4 jaar Kaat – een overzicht

Overmorgen – op 27 oktober – is dit exact 4 jaar geleden:

img_0489
27.10.2012

Ik werd toen meter van dat kleine Kaatje dat daar ligt te bidden in mijn armen. Haar timing zat goed want ik was beginnen werken en had enkele drukke maanden achter de rug. Maar Kaatje liet voor het eerst van zich horen op een zaterdag, net voor mijn week vakantie begon. Wij zaten met z’n allen thuis bij mama want we gingen naar de herdenkingsmis voor papa. Op 27 oktober 2012 was het immers precies 7 jaar geleden dat hij van ons weg ging. En zo tekende Kaat moeiteloos een gouden rand rond de dag die ik ervoor met zwart aanduidde in mijn agenda. Na 7 magere jaren kondigde zij met haar komst de start van de 7 vette jaren aan. Dat haar verjaardag samenvalt met papa’s sterfdag voelt voor mij niet raar. Dankzij Kaatje haar geboorte vieren wij die dag toch vooral het leven. Ik weet zeker dat papa dat zo prima vindt.

img_1006
27.10.2013

Op haar eerste verjaardag maakte ik deze wazige foto van ons. Wie goed kijkt, ziet hoe ze Fitness Barbie fijn knijpt in haar pollekes. Wat ze intussen in haar mond aan het steken is, weet ik niet meer precies. Ik vind dat ze een beetje op Kasper lijkt. Het is ook geruststellend te weten dat Kaat toen nog minder haar had dan Kasper nu en dat het daar ook allemaal goed is gekomen. Ik herinner me niet veel meer van haar eerste levensjaar. De tijd doet gekke dingen met onze herinneringen. Ik weet nog dat ze aan mijn handen zat te frunniken als ik haar een flesje gaf. En dat ze toen wel nog broeken wilde aandoen.

fullsizerender
11.09.2014

Rond haar tweede verjaardag kon je haar regelmatig spotten met een palmboomstaartje. Kaat is altijd een vrolijk kindje geweest. In deze periode kwam ze wel eens met haar zus logeren bij ons in Antwerpen. De eerste keer dat ze meekwam, voelden we pas echt hoe braaf Janne precies was. Daar kon je tegen zeggen dat ze in de zetel moest blijven zitten en ervan uitgaan dat ze dat deed. Bij Kaat werkte dat …. iets minder.
Toen we de meisjes in hun bedje legden en hen op het hart drukten dat het nu al écht laat was en dat ze moesten slapen, hadden we de deur werkelijk nog niet dicht getrokken of we hoorden Kaat al luid: JENNE! JENNE! fluisteren. Ze deed daarna zelfs niet de moeite om te faken dat ze toch sliep, de schelm. We lazen samen over het tutje van Leon. Als we op de pagina kwamen waar de hond de toren omver liep, keek ze vermanend en zei ze ‘hondje lief niet!’. Zeker honderd keer keken we in dat boekje en elke keer kreeg de hond naar zijn vijs.

img_4029
31.05.15

Kaat heeft ook nogal veel fantasie. We worden regelmatig getrakteerd op zelfverzonnen liedjes waar niemand ter wereld uit kan opmaken waarover ze gaan. Maar hoe groot haar fantasie precies is, werd echt duidelijk toen ik zwanger was. Want Kaat werd namelijk ook zwanger. Van drie baby’s. En als je dat al absurd vindt, dan heb je de namen van haar drie koters nooit gehoord. Ik zou het willen herhalen, maar ik kan het niet want ze veranderden iedere keer en de namen werden telkens moeilijker uit te spreken. Dat ze ook erg bij de pinken is, merkten we toen Kasper op zich liet wachten. Ze had begrepen dat de baby er eigenlijk al moest zijn denk ik, want ook haar baby’s werden maar niet geboren. “Ja, tante Saar”, zei ze, “‘t is langig aan’t duren”. En dan zuchtte ze diep. Zo werd mij ook meteen nog eens een spiegel voorgehouden.

img_9796
28.05.16

Dit jaar vierden haar ouders in mei hun huwelijksfeest. Het was een topdag voor ons allemaal. De meisjes hadden lang uitgekeken naar die grote dag waarop ze mee mochten schitteren. Jannes tranen liepen over haar wangen van emotie toen ze met zijn vieren de zaal binnenkwamen. Ze straalde toen ze haar gedichtje mocht voorlezen en nam graag het bijhorende applaus in ontvangst. Kaat wil – zo gaat dat nog wel eens bij een tweede kindje – alles doen wat haar grote zus doet en stak haar hand dus uit om ook iets in de micro te zeggen. Verder dan heel luid ‘HALLO!’ kwam ze niet voor ze zich achter Nike ging verschuilen. Want zo is ze wel, die Kaat van ons: veel praat maar toch vooral in haar eigen habitat.

