The August Break IV

15. Unicorn

Dit vond ik veruit één van de moeilijkste uitdagingen om bij stil te staan. Als ik aan een eenhoorn denk, dan komen er spontaan wel een aantal zaken in mij op (wit paard met één hoorn om zomaar iets te zeggen), maar ik heb me toch even verdiept in wat de ‘literatuur’ (Google dus) daarover te vertellen had. Ik las heel wat verschillende dingen, maar een aantal zaken kwam altijd terug. De eenhoorn zou staan voor zeldzaamheid, voor fantasie, voor jong zijn (enkel jonge maagden zouden er een kunnen vangen – het is daarom ook de eenhoorn het symbool van de abdij van Herkenrode is), voor iets wat uniek is, voor mogelijkheden zien.
De transfer maken naar hoe die dingen in mijn leven voorkomen, was ook al lastig want ze zijn er veelvuldig als ik dat paard breed genoeg interpreteer (lucky me!). Maar plots dacht ik aan één van mijn lievelingsfoto’s die alle eigenschappen van de eenhoorn zo’n beetje vervat: fantasie en jong zijn (die vaak samenhangen), nog alle mogelijkheden zien zoals enkel kinderen dat kunnen en de unieke en zeldzame band die je enkel met broers of zussen kan hebben. Ik ben zo’n gelukzak die dat met twee mensen heeft. Ik voelde me als kind altijd speciaal omdat ik – als enige van ons drie – twéé broers had en zij er elk maar ééntje. (Ik heb dan wel geen zus, maar ik heb dat nooit als een nadeel gezien).

IMG_1101.JPG
17 augustus 1988

16. Breathe

In de winter (of op alle dagen dat het niet boven de 20 graden is), kom ik nergens beter tot rust dan wanneer ik in kleermakerszit voor het elektrisch vuurke zit in de badkamer – blik op oneindig. Ik ben geen ochtendmens, maar neem mij mijn tien minuten voor het vuurke af en ik verander ter plekke in iets waar Cruella De Ville ogenblikkelijk van wegloopt.
Niet zelden heb ik Kasper in die eerste maanden tijdens lastige uren aan Wout gegeven om daar in die badkamer even tot rust te komen en niks anders te horen dan het gezoem van het vuurke.
In de zomer (of op alle dagen dat het wel boven de 20 graden is), heeft de zon hetzelfde effect op mij. Geef mij een uurtje in de zon met een boek, stel mij geen vragen, doe alsof ik onzichtbaar ben en ik ben een ander mens.

IMG_1088

17. Bedroom window

IMG_1112

Dit hoge raam is al 28 jaar mijn slaapkamerraam.  Dat betekent dat ik al meer dan 10.000 keer wakker werd met zicht op dit raam. Ik kan mij nog alle ‘fases’ van mijn slaapkamer voor de geest halen. Ik herinner mij hoe er in het begin enkel mijn bed, de kleerkast en mijn kleine bankje stond – daar paste alles in wat ik had. Later plakte ik mijn eerste poster – Samson en Gert bij de brandweer – recht tegenover mijn bed. In mijn puberjaren plamuurde ik de rest van de muren vol met foto’s van iedereen die ik graag had, met posters van Arid, van Jeff Buckley, van Leonardo vanvoor op de Titanic, met vlagjes van mijn CM-kampen, met briefjes die ik kreeg van mijn vriendinnen, … Ik herinner me nog haarscherp hoe mijn vader mij verraste met een zelfgemaakt bureau, een nieuwe kast en een grote spiegel. Hij maakte dat allemaal zelf terwijl ik op CM-kamp was in Maloja. Ik heb zijn handige pollen al vaak gemist wanneer Wout en ik weer met iets doodsimpel staan te klungelen en ambras maken over wie er hier nu eigenlijk het meest onhandig is (hij).

