Be Nice

‘Hoeveel empathie en inlevingsvermogen rest er ons nog, na zoveel gruwel op z korte tijd?’. De vraag spookt nu al de hele dag door mijn hoofd.

Eergisteren reed één of andere zot tientallen mensen dood. Mensen die vakantie hadden. Mensen die naar het vuurwerk kwamen kijken. Mensen met kindjes die voor ’t eerst lang mochten opblijven.
Gisteren stierven er in Turkije opnieuw tientallen mensen. Het leger pleegde een staatsgreep en veel burgers lieten het leven. Burgers die luisterden naar de oproep van hun premier. Burgers die begaan zijn met hun stad. Burgers die misschien op de verkeerde plaats waren op het verkeerde moment.

Ik hoor het op het nieuws. Mijn gsm stuurt me voortdurend UPDATES die ik soms aanklik en soms weg schuif. Ik lees het in de krant. Ik hoor mensen erover spreken. Ik denk erover na. Het sluimert voortdurend in mijn achterhoofd.

Ik ben niet de juiste persoon om analyses te maken. Ik kan je niet precies vertellen waarom de wereld is zoals hij is. Ik ken daarvoor niet alle feiten om dat op een eerlijke manier te doen. Bovendien leer ik steeds meer dat er geen ene waarheid is en dat een verhaal altijd twee en vaak heel veel versies heeft. Maar vooral leer ik – met het ouder worden – dat het soms beter is om niets te zeggen.
Meteen na zulke gebeurtenissen weten velen plots wat er gebeuren moet. Die of die moet buiten. Die of die moet het oplossen. Die of die heeft altijd gezegd dat het zo ging gaan. En die of die weet het altijd zeker.

Ik weet het steeds minder zeker. Nog steeds ben ik elke keer geschokt en diep geraakt bij zoveel waanzin, bij zoveel geweld. De laatste jaren is die sluimerende dreiging een deel geworden van ons leven. Na zo’n aanslag valt alles even stil. Ik pak mijn kind vast en laat me meeslepen in zijn zorgeloosheid. Ik kijk hoe hij met veel concentratie nagaat of het speelgoed dat ik hem zonet gaf rammelt als hij ermee schudt. Hij lacht wanneer hij ontdekt dat het inderdaad lawaai maakt. Ik voel me even geen deel van die wereld waarin gevaar en geweld niet meer iets zijn van ver weg, maar iets van ‘daar zijn we eens op vakantie geweest’. Ik laat de rolluiken in mijn hoofd naar beneden en sus mijn angst in slaap.
Maar dan lees ik de krant. Ik lees over een vader die zijn kinderen over een hek gooide om hen in veiligheid te brengen vooraleer hij er zelf achteraan klom. Ik lees over een jong koppel dat eergisteren in Nice urenlang op zoek was naar hun baby van 8 maanden die met buggy en al verdwenen was. De journaliste schrijft dat het koppel urenlang “vertwijfeld” op zoek ging naar hun baby. Ik denk onmiddellijk dat die mensen heel wat zullen geweest zijn, maar dat “vertwijfeld” nog wel het lichtste woord was om hun gevoel te omschrijven. Ik denk eerder aan radeloos, buiten zinnen, in blinde paniek, razend, ontroostbaar. De rolluiken in mijn hoofd gaan alweer omhoog.
Ik heb het gevoel dat ik iets moet doen. Dat ik ergens een deel van wil uitmaken. Dat ik mee vorm wil geven aan een antwoord op al die haat en al dat geweld. Ik weet alleen niet hoe. Ik denk aan Hendrik Geeraert die in WO I de sluizen open draaide in de Westhoek en zo ‘den Duits’ tegenhield. Ik hoop dat ook nu gauw wat Hendrik Geeraertsen zullen opstaan met eenvoudige, maar geniale oplossingen om het kwaad een halt toe te roepen. Voorlopig kom ik niet verder dan:

13680720_10153546469517172_8808829206508439675_n

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s