dat wij gelijkwaardige partners zijn, komt niet uit de lucht vallen maar heeft natuurlijk te maken met de opvoeding die ik kreeg. U denkt nu misschien dat mijn moeder misschien haar BH regelmatig in de fik stak of dat ze haar okselhaar weelderig liet groeien. Maar dan denkt u fout.
Dat mijn ouders gelijkwaardig waren, hoefde bij ons niet telkens uitgesproken te worden. Hun gelijkwaardigheid zat in kleine, dagdagelijkse dingen. Er waren zeker en vast ‘mannentaken’ (den hof en de auto) en ‘vrouwentaken’ (de was en de strijk), maar die waren inwisselbaar als het nodig was. En de meeste huishoudelijke taken werden verdeeld. Wie het eerste thuis was, begon aan het eten. Mijn vader en mijn moeder gaven ons allebei evenveel aandacht. Ik had een heel intense, warme band met mijn vader en dat was heus niet omdat hij het brood op de plank bracht. Dat deden ze immers allebei.

img_3144
Mijn paps fietst met ons op de binnenkoer van zijn ouderlijk huis – ergens in 1989.

Een gelijkaardig tafereel zag ik afgelopen herfstvakantie toen mijn man met onze zoon over de kinderboerderij liep.

Processed with VSCO with f2 preset

“Dit zijn kippen, Kasper”, zei hij, “daar is papa een beetje bang van”. Mijn hart brak in duizend stukjes. Wat fijn, dacht ik, dat die man van mij kwetsbaarheid toont aan zijn zoon en hem vooral laat weten dat het ok is om ergens misschien een beetje bang van te zijn. Wat schoon, dacht ik, toen ik ze met z’n twee door de stallen zag lopen, dat die man van mij inderdaad zo’n vader blijkt te zijn als ik dacht dat ie zou worden.
Een aandachtige papa, een zorgzame papa, een bewonderende papa, een trotse vader, een zachte mens die knuffelt en aait, een relativerende mens die nu niet meer zelf het middelpunt van zijn eigen wereld is maar die plek moeiteloos afstond aan zijn zoon.

Ik wist dat het zo zou gaan, bedacht ik me. Hij is immers ook altijd al zo’n vent voor mij geweest. We hebben nog wel discussies natuurlijk, omdat bepaalde stereotypen erin gebakken zitten. Bovendien is hij de oudste van vier jongens en heeft hij een lieve mama die van haar zonen haar levenswerk gemaakt heeft. Ze zijn dus nogal in de watten gelegd – met de allerbeste bedoelingen. Maar ik ben zo blij dat hij het met me eens is dat wij onze zoon vooral zachtheid moeten aanleren. En dat kwetsbaarheid een sterkte is en geen zwakte. Als ik hem zo naar die zoon van ons zie kijken, dan weet ik dat er niemand beter is op de wereld voor mij.
Fijne internationale mannendag aan die twee mannen van mij.

img_3196

Wie zijn de mannen in jullie leven? En hoe maken ze jullie gelukkig? 

Terug naar waar ik vandaan kom

Op onze vrije dag trokken Wout, Kasper en ik met ons drie naar Staden, het geboortedorp van mijn vader. Het zal u misschien verbazen, maar deze halve Limburger is ook een halve West-Vlaming. We gingen in Staden op bezoek bij mijn nonkel die er nog steeds woont, op een boogscheut van waar het ouderlijk huis vroeger stond.

We passeerden de kerk die mij altijd doet denken aan een ruimteschip. We zagen aan het rond punt het gebouw waar ‘MOL’ opstaat. De weg helde wat naar beneden net voor we Staden centrum inreden. Ik zag alle gebouwen en herkenningspunten passeren die me als kind al aangaven dat we er bijna waren. We reden Staden binnen en ik keek mijn ogen uit en wees en vertelde aan Wout wat ik nog wist.