Er is dus geen uitzicht dat ik vaker zag dan het deze. Als ik naar beneden kijk, zie ik het platen dakje waarop Timon de tijgerkat mij ‘s morgens lag aan te staren. Er ligt vaak een plasje water op, waarin ik precies kan zien hoe hard het regent. Als ik naar boven kijk, zie ik de hoge bomen van onze achterburen waar ik vroeger inklom om via de muur bij mijn buurmeisje te geraken. Als ik in de verte kijk, zie ik het ventje bovenop de schutterspaal die zijn pijl en boog bij wijze van voorbeeld naar boven richt.
Sinds een jaar is dit huis waarin ik helemaal mezelf werd ons huis. Men vroeg me al vaak of dat niet raar is om terug in het ouderlijk huis te wonen. Wel, dan kan ik enkel antwoorden: ik heb hier veel verdriet gehad. Ik ben hier heel gelukkig geweest. Ik ben hier thuis.

18. 5 years ago

5 jaar geleden ging ik naar Wout in Amerika om eens te zien of dat wat zou worden tussen ons. Het was echt een retesaaie vakantie, want romantisch als hij is werkte Wout er elke dag dat ik daar was van 05.00 tot 20.00. Ik stond elke morgen mee op (zonder vuurke!) en las boeken op de tarmac van Wout zijn terminal. Hij werkte toen in Baton Rouge – the State Capital van Louisiana. Klinkt boeiend, is het niet. Baton Rouge is zowat het Charleroi van het zuiden van Noord-Amerika. De hoeveelheid industrie is zowat omgekeerd evenredig aan de hoeveelheid tanden die de mensen er nog in hun mond hebben. Bovendien heb ik het meeste van mijn tijd dus doorgebracht op Wout z’n werk. Er liep een soort van beekje langs zijn terminal dus ik zag al scenario’s waar ik mij daar zou neer plaveien, boeken zou lezen en een praatje zou slaan met de vriendelijke truckchauffeurs die mij koude cola’s met een parapluutje in zouden brengen. In de realiteit werd ik na 10 minuten vriendelijk verzocht om van het gras af te gaan door een man die het equivalent van The Niagara Falls onder zijn oksels bij elkaar aan het zweten was. Het was immers gevaarlijk om daar te liggen! Het moest maar eens zijn dat ik plots gewichtloos zou worden waarop een arend mij zou kunnen oppikken en mij in het water zou laten vallen, dan zouden zij daarvoor verantwoordelijk zijn. Safety first, ma’am. Welcome to America! Ik mocht wel in de vlakke zon tegen de muur van het gebouw aanzitten op een stoel die zo warm werd dat ik er niet op kon blijven zitten. En als ik honger had, dan stond het me altijd vrij om een Snickers uit het machien te draaien.
Maar blijkbaar was de liefde toch groot genoeg. We hadden het ook heel leuk met z’n twee. We reden bijvoorbeeld een weekend naar New Orleans (de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat Wout daar de helft van de tijd liep te bellen naar zijn werknemers en dat hij om 22.00 wou gaan slapen want chronisch oververmoeid), en die stad stal mijn hart onmiddellijk. Gelukkig maakt liefde zo blind dat ik vooral blij word als ik naar de foto’s van toen kijk.

IMG_1133

19. My hands

Over het algemeen heb ik mijn vingers altijd te kort gevonden. Ik had liever lange vingers, zoals creatieve mensen die vaak blijken te hebben. Bovendien was ik graag linkshandig geweest, omdat ik dat klungelen van die lefties zo schattig vind. Maar toen ik begin dit jaar maar één van mijn handen kon gebruiken omdat kind 1 het andere altijd opeiste om op te kunnen liggen maffen, ben ik mijn twee handen toch wat meer gaan waarderen.
Ik ben zo onhandig als de pest, als ik vroeger giraffen tekende dan riep Janne (die toen twee was) vrolijk ‘FIETSJ! FIETSJ!’ dus tekenen kan ik ook al niet, maar schrijven dat lijkt me toch enigszins te liggen. Ik klaag dus niet en als ik zo eens rondkijk in mijn leven dan vind ik steeds meer dat ik die pollekes van mij wat vaker mag kussen.

IMG_1187
(Op deze foto heb ik Kasper zijn voet vast en niet zijn hand die er raar uitziet nvdr.)

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s