Maar ze hééft veel praat, dat mouchke. Een bloemlezing van de voorbije maanden:

“Vroeger was mijn kop kleiner en daarvoor nog kleiner. (laat stilte vallen en kijkt me ernstig aan). Echt waar.”  Levensbeschouwelijke inzichten, zomaar uit het niets.

“Ik wil hier blijven slapen”  Telkens wanneer ze bij ons thuis komt – dit zinnetje op repeat. Soms blijven ze dan ook, heel spontaan, omdat Kaat ernaar vroeg. Zo gemakkelijk is het leven voor Kaat. Geen gedoe en geen geregel, gewoon doén.

“Mijn nageltjes zijn heel mooi maar da’s pech want jij kan die niet zien.”  Kaat die me opbelt via Facetime om mij keihard met de neus op de feiten te drukken.

“Anders moet ik doen wat ik wil he!” Kaat vindt tante Sofie haar goedbedoelde raad geen aantrekkelijk voorstel.

“Waarom moet jij de keuken vodden?” Levensbeschouwelijke vragen in combinatie met creatief woordgebruik. Het kan allemaal bij Kaat.

“He! Mijn hoofd zingt!”  Kaat huppelt langs mij op weg naar de bib en is duidelijk vrolijk.

“Dit zijn vitamientjes en die neem ik tegen ziek. Kijk, het zijn prinsessen.”
“En naar wat smaken de vitamientjes, Kaatemaat?”

“Naar prinsessen!”

img_2487

Overmorgen wordt ze vier jaar. Mijn metekind. Ze kijkt er ontzettend naar uit. Ze telt de nachten die ze nog door moet voor het eindelijk haar dag is. Dit weekend gaan we haar vieren en dan zal ze pakjes krijgen en een taart en dan gaan we luid zingen van ‘Met een gouden lepel in de glo-ri-a’.

Ik zal dan even moeten slikken want ik ben zo’n emo-mens. Maar ik ben vooral een fiere meter. Kaat is lief en schattig en snoezig. Ze heeft een ongelooflijk groot hart en ze ziet oprecht graag. Ze houdt van dieren. Ze kan verlegen zijn en soms ook  gemeen als ze haar zinnetje niet krijgt. Ze heeft veel fantasie en verzint heelder drielingen. Maar het allerbeste aan Kaat is dat ze zo vrij is. Het leven is gemakkelijk voor haar. Ik hoop met alles wat ik maar heb dat het voor altijd zo mag blijven.
Hiep hiep hiep Kaatje! Ik zie jou zo graag.

Hashtag trotse lector

Vanmorgen toen ik weer tevergeefs mijn knieën onder het kleine tafeltje in de kleuterklas probeerde te wringen, kreeg ik het even moeilijk.

U moet weten, de stagebezoeken zijn weer begonnen. Dat betekent dat mijn collega’s en ik met veel goesting ons schone Limburg (en daarbuiten!) doorkruisen om onze studenten aan het werk te zien. Vandaag bezocht ik twee derdejaarsstudenten en moest ik het eerste kwartier van mijn bezoek voortdurend mijn tranen wegslikken.
Ik had namelijk een grote krop in mijn keel. De kindjes in de klas waren – zoals wel vaker – uitermate schattig. Ze staan nog helemaal open voor alles wat er rondom hen gebeurt. Ze kijken met een onbevangen blik. Ze zijn ontwapenend. En ze vinden mijn lange haren altijd schoon.
Dat is op zich al leuk natuurlijk, maar sinds ik moeder ben, kijk ik op een andere manier rond in een kleuterklas. Ik zie namelijk niet meer zomaar kindjes. Ik kan heel gemakkelijk de transfer maken naar mijn eigen baby die binnen enkele jaren zelf in zo’n klasje zal mogen kiezen tussen de nabootsingshoek, de ontdekhoek, de constructiehoek, de boekenhoek, … Ik kan me zijn vrolijk smoeleke al zo inbeelden wanneer hij dingen die aansluiten bij zijn leefwereld mag ontdekken in een veilige omgeving waar hij zich goed voelt.

