Aan mij.

“Neen”, dacht ik bij mezelf toen ik de voordeur dicht trok “vandaag niet. Dit keer zal het niét waar zijn”. Ik was voorbereid. Ik had alles wat ik nodig had netjes onder elkaar op mijn briefje geschreven. Ik knelde het briefje in mijn vuist terwijl ik met grote passen verder stapte. “Het kan zo gewoon niet verder!”, sprak ik mezelf toe. Ik naderde onze afspraakplaats nu met rasse schreden. “Het moet gedaan zijn met zo over je heen te laten lopen!”
Ik had me hier een week op voorbereid. Ik wist wat ik moest doen. Ik wist wat ik moest zeggen. Ik had het helemaal uitgekiend. Ik zou wat korterbij gaan staan – want daar liep het altijd mis. Ik liet gewoon te veel ruimte. Ik zou ook op voorhand goed duidelijk maken aan iedereen dat ik er was. Ik zou vroeger vertrekken dan gewoonlijk. Dit kon niet mis gaan.

“Kom op, Saar – dit is jouw moment!”, dacht ik nog een laatste keer. Gedecideerd stapte ik precies naar het plekje dat ik in gedachten had. Ik ging pal tussen de twee tafels instaan. “Goedemorgen iederéén” zei ik “schoon weer he!” Ik riep het bijna. Dit kon niemand ontgaan zijn. Zij was er nog niet. Alles liep gesmeerd. Ik moest nog even wachten tot het aan mij was. Misschien zou onze confrontatie wel een week uitgesteld worden! Ik voelde me enigszins opgelucht bij die gedachte. Plots hoorde ik de wielen van haar roltas over de kasseien bodderen. Ik spitste mijn oren en ging wat meer rechtop staan – als een dier in de jungle bewoog ik amper. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes.
Ze zag me en ze begreep onmiddellijk hoe laat het was. Ze liet zich niet uit haar lood slaan. Ze negeerde me en ging naast me staan, tussen de twee andere tafels. Ze keek me niet aan. Dit was het moment. Ik voelde het en zij ook. Ik stak mijn rechterhand al een beetje in de lucht. Ik anticipeerde op wat ik wist dat komen zou. Ik zette een klein pasje naar voren. Ik hoefde nu enkel nog te wachten tot de dame in het kraam zou vragen aan wie het was en dan zou ik roepen van “Aan mij! Aan mij! Aan mij ! Ik word al 6 maanden voorbij gestoken! Ze doet het met opzet! Ik word er gek van! Het. Is. Aan. Mij!”
Maar nog voor de vraag maar gesteld werd, hoorde ik naast me iemand zeggen: “Ene krop salaat alstublieft”. Mijn schouders zakten. Godmiljaar, het was haar weer gelukt. De dame in het kraam keek me verontschuldigend aan. Ze knipoogde en bezegelde ons pact: we wisten duidelijk allebei dat het niet eerlijk was. Ik voelde dat ze me wel wilde steunen, maar dat ze niet durfde. Of misschien stond er iets van in het wetboek der marktkramers en kon ze gewoon niet anders. Enkele minuten later was het aan mij. Ik gaf verslagen mijn bestelling door en slofte naar huis. Wacht maar, inwoners van Halen. Nog 50 jaar en dan is het aan mij.

img_1475

Advertisements

One thought on “Aan mij.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s