Ik vertelde over de grijze poort aan het huis van mijn grootouders die open stond zodat we binnen konden rijden. Ik vertelde over de trapeze die in de garage hing waar iemand mij aan moest hangen want ik kon niet hoog genoeg springen om hem zelf te pakken te krijgen. Ik vertelde over het zacht schurend geluid dat de achterdeur maakte als je ze opendeed. Ik vertelde over de siereendjes van mémé die ik altijd in elkaar zette en die zij vervolgens weer naast elkaar zette. Ik vertelde over de afstandsbediening die dezelfde was als die van ons thuis. Ik vertelde over dat we bij mémé donker tafelbier dronken en dat we na het eten Nic-Nacjes mochten nemen uit de grote pot die achter pépé in de kast stond. Ik vertelde dat mémé als enige in een zachte stoel met armleuningen zat omdat ze een slechte knie had. Ik vertelde over papa’s schilderij dat achter de deur hing in de kamer waar ik sliep en hoe bang ik ervoor was. Ik vertelde over de stoel waar ik op mocht gaan staan als ik mijn nieuwjaarsbrief voorlas. Ik vertelde over de accordeonmuziek die opstond als we ’s morgens wakker werden en over de plankjes waar we onze boterhammen op smeerden en hoe grappig ik het vond dat er palmbomen opstonden.

Ik luisterde ook naar de verhalen die mijn oom me vertelde. Over hoe zijn kot onder dat van papa’s beste vriend was en hoe hij ’s nachts wakker werd van hun gestamp op de vloer als ze dubbel lagen van het lachen. Over hoe de zoon van de bakker met hen mee kwam spelen omdat er bij hen meer plaats was. Over een non die appels schilde met een sleutel. Over mijn grootvader die de eerste jaren van zijn leven in Normandië woonde (tijdens WO I) en daarom later in het West-Vlaams soms nog klemtonen verkeerd legde. Over hoe diezelfde grootvader viel met zijn fiets toen hij op weg was naar mijn grootmoeder op een avond tijdens WO II en hoe hij eventjes tussen leven en dood zweefde. Over hoe mijn vader als 8-jarige mocht optreden voor de zelfstandigen van Staden met zijn mondharmonica en hij toen al de zaal plat speelde. Over hoe papa een heilige drievuldigheid vormde met zijn beste vrienden Luc en Claude. Over hoe ze met zijn drie cabaretiershows schreven in hun studententijd en die kwamen opvoeren in Staden. Ik luisterde en ik hoorde iemand spreken die heel veel om mijn vader gegeven heeft en net zoals ik nog elke dag aan hem denkt.

Ik keek ook. Ik keek in de fotoalbums die voor me klaarlagen op tafel. Ik keek naar hele oude foto’s van mijn overgrootouders en van mijn grootmoeder met haar zussen en broer. Mijn grootmoeder die als jong meisje op enkele jaren tijd haar ouders verloor en ik probeerde me in te beelden hoe dat haar als mens moet getekend hebben. Ik keek naar foto’s van mijn ouders als jong koppel. Foto’s van mijn ouders en hun vrienden en mijn nonkels samen rond tafel – allemaal twintigers, wijn op tafel, een foto die ‘gezelligheid!’ roept – en ik zag even mijn eigen vrienden in een gelijkaardig scenario aan een andere tafel. Foto’s van mijn broer bij mijn grootouders, nog als enig kind, met bewonderende blikken van mijn grootouders. Foto’s waar Simon er plots bij staat en daarna ik. Foto’s waar ik met de 4 jongens opsta – onze kleren die aangaven in welk jaar we ons bevonden. Foto’s waar iedereen al wat meer op zijn huidige versie begint te lijken, maar toch ook nog erg jong is. Ik speurde naar details op alle foto’s (dat schilderij hangt nu op bij ons! – kijk, op de achtergrond is pépé zijn tanden aan het poetsen!), ik keek mijn ogen uit bij zoveel beeldmateriaal dat ik jaren niet meer zag. Ik keek wel 10 fotoalbums door, maar één foto kneep mijn keel even dicht:

1972_caspar

Mijn ouders gingen na hun eerste jaar in Leuven op reis met studiegenoten naar Engeland. Waarschijnlijk is het toevallig dat ze hun ijsje besloten op te eten voor een bord waar ‘Caspar’ opstaat. Maar sommige toevalligheden zijn als een warm deken om een hart dat iemand moet missen.