Enter mijn studenten. Want dat is dus precies wat ze intussen geleerd hebben: een veilige omgeving creëren waar kindjes met allemaal verschillende achtergronden en allemaal verschillende capaciteiten en struikelblokken elke dag heel wat dingen kunnen bijleren op een speelse manier. En wat zijn ze daar al in gegroeid.
Ik ken hen ondertussen bijna 3 jaar en ik ben fier op de weg die ze afgelegd hebben. Voor sommige studenten is die weg een rustig wandelpad. Zij stappen zorgeloos door hun opleiding heen en hebben nog ruimte om ondertussen wat van het uitzicht te genieten. Voor anderen is het een lange baan met omwegen, doodlopende straatjes en wegversperringen. Ze moeten soms langer wandelen dan oorspronkelijk gedacht. Ieder van hen raakt ergens wel eens van de weg af of twijfelt over welke kant het nu weer op was. Het is dan aan mij en mijn geweldig competente collega’s om hen de mogelijke wegen weer te laten vinden. Ik ben altijd zo ongelooflijk fier als ik zie dat ze er geraakt zijn.

Ik ben vaak ontzettend trots op mijn junior-collega’s. Ze moeten hard werken om te slagen voor onze opleiding. Bovendien moeten ze nog voor ze effectief aan de slag zijn al opboksen tegen het negatieve imago dat bestaat over leerkrachten. Ze zouden dom zijn en lui. Ze zouden het alleen maar willen doen omwille van de vakanties.
Ze zuchten daar wel eens over in de klas. Want het is natuurlijk niet waar. Ze doen het omdat ze een passie hebben voor lesgeven. Ze doen het omdat ze houden van kinderen en omdat ze het een voorrecht vinden om deel uit te maken van hun ontwikkeling. Ze doen het omdat ze creatief zijn en omdat ze een heel erg groot hart hebben. Om hen te troosten vertel ik hen dan wel eens dat iedereen het altijd heeft over de slechte bakker die lang in zijn bed blijft liggen en eigenlijk enkel afbakbrood bakt. En dat niemand het heeft over al die andere bakkers die in het holst van de nacht opstaan om verse koffiekoeken te maken. En ja, dat is oneerlijk en fout en kortzichtig en dom en veralgemenend.
Maar het is zo. Het belangrijkste is (en ik wil dan wel eens mijn vingertje in de lucht steken terwijl ik het zeg) voor jezelf te onthouden dat er naast die ene luie bakker zoveel andere bakkers zijn die met veel goesting het deeg van ons brood kneden. Dat geldt zo voor leerkrachten en voor ongeveer alle andere beroepen op de wereld.

4733770512f613afd387a8cd07a5bff9

bron: pinterest.com

Vandaag slikte ik mijn tranen in terwijl ik op een piepklein stoeltje zat in de peuterklas. Ik keek met glimmende ogen naar mijn studenten die openbloeien en zichzelf de voorbije twee jaar al zo vaak zijn tegengekomen tijdens hun opleiding.  Op je eigen grenzen stoten, dat is altijd even slikken. Maar jezelf dan in de ogen kijken en je eigen grenzen verleggen, dat kan niet iedereen.

Ze zijn er nog niet helemaal, maar ze zijn wel net begonnen aan hun laatste etappe. Ik hoop hen alvast allemaal te mogen zien in juni aan de eindmeet. En ondertussen supporter ik vol trots aan de zijlijn.

img_2494

Gelezen: Matilda

U weet dat, of u weet dat niet, maar ik ben nogal een lezer. Ik bedacht me gisteren op weg naar school nog dat ik me geen moment in mijn leven kan herinneren waarop ik niét in een boek bezig was.

