Vroeger was alles beter.

Nu de temperatuur voor de eerste keer in lange tijd onder de twintig graden duikelt, hoorde ik al verschillende stemmen fluisteren dat de herfst in’t land is. We hebben een fantastische zomer gehad. Dat die pas startte ergens halfweg augustus zijn we allemaal al collectief vergeten en maar goed ook. “Vroeger was’t toch beter” hoorde ik iemand nog bij de bakker zeggen, “toen was het tenminste nog zomer in de zomer en niet in de herfst”. Sta me toe dat enigszins te weerleggen.

Ik neem u mee op een korte reis naar het verleden. We schrijven juli 2001. Ik ben bijna 13 jaar en nog steeds erg weinig modebewust. Mijn haar heeft nog geen model en mijn moeder kan me doorgaans nog in leggings met felle print krijgen. Ik lees graag boeken van Paul Kustermans en het leven is gemakkelijk.
Zoals ieder jaar gaan we met de familie op vakantie. Pieter Jan is intussen bijna 22 en heeft toestemming gekregen om alleen thuis te blijven. Mijn ouders beslissen om samen met mijn tante en nonkel naar Frankrijk te trekken. De streek doet er niet toe want in Frankrijk is het immers altijd goed weer en zeker eind juli, denk ik nog terwijl ik mijn gele bikini in mijn valies prop.
De auto wordt volgeladen, de boterhammen zijn gesmeerd, mama heeft haar vakantiesjakos uit de kast opgevist (zo’n groot exemplaar waar iedereen al zijn rommel in kwijt kan), de koffiethermos past nog net vanvoor tussen mama’s benen, papa heeft zijn favoriete koffietas mee, iedereen is er klaar voor. Ergens halfweg zijn de batterijen van mijn walkman al plat en speelt mijn cassette van ‘Gimme Hope Joanna’ nog half zo snel. Maar het deert niet want het is verlof en wij zijn op weg naar GOEI WEER.

Papa reed de auto uit de garage en het begon als bij toverslag verschrikkelijk te regenen. In het begin lachten we er nog smakelijk om: “Haha! Pieter Jan gaat nogal eens spijt hebben dat hij thuis is gebleven!”. 400 kilometer verder goot het nog steeds oude wijven. We klampten ons krampachtig vast aan ons enthousiasme van enkele uren geleden: “Ge zult zien, eens daar gaat het fan-tas-tisch weer zijn!” Drie hoofden knikten elkaar bemoedigend toe. Simon zijn gezicht was intussen een fijne weerspiegeling geworden van wat er zich buiten afspeelde. In een dappere poging om hem op te vrolijken diepte mama het foldertje van ons verblijf op uit haar reissjakos. Mijn ouders hadden dit jaar hun oog laten vallen op een kasteel om onze vakantie in door te brengen. Op het foldertje stonden prachtige foto’s van het gebouw, het zwembad en er werd zelfs melding gemaakt van ‘een recreatieve ruimte waar kinderen uren konden vertoeven’. “Er is zelfs een gameconsole!”, zei mama en ze keek daarbij nadrukkelijk naar Simon in de hoop zijn gezicht een beetje te zien opklaren.

Enkele uren later parkeerde papa onze auto voor het kasteel. Toen ik mijn fuchsia espadrilles (echt waar) voor de eerste keer sinds een paar uur uit de auto stak, moest ik erg mijn best doen om de plassen te ontwijken. Ik liep meteen naar het zwembad. “Vandaag is het nog een beetje fris, maar eens het boven de 20 graden is, kan je mij hier vinden!” riep ik naar de auto waar mijn ouders de valiezen uit de koffer tilden.

De rest van de week hebben wij ons verscholen in de keuken slash living van ons verblijf waar Simon met een donderkop in de zetel zat; doorgaans met de haardroger op de warmste temperatuur op zichzelf gericht. De gameconsole bleek een Windows 1993 met enkel Pacman op en na 2 dagen stonden alle high scores op mijn naam. Op dag 3 is mijn moeder voor ons allemaal lange broeken gaan kopen op de markt van het dorp. Die waren heel lelijk, maar lekker warm. Op dag 4 was het ongeveer 4 uur droog en 20 graden en moest ik mijn dwaze belofte inlossen. Dichter dan dat zal ik nooit bij ijsberen komen als het van mij afhangt. Simon had zich ondertussen laten overhalen om mee te doen aan een petanquetoernooi dat doorging op het domein. Het zag er even naar uit dat het allemaal nog goed zou komen met ons verlof en dat we binnenkort smakelijk zouden lachen om die valse start.
Maar helaas, op dag 5 goot het weer dat het kletterde. Intussen was het zo erg gesteld met mijn broer zijn humeur dat mijn vader hem toeliet om met zijn Mercedes te rijden in de hoop de sfeer wat op te krikken. Dat hielp voor 10 minuten, al  was het maar omdat mijn moeders doodangsten hilarisch waren. Als het niet zo hard regende, was ze voorzekers uitgestapt.

Op dag 7 hebben we de handdoek in de ring gegooid en zijn we vroeger terug gekeerd. Frankrijk had ons verslagen. We wrongen onze kleren uit en plooiden ze terug op. De Franse tijdschriften die we hadden gekocht, lieten we achter voor de volgende stakkers die zich in het Land Van De Regen moesten zien te amuseren. Ik heb me later nog wel eens afgevraagd of er ooit een ander kind in geslaagd was om mijn high scores te verbeteren. Een schoon kleurtje hebben we niet overgehouden aan die vakantie. Maar ik moet maar denken aan Simon die woest voor zich uitkijkt, liggend in die zetel in het hoekje met zijn schoenen tegen de kast en de haardroger die zijn T-shirt omhoog blaast. Dan moet ik zo hard lachen dat ik bijna zeker weet dat die herinnering die 7 dagen zeikweer wel waard is geweest.

384_e250d_left_front

Vermoedelijk is dit de eerste keer dat Pieter Jan mijn blog leest en dat is omdat er dit keer een foto van een auto bij hangt. Het was wel zo’n auto waar Simon mee mocht rijden. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s