Op weg naar huis legde ik mijn hoofd op Wout z’n schouder en liet ik mijn tranen de vrije loop. Ik voelde me droevig en blij tegelijk. Droevig om wat niet meer is, om wat niet meer kan. Blij om wat er nu is wat er toen niet was, om de dankbaarheid die ik voelde. Trots ook, op de mensen die mijn familie zijn – allemaal.
Ik weet niet of het te maken heeft met het moederschap, maar steeds vaker besef ik wat ik allemaal heb naast al datgene wat ik niet (meer) heb. Dan tel ik mijn zegeningen en voel ik mij bij momenten de rijkste mens op de wereld.

 

Wie wil: laat me gerust weten wanneer jij je rijk voelt.

 

10 maanden moederschap in cijfers

12 maanden geleden zag ik er nog zo uit:

img_2795

We telden toen de dagen af naar de geboorte van onze zoon. Nog 52 dagen moesten we wachten op het moment dat de foto genomen werd. Dachten we. Die koppigaard van ons maakte er 61 dagen van. Dat betekende niet alleen dat wij extra geduld moesten hebben (één van mijn vele specialiteiten) maar ook dat ons kindje nooit ‘klein’ is geweest. Kasper woog 3,8 toen hij geboren werd en was daarmee meteen de helft van mijn totaal aangekomen gewicht. Een mini-baby heb ik dus nooit gehad.

Nu 10 maanden later is er van een mini-baby al helemaal geen sprake meer.
Oordeel vooral zelf:

img_2658

De laatste keer dat ie gemeten werd, was hij 74 cm lang en woog hij 9 kilo droog aan den haak. Dat is meer dan een maand geleden dus vermoedelijk is hij alweer groter en zwaarder geworden.
Naast zijn gewicht en zijn lengte heb ik de voorbije maanden nog wel wat gegevens verzameld. Ik breng voor u graag een overzicht van enkele algemene conclusies die ik meen te kunnen trekken na het grondig analyseren van het verzamelde cijfermateriaal.

Het aantal keer dat ik per dag stofzuig is exponentieel toegenomen. Ik vind stofzuigen echt een vreselijk taakje. Ik ben een perfectionist op bijna alle vlakken in mijn leven, maar als ik moet stofzuigen dan zet ik niks omhoog en stofzuig ik overal omheen. Hef bij ons dus thuis vooral niks op en dan zal u altijd denken dat het geweldig proper is. De reden waarom ik nu soms tot 4 keer per dag moet stofzuigen is de volgende:

Processed with VSCO with f2 preset
Het stuk in de rechterhand wordt doorgaans opgegeten. Kasper plukt er kleine stukjes van en steekt die in zijn mondje. Mama is blij en aait over zijn bolleke. Het stuk in de linkerhand, daar heeft hij een ander plan mee. Hij pakt het in zijn twee pollen, scheurt het aan flarden, legt de stukjes op zijn tafeltje en veegt dan met één arm heel den boel de grond op. Mama is boos en vraagt uitdrukkelijk van dat niet meer te doen. Kasper is volstrekt niet onder de indruk en eet smakelijk verder. Wanneer hij besloten heeft dat hij genoeg heeft, wordt de overschot stukje per stukje op de grond gegooid. Hij doet dat heel bewust – alsof hij telkens opnieuw een soort van fysische zwaartekrachttest aan het doen is. Het resultaat op een goeie dag ziet er zo uit:

Processed with VSCO with c1 preset

Van het resultaat op een slechte dag heb ik voorlopig geen beeldmateriaal aangezien ik dan te druk bezig ben met stukken brood van de vloer te rapen en kindvriendelijke scheldwoorden als daar zijnde ‘sappertwee!’ te zeggen.