Ik ben al sinds ik het kan altijd aan het lezen. Ik sleep ook al zolang ik me kan herinneren altijd en overal een boek mee. Het moest maar eens zijn dat ik tien minuten moet wachten. Mijn grootvader vond dat heel raar. Wij gingen elke zondag bij mijn grootouders eten en als ik bij hen aankwam, gaf ik hen een kus en legde ik mijn boek alvast klaar op de vensterbank. Hij pakte het dan op, las de achterkant en keek mij aan met ogen vol onbegrip. Ik deed hetzelfde met hem als hij uitgebreid over ‘zijnen hof’ begon te praten. Maar goed, ik dwaal af.
Ik ben dus sinds ik 6 ben voortdurend wel in één of ander boek bezig. En toch is het zo dat ik als kind heel wat klassieker niet gelezen heb. Dit bijvoorbeeld: nooit gelezen. Ik vond dat boek er als kind al zo oud uitzien en de ventjes op de kaft vond ik eng. Of dit: ook nooit gelezen. Ik voelde mij zo gekl**t na dat vreselijke verhaal van die Blinker met zijn idiote bakfietsbioscoop dat ik dacht: “die Marc, die gaat mij niet meer liggen hebben.” En dit: ook nooit gelezen. Te weinig identificatiemogelijkheden want ik zei gewoon broek tegen een spijkerbroek, ik woonde in een dorp en niet in een Amerikaanse stad en ik kende niemand die Brigdet of Tibby heette. Ik heb het niet als een gemis ervaren dat ik die boeken nooit gelezen heb. Ik heb immers veel andere topboeken wel gelezen. Dit boek bijvoorbeeld en dit boek en natuurlijk ook dit en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Ik haalde die boeken in de bib bij ons in’t dorp. De bib was vroeger in een klas van de school (helemaal vanachter in de gang). Ze was open op donderdagavond en op zondagmorgen en ik had altijd het gevoel dat ik iets spannends deed (want ik liep door de schoolgangen ZONDER DE JUF EN IN HET DONKER). Er stonden ongeveer 10 rekken, het was er stil en als je boete moest betalen dan stak je 5 frank in het houten sigarenkistje dat de lieve bibliotheekman dan open en toe klapte. ‘KLAP!’ galmde het dan luid in de stille schoolgangen.  Als ik zou kunnen tekenen, dan tekende ik de hele kamer voor u – zo haarscherp zit ze in mijn herinneringen. Maar als ik vroeger een kat tekende voor mijn nichtje dan zei ze ‘fietsj, fietsj’. U ziet het probleem.

Onder het motto “Beter laat dan nooit” las ik deze week ‘Matilda’ van Roald Dahl – nog zo’n klassieker die ik nooit gelezen heb. En van deze topper kan ik dus werkelijk niet zeggen hoe het komt dat ik hem nooit gelezen heb. Het verhaal kende ik wel al, want ik won ooit de film (met Danny Devito en Mara Wilson) in het radioprogramma ‘Voeten Vegen’ op Radio 1. Ik vermoed dat mijn zwak voor Johan Terryn daar vandaan komt.

Maar goed dat ik stilaan zo bedreven word in het ‘omdenken’ want nu besef ik wat voor een geluk het is dat ik hem nooit las, zo kon ik hem nu meteen in het Engels lezen – dat was me als kind nooit gelukt. De verwachtingen waren hoog want ik hoorde enkel goeds over het boek én ik vond de film vroeger fantastisch. Bovendien kwam er goede muziek in – ik hoorde er dit nummer voor het eerst. Ik kan het nog steeds niet horen zonder dat ik dingen begin aan te wijzen in de hoop dat ze vanzelf zullen bewegen. Vooralsnog zonder succes.

dannydevito
Bron: newsweek.com – alsof het gisteren was dat ik de film nog zag. 

Zoals verwacht stelde het boek niet teleur. Het verhaal gaat over Matilda die buitengewoon intelligent is. Haar ouders behandelen haar heel slecht en zien dus niet hoe verstandig hun dochter is. Ze hoopt dat het er op school anders aan toe zal gaan, maar dat is buiten de directrice ‘Miss Trunchbull’ gerekend. Die haat kinderen en is heel agressief. Wanneer Matilda zelf slecht behandeld wordt door de directrice beseft ze dat ze een merkwaardige superkracht heeft die ze zal gebruiken om Miss Trunchbull een lesje te leren.
Ik ben geen kind meer (of toch niet in de strikte zin van het woord) en het boek heeft me niet verveeld en het voelde ook niet ‘te kinderlijk’ aan. Ok, het is natuurlijk niet hetzelfde als deze topper van Hanya Yanagihara, maar dat is natuurlijk ook niet de bedoeling in een kinderboek.  Ik heb vaak keihard moeten lachen. Ik sloeg het boek nog maar open of het was al van dat:

“It is a curious truth that grasshoppers have their hearing-organs in the sides of the abdomen. Your daughter Vanessa, judging by what she’s learnt this term, has no hearing-organs at all.