Ook het aantal gelezen kinderboeken gaat in stijgende lijn. Ik lees zelf al erg veel, en sinds enkele weken blijkt dat ik toch dat tenminste aan mijn zoon heb doorgegeven. Als ik hem op de grond zet, dan kruipt hij onmiddellijk naar de zetel. Op de rand van de zetel ligt immers zijn lectuur. Hij trekt zich op, kiest het gewenste boek en maakt lawaai tot ik begrepen heb dat ik moet komen helpen om de bladzijden om te slaan. Het lukt hem eigenlijk zelf al vrij goed om ze om te slaan, maar het gaat natuurlijk sneller wanneer ik dat doe. Zeker aangezien hij intussen vaak nog andere dingen in zijn pollekes heeft die hij per se wil vasthouden.
Processed with VSCO with c1 preset

Hij leest echt énorm graag. Telkens als we het blad omslaan, roept hij keiluid, moet hij hard lachen en valt hij bijna om van plezier. Hij kan intussen overal de bal aanwijzen als hij het geduld heeft om te kijken tenminste. Soms wil hij gewoon naar de prentjes kijken en roepen. Ik vind het echt zo fijn dat hij zo van lezen houdt en ik hoop dat dat altijd zo zal blijven.

In de categorie ‘zwaaien naar poezen’ werd zopas een nieuw record opgetekend.
Onze leenkat komt nog steeds elke dag trouw bedelen om eten. Ik heb de kattenhater in een zwak moment zover gekregen om ook katteneten mee te brengen. Kasper en ik wreven zelfgenoegzaam in onze vuistjes. De kat komt nu ongeveer twee keer per dag voor het raam zitten en staart dan als een creep naar binnen tot hij eten krijgt. Ik zet zijn kommetjes altijd op de vensterbank zodat Kasper hem goed kan zien. Als hij klaar is, doe ik altijd even het raam open en dan aaien we samen de kat. Vanmorgen wilde de kattenhater dat vermoedelijk ook eens proberen want plots werd ik naar beneden geroepen omdat de kat binnen was gesprongen en de bange kattenhater het hoofd niet kon bieden aan deze desastreuze situatie. Terwijl de kattenhater zich angstig op de achtergrond hield, kon het kleine mensenkind zijn geluk niet op. Ik heb de kat dan vriendelijk het raam weer aangewezen en ze sprong vanzelf weer naar buiten. Eind goed al goed. Daarna heeft het mensenkind nog een kwartier vanuit zijn stoel naar de kat gezwaaid en van HAAAAAAAAAAA! DAAAAAAAAAAAAAA! SJ! SJ! SJ! geroepen. En zo gaat het ongeveer twee maal daags.

Processed with VSCO with f2 preset

Een sterke daling zien we ter hoogte van ‘vrije tijd voor mezelf’. Daar zijn de cijfers echt heel duidelijk over. Als we er de tabellen bijhalen dan zien we dat er op dit gebied nooit een lager cijfer bereikt werd. Ik heb nog nooit zo snel gedoucht, zo vaak opgestaan tijdens het eten, zo weinig in één keer een film uitgekeken wegens moe, zo veel uitgesteld, zo weinig met mijn lief ergens heen geweest, … als de voorbije tien maanden. Het ouderschap is werkelijk een aanslag op uw sociaal leven en al zeker op me-time. Dat wist ik van tevoren en daar had ik ook echt vrede mee. Toch ben ik de eerste weken door een ‘rouwperiode’ gegaan. Ik besefte dat er nog weinig tijd over zou zijn om de gewone dingen te doen die ik zo graag doe met Wout: samen koken, samen tv kijken, lange gesprekken voeren over dingen die ons bezig houden, langs elkaar prutsen, zomaar onvoorbereid ergens heen gaan, .. Bovendien stootte ik zo vaak op het feit dat kiezen verliezen is. Er is maar zo weinig vrije tijd en als ik iets voor mezelf doe kan ik niks doen met vrienden of met mijn lief.  Het heeft me toch even gekost om dat te aanvaarden. Gelukkig heb ik altijd redelijk goed prioriteiten kunnen stellen en gelukkig is het nu ook al een pak makkelijker om voor mezelf te kiezen dan in het begin. Maar het is toch anders en dat zal het vermoedelijk nog een hele poos blijven.

Maar vorig weekend trok ik met mijn broer naar Berlijn en besefte ik nog maar eens wat ik al wist: dat je het soms toch gewoon moet doen want dat het zo plezant is om even weg te zijn. Er komt weer zuurstof in het koppeke en het weerzien is eens zo leuk. Ik ging dan nog eens naar een stad waar ik nooit eerder was met één van mijn lievelingsmensen dus dat was helemaal geweldig. We hebben de hele stad doorkruist, Simon heeft me Chai Latte’s leren drinken (hoe lekker is dat jong?!), we hebben hard gelachen en het deed goed om te beseffen dat wij moeiteloos met zijn twee ergens heen kunnen gaan. Ik heb dat niet bij zo heel veel mensen dus ik koester het graag bij diegenen bij wie ik het wel heb.

img_2530

Algemeen kunnen we concluderen dat de cijfers zijn zoals ik ze verwacht had. En toch ook weer helemaal niet. Een aantal zaken aan het moederschap had ik van mijlenver zien aankomen (weinig tijd voor jezelf bijvoorbeeld), en toch is het vaak ook helemaal anders dan ik me had ingebeeld. Ik dacht op voorhand een idee te hebben van hoe graag je iemand kan zien en hoe fier je op iemand kan zijn. Ik zie bijvoorbeeld heel wat mensen graag en ik ben vaak heel fier op mijn geliefden. Maar toch is het bij mijn zoon nog helemaal anders.
Toen hij voor het eerst kroop, viel ik bijna om van fierheid. En toen hij een tijd geleden besefte dat hij in zijn handen kon klappen en er een brede glimlach op zijn smoel verscheen, liepen de tranen over mijn wangen van contentement.

Elk stapje dat hij zet is tegelijk heel klein (want ik ken toch vooral mensen die in hun handen kunnen klappen) en toch ook heel groot (want hij kon het ervoor nog niet en nu plots wel). Dat ik daar telkens deel van mag uitmaken, dat vind ik één van de schoonste dingen aan het moederschap. Dat hij zich aan mij vasthoudt als hij schrikt van iets wat hij zelf plots blijkt te kunnen en dat ik dus zijn reddingsboei ben, dat vind ik één van de schoonste rollen die ik heb in mijn leven. Dat hij zo blij kan zijn als hij mij ziet dat hij als de weerlicht op me af komt gekropen, dat vind ik één van de schoonste complimenten die ik ooit kreeg.

Voor Kaspers doop, koos ik dit lied van Randy Newman. Elke keer als ik het hoor, kan ik zo ongelooflijk ontroerd zijn. Omdat het een lied is waarvan ik zeker weet dat papa het leuk vindt dat ik het aan Kasper opdroeg. En omdat Randy Newman het ouderschap in twee minuten weet te vangen in een schoon beeld van een vader die zich boos maakt om de rommel van zijn zoon, die gauw wat levenswijsheden mee geeft (a quitter never wins – a winner never quits/ when the going gets tough – the tough get going) aan het kind en dan nog even langs zijn neus weg perfect weet te verwoorden hoe ik me zo vaak voel:

Maybe you don’t know how to walk, baby
Maybe you can’t talk none either

Maybe you never will, baby
But I’ll always love you
I’ll always love you