En ook nog hier:

“Good strong hair,” he was fond of saying, “means there’s a good strong brain underneath.”
“Like Shakespeare,” Matilde had once said to him.
“Like who?”
“Shakespeare, daddy.”
“Was he brainy?”
“Very, daddy.”
“He had masses of hair, did he?”
“He was bald, daddy.”

Plezant vind ik dat.
Ik heb me nu voorgenomen om dan maar ineens alles van Roald Dahl te lezen – zowel zijn kinderboeken als zijn kortverhalen. Ik vermoed dat ik geen boete zal moeten betalen als alle verhalen zo vlot zullen lezen als “Matilda”.

matilda_1
Bron: screenprism.com
Ik had me als kind zeker herkend in Matilda – ook al kapte mijn vader geen zaagsel in motors van auto’s om ze duurder te kunnen verkopen. 

 

Ondertussen in Halen…

Terwijl u dit leest, vliegt bij ons thuis de tijd met rasse schreden vooruit. Het lijkt alsof het gisteren was dat wij met die kleine puk in zijn berenpak naar huis reden. We hadden allebei overigens volstrekt geen idee wat er ons te wachten stond maar we waren vol goede bedoelingen, overtuigingen en principes; Het spreekt dat die intussen allemaal achterhaald of opzij gezet zijn.

img_5876

Intussen kan die kleine baby van hierboven dus sinds een week of twee kruipen. Een hele nieuwe wereld gaat voor hem open. In het begin ging het nog wat moeizaam en stak er al eens een been in de weg, maar sinds kort gaat ie vlot van zitmodus naar kei-hard-door-de-kamer-racen-modus. En als ik zeg ‘kei-hard’, dan bedoel ik ook echt keihard. Als ik de kamer durf uitgaan, komt hij als de weerlicht achter mij aan gekropen. Waarschijnlijk wil ie gewoon even checken dat ik niet plots ophoud te bestaan buiten de kamer waar hij zich in bevindt. Dat leid ik af aan de ultieme blijdschap die op zijn smoeleke te lezen staat als hij mij kan spotten in de andere kamer. “Oef – daar heb je ons moeder weer”, hoor ik hem al denken.

Sinds hij kan kruipen, hebben wij meteen ook een gratis risicoanalyse van onze woonkamer gekregen. Alsof hij ervoor geboren is, weet hij met zijn ogen dicht de weg te vinden naar alles waar hij niet aan mag komen (aarde van planten, kabels van radio’s, fotohoekjes om foto’s mee in albums te kleven) of naar alles wat ons veel tijd zal kosten om het terug op zijn plaats te zetten (dvd’s, cd’s, kookboeken, dekens, foto’s, slabbekes, pennen, agenda’s, …). Het zal wel samenhangen met mijn werk, maar ik kan me er precies niet druk in maken en ik laat hem dan maar veel ontdekken en experimenteren gelijk wij dat op de PXL zeggen.

img_2152
Hier heeft hij net de ontbijtgranen gevonden. Daarvoor heeft hij de doos opengebroken, gedeukt en het deksel eraf getrokken. Het was wel de moeite waard want de doosjes rammelden zo vrolijk als hij ermee schudde. 

Ik kan het me amper voorstellen, maar enkele weken geleden was het nog 30 graden. Die tijd is nu wel echt voorbij. ‘t Is koud buiten en ik ben nog niet in de fase waarin ik dat gezellig vind. Onlangs lag ik op de grond mijn functie als hindernis voor kruipende Kas te vervullen en ik voelde toch dat het daar merkelijk kouder was dan 30 centimeter hoger. Omdat ons kind zich daar vaak bevindt, vond ik het mijn plicht actie te ondernemen.
Missie ‘zoektocht naar een rol om voor de deur te leggen’ ging ogenblikkelijk van start.
In de categorie ‘dingen waar geen schone versies van bestaan’ staat zo’n rol toch verdienstelijk derde – net na Crocs en gemakkelijke Fleece truien. Ziehier het resultaat:

img_2151
Echt heel lelijk.

Ik had gehoopt er tenminste ene te vinden met hondenpoten, maar zelfs dat werd me niet gegund.
Net naast de kast met lelijke deurrollen, werd trouwens het Halloweenmateriaal aangeboden. Ik heb erg mijn best moeten doen om me niet te buiten te gaan aan skeletten en eng lachende doodshoofden met rode ogen, maar ik zet dit jaar vooral in op versieren met spinnenwebben. Mijn huis doet dat namelijk volledig zelfstandig en dat is dus ferm gemakkelijk.

img_2127

Wij zijn sinds een paar weken ook de adoptieouders van een kat die hier af en toe om melk komt schooien. Het duurde mij toch drie dagen om de kattenhater Wout te overtuigen om de kat melk te mogen geven. Ik doopte onze leenkat Dorus en schonk hem vrolijk een klats melk in. “Ik geef die kat nooit eten”, sprak de kattenhater nog, “want ik haat katten.” Met haten bedoelt hij dat hij er bang van is en na twee dagen gaf hij de kat zelf ook melk. Niet per se omdat hij dat zelf zo graag wil, maar onze baby blijkt nogal fan te zijn van Dorus. Als hij de kat voor het raam ziet zitten, stijgt hij zowaar op van contentement. En hoewel Wout dus had gezworen dat ik altijd voor de kat moest zorgen, zet hij voor zijn zoon zijn principes nogal snel (lees: binnen de drie seconden) opzij. Hij praat wel extra luid als hij eraan komt, zodat de kat toch ver genoeg achteruit gaat wanneer hij de deur open doet. Ik durf niet garanderen dat hij Kasper niet als levend schild zou gebruiken als de kat binnenkort ook bij hem om aaikes komt bedelen. Kasper vindt het helemaal niet eng om Dorus te aaien, maar Dorus vindt het dan weer wel kei-eng als Kasper zijn kleine handjes naar hem uitstrekt. Hij weet immers dat het mollige mensenkind vooral aan zijn vacht zal gaan trekken en van dat aaien dus duidelijk nog geen kaas gegeten heeft.

img_1646
Dorus probeert kalm te blijven terwijl opdringerige fan hem probeert aan te raken.

Verder stofzuig ik sinds kort ongeveer twee maal per dag. Dat heeft alles te maken met Kasper die nu ook zelf boterhammen wil eten. Dat houdt voornamelijk in dat hij met een stuk van zijn boterham in het rond zwaait terwijl ik hem kleine stukjes in zijn mond steek. Ondertussen heeft hij altijd een hele uitleg. En als hij toevallig nog een attribuut vindt waar hij keihard mee op zijn eigen tafeltje kan knallen, dan zal hij dat niet laten – dat kan ik u wel verzekeren.

img_2147
Hier ziet u live stukken van de boterham in het rond vliegen.

Het resultaat is dus dat de grond vol ligt met stukken brood. Meneer wil dan na een kwartier liever rondkruipen dan stilzitten en dan liefst ook rondkruipen DOOR de stukken brood zodat alles goed in zijn knieën en sokken kan trekken. En passant trekt hij onder tafel nog even mijn veters los, verzamelt hij nog wat korsten in het opvangvakje van zijn slab, veegt hij snel nog wat snot met zijn pollen door zijn haar en stoot hij zijn kop ergens tegen waarop hij moord en brand schreeuwt en ALS DE BLIKSEM gepakt wil worden. Eens hij op mijn arm zit is alles weer peis en vree en kan de totale vernietiging van onze woonkamer weer gewoon verder gezet worden.

img_2148
The crime scene. Doorgaans is het nog veel erger dan dit (nvdr).

U leest het, lieve lezertjes, ik heb het dus plezantig druk in mijn leven. Maar dat heeft me er niet van weerhouden om samen met mijn lievelingsRuthster nog gauw een selfie-wedstrijd bij ons op school te winnen. We hebben er wel ons opleidingshoofd voor moeten ontvoeren, maar geen zorgen – we hebben haar achteraf ook weer vrij gelaten. Tof scholeke, de PXL!

img_1780
No Alida’s were harmed in the making of this photograph. 

En u? Waar bent u zoal mee